Als ik praat, moet jij stil zijn

Legendarische uitspraak van de man die ik ooit mijn tweede vader noemde.

Wim kwam na mijn diensttijd in mijn leven. In de tijd dat ik (wéér) dreigde te ontsporen en ‘lang leve de lol’ de bovenhand had. Ik ging het huis uit en mijn vader liet me ‘los’. Ik zou het allemaal vanaf dat moment zelf wel even doen en in al mijn eigenwijsheid en eigengereidheid stortte ik me in het volwassen leven.
Met vallen en opstaan, met horten en stoten, met regelmatig keihard op m’n bek gaan en met soms helemaal in de war zijn ging het aardig bergafwaarts maar gaandeweg omringde ik me met oudere (volwassenere) mensen en Wim was daarvan de oudste.

Wim was elftalleider van het 4e elftal, het gezelligheidsteam, van de plaatselijke voetbalclub. Na de wedstrijden was het bieren. Lang leve de lol.
Maar regelmatig mondde het uit in discussies. Soms felle discussies. Ik, als jongste van het stel, had vaak de grootste bek en ging een gestrekt been en op de man af niet uit de weg. Boze mensen om me heen.
Dan was het altijd Wim die mij tot de orde riep; “Als ik praat, moet jij stil zijn!”  Als een klein kind liet ik mij dan in de hoek zetten. Leermomenten waren dat.

Ik ben 200 km verderop gaan wonen en het contact verwaterde maar wat heb ik veel aan die man te danken. Wat heb ik veel met die man gepraat. En wat heb ik veel levenslessen van die man geleerd. Ik durf zelfs te beweren dat hij op een bepaald moment de belangrijkste man in mijn leven is geweest. Als mijn vader geen grip op me kreeg was daar altijd nog Wim die mij met de neus op de feiten drukte.
Hij was op een bepaald moment in mijn leven eigenlijk mijn tweede vader. Ik besef me nu pas dat hij toen niet zo heel veel ouder was dan ik nu ben.

Vandaag bracht ik een laatste groet aan Wim.
Bedankt dat je op het juiste moment in mijn leven kwam.

Rust zacht, vriend.