Lolbroek

Bips

Ik mag dan wel een lolbroek in ruste zijn maar ik kan het nog steeds hoor!

Ik zat vanochtend op de bank achter een bakkie pleuah en keek eens rond in m’n penthuiswoongedeelte. Nou, daar was niets buiten het ordinaire te zien. Ik draaide het lijf richting eetkamergedeelte en toen gebeurde het.
Een ontiegelijke flapperscheet ontglipte m’n bips. Maar dat heeft verder niets te maken met dees anekdoot. Begrijp ook niet zo goed waarom dit erin staat. Raarrrrrrr.

Na een ‘hé, een scheetlachbui’ zag ik m’n pasgeleden afgezaagde eettafel staan. En ik herinnerde me dat zeun kortgeleden een flinke lap uit het tafellaken had geknipt. “Oja, ik moest nog een tafellaken hebben”, dacht ik toen. Dat heeft meneer Evolutie toch maar mooi bedacht. Dat je je iets herinnert en dat je dan gelijk ergens aan denkt. Wat jij?
Ik ging eentje halen, fuk de zondag!

Vanochtendmiddag toog ik dus naar Bataviastad. Je weet wel, dè outletstad van Nederland. Ik was er nog nooit geweest en ik verwachtte eigenlijk een XXXXXL-Action ofzo.

NEEN!!!!!!!!!!! Niets van dat al. Au contraire, mon amis. WAL FUKKING HALLA!!!!!!

Tenminste, als je van degelijke kleren houdt. En ik houd van degelijke kleren. Al mijn merken zijn in dat kleine stukje Nederland te vinden.

Maar ja, ik kwam voor een tafellaken. En een tafellaken zou het worden. De kleren komen wel met m’n eerstvolgende date die niet lang meer op zich laten wachten (ik zal m’n Kaaimaneilandaccount vast ’s even leeg trekken.)
Nadat ik ongeveer 3 kwartier met toch wel stevige lichaamsonderdelen had rondgelopen kwam ik bij het winkeltje genaamd ‘Gant’.
Ik stap er gezonnebrild binnen en zag 2 verkoopsters staan. “Goedemorgen”, zeggen ze simultaan en in koor. Ik stop onmiddellijk en pak m’n telefoon uit m’n broekzak. Mijn telefoon gaf 12.37 aan. Zuuuuuuuuuuuuuuuuuucht. Met m’n schouder en hoofd neerslaand maakte ik dat exacte geluid.

“Dit doen we even over”, zei ik op gebiedende toon. En ik liep de zaak weer uit.
De mevrouwen keken ietwat verbaasd toen ik weer op dezelfde manier binnenkwam. Voor een actiefilmthrillerpornoacteur als ik is dat natuurlijk een schilletje van een peul. “Goedemiddag”, zei de ene terwijl de andere vasthield aan ‘goedemorgen’.
KUT! Riep ik. En weer liep ik naar buiten.

We hebben deze scene in totaal 8 keer over gedaan alvorens de regisseur tevreden was. Dan hadden m’n tegenspeelsters weer een lachbui, dan was er ineens een figurant pontificaal in beeld, dan had ik weer ergens een stevig lichaamsonderdeel. Zucht.
Acteren, het is ook niet voor iedereen weggelegd.

Maar goed, ik heb de 2 dames een hartstikke leuke middag (en waarschijnlijk een hele dag. Wat? Een heel leven) bezorgd en ik heb een nieuw vet cool boomlauw strak bruut flex chill jeweetzelluf tafellaken. (foto op de Twitters en Facebooks).

En daar draaide deze 2e vakantiedag immers helemaal om. Morgen de planten water geven!
Zin an.

Knock-out

Groggy

*noot van de redactie: Deze anekdoot gaat over voetbal dus vrouwen en gaylords kunnen deze lolblog wegklikken*

Het EK onder 21 is voor mij een welkome aanvulling op het werkelijk droevige aanbod op de buis tegenwoordig. Het jonge Oranje is toch òòk Oranje! En ik denk dat ze nog best wel eens een kans op de titel kunnen maken.

Maar ik vrees dat ik dan geen wedstrijden meer moet zien. Want tegen Duitsland zag ik de 2e helft (regelrechte bagger met toch nog een goede afloop) en net zie ik ze kansloos verliezen van Spanje (maar die zullen wel stijf van de doping staan. Zoals elke Spaanse sporter.) We zullen zien hoe ver ze komen.

Ik heb ook gevoetbald onder 21. Jahaa, daar lees je van op hè?
Ik voetbalde trouwens niet. Ik was keeper. En, oja, ik ben gestopt op m’n 14e. En dat is ruim onder de 21, dacht ik zo!
Als je vroeger een Pietertje was werd je keeper. En ik was een beetje een Pietertje. Nadat ik in de E-tjes een schitterend doelpunt in de kruising van ons eigen doel schoot, besloot ik keeper te worden.

Ik was geen bijzondere keeper. Ik hield wel eens een bal tegen. Wel had ik 2 ijzersterke punten. Ten eerste m’n reflexen. Legendarisch zijn ze. Penalty’s waren 7 van de 10 voor mij (vanzelfsprekend gingen die andere 3 over of naast). Een 1 tegen 1 situatie? Je was kansloos. Een schot van 30 cm van de doellijn pakte ik nog met een katachtige Lev Jasjin-actie. Zoals ik al zei, legendarisch waren (zijn) mijn reflexen.
Mijn 2e ijzersterke punt was het uittrappen. Als een raket schoot ik ze de hoogte in. En dat was ook gelijk m’n zwakke punt. De ballen kwamen namelijk 4 meter voor me weer terug het veld in. Mijn coach en vooral de verdedigers voor me smeekten me dan ook telkens om de bal het veld in te gooien. Want dat kon ik ook heul ver.
Maar genoeg veren in m’n prachtbips. Wat is de aanleiding van dees anekdoot?

Ik zag net in de wedstrijd op een gegeven moment een botsing tussen onze keeper en onze verdediger. En laat ik dat nou ook eens meegemaakt hebben.
Alleen toen ging ik Knock-out (ah!, Ik heb je aandacht weer).
Het was een doordeweekse wedstrijd tegen aarsrivaal (ik noem bewust de t niet!), GVAV. Een voor ons niets aan de hand wedstrijd, we stonden 3-0 voor. Halverwege de 2e helft kwam er een bal diep richting mijn 16 meter. Ik kwam uit en bleef op de rand van die 16 staan om de bal op te pakken. Onze laatste man gebruikte zijn lichaam om de spits van de bal af te houden. GVAV had een gevaarlijke, behendige en veel scorende spits. Joop Reijenga.
Precies op het moment dat de bal de lijn van de 16 binnen kwam stuiteren, pakte ik de bal klem. Ik dook opzij om de 2 aanstormende jongens te ontwijken. En precies op dat moment gaf Joop onze laatste man een zetje in zijn rug.
BONK (*geluidsfragment*). De knie van onze laatste man kreeg ik vol op mijn linker jukbeen. Ik ging gestrekt. En goed ook. Ik hoorde later dat ik 20 minuten buiten westen op het veld heb gelegen. Maar of dat waar is weet ik niet. Het kan makkelijk 18 minuten zijn geweest. Of 21.

Het was een ongelukje. Joop heeft later zijn excuses aangeboden. Vond ik sportief. Ik heb het hem vergeven.

Maar ik hoop wel dat hij tegenwoordig een eeuwigdurende pijnlijke pussige gonorroe aan zijn piemol heeft.

Rooie oortjes

Zoals je weet ben ik een uitvinder. Nee, dat is niet het juiste woord. Ik ben een conceptbedenker. Ja, da’s beter.
Ik bedenk met grote regelmaat een concept, gooi het lafjes de samenleving in en al gauw wordt door anderen het concept uitgewerkt tot een succes.
Ik ben daar best trots op. Echter ben ik totaal niet uit op de credits. Zo steek ik niet in elkaar. Ik hoef geen veer in de strakgevormde bips. Ik hoef geen klop op de breedgetorsde schouder. Ik hoef geen compliment aan mijn geheimgehouden adres.

Een paar jaren geleden schreef ik in het geniep een woest erografische tekst naar een vriendin. Ze vertelde me dat ze na het lezen ervan met rooie oortjes zat. En ook dat er tintelende gevoelens in de onderbuik en tetstreek waar te nemen waren. Ik keek er niet van op. Dat was immers de bedoeling van mijn erografische schrijven.

Hoe het heeft kunnen gebeuren is me een raadsel maar duidelijk is wel dat mijn woest erografische tekst de overkant van de Noordzee bereikt heeft. En dat een autrice aldaar gedacht moet hebben dat gewoon ronduit erografisch opschrijven wat je denkt misschien wel verkoopt. “Around out erographic upwriten what you think”.
Met als gevolg het boek dat inmiddels elke vrouw wel gelezen heeft.

En zo, lieve vrouwtjes, hebben jullie het aan mij te danken dat jullie tegenwoordig zonder enige vorm van gene woest erografische teksten het WereldWijdeWeb op kunnen slingeren. Mannen met rooie oortjes achter de computer achterlatend.

Graag gedaan.

(persoonlijk bedanken kan uitsluitend op afspraak)

Procenten

Hoe groot is de kans dat iemand, met een voor 96% aan dood lijf, het overleefd?
Niet zo heel groot hè? Daar gaat de stekker uit. Die pijpt Maarten. Die heeft z’n laatste scheet gelaten.

Woensdagavond takelde mijn lijf in rap tempo af van de volle 100% naar een 75%. Hoge koorts en een lichtgeïrriteerde keel. Niet weer hè, dacht ik.
Woensdagnacht ging het lijf harder achteruit. Het licht in lichtgeïrriteerde verdween, het slikken ging lastig. Het lukte me met pijn en moeite een bord kipnuggets weg te werken. Die nacht doorgekomen met lichte dutjes. En dan moet je lichte dutjes zien als dutjes van maximaal 3 minuten. Want dan liep m’n muil weer vol met tuf en moest ik slikken. En dus werd ik met een pijnscheut wakker.
Donderdagochtend stond het lijf op 60%. Ik wist het nu zeker, dit was een levensechte killerkeelontsteking. Ik ging pijnstillers halen. Finimal leek me wel een goeie naam.
En bij een killerkeelontsteking hoort vanzelfsprekend koortsaanvallen, verkoudheid, oorpijn, hoofdpijn, hoesten, dunne poep en diepgele plas. Ik introduceerde het ‘tufbakje’ op het wereldwijde web en werd prompt overspoeld met “gatverdammes”, “ranzig”, “gore vent” en meer van dit soort smerige schuttingtaal. Uitspugen was toch minder pijnlijk dan inslikken en dat is voor een gevoelig tiep als ik, die alles maar van iedereen slikt, een hele uitkomst. Ik begreep de ophef niet zo.

Donderdagmiddag ging het lijf onder de 50%-grens toen m’n longen zich ermee gingen bemoeien. Een hoestbui resulteerde in knielend voor de toiletpot hangen om een groot gedeelte van m’n longinhoud in genoemde pot te ejaculeren.
Ik was definitief aan flarden en geknakt.
Donderdagnacht heb ik de danspasjes van ‘Thriller’ ingestudeerd, een zombie was ik immers toch al. En trouwens, je moet je toch bezig houden als liggen lastig gaat omdat je keel en je tong opgezwollen zijn en ook nog je neus dicht zit. Eenmaal doezelde ik weg en werd ik even later in paniek wakker omdat ik geen lucht kreeg.
Vrijdag kwam het lijf in de letale zone, onder de 10%. Zelfs m’n prachtig zoetgevooisde donkerbruine Barry Whitestem was verworden tot een zielig piepend geheel.
M’n lieve Klazien kwam een pak blanke vla brengen. Ik moest toch iets eten. Ik had ‘r gewhatsappt dat ze het maar beneden moest neerzetten. Een killerkeelontsteking is hoogst besmettelijk en ik wil niet op m’n geweten hebben dat zij eraan onderdoor zou gaan.
Ik wachtte een minuut nadat ik de benedendeur had opengedrukt en zwalkte naar beneden. Ze zat nog voor de deur in de auto. En ook haar dochtertje. Het arme kind begon vreselijk te krijsen toen ze ome Gekkie zo als een zombie zag.

Dit kon zo niet langer. Ik moest heavier material hebben. En bij wie kon ik dat beter halen dan bij m’n eigen dealer? Ik belde de assistente van de huisarts. Ze vroeg hoe hoog de koorts was. Hoe ik het ook deed en waarin ik ‘m ook stak, de thermometer gaf 33,3 aan. Het lijf was gezakt naar 4% en was klinisch dood. Ik kon om 15 uur komen.
M’n keel stond op knappen, ik ging douchen. Daar zou ik iets van opknappen.
Voor de vorm keek de huisarts even in m’n strot en zei en passant dat Finimal geen drol helpt. Ik kon hem niets anders dan gelijk geven.
Het zware spul ben ik gistermiddag beginnen in te nemen en afgelopen nacht, rond de klok van 3-en, voelde ik dat het lijf positief reageerde. Het klom langzaam naar 10%.
En nu ik deze zwaarmoedige anekdoot typ, gaat het alweer stukken beter. Laten we het op 40% houden.
Zo maar ’s even vast voedsel proberen.
En een goeie nachtrust. Daar teken ik ook voor.

Bedankt voor al jullie medeleven, lieve beterschapskaarten, fruitmanden en overige verwensingen.
Ik vind hetzelfde van jullie als jullie van mij.

Op herhaling

We zijn de terminatie van m’n huidetters begonnen. Vandaag kreeg ik de eerste van 30 behandelingen om mijn prachtlijf (zwemmerslijf) weer in perfecte staat te herstellen.

Om exact 3 voor 4 kwam ik zelfverzekerd as always met m’n Heinekentas binnen. Ik vlijde m’n bips op de lederen stoel in de wachtruimte. Ik pakte een tijdschrift. Voorop stond ‘Dat doet een man van 40 niet’. Pagina 16. Ik was nieuwsgierig. Nog voor ik pagina 16 had opengeslagen, werd ik geroepen door een vriendelijke nors kijkende dame. Ze begeleidde me naar de kleedruimte. Hier kon ik me in m’n meegebrachte badjas hullen. Nog voor ik een vraag kon stellen, sloot ze de deur. Ik ging er maar van uit dat ook de string uit moest.
Met de blote pielemoos onder de badjas liepen we even later richting de badruimtes. Ik moest 10 minuten in een zouten bubbelbad. ‘Ah, even chillen‘, zei ik. Ik vroeg of Katja Schuurman en Anita Doth er ook bij zouden komen. Ze sloot met een vragende blik de deur.
Ik ontdeed me van de badjas op een manier die Rocky Balboa niet zou misstaan. Op het moment dat ik m’n slippers netjes naast elkaar onder het kapstokje wilde zetten, ging de deur open. ‘Alles in orde?’, vroeg ze. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen. Ik moest er om glimlachen. In bad begon ik luidkeels te het bubbelbadnummer zingen.

Een andere dame bracht me naar de lichtcabine. ‘U kunt de badjas daar ophangen’, zei ze. Ik hing ‘m aan het haakje. ‘Heeft u het ook in het gezicht?’, vroeg ze. Ik zei dat dat niet het geval was. In dat geval moest ik een brilletje en een helm op. ‘Vanwege verbrandingsgevaar’, zei ze erbij. Vóór het uitleggen van de procedure drong ze er op aan dat ik het brilletje en helm alvast op zou zetten. Het brilletje was van het type lasbril, ik zag er geen ruk door. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen. Ik moest er om glimlachen.
Niet meer dan 37 seconden mocht ik blootgesteld worden aan het UVB-licht. Ze zei dat de tijd van blootstelling per behandeling opgeschroefd zal worden en dat ik vanaf behandeling 10 een soort van bescherming voor het geslachtsdeel moest dragen. Ik zei dat ik wel een sok van m’n jongste zoon mee zou nemen. Ze vroeg hoe oud hij is. Ik zei dat hij in augustus 2 wordt. We kletsten beiden dij om deze grol mijnerzijds.
De dame sloot de cabine en het witte licht beamde op mijn bevlekte huid. Omdat ik wilde dat elk stukje huid gebeamd zou worden, trok ik de bammetjes iets van elkaar en ging ik door de hurken. Je weet tenslotte nooit waar die vuile huidetters allemaal verschanst zitten.

Weer werd ik naar een andere kamer gebracht. Hier zou de crème aangebracht worden door weer een andere dame. Maar voor het zover was, ging ze eerst de complete behandeling uitleggen. Ik nam plaats in de behandelstoel, de badjas lafjes over m’n benen gespreid. Ze ging recht tegenover me zitten. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen.
Ik deed een Sharon Stone. En moest er om glimlachen.
Omdat ik ook een plakkaat op m’n hoofd heb, zou ze beginnen met het belichten van dit lichaamsdeel. Ze deed een kap over m’n hoofd. Ik greep krampachtig de armleuningen vast. Ik kreeg flashbacks van mijn kidnapping door de FBI (Fryslàn Boppe Instantie) in 1989.
Ook deze bestraling duurde maar luttele seconden. Opgelucht haalde ik adem toen ze de kap van mijn hoofd trok.
Hierna mocht ik de badjas ophangen en in spreidstand gaan staan, ze ging me insmeren. Ik trok de bammetjes nog eens wijd open maar dat was niet nodig zei ze. Een kwartier later zat ik volledig onder de smeersels en kon ik me boven vermaken in de ontspanningsruimte. Ik wilde een potje driebanden op het biljart maar van krijt was geen sprake. En als ik iets irritant vind, is het wel een kale pomerans.
Ik besloot de Olympische Spelen te kijken. In een heule luie stoel. Ik dutte weg.

‘Manus! Manus!’ (ze mogen me daar Manus noemen). Er werd aan m’n schouder geschud. Wèèr een andere dame stond naast me. ‘Je mag je gaan douchen, de eerste behandeling zit er op’.
Ik zei dat ik dat zeker ging doen. Maar vroeg me toch af hoe lang ze er al had gestaan.
Zou ze een hele lange gluur op mijn pielemoos hebben gepiept?

Woensdag ga ik weer, heb er nu al zin in.
Pielemoos ook.