Vanzelfsprekend moesten we ook weer retour. (De geoefende kijker ziet dat het plaatje geflipt is. Ik ben me d’r een hoor!).
We liepen naar station RAI en op de borden in de vertrekhal aangekomen zag ik dus nergens onze eindbestemming staan. Ik deed m’n goedgemuts, die ik op de beurs de hele tijd had gedragen, af en flikkerde ‘m naar de eerste de beste zwerver die ik zag.
In het midden van de hal stonden 2 NS-medewerksters. Eentje zag er uit alsof ze asjeblieft in het Blijf-van-m’n-lijfhuis mocht wonen. De andere was een dikke sma waarbij het leek alsof ze het uniform hadden gebodypaint. Twee gedrochten maar ik deed toch m’n lieve schoenen uit en stapte op ze af.
“We moeten naar Ede-Wageningen”, zei ik.
Dikke sma draaide zich om (duurde ff uiteraard) en antwoordde heel gevat; “Da’s mooi”.
Dooie lijkcollega van d’r moest er om lachen. PETS! PETS!
Lelijke monsters. Met je stomme rode petjes!
In een redelijk volle coupe ging ik uitgebreid op 2 stoelen zitten en nam ik Sam op schoot. “Gezellig hier zeg”, zei Sam. De mensen om ons heen, en die leuke meid schuin tegenover ons in het bijzonder, moesten er om lachen.
We zaten in een stoptrein en nu begrijp ik waarom ze die zo noemen. We hebben elk station tussen Amsterdam en Utrecht gezien.
Dat werkt toch niet man, dat kun je net zo goed gaan fietsen, NS!
Maar een voordeel van overal in de middel of nowèr stoppen is dat er steeds mensen uit en instappen. En iedereen van de RAI-coupe stapte ook daadwerkelijk uit. Behalve leuke schuin tegenover ons meid.
Ergens halverwege kwam een meid direct tegenover ons zitten. Op de stoel naast haar kwakte ze 3 grote tassen neer, propte oordopjes in en ging met een uitgestreken muil recht voor zich uit staren.
En recht voor haar uit zaten wij toevalligerwijs vrolijk te wezen. En als ik ergens niet tegen kan, is dat iemand met een chagrijnige smoel naar m’n zoon kijkt. Ik tilde Sam van m’n schoot, zette ‘m naast me neer, leunde voorover en ……………
Ik bedacht me dat een flinke pets misschien een verkeerde indruk op leuke schuin tegenover ons meid zou hebben. Sam begreep me. Hij ging staan en slapte ’t stuk chagrijn vol in d’r smoel. That’s my boy!
Bij weer een kein stationnetje waar we stopten stapte een sujet in. Een jonge vent die de les persoonlijke hygiëne volledig aan zich voorbij heeft laten gaan. En natuurlijk moest hij zitten op de stoel met tassen, naast de inmiddels wat vrolijk kijkende chagrijn. Hij had een bakkie patat en nam dat uiterst onsmakelijk tot zich.
We stopten weer verder en terwijl de machinist de boemel pittig doortrok naar z’n 2 zei Sam dat ie moest plassen. Ik petste sujet en zei dat hij onze plaatsen vrij moest houden. Sam en ik gingen op zoek naar de wc in de trein. Veertien wagons verder zat er eindelijk één! Dat werkt toch ook niet, NS!
In Bussum-Zuid stapte leuke schuin tegenover ons meid uit. Ze glimlachte naar ons. Ik glimlachte terug, Sam gaf haar een knipoog. Hij had het vermoeden dat ze ons stiekem had gefilmd met haar telefoon. Ik deelde die mening.
Na 17 uur boemelen kwamen we aan in Ede.
We hadden een geweldige dag gehad.
(morgen op het werk maar ’s even de satellieten boven Bussum-Zuid plaatsen)