Ik sprak vanmiddag een huppelkutje. Zo’n meidje net van school, nog net niet droog achter d’r oren, hier en daar nog wat puspukkeltjes, iets teveel make up, net oud genoeg voor mij om haar vader te zijn en die dan zo’n ingestudeerd toontje aanslaat. Je kent ze wel. Man man man, wat een droeftoetster!
Bij elk woord dat ze uit haar giechel barfte, zuchtte ik meer en meer en kon ik alleen maar denken ‘mens, ga koffie halen!’ Of ga je nageltjes lakken. Of ga Justin Bieber onderkwijlen.
Ik heb haar denkbeeldig zéker 34 bitchslaps gegeven. En haar 15 fluimen vol in haar bek getuft.
En ik moet me vergissen hoor maar ik denk dat ze zelf denkt dat ze heul intelligente zaken uitkraamde. Het arme schaap.
NOU, NEE!!
Ik kreeg op een gegeven moment gewoon medelijden met haar. ‘Kind, stop asjeblieft met blaten! Laat asjeblieft wat zuurstof bij die hersenen toe. Denk asjeblieft even 13 tellen na voordat je die klep opentrekt. Of neem er 43. Minuten! Dan heb ik wat meer tijd m’n aandacht naar iets wèl nuttigs te verleggen.
GOEIENDAG ZEG!!
Nee, lieve lezer, uit een relatie tussen een huppelkutje en ik (ik werd laatst een man der mannen genoemd!) zal nooit een goed huwelijk groeien.
We huppelkutjen!