Op 18 oktober 1986 schreef journalist Henk Hielkema in het Nieuwsblad van het Noorden een enigszins ‘boos’ artikel over jeugdspelers die op jonge leeftijd stoppen met voetballen. EN HIJ BEGON DAT ARTIKEL MET MIJ! WHOOHOO, I MADE IT TO THE PAPERS! \😁/ Henk was namelijk niet alleen journalist bij het Nieuwsblad van het Noorden, hij was ook bestuurslid bij mijn voetbalclub, hij was van de joehoe-kant èn hij was mijn keepertrainer. Elke woensdagavond dwong hij mij op het trainingsveld om tot het uiterste te gaan. “Als je deze pakt, krijg je een colaatje.” 😃 De reden voor mijn stoppen met keepen was niet, zoals hij schreef, dat ik op vechtsport wilde hoor, de werkelijke reden was dat ik er helemaal klaar mee was. Klaar met 6 dagen in de week met keepen bezig zijn en klaar met al die schaafplekken, blauwe plekken en pijntjes. Klaar met geen spijkerbroek aan kunnen hebben. Klaar met al die kneuzingen en breuken. Volgens mij was ik dat seizoen ook nog gedegradeerd tot 2e keeper en ja, ik was 15 en ontdekte andere leuke dingen in het leven.
In navolging van mij heeft ook 15-jarige zeun besloten te stoppen met voetballen. Na dit seizoen hangt ook hij zijn keepershandschoenen aan de wilgen. En ook hij is klaar met al die schaafplekken, blauwe plekken en pijntjes (ik had trouwens op die leeftijd al 5x mijn sleutelbeen gebroken 🥴). Ik geloof dat een liesblessure, die hem een tijdje aan de kant hield, de doorslag heeft gegeven. Ik vind het ontzettend jammer want hij is een uitstekende keeper, beter dan ik ooit was. En ik was erg benieuwd waar precies zijn lat (ha!) zou liggen. Maar ik begrijp zijn besluit wel. Op een gegeven moment in je leven moet je keuzes gaan maken en ik ben ervan overtuigd dat hij de komende tijd andere leuke dingen gaat ontdekken.
De heenreis: Als logistiek wonderkind van de familie besloot ik op zondag om klokslag 7 over half 9 deel 1 van de reis te maken. Naar Bad Bellingen, een dikke 650 km, alwaar we een hotelletje gingen nemen. Zondag, een fijne en rustige rijdag. Dacht ik. Nou nee! Het bleek dat meer menschen het idee hadden om op zondag de weg op te gaan en na een kilometer of 300 begon de ellende. In de bloedhitte hebben we in totaal een uur of 87 in de file gestaan. En waarom? Nou, vooral omdat Duitsers, Zwitsers en overige vakantiegangers niet kunnen rijden. Punt (ik kom hier later nog op terug). Oja, en omdat die rare Germanen in vakantietijd (!) om de 4 kilometer met de weg bezig zijn. Tsss, ze zeggen wel dat je in Duitsland lekker kan doorrijden, ja 85 jaar geleden kon dat ja! 🤌🏽🤌🏽
Tegen 20 uur kwamen we aan bij het hotel. Een vriendelijke oude dame hielp ons aan de sleutel, mama en dochter gingen even zwemmen en ik pakte een nodig rustmomentje. Om eten te scoren kwamen we uit bij ‘Amore Mio Bacchus’, een gezellig uitziend Italiaans restaurantje. Ik vroeg of er een tafeltje voor 3 beschikbaar was. De sjefkok zag eruit alsof hij net van de set van The godfather was af gelopen en bromde mij toe dat we dan wel snel moesten bestellen. Ik vond hem een onbeschofte lul. Na het eten en na mijn wc bezoek bleek sjefkok ineens een toffe peer en was hij één brok vriendelijkheid en lachen gieren brullen. Met vrouwlief………………..🧐 Okeeeeeee, dacht ik. Gladde Gianni Lulli vindt mijn vrouw dus leuk. We beloofden volgend jaar terug te komen en bij het afscheid nemen merkte ik een laf stijfje bij Gianni in zijn broekje op. Ik greep vrouw even bij haar kont en knipoogde naar hem. 😉🤌🏽
Maandag vertrokken we vroeg want ik wilde op tijd door de Gotthardtunnel zijn. Nou, dat is mislukt. Had niemand mij even kunnen vertellen dat in Zwitserland 7354645343 tunnels zijn? En dat 8364548495946353 auto’s daar doorheen moesten? Zucht. Prachtig land hoor dat Zwitserland, maar maak daar even 1 lange tunnel onderdoor zeg! En dan was het ook nog schijtweer. Volgens mij is regen in dat land uitgevonden. Al die keren dat ik in mijn leven in Zwitserland reed regende het. Halverwege de middag bereikten we Milaan. Knooppunt Milaan, kan ik wel zeggen. Goeiendag eem zeg, wat een drukte! En die Italianen rijden helemaal als idioten. Het is dat ze niet over je heen kunnen, anders waren ze je langs die kant ook nog voorbij gesjeesd. Ik denk dat ik er persoonlijk verantwoordelijk voor ben dat er niet 56 zware ongelukken zijn gebeurd. En dat op een stukje van nog geen 1200 meter. 🤌🏽🤌🏽🤌🏽 Om exact 18.22 uur bereikten we de camping aan Lago di Garda.
De vakantie: De camping was aan de westkust van het Gardameer, ten oosten van Brescia, in het noorden van Italië, in het zuiden van Europa. Mooi hè? We hadden een kast van een bungalow. Tenminste, als je niet groter dan 83 cm bent. Dachten die Italio’s dat iedereen niet groter dan 1 meter 60 is ofzo? Afdrogen na het douchen bijvoorbeeld was voor mij onmogelijk zonder mijn beide schouders en beide heupen uit de kom te murwen. En poepen lukte mij alleen als ik mijn rechterbeen in een hoek van 67 graden in de lucht en mijn linkerbeen horizontaal op de grond had. En beste lezer, als ik zeg dat ik nou niet echt de meest lenige persoon ter wereld ben, begrijp je dat even lekker relaxed kleien er voor mij niet in zat. Maar we zaten lekker dicht bij het zwembad en de daarbij behorende poolbar. En ook niet onbelangrijk met die hitte, we zaten redelijk beschaduwd op de veranda. Prima! Vrouw spreekt een aardig woordje Italiaans en ik op ‘pizza’ en ‘birra’ na totaal niet. Maar dat loste ik op door gewoon overal i achter te zetten. Of alles huppeldepupi di huppeldepupi te noemen. Uiteraard samen met dit gebaar 🤌🏽. Ik begon er thuis al mee. Tot vervelens en ergernis van vrouw toe. Zij verbood mij dan ook om zo te praten tegen de mensen. Maar daar had ik geen boodschap aan. Ik ben nou eenmaal een lollige vent. Zo werd ‘buongiorno’ steevast door mij beantwoord met ‘bon jovi’. En tot ziens was steevast ‘ciao grazie’ (op de Pizza Calzone van Enge buren wijze). Buonasera beantwoordde ik met ‘signorina buonasera, it is time to say goodnight to Napoli’, zwembad werd ‘zwembatti’, poolbar werd barri di pooli enz. Mussen noemde ik Lini’s. En af en toe nam ik vrouw te grazie. Jep, ik ben een lollig vervelende vent. 😂
We hadden vanaf de camping een prachtig uitzicht op het meer. Toen we dichterbij kwamen zagen we een schattige zwanenfamilie ronddobberen, dus Lago di Garda werd Lago di Zwani. Maar toen we bij de waterkant kwamen lag me daar toch een partij flinke zwanen(?)drollen, mensen! GATVERDAMME!! Vanaf dat moment was het Lago di Stronti en kreeg je mij er met geen mogelijkheid in. Ik koelde m’n voormalig prachtlijf (zie foto) wel in zwembatti af.
Bij barri di pooli hoefde ik al snel mijn bestelling niet meer door te geven. En daar hou ik van hè, gewoon als ik binnenkom al gelijk een grote bier en een Aperol intappen. Toen we op een avond daar op het terras zaten en de muziek mij niet aan stond, was een knikje genoeg om van muziek te veranderen. Ook daar hou ik van. Machtswellusteling die ik stiekem ben 😈😃 Ik beloonde hun service met een vermelding in mi testamenti.
In het campingrestaurant (restauranti) maakte ik ook vrienden met het personeel. Ontzettend leuke en vriendelijke jongelui. En dat bleek ook op de laatste avond toen we daar aten. Knuffels, zoenen, handen schudden, tranen, het was een emotioneel afscheid. Ook voor hun trouwens. “You are so funny” werd mij verteld. Ik had ‘thanks for all the tips’ of ‘thanks for the nice treatment’ of ‘thanks for the good talks’ ofzo verwacht, maar goed funny klopt eigenlijk ook wel.
Verder deden we tripi di dorpi’s, tripi di boti en ergerde ik me kapot aan het animatieteam met hun 5 dansliedjes en Luigi Zumba met z’n drukdoenerij, maar vooral lagen we heerlijk bij zwembatti lurki di alcoholi en te zonnebaddi.
De terugreis: Mijn plan om vrijdag klokslag 06.30 uur te vertrekken werd vakkundig door vrouw de nek omgedraaid vanwege “chill your tits ’s ff zeg, weet je wel hoe vroeg dat is!” Het doel was in de namiddag in het hotel in Karlsruhe te arriveren. Newsflash, dat is niet gelukt. Het Italiaanse gedeelte ging opvallend vlot, zelfs knooppunt Milaan reden we met 2 vingers in de kont voorbij. Zwitserland reden we binnen met schijtweer (joh!) en de Gotthardtunnel lieten we ook vrij eenvoudig achter ons. De navigatie stuurde ons deze keer via Luzern naar Zürich. Het mooie weer brak aan en eerlijk is eerlijk, Zwitserland is een prachtig land. Met de trein, dat is. Om te rijden zie je toch geen reet van de omgeving omdat je continu moet opletten op debiele weggebruikers en wegonderbrekingen. Dus hup Fritzl’s van Zwitserland, bouw maar mooi een tunnel onder jullie land door. De snelweg naar Stuttgart was een hel. En ik zal hier even precies uitleggen waarom. Duitsers (en Zwitsers ook) gaan niet aan de kant. Die blijven links of in de middenbaan rijden, terwijl in de rechterbaan vaak alle ruimte is. De 5678863543 files op deze snelweg waarin wij terecht kwamen hadden dan ook deze oorzaak. Die schijtlui blijven liever in de linker en middelste baan in de file staan dan dat ze doorrijden op de rechterbaan. En ze kijken niet in de spiegels, dat ook. Ik was daar op een gegeven moment zo klaar mee dat ik al zigzaggend van rechts naar links naar voren reed. Dan maar boetes hoor. 🖕🏼😤
Iets na zessen kwamen we aan bij het hotel in Karlsruhe. De geboortestad van de 2 grote Olivieren, Bierhof en Kahn. En Tanja Jess! Zij is daar ook geboren, mensen! (nee, ik doe ook niks met deze info). Ook nu moesten we nog eten dus liepen we het eerste beste Grieks restaurant binnen. Een Albanese moordbrigade wachtte ons op. Tenminste, daar leek het op. Maar het waren uiterst vriendelijke mensen! En met lekker eten! En véél! Ik had gezegd dat ik ze zou aanbevelen dus mocht je ooit in Karlsruhe zijn, Olympia Restaurant, der platz zum sein! We besloten uit te slapen. En met we bedoel ik de dames natuurlijk, ik liep alweer om 7 uur rond te struinen. Na het ontbijt en tanken knalden we om 10.15 uur de snelweg op. De laatste kleine 500 kilometer. Nou, daar kan ik kort en nog korter over zijn; SCHEISSE! De ene wegonderbreking na de andere. Een beetje doorrijden zat er niet in. Gutentag seg, wat een vermoeiende lui die Germanen. Zorg dan dat je de vakantieroutes vóór de vakanties klaar hebt. Zucht, ik moet ook alles uitleggen. Pas na Duisburg verdween de drukte, wegonderbrekingen en slecht wegdek als schnee für die Sonne en dat was een verademing voor autobestuurders zoals ik. Goed wegdek, weinig verkeer en zo snel als je maar durft. En dat laatste heb ik geweten, ik denk dat de gemiddelde snelheid daar zo’n 200 km/u was. Toen vrouwlief heel even haar ogen sloot voor een licht dutje maakte ik gebruik van de situatie. De voiture tikte de 240 aan hoor!
Om 17.13 uur precies dropten we dochter bij haar vader, deden we een poar neem’n en om 18 uur lagen we beiden uitgeput op de bank. De geweldige vakantie zat erop. Volgend jaar gaan we weer. Nu al sin an.
Ken je dat? Dat je een bijna perfect weekend hebt gehad? Mijne was dat. Jammer wel hoor. Het zag er zo rooskleurig uit en tóch ging het op de laatste meters mis. Ik zal het uitleggen, lees gerust verder.
We hadden weer eens een weekend waarbij ik, tussen het logeren, shoppen en feesten door, vooral achter het stuur zat. Kilometers maken, zeg maar. Ik denk zo’n 37279 ofzo. Kan er een paar naast zitten. Doe dat graag hoor, a man’s gotta do what a man’s gotta do immers. Maar toch, het is even doorbijten, of in dit geval doorrijden. Hahaha. Het begon vrijdagavond. Met mist. En dan bedoel ik mist met nul komma nul zicht. De voorruit was nog net zichtbaar, zeg maar. Ik weet niet wat ze tegenwoordig de lucht inspuiten maar dat is wel hardnekkig spul. Nadat vrouwlief mijn brillenglazen had schoongemaakt, werd het zicht trouwens stukken beter hoor, ik zag toen ook de eerste 23 meter vóór de auto. De reis verliep verder prima en halverwege de avond arriveerden we op logeeradres 1.
Zaterdag moesten we Yellowstone-shoppen. Ik lijk tegenwoordig als 2 druppels op Kevin Costner dus mag een cowboyhoed natuurlijk niet ontbreken. Toen ik per toeval ook nog tegen een ranchjas aanliep, had ik een laf stijfje. Vrouwlief had er zelfs twee. Als diezelfde ranchman heb ik de hele avond en kwart nacht rondgelopen. Voldaan vielen we halverwege de nacht in slaap op logeeradres 2.
De zondag was de dag van de meeste kilometers. En nog steeds hing die dichte tot zeer dichte mist onbeweeglijk in de lucht. Apart🧐. Tegen elven in de ochtend gingen we van logeeradres 2 naar moeke (4379 km) om haar op te halen om naar het midden van het land te scheuren (6920 km). Oudste zoon vierde namelijk zijn 17e verjaardag. Na het partijtje reden we naar huis in poarneem’n land (3357 km) om daarna tegen zessen even lekker te Grieken in Duitsland (1276 km). Hierna dropte ik vrouwlief thuis af en bracht ik moeke weer naar huis (2521 km heen en 2125 km terug).
Om 21 uur begon ik aan de laatste tocht van het weekend, terug naar huis. Op de Hunebed highway reed het lekker door en tikte ik met regelmaat de 230 aan. Omdat via Duitsland naar huis rijden prettiger is, want rechttoe rechtan wegen, deed ik ook gisteravond niet anders. Duitsers slapen blijkbaar allemaal rond 21.30 uur want ik was de enige op de weg. Of zou de dikke mist de oorzaak zijn geweest? Licht vermoeid maar nog steeds in volle concentratie tufte ik rustig met 100 (dat mag gewoon in Duitsland😁) over de provenciale weg van ort zu ort nach hause. Toen plotsklaps, spontaan en ineens uit het niets, ja uit de mist, 10 meter voor me een gans de weg op waggelde. Of een ganz, zoals ze in Duitsland zeggen. Voor een uitwijk was geen tijd en ook deed ik daar geen moeite voor gezien de dichte mist en wellicht wat gladheid, dus ik kon niet anders dan ganz vol frontaal nemen. Verdammt noch mal! Kut ganz! En ganz kut natuurlijk. Het was namelijk de auto van vrouwlief. Daar ging mijn tot dan toe perfecte weekend. Zucht, het zal ook eens niet.
Ik wilde het voor me houden want sommige autozaken moet je gewoon niet aan vrouwen vertellen zeg ik altijd, dus belde ik vrouwlief. Ze dacht dat ik een grapje maakte omdat ik wel vaker grappige dingen zeg en eigenlijk standaard een grappige vent ben. Dus trok ik aan die bremse, gooide het stuur om en reed terug naar platz von impact. Ik schraapte ganzmans van het asfalt, pakte ‘m op en propte ‘m in de grill van de auto. Wat nou, ik maak een grap. Vanochtend heb ik ‘m uit de auto getrokken en alvast op de BBQ gelegd. De eerste de beste zomerse dag maak ik paté van ‘m. Ganz viel zin an.
Vorig weekend was vriendenweekend bij ons. Wat eigenlijk betekent dat wij een volledig weekend besteden aan en met vrienden. Unieke en spaarzame doch gouden weekenden zijn dat. Zaterdag gingen we uit eten in een dorp verderop. Bij een steakhouse vanzelfsprekend want vlees. Ik was al de hele middag een beetje gammel op de maag, maar een beetje vent piept daar niet over en omdat ik zeker een beetje vent ben, ik dus ook niet. Na het hoofdgerecht, sigaartje, koffietoetje en nog een sigaartje was het tijd om bij het steakhouse af te rekenen en in de kroeg af te pilsen. En daar ging het mis.
Mijn gammele maag begon plotseling aanwijzingen te geven dat het verstandig zou zijn om de maaginhoud zo snel als mogelijk te dumpen. Terwijl wij wachtten bij de kassa op onze jas aantrekkende en afscheid van de bediening nemende vrienden, zei ik tegen vrouwlief dat zij maar met de anderen mee moest rijden omdat ik toch écht als de wiedeweerga naar huis moest. “Wacht nou maar even.”, zei ze en 10 seconden later zagen we vrienden aan komen lopen. De druk vanuit mijn maag naar onder werd hoger en hoger en ik MOEST weg. “Okee, ga maar, ik rij wel met hun mee.”, zei vrouwlief 7 seconden later.
De 3,4 kilometer naar huis werd een regelrechte kringspiertest. Goeiendag zeg! Maar gelukkig beschik ik over een ferme, stevige, sterke en strakke kringspier dus met mijn vertrouwen in een goede afloop zat het wel snor. Ben niet voor niets een controlfreak, immers. Op 462 meter van huis koppelde ik alvast de gordel los, en nog dichter bij huis ook mijn broekriem. Niets liet ik aan het toeval over. Ik scheurde de auto schuin het parkeervak in, sprong eruit en stiefelde zo snel ik kon die 17 meter naar huis. En toen ging het ècht mis. Mijn ferme, stevige, sterke en strakke kringspier begaf het. ……………………………………..
Ik zal je de details besparen, maar de eerste 400 gram stront glipte in vloeibare vorm langs mijn toch ook ferme, stevige, sterke en strakke billen mijn onderbroek in. Vlug opende ik de voordeur en ja hoor, daar kwam de volgende 729 ons. Tijd om mijn jas uit te doen had ik niet, ik was al blij dat ik mijn broek boven de rand van de pot naar beneden kreeg. Hier liet ik de controle over de kringspier volledig varen en met volle kracht spoot mijn maaginhoud de wc in. Het kletterde zo hard op het kabbelende wc-water dat het met dezelfde volle kracht weer omhoog kwam.
…………………………………………..
Ik zal je de details besparen, maar nadat ik na een minuut of 10 compleet was leeggescheten en ik het zweet van m’n voorhoofd had geveegd, nam ik het besluit om de schade op te nemen. De onderbroek tussen m’n enkels was gevuld met een laag waar een gemiddelde kom soep niet voor onder deed (waardering voor Hema onderbroeken hoor. Die houden vocht goed vast!), van de onderrug tot aan de hamstrings was het een grote bruine vlek en schoonvegen van de anus was onbegonnen werk. Ik moest een plan van aanpak bedenken. Mijn jas kreeg ik uit door mijn rechterschouder even uit de kom te duwen, mijn schoenen flikkerde ik de gang in, mijn spijkerbroek deed ik met beleid uit, net als m’n sokken -bang om de onderbroeksoep te kantelen- en m’n overhemd scheurde ik in drieën. Daar zat ik dan, naakt met een volle onderbroek op m’n enkels. Ondertussen hoorde ik m’n telefoon whatsappen. Ik ging er maar vanuit dat vrouw en vrienden inmiddels de kroeg hadden bereikt.
Met de volle onderbroek tussen de knieën geklemd liep ik de trap op, naar de douche. Ik zal je de details besparen, maar ik had 17 washandjes nodig om mezelf weer enigszins toonbaar te maken. Met een schone onderbroek, andere kleren en de haartjes weer in model moest ik natuurlijk wel mijn sporen wissen. Kom op zeg, niemand hoeft toch te weten wat mij was overkomen. Dus nadat ik de badkamer, de overloop, de trap, de gang en de wc had ontdaan van de bruine smurrie, kwam ik drie kwartier later de kroeg binnen alsof er niets gebeurd was.
Maar even tussen jou en mij hè, wat nou als ik 17 seconden eerder was vertrokken bij dat steakhouse? Dan had ik toch deze hele shitzooi nooit gehad? 🧐 Hmmm, even de vrouw de schuld geven, ben zo terug.
In mijn jonge tienerjaren had ik met grote regelmaat een terugkerende droom, of eigenlijk meer een nachtmerrie. Of een visioen, zo je wilt. Op mijn 52e rijd ik in de auto in de schemer van de avond op een landelijke slingerweg ergens in de provincie (bij Zuidlaren in de buurt). In een flauwe bocht verlies ik de controle over de auto omdat ik iets te hard rijd, en kom tot stilstand tegen een hoek van een huis dat vlak aan de weg staat. Ik ben op slag dood.
Toen ik jaren later mijn rijbewijs had dacht ik zelfs precies te weten welk huis het was. Nu kwam ik in die tijd niet vaak daar op die plek of ook maar in de buurt, want wat zou ik daar moeten doen? En nog steeds kom ik daar niet heel vaak in de buurt. Dus langzaam vervaagde die nare gedachte van mijn overlijden dan ook uit mijn systeem. Tegenwoordig woon ik tegen de Duitse grens aan en is tanken en boodschappen doen dus een aangename financiële meevaller. De weg ernaartoe is een slingerweg. En ook aan die slingerweg staat een huis vlak aan de weg, ook in een flauwe bocht. De nare gedachte kwam de afgelopen tijd zo nu en dan weer terug. Diep in mijn achterhoofd hield ik er toch stiekem een beetje rekening mee als ik naar de oosterburen reed.
MAAR BESTE LEZER, ZORGEN MAKEN HOEFT NIET MEER WANT IK BEN EEN OVERLEVER. SINDS AFGELOPEN NACHT 01.08 UUR BEN IK NAMELIJK 53 JAAR GEWORDEN! Tijd voor een feessie, dunkt me.