Één op één

SjapSam.png
Het leukste aan 1 op 1 is dat ik ook (eens een keer, zouden sommigen zeggen) de serieuze kant van mijn vaderlijke kwaliteiten kan laten zien. Natuurlijk vind ik lang leve de lol, hatseflats en we nemen d’r nog één belangrijk maar zo nu en dan kan zelfs ik wat ernstiger uit de hoek komen. En wanneer dat het beste bij de jongens binnenkomt is als ik één van hen bij me heb.

Dinsdag nam ik Sam mee na het feestje van Teun (alle feliciteerders bedankt nog! Jullie staan in m’n testament). Even 2 dagen uit de sleur. En hij vond het ook leuk om met mij mee te gaan.
Lachen, gieren en brullen natuurlijk (hij heeft ècht de lolligste slappe lach ever) met zijn sjapvader. Hij ligt in een deuk als ik zit te mopperen op andere weggebruikers, hij slappelacht als ik mijn avonturen van vroeger vertel, hij schatert het uit als ik zijn foto bewerk en hij komt niet meer bij als ik een boodschappenmandje pak en de rest van de stapel dondert om. Mooi vind ik dat.

Maar gisteren op de terugweg raakten we in een serieus gesprek. Ik weet niet meer hoe we erop kwamen maar het ging over kanker. Hij wilde weten hoe het kan dat mensen doodgaan aan kanker en hoe je kanker krijgt. Ik vertelde hem dat kanker bij iedereen in het lichaam zit en dat het door onder andere roken kwaadaardig kan worden. “Jij rookt toch ook?”
Maar dat het óók een kwestie van erfelijkheid is. Komt kanker in je familie voor dan is de kans relatief hoog dat jij het ook krijgt. In mijn familie komt geen kankergeval voor, stelde ik hem gerust.
Ook zei ik dat veel kankergevallen tegenwoordig te genezen zijn en dat misschien over enkele jaren het wel helemaal te genezen is.

Nu ik toch zijn volledige aandacht had, trok ik nog even van leer over drugs. Drugs zijn voor losers en dat hij er NOOIT aan moet beginnen. Terwijl we bij een tankstation een ijsje aten liet ik hem wat filmpjes van junks zien. Van die wappie-lui. Nee, zo wil hij niet worden, zei hij.
Daarna vertelde ik hem nog dat hij ATIJD zijn eigen weg moet volgen en NIET naar ‘vriendjes’ moet luisteren als zij iets (willen gaan) doen wat niet door de beugel kan.

En tenslotte nam ik pesten nog even mee. Ik wil NIET dat hij anderen pest en ik wil dat hij ALTIJD aan mij of zijn moeder verteld als hij gepest wordt. Wellicht is het voor de pester in kwestie beter als die volgorde andersom is, bedenk ik me nu.

Oja, en we kregen het ook nog even over tattoos maar daar hoefde ik weinig woorden aan vuil te maken. Die zijn lelk. Punt.

Toen we Ede binnenreden gingen de raampjes open, het volume ging omhoog en schalde de sjapmuziek als vanouds door de speakers. Hij lag weer in een scheur toen ik luidkeels zat mee te blèren.

Volgende keer mag Teun een paar dagen alleen met mij mee.