Oudje

Ik heb vanzelfsprekend 2 onderburen, dat is over het algemeen vaak zo als je 3 hoog woont namelijk. Direct onder me woont momenteel nog de verkoper (hierna M te noemen) van mijn penthuis met zijn nieuwe vriendin. Ik noem ze m’n onderburen. Helemaal onderaan woont een echtpaar van dik in de 287 jaar. Dit zijn m’n ondersteburen. De vrouw is nog redelijk bij positieven, de man daarentegen kan elk moment z’n laatste scheet laten. Hij heeft de lichamelijke vorm van bovenstaande wandelstok, schuifelt meer dan dat hij stappen zet, praat en ademt heul moeilijk en hij heeft me al 3 keer verteld dat hij ziek is. Joh!
Vorige week sprak hij mij voor de 2e keer aan over de vuilniscontainers.
De eerste keer begon hij tegen me te zwetsen en was hij in de veronderstelling dat hij tegen M sprak en hij over ‘de nieuwe’ (ik dus) begon. Ik legde m’n duim op en m’n wijsvinger onder z’n kin en duwde zijn hoofd omhoog. Hij deed hem zichtbaar pijn. “Kijk ’s goed oudje, ik bèn de nieuwe”, zei ik.
Afgelopen vrijdag liep ik hem weer tegen het lijf. Letterlijk. Ik droeg een doos van 149 kilo naar binnen en meneer stond een beetje zinloos in de benedenhal naar adem te happen. Hij deed me denken aan Jo, m’n oude buurman in Groningen. Die zat aan de zuurstof en toen hij ’s een keer bij ons tuinhek de krant kwam brengen, vroeg ik of hij een luchie kwam scheppen. Broer en ik noemen hem sindsdien OxyJoe. Hilarisch.
“Of het duidelijk was over de containers”, vroeg ie. Met een verveelde zucht trapte ik achteloos de deur achter me dicht. “Oudje”, zei ik, “als ik wat afspreek, dan doe ik het”.
“En ga nu ’s als de sodemieter aan de kant”. Ik banjerde door.

Vanavond was het weer ‘container aan de weg zet avond’. Dat is elke maandag om de 2 weken, dat kan ik makkelijk onthouden. Ik had vandaag een pittige vroege dienst gehad en tel daar bij op een heerlijk edoch vermoeiend weekend met beide zoonlieven, m’n middagdutje werd er dus één van dik 3 uur. Ben tenslotte ook geen 39 meer.
M’n penthuis had dringend behoefte aan een schoonmaakbeurt, ik besloot dat vanavond te doen. Dat mot tenslotte ook gebeuren nu er hier geen vrouwmens rondloopt om dat te doen.
Tegen half 9 was ik klaar, ik trok een pils los. Deze ff leeghikken en dan die containers maar even aan de weg zetten, dacht ik. Tijdens het leeghikken besefte ik me ineens dat oudje waarschijnlijk al sinds een uur of 6 voor het raam staat te gluren of onze containers al buiten staan. Ik kreeg lol. Ik zag een ongeduldige, rood aanlopende bejaarde voor me.
En ik kreeg gelijk. Tegen 10 over 9 hoorde ik beneden een deur open gaan. Heel zacht deed ik mijn deur open, ik hoorde oudje de trap op strompelen. Ik wachtte tot hij onderaan ‘mijn’ trap (15 treden verder dan zijn voordeur!) stond en uit stond te puffen.
Vrolijk fluitend huppelde ik de trap af. “Goedenavond oudje”, zei ik vriendelijk.
Tussen de zware ademhalingen door begreep ik dat hij vroeg of ik de containers ging doen. “Jazeker”, zei ik en ik huppelde vrolijk fluitend verder. “Ja, want ik wil wel naar bed, ik ben namelijk ziek, weet u”, kreunde hij.
Ik deed of ik ‘m niet hoorde, ik had geen tijd voor z’n gejammer.
Ik moest de containers buiten zetten.

4 gedachten over “Oudje”

    1. Ik zet de 3 containers buiten. M zet ze weer binnen. Waarschijnlijk deed oudje het van 1734 tot 2007 ofzo. Weet ik eigenlijk niet, boeit me ook niet.
      De containers zijn nog het enige ding in het leven van de beste man waarschijnlijk.

      Like

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag