Ik kreeg maandagavond een bericht dat een kennis van me is overleden. Aan die rotziekte. Drie maanden na de diagnose. Het greep me aan en dat is op zich opmerkelijk want ik kende de man niet heel goed, het was meer een verre kennis. Zo vaak zag ik hem niet. En de afgelopen 3 jaar heb ik hem al helemaal niet gezien. Een ex-militair, grote vent, zware stem, type rouwdouwer. Begin 60. Gestorven door een sluipmoordenaar.
Het hield me bezig deze week. Wat betekent dat het onderwerp, de dood, deze week weer eens een keer door m’n hoofd spookte.
Het is gelukkig al weer even geleden dat ik een sterfgeval van dichtbij heb meegemaakt, geloof dat de laatste in 2012 was. Maar ik krijg het nare idee maar niet uit m’n hoofd dat de tijd van sterfgevallen wellicht weer is gekomen. Ja, ik ben daar een rare in, ik weet het.
Ik ben bang dat binnenkort wat mensen in mijn kring aan de beurt zijn. John, de oorlogsveteraan, is al dik in de 90. Opaopa die eind 80 is. Maar ook Wim, m’n eerste schoonvader en vriend. Hij zal nu ook ergens halverwege de 70 zijn. Dat zijn toch mannen die wat betekenen of betekent hebben in mijn leven en die mij het eerst zullen ontvallen. Tenminste als de dood enige vorm van logica in zich heeft.
Maar dat zal weer eens niet. De klootzak zal wel weer in onverwachte hoek toeslaan.
Dat heeft ie namelijk al vaker gedaan in mijn leven.
De lafaard.