Piepelen

RallyIk houd er niet van gepiepeld te worden. Hoewel het tegenwoordig al een stuk minder is hoor. Vroeger was het bij het minste en ook geringste van ‘Wat nou? #$$^$#&*&!!!’ en haalde ik de raarste capriolen uit om mijn gelijk te bewijzen. Maar tegenwoordig ben ik ietsjes volwassener en een heul stuk ouder geworden, ze krijgen mij niet zo gauw meer op de kast.
Tenzij je mijn zoontjes bent en op Eurosport een rallyrit ziet. “Dat kan jouw auto niet, hè papa?”
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10…………………… Nee, dat hielp niet.
“Wat nou? %^&%#%^^!!” “Hup, jas aan! Ik zal jullie ’s laten zien dat ik dat veel beter kan dan die sissy’s in die omgebouwde gayauto’s”

Met 160 knalden we het bos in mijn achtertuin in. Het was blubberig, modderig en af en toe zanderig. De spetters vlogen me aan alle kanten voorbij. De jongens ook………… Oh, vergeten………… Ik besloot ze eerst eens vast te gordelen. Veiligheid vòòr alles immers.
In de verte doemde een ‘verboden voor voertuigenbord’ op. Ik joeg het ding met paal en al tegen de vlakte. Kom op zeg, dat bepaal ik zelf wel! Ik schakelde naar z’n 5 en drukte het gaspedaal volledig in. Plassen, kuilen, hobbels, alles nam ik op volle snelheid. “ZIEN JULLIE WEL?”, schreeuwde ik boven ‘Killing in the name of’ op vol volume uit. Ik had jolijt. Sam naast me zag lijkbleek. In mijn binnenspiegel zag ik dat Teun 34 kleuren kots had gespuugd. Hè, ik moet hem toch eens wat minder snoep geven, dacht ik nog.
Ah, daar kwam de bocht naar rechts. Met een slinger aan het stuur en de handrem omhoog gooide ik de voiture naar rechts. Ik knalde met m’n hoofd tegen het zijraam en raakte buiten bewustzijn………………………..

En daar ging het mis. De auto reed met volle vaart door een 3,62 meter diepe met water gevulde kuil. Door de schok schrok ik weer binnen bewustzijn. Ik probeerde uit alle macht te corrigeren maar het was te laat. De Peu was dodelijk getroffen.
FUK!
We stapten gedrieën uit, ik opende de motorkap. Alles was zeiknat. Omdat er altijd mensen zijn met meer verstand van auto’s dan ik, deed ik een belletje in het rond. ‘Hij moet even drogen, probeer over een half uur nog maar eens te starten’ kreeg ik als advies. Prima. “Kom jongens, we gaan spelen.”
Naast het zandpad waarop wij stonden lag een enorm veld. Een veld met alleen maar blubber. De jongens vermaakten zich met dingen die je op een zandpad met daarnaast een blubberveld doet. Ik moest piesen als een reiger. Ik ledigde de blaas tegen een boom toen ik een paniekerige “PAPAAAAAAA” hoorde. Fluks keek ik om en zag nog net de kruin van Teuntje’s hoofd. In volle sprint en met een enorme snoekduik greep ik het hoofd van mijn zoon. Ik trok hem met alle kracht uit de vacuüm zuigende blubber. Pfew, net op tijd!
Vanzelfsprekend zagen wij er niet meer uit. Alles zat onder de blubber. Maar dan ook écht alles. Ik bedacht mij dat ik een volgende keer de piem in de string moet doen en de spijkerbroek dicht knoop. Aandachtspuntje!
Ik probeerde de wagen te starten. Niks. Wel riep Sam van achter de auto dat het lekt. Ik knielde en zag dat er inderdaad vloeistof lekte. Er lag een aardige plas. Ook hing er een ding onder de auto te bungelen. Het rook benzineachtig maar zeker weten wist ik dat niet. Ik hield mijn aansteker erbij. WOEMMM! Ja, het was benzine.
Hmm, en nu? Er ging van alles door m’n hoofd. Wat kan het zijn? Hoe kom ik thuis? Hoe komen de jongens thuis? Wat zal ik eten vanavond? Zou de was al droog zijn? Laat ik m’n piem eens schoon vegen.
Verantwoordelijke vader als ik ben belde ik voormaligje om de jongens te komen halen. Dan waren zij in elk geval veilig thuis. Een kwartiertje later zwaaide ik ze uit. “Dag jongens! Tot Dinsdag.”
Daar stond ik dan, in de middel of nowhere. De zon ging bijna onder, het werd frisser. Ik moest iets doen. Ik moest voorkomen dat ik de nacht in de ijzige kou midden op de Veluwe zou moeten doorbrengen.
Volgens mijn berekening was het exact 6,8 kilometer naar huis. Ik moest maar gaan duwen, hoe zwaar kon dat zijn?
Nou, lieve lezer, dat was best pittig kan ik melden. Het is knap lastig duwen in een deuropening, met het stuur op slot, heuvel op en heuvel af.
Maar aan de andere kant, ik had mijn 23 minuten sporten voor die dag er wel weer op zitten. Zo positief kun je het natuurlijk ook bekijken.

Ik heb de Peu zojuist weer bij de garage afgehaald. Hij rijdt weer als een tiet!
En mijn jongens? Zij vinden mij de beste rallyrijder evah.

We piepelen!!

 

5 gedachten over “Piepelen”

Plaats een reactie