Vrijdagochtend vroeg vertrok ik naar de plek waar ik altijd al eens naartoe wilde, Normandië. Om exact te zijn, naar het pittoreske plaatsje Hermanville-sur-mer. Van een beetje zelfpromotie ben ik immers niet vies.
Waarom Normandië vraag je je af? Nou, ik ben erg geïnteresseerd in Wereldoorlog 2 en het schijnt dat in Normandië nogal het één en ander gebeurd is. En om mijn kennis nu enkel te toetsen aan wat leeswerk en wat films vind ik niet voldoende. Ik moet die hel van 70 jaar geleden met eigen ogen zien.
Maar voor ik dit alles kon aanschouwen, moest ik zelf eerst door een hel. België. Man, wat is dat een derdehands pauperland zeg! Misschien een keer wat geld investeren in asfalt in plaats van willekeurig betonnen platen neer te kwakken? Op wie kan ik de schade aan m’n schokbrekers verhalen? Stelletje wanna be Nederlanders.
Ik werd zelfs nog aangehouden even voorbij Antwerpen. Waarom ik zo hard reed? Ja duhuu, ik wil zo snel mogelijk dit Malawi van Europa uit zijn natuurlijk! Zucht, moet ze ook alles uitleggen……………… En waar was Mega Mindy?
Tegen de middag bereikte ik Le Havre. En daar trof ik hetgeen aan wat ik zo mooi aan een autotrip door Frankrijk vind. Twee gigantische bruggen achter elkaar over La Seine. Kunnen wij altijd wel flink doen over de Maas enzo maar die Seine, dat is me een plens water! Bonsjoeah zeg!
De eerste brug overlapt een industriegebied en brengt je gelijk al 5,4 kilometer de hoogte in, beneden kom je bij de tolpoort (5,40) en dan de daadwerkelijke brug over de machtige rivier. Ik geloof dat de top op 7,2 km ligt en er zit ook nog een slinger in. Ik was van dit architectonisch meesterwerkje behoorlijk gecharmeerd en besloot bovenop te stoppen om wat foto’s te schieten. De 89 auto’s (al dan niet met caravan) achter me hadden er weinig begrip voor. Ik heb zelden zoveel getoeter tegelijk gehoord. Cultuurbarbaren!
Hermanville-sur-mer reed ik klokslag 15.00.00 uur binnen. Klokslag 15.00.18 uur was ik er weer uit. Ik keerde en parkeerde op het eerste de beste plein. De boel was uitgestorven. Bij een heul klein ietepieterig winkeltje stond de deur open. Ik liep naar binnen. BONSJOEAH!, riep ik op m’n vrolijkste Frans uit. Een vrouw die zeker de 90 was gepasseerd kwam vanachter aangestrompeld. “Parlévoe Grunnings?”, vroeg ik. Ze keek me vragend aan en schudde met haar hoofd. “Otèl?”, vroeg ik. Ik zag een blik van herkenning in haar ogen. Ze mompelde wat, ze wees wat, ik verstond er geen ruk van. Wellicht was ze beter te verstaan geweest als ze haar gebit in had gedaan. Plots ving ik het woordje ‘plage’ op. “Stráánd”, zei ik. “Dat is stráánd in het Grunnings” en ik schreef het voor haar op een papiertje op de toonbank. “Goed onthouden!”, zei ik. Ik bedankte haar en gaf haar een kus op haar voorhoofd.
Hotel ‘Le Canada’ was het enige hotel in het prachtplaatsje. Het arrogante mokkel achter de toog gaf aan dat er geen kamer vrij was. Tenminste, dat begreep ik. Ook zij praatte geen woord Grunnings. Ik vond het niet erg. Ik had bij binnenkomst al besloten een wedstrijdje ‘arrogant doen’ te houden en er sowieso niet te blijven. Ik heb op punten gewonnen.
Ik stapte weer in mijn Franse voiture en bedacht me toen dat ik eigenlijk wel gigantisch moest piesen. Gelukkig zit er aan de D514 om de 400 meter een weggetje naar het strand en ik sloeg de eerste afslag die ik tegenkwam rechtsaf. Het was vloed, het strand was een meter of 38 lang. Er lagen mensen te zonnen, er waren kinderen aan het spelen. Ik scheurde het strand op, parkeerde mijn auto tegen de waterlijn aan en ledigde mijn blaas in de Atlantische Oceaan. Je moet alles een keer gedaan hebben, tenslotte.
Ik betrok een chambre in hotel ‘Le Beau Rivage’. Direct aan de boulevard en het strand in Luc-sur-mer. Gelegen tussen de beaches ‘Sword’ en ‘Juno’.
Een meid met een prettige decolleté van de plaatselijke VVV sprak gelukkig wèl een taal die ik begreep en zij voorzag mij van de nodige informatie. Mijn expeditie kon beginnen!
(*noot van de redactie: Deel 2 van dees anekdoot volgt snel. Anders wordt het zo’n lap leesvoer ineens en dat wil ik je niet aan doen. En trouwens, ik moet nu even poepen.)