De dood

1236858_841255379241341_3909981164501666686_nIk heb één van mijn opa’s nooit gekend. De man stierf ver voor ik geboren werd. En meer dan dat hij een wegenbouwer was, hij bestuurde een wals, weet ik eigenlijk niet over hem. Natuurlijk zal mijn moeder vroeger over haar vader verteld hebben maar dat is me, om eerlijk te zijn, niet echt bijgebleven.
Nu ik ouder ben, letterlijk en figuurlijk, en ook vaderloos merk ik wat een gemis dat is. Opa’s vervullen een hele belangrijke rol in het leven van een kind. Daar ben ik inmiddels wel achter.
Goed, mijn jongens hebben nu 2 opa’s maar dat hadden 3 kunnen (moeten) zijn. En juist daarom probeer ik de gedachte van mijn vader bij mijn jongens zoveel mogelijk levend te houden. Ik vertel ze verhalen over hem en ik heb in huis een foto van hem centraal tussen hun foto’s in staan.
Afgelopen zaterdag zou mijn vader 67 jaren zijn geworden. Ik was met de jongens bij mijn moeder en moeke ging in de ochtend, zoals elk jaar, even een bloemetje naar zijn rustplaats brengen. Ik besloot de jongens te confronteren met het eindstation van de dood, de rustplaats. We gingen met moeke mee. Eens moet dat, was mijn gedachte. Jongste zoon Teun had een tekening voor opa gemaakt. Ik vroeg wat al die lijntjes en kleuren voorstelden. Het was een boot waarop oma, papa, Sam, Teun en Charlie allemaal op zaten. En òòk opa! Ik vond dat mooi.
We parkeerden de auto en liepen hand in hand naar het veldje waar opa ‘lag’. Moeke haalde een vaasje en bloemen tevoorschijn, Teun legde de tekening op de grond.
Hier hield de concentratie van de jongens op. Ze kregen een halve regenboog, een aandenken, in de gaten. Toen ik zei dat Teun de regenboog niet mocht pakken, kwam de verwachte (en voor een 4-jarige logische) reactie. “Waarom niiiiiiieeet?”
Ik pakte de jongens bij de hand en liet moeke haar ding bij de rustplaats doen. Wij gingen een rondje over het herdenkingsveld lopen. Foto’s, gedichten, stenen, vlinders, overal zijn we even stilgestaan. Tot de jongens een brug in de bossen zagen. “Hé, een geheime brug”, maakte ik er een spannend spelletje van. We slopen de brug omhoog. Bovenaan was nog een veldje met gedenkstenen. We liepen verder, de brug af en kwamen uiteindelijk op de plek van opa’s rustplaats uit. “Hé, we hebben een rondje gelopen!”. Ze spraken af allebei een kant op te rennen en elkaar op deze plek weer tegen te komen. En nog een keer. En nog een keer. Leuk spelletje.
Moeke was inmiddels klaar, ze nam de jongens naar een plek waar nog veel as lag. Ik ging nog even een groet aan m’n vader brengen.
Sam vroeg wat de as was. Ik vertelde hem de waarheid. “Als sommige mensen dood zijn, worden ze verbrand en dan blijft er as over en dat strooien ze over het gras.” We liepen langs de oven met de enorme schoorsteen. “Kijk, daar worden ze verbrand.”, zei ik. Ik zag dat de jongens (vooral Sam) het maar moeilijk te vatten vonden.
Op de parkeerplaats probeerde moeke tot 2 keer toe de deur van de naast ons geparkeerde auto te openen. Wij kregen de slappe lach.
De perfecte afleiding voor de jongens na zo’n confrontatie met de dood.