Mysterie

Ik kwam gisteravond thuis na weer een wereldreddende dienst te hebben gedraaid en merkte dat m’n zwaar beveiligde onderdeur op een kier stond. Vanzelfsprekend sprongen m’n sensoren direct in het rood, de alarmbellen aan m’n klokkenspel gingen rinkelen en in de hemel verscheen het, mijn, waarschuwingslicht.
Ik zoefde naar een telefooncel. In een flits kleedde ik me om, dit was overduidelijk een klus voor SuperAnus.

Langs de westzijde van de flat klom ik behendig van balkon naar balkon. Met een wulpse worp slingerde ik m’n web om een stevig iets, ik wist niet wat het was maar dat weten andere actiehelden ook nooit, en gebruikte datzelfde web als touw om mij op het dak te lianen. Ik landde geluidloos tussen 2 schoorstenen.
Ik keek vluchtig om me heen en bedacht al snel dat ik werkelijk geen idee had waarom ik in godsnaam op het dak geklommen was. Plaats delict was immers beneden in de hal.
Eenmaal beneden weer aangekomen opende ik voorzichtig de deur. De verlichting sprong aan. Vastberaden wierp ik 2 rookbommen (type Moods filter) naar binnen onmiddellijk gevolgd door een luid schreeuwende ik; “SUPERANUS. PLAATS JE HANDEN WAAR IK ZE KAN ZIEN!”

Er was niemand in de hal. Sterker nog, er was niets uit het ordinaire. Tenminste, voor een leek leek het zo te zijn. Mijn oog viel op mijn wandelwagen die midden in de hal stond. Ik raapte ‘m weer op en vroeg me hardop af waarom mijn wandelwagen midden in de hal stond. Ik zei; “Waarom staat mijn wandelwagen midden in de hal?”
Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan, vroeg ik me weer hardop af. “Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan?”, zei ik.
M’n schuurdeur, die nooit op slot zit want veilige buurt, was dicht. En ik wist zeker dat ik de wandelwagen afgelopen zondag binnen in de schuur had gezet. Ben er namelijk zuinig op. Het ding heb ik middels keiharde onderhandelingwaterboardingstechnieken via MP voor 50 euro gekocht.
Ik weet ’t nog goed, ze vroeg er 51 euro voor. Ja daag, dacht ik toen, ik ben ook niet van gisteren. Keihard kan ik zijn!

Ik vond het maar een vreemd zaakje. Er zat ook een behoorlijk luchtje aan. Maar dat kon ook komen doordat ik even daarvoor een windje liet ontglippen.
Ik schraapte DNA van de wandelwagen af, zette het ding waar ie hoort en ben naar boven gegaan.
Ik wilde de DNA in m’n databank doen maar het blijkt dat ik een 3-zits heb. KLUT, heb ik weer.
Ik trok een *plop* los en ben even later in rust gevallen.

Vanochtend ontwaakte ik met een grote Anus op m’n borst.
Was vergeten me weer om te kleden.

2011

 Dit jaar zal de geschiedenisboeken in gaan als niet mijn allerbeste jaar ooit. Sterker nog, ik kan me geen beroerder jaar herinneren dan 2011. Ja, 2007 misschien.
Nee, da’s een goeie tweede. Dit jaar, 2011, is het meest klutste jaar uit m’n bestaan.
Heb ik even wat voor de kiezen gehad zeg! Een normaal mens zou er van in een depressie raken.

Het begon allemaal met hosanna en jolijt toen m’n interactieve kwis ‘Wiesdanou‘ het levenslicht zag. Een heule simpele kwis maar ozo lollig. Op een gegeven moment deden er 22 deelnemers mee, geloof ik. Leuk vond ik dat.
Kleine tegenvaller begin dit jaar was de besnijdenis van jongste zoonlief. Daar zat ik wel een beetje mee, vond het zo zielig voor het kleine hoopje mens. Het is trouwens met een sisser afgelopen. Z’n nageltje heeft zichzelf hersteld.
In februari werd ik 40. De leeftijd waar ik m’n hele jeugd naar uit had gekeken. Het is de leeftijd waarvan ik altijd al had besloten om volwassen te worden. Maar ik heb nu niet het idee dat het allemaal zo geweldig is als dat iedereen zegt. Je bent toch in veel gevallen (te) oud. Ik kan de jeugd zo heel af en toe niet meer bijbenen.
Ook dit jaar werd ik getroffen door de meest pijnlijke ongemakken die een mens kan verdragen. Een killerkeelontsteking en een allesvernietigende Hermania vielen mijn prachtlijf op onverwachte momenten aan. Mèn, wat heb ik een fysieke pijn geleden dit jaar! Een normaal mens zou bij 10% van die pijn spontaan kapot zijn gevallen.
In september moest ik noodgedwongen afscheid nemen van m’n werkplek om de hoek.
M’n afscheidsfeest was een fiasco. Alleen een paar hele lieve meiden en een drietal (ex)collega’s namen de moeite om op m’n emotionele uitnodiging   te reageren.
Beetje jammer dat al die andere uitgenodigden niets van zich hebben laten horen. Sneu, dat vind ik ze.
Maar ach, ze kunnen in elk geval teggen hun kleinkinderen zeggen dat ze ooit nog met mij hebben gewerkt.

En dan was er nog iets waardoor dit jaar zo klut was…………………………….Ben het ff vergeten.

Nee, als ik overmorgen die 30 miljoen pak, dan nog blijft het een klutjaar.
Maar gauw vergeten.

Fijne jaarwisseling.

Misbruik

 Kolere zeg! Heb ik net even eigenhandig een compleet arrestatieteam uit moeten schakelen. Heb ik weer.
Ik bracht net zoonlief naar bed toen ik door de gordijnen een schimp vanaf het dak naar beneden zag glijden. Onmiddellijk drukte ik zoonlieven onder het bed en gebood ze daar stil te blijven liggen. Ik slipte snel in m’n commandopak. In de douchekamer camoufleerde ik vlug m’n gezicht en bovenbiceps, föhnde m’n haar en stormde de trap af. Hier overrompelde ik de eerste linie AT-ers.
Via de voor -en de tuindeur kwam de rest van de AT-ers met een hoop kabaal binnen. Middels koprollen, flikflakken, vuistslagen en flying kicks van bank naar bank en muur naar muur vloerde ik ze één voor één.  Binnen een mum van tijd en in een knipoog lag het huis bezaaid met 24 arrestatieteamleden.
Omdat ik geen idee had waarom er een inval bij mij thuis was, rende ik naar de controlewagen die op de parkeerplaats stond.
Ik trok de zijdeur opzij en vroeg aan de vent met de koptelefoon wat de fuk er aan de hand en going on was. (Ik vroeg het voor de zekerheid ook in het Engels, ik wist immers niet of het Nederlandse of buitenlandse  diensten waren).

Een man in grijs C&A-pak, overduidelijk de man in charge, vertelde me dat ik verdacht word van internetmisbruik. Met deze man was goed te praten en ik bood aan om bij mij binnen de boel op ons dooie gemak uit te zoeken. Met een knikje beveelde de man de AT-ers op te zouten.
Puffend en kreunend verlieten ze mijn bunker.
Ik vertelde de man dat ik sinds gisteren problemen heb met de mail. Kan niets ontvangen en niets versturen. Hij stelde voor om de provider te bellen.
Het meiske van UPC zei dat mijn account inderdaad stond genoteerd op de “abuselijst’.
Naar alle waarschijnlijkheid is mijn account gehackt en heeft UPC daarom de boel geblokkeerd. Met het wachtwoord wijzigen en 3 werkdagen wachten moet het probleem opgelost zijn. De C&A-pakman toonde begrip, bood z’n excuses aan en zei terloops of ik geen interesse had bij zijn dienst in dienst te willen. Hij kon iemand als ik goed gebruiken. Ik heb vriendelijk bedankt en wenste hem een fijne avond.
Ik liep naar boven en stopte zoonlieven in bed, ze konden vredig gaan slapen. Papa had het alweer opgelost.

Maar hoe erg moet een misbruik zijn om bij mij binnen te vallen vraag je je toch af?
Raarrrrrrrrrrrrrr.

Nachtkijker

 Ik heb er nu 2 volle nachten op zitten en ik kan melden dat m’n lijf zich uitstekend houdt. Old habits die hard en het voelt goed dat het lichaam zich vrij eenvoudig flashbackt naar, laten we zeggen, 20 jaar geleden. Toen kon het lijf ook nachten lang doorhalen. Het enige verschil met nu is dat het lijf toen op puur alcohol liep.

Wat moet ik zoal doen tijdens een nachtdienst, vraag je je af. Nou, daar kan en ga ik niks over zeggen.
Het enige wat ik kwijt wil is dat ik een nachtkijker ben.
Ik heb al van alles voorbij zien komen. Binnensex, buitensex, op bed sex, op de banksex, onder de douchesex, in badsex, op de eettafelsex, tijdens de afwassex, dikke tietensex, kleine borstensex, megaretensex, strakke bipsensex, vette negerinnensex, slanke aziatensex, alarmsex, meeluistersex en zo kan ik nog woordenlang doorgaan. Eigenlijk is ’s nachts de beste tijd voor sex, heb ik gemerkt.

Maar gelukkig is er af en toe toch nog wel een kwaliteitzender te vinden. Discovery zum bleistift. En dat heeft toch wel iets meer mijn aandacht.
Ik weet dus nu wel mooi dat je met 300 kilo melkpoeder een gigantische steekvlam kan produceren. En dat je met 6 spuitende brandslangen en een bult sterke branweerkanjers een gemiddelde gezinsautootje 10 meter de lucht in kan laten hangen.
En, en dit weetje vind ik persoonlijk erg lollig, wist je dat als je een geit laat schrikken, dat ie dan omdondert? Hahahaha, hilarisch.
Één keer “BOE” roepen en de achterpoten verstijven waardoor ze omflikkert. Man, da’s lachen. De kinderboerderij zal nooit meer hetzelfde zijn!
Nee, da’s niet zielig, da’s lachen. Na een seconde of 2 staan ze gewoon weer op hoor.
En het is geen fabeltje want het was bij Mythbusters en dat programma roels.

Probeer het zelf maar ‘s. Ik garandeer lachen, gieren en tevens brullen tegelijk voor jou en de kinders.

Werkverkeer

 Ik moet tegenwoordig een stukkie rijden om op m’n werkplek te komen. Met de auto welteverstaan.
Ja, ik kan ’t wel op de fiets doen maar dan ben ik met mijn tempo toch al gauw een kleine anderhalf uur onderweg. Ik moet over de A12, nou ja, moet natuurlijk niet maar dat is nou eenmaal de snelste route, en op diezelfde A12 zijn ze met de weg bezig.
Ik weet niet hoe lang al en hoe lang het nog zal duren maar ik heb er nu al de dunne poep van.
Kom op zeg, hoe lang ben je bezig met een lapje asfalt erin te leggen? Een maand? Misschien 2?
Nee, weet je waarom wegwerkzaamheden altijd zo eeuwig duren? Om al die snoertjes, kabeltjes en gadgets voor de rijalsjebliefttehardwantdanvangenwegeld-controle erin te plaatsen. Dat weet toch iedereen?

Ik sloot dus vanochtend weer bij Maarsbergen achterin het langzaamrijdend en stilstaand verkeer aan.
En net op het moment dat we iets konden doorstromen en de teller op 100 kwam te staan, schoot er van rechts een auto vanaf de vluchtstrook voor me langs. Ik moest vol in de ankers!
Nu ben ik immer de rust zelve maar @#$#$#@@$%$%^^%#@##$, wat een lul!
Ik zette de achtervolging in, deed m’n beste sirene na en bij Maarn red ik ‘m klem. Of hem? Ik knalde ‘m voorbij, trok de handrem omhoog, gooide het stuur om en kwam dwars op de weg te staan. Beide weghelften dus klem. Ik sprong de auto uit.
Met m’n rechterhand op m’n rug en met m’n linkerwijsvinger wijzend schreeuwde ik dat hij uit de auto moest stappen met beide handen zichtbaar. Ik duwde hem voorover de motorkap en vroeg wat hem in hemelsnaam bezielde.
Hij zei dat hij van de werkplaats naast de snelweg kwam en dat hij werkverkeer was. Hij wees naar het gele bordje achterin de auto en het oranje zwaailampie.
“Nee, ik ga gezellig in m’n uniform naar de Efteling”, zei ik. “Waar denk je dat ik naartoe ga? Sterker nog, deze hele rij auto’s gaan naar hun werk”. Andere automobilisten waren inmiddels uitgestapt en keken vol spanning naar de spannende situatie voor hen.

De werkverkeerlul bood zijn excuses aan en beloofde het noooooooooooooooooit meer te doen.
Ik nam daar geen genoegen mee en zei dat hij met zijn werkverkeerautootje op de vluchtstrook moest gaan staan en pas na 33 auto’s mocht proberen in te voegen. En dat ik hem vanaf nu in de gaten zal houden!!
Er klonk applaus en gewhoehoe uit het publiek. Ik zwaaide even naar ze en stapte in m’n auto. Ik reed met gierende banden weg.

Kom op zeg, ik wil geen gezeik op de snelweg.
Werk niet voor niets bij de pliesie tegenwoordig.

(sjeesus, wat een lap tekst!)