En wederom blijk ik maar eens wederom gelijk te hebben. Wederom. Maar ja, wat anders is nieuw? Ik had gisteren een dutloze dag want ik had een lange dag. Lang verhaal, boeiuh. Maar rond middernacht reed ik de krappe 200 kilometer terug naar huis. Goed weer, goed zicht en 3 man en een paardentrailer op de weg. Ik tikte dus met gemak Mach4 aan en ik was onderweg mijn persoonlijke record te verbreken. Tot ik even na Hoogeveen een fluorescerende auto voor me in de gaten kreeg. Het bleek een politieVolvo te zijn. Mijn alarmballen werken dus nog perfect.
Ik schakelde terug, haalde m’n voet van het gaspedaal en ging 300 meter achter ‘m rijden. Precies 130 km/u. Zucht, daar ging m’n recordpoging.
Ze gingen er gelukkig af bij het Assense politiebureau, ik kon weer door. Wellicht dat ik toch nog een tweede uitstekende tijd neer kon zetten? Helaas, het mocht niet zo zijn.
Ter hoogte van parkeerplaats ‘Glimmermade’ werd ik opgevangen door een tweede politieVolvo. Blijkbaar communiceren ze toch! Tot mijn afslag bleef ik netjes achter ze rijden terwijl ik mijn zangkunsten hardop perfectioneerde. Ik had immers niet veel beters te doen.
En zo, beste lezer, is mijn gelijk maar weer eens aangetoond. Polities in opvallende auto’s komen de veiligheid op de weg alleen maar ten goede. Weinigen hebben immers het lef zo’n voertuig voorbij te klappen.
Ik rust mijn casus.
Oh nee, toch niet. Misschien dat die vele premiejagers in die ONOPVALLENDE voertuigen op snelwegen ingezet kunnen worden bij de ontruiming van krakers van privé-eigendommen ofzo? Tis maar een ideetje hoor.
(oja, nog even over de titel van dees anekdoot. Het is een beetje als mijn liefdesleven. Ziet er hoopvol uit maar blijkt telkens weer een teleurstelling te zijn ;-) )