12 jaar geleden alweer

Vandaag is het 12 jaar geleden dat m’n vader plotseling overleed. Altijd een beladen en emotionele dag. Vooral in huize moeke. Zij heeft het er logischerwijs nog steeds heel moeilijk mee. Niet zo gek trouwens na dik 40 jaar samen.
Ikzelf sta er wat zakelijker in. Natuurlijk mis ik hem enorm maar dan vooral als opa voor mijn jongens. Ik vind het zo spijtig dat hij ze nooit gekend heeft. Maar het is een gegeven dat hij er niet meer is en dat accepteer ik. Tis nait aans.

Muziek was bij ons thuis een iets dat er altijd was. Geboren na de oorlog maakte mijn vader de geweldige muziek van de 60’s en 70’s van dichtbij mee en dat gaf hij door aan ons, zijn kinderen. Fats Domino, Stones, Beatles, Creedence, Elvis, Meatloaf, ik durf te wedden dat wij alle vier praktisch elk nummer kennen.
Zijn favoriete nummer, of zeker één van de, is Another brick in the wall van Pink Floyd. Hij kon vreselijk overdreven door de kamer air-gitaren (zie plaatje) zodra hij het hoorde. Dan ging de volumeknop open en deed hij ‘zijn showtje’. Ik lijk veel op hem en ik heb aardig wat eigenschappen van hem overgenomen maar dát overdreven gedoe gelukkig niet.😉😄

Ik kreeg halverwege de jaren 90 het live album ‘Pulse’ in handen en daarop staat een fantastische versie van het nummer. Met een lang intro. Enthousiast ging ik naar hem toe. “Moet je nou eens luisteren!”
Ik startte de cd en bij het gegil van de achtergrondzangeressen hoorde ik hem mopperen “Nou, vind er niks aan.”
Tot de gitaarriff kwam. Hij sprong omhoog en daar ging ie!
Prachtig vond hij het. En ik zijn reactie ook.

Bij zijn crematie moest natuurlijk ook muziek gedraaid worden. We gingen om de tafel zitten en na veel vorens en tegens kwamen we uit op 4 nummers: La comparsa van De maskers, In dreams van Roy Orbison, Geef me dien blues van Ede Staal en Elvira Madigan van James Last.
Inderdaad, mijn optie was gesneuveld. Ze vonden Another brick in the wall toch ietsjes te ruig voor een crematie. Bummer!

Dus nu, 12 jaar later dan gepland, alsnog pa’s favoriete nummer aller tijden. De geweldige live versie.
Ik ben even overdreven door de kamer air-gitaren.🎸🕺

Jacob

 

Jacob was een vriend van de familie. Hij was eigenlijk een collega van m’n zus maar na de eerste ontmoeting werd hij liefdevol opgenomen in de familie. Ik zag hem direct als de oudere broer die ik niet had.
Hij zag er niet uit. Dunne slungel, warrige krullenbol en een onverzorgde baard. Maar wat een gouden pik was het! Er zat geen spat kwaad in die jongen, hij had de droogste humor ooit en je kon hem middenin de nacht voor iets bellen en hij stond voor je klaar.

Hij was de ceremoniemeester op de bruiloft van m’n zus en hij regelde ook het vrijgezellenfeest van m’n zwager. Ik weet er niet veel meer van want dit speelt in de tijd waar vele herinneringen uit mijn geschiedeniskwab zijn weggesmolten maar ik weet nog dat we gingen karten. Kunsten die hij uithaalde! Ik stond er met grote klootogen naar te kijken.

Bij de bruiloft vertelde hij de droogste grap ooit. We zaten aan tafel en het eten werd opgediend. Moeke vroeg aan mij of ze moest opscheppen. Tikt Jacob mij aan en zegt; “Ik vind moeke maar een opschepper.” (nu is dit tegenwoordig een veel gebruikte woordgrap maar dit was ergens in de jaren 90, mensen!).

Helaas hebben we maar kort van hem mogen genieten. Op een winterse dag is hij met zijn auto tegen een boom geknald. Ik meen dat hij 27 jaar is geworden.

Tijdens een verhuizing van m’n zus en zwager liet Jacob me kennismaken met onderstaand nummer. Hij vond het een geweldig nummer (die zware gitaar!!!!!).
Telkens als ik dit nummer hoor moet ik aan Jacob denken. Vanmiddag was zo’n moment.
Jacob, mijn oudere broer die ik veel te kort had.

Wéér niet😞

Dit leveringsbriefje lag in de gemeenschappelijke ruimte van het huis waarin ik resideer. Ik had het al een tijdje zien liggen maar geen naam erop dus boeien. Tot mijn buurman me erop attendeerde dat het voor mij was want hij was naar het ophaalpunt geweest. Oh, prima, ik kijk wel even.
Pinksteren en nachtdiensten kwamen er tussen en vanochtend moest ik toch boodschappen doen dus hup, briefje mee.

Een leuke vrouw vroeg of ze me ergens mee kon helpen. Nou, dat kon ze zeker, ik gaf haar het leveringsbriefje en zei dat het voor mij was. Ze vroeg naar mijn naam, liep naar achteren en kwam even later leeggehands terug.
“Waarschijnlijk wordt het vanmiddag na 15 uur binnengebracht.”, zei ze.
“Zal ik je bellen als het er is?”, bood ze aan. Ik had totaal geen moeite met haar tutoyering en zei dat het prima was. Ze noteerde m’n nummer en ze pakte het briefje.
Ik wilde net weer weglopen toen haar oog op de datum viel, 6 juni dat is toch al wel weer even geleden. “Het is een brief waarvoor ik moet tekenen.”, vertelde ik haar. “Oh, momentje dan.”, zei ze verontschuldigend. Weer liep ze naar achteren en kwam even later met een aangetekende brief voor mij terug. “Ik keek bij de pakketjes en daar lag je niet bij.”, zei ze. “Jij gekkie jij!”, kwinksloeg ik.

Ik had mijn ozo belangrijke brief binnen. “Wil je dit mee of zal ik het weggooien?”, vroeg ze terwijl ze het leveringsbriefje en het briefje met mijn telefoonnummer erop omhoog hield. “Mijn telefoonnummer mag je wel houden.”, zei ik met een knipoog.
“Nee, ik gooi het wel weg.”…………………………………………………..

Potverdikkie, wéér niet.

Zomerhit 2019

Het was even afwachten (groot woord hoor) maar afgelopen weekend hebben we met glans doorstaan.

De voorbije tijd nam ik de jongens in mijn weekend mee naar moeke en behoudens de achterlijk hoge benzinekosten van tegenwoordig was dat goed te doen, reuze gezellig en uitermate prettig.
Maar nu ik weer op mezelf woon vond ik het niet nodig om weer een keer die 400 kilometer te rijden.
Zaterdag na het voetballen togen we gedrieën naar mijn tweekamerappartement (ghe) en bij binnenkomst zag ik herkenning in hun ogen. Hun stoelen stonden er weer. De tafel stond er weer. De tv-kast stond er weer. De eettafel stond er weer. De bank stond er weer. Het bed stond er weer. Zonder een enkel woord van afkeuren gingen ze zitten en deden ze hun ding. Ik kon met een gerust hart een dutje doen.

De meest gestelde vraag aan mij kwam ook afgelopen zaterdag. “Gaan we nog voetballen?” Túúrlijk gingen we nog voetballen. Ik vind het geweldig om ze voetbalgogme bij te brengen ofkors. We oefenden deze keer op voorzetten. “Tussen de keeper en de verdedigers moet je ‘m neerleggen.” Ik heb enkele ballen strak op de stropdas gezien, mensen!

’s Avonds keken we teletekst pagina 818 want er was geen kont op tv. (reminder: nog even achter digitale tv aan) en na Studio sport gingen we naar bed. Ja, naar bed inderdaad, ik heb ruimte voor maar 1 bed. Het is weliswaar een admiraalsize bed (vat je ‘m? koning, keizer, admiraal – groot, groter, grootst?) maar het blijft 1 bed. Met ons drieën overdwars ging het makkelijk en we hebben eigenlijk uitstekend geslapen.

De test was geslaagd en ik kan dus bij dezen melden dat ik helemaal ‘back in stride’ ben.
Hé, laat dat nou een ontzettend lekker nummer van de funkband Maze zijn. Nah zeg, da’s ook toevallig!

Ik bombardeer dus tot zomerhit van 2019: Maze – Back in stride again.

Geniet ervan.

last woman standing

Met het heengaan van ome Jan vorige week is mijn moeder nog de enige overgeblevene van haar familie.
Moeke, zoals iedereen haar kent. Altijd ziek, zwak en misselijk, wereldrecordhoudster ‘date met de huisarts’ en best wel een paar flinke emotionele tikken gehad.

Moeke is van mei 1946.
Op haar dertiende verloor ze zelf bijna het leven toen ze onder een bus terecht kwam en al als jonge twintiger verloor ze haar vader. Ik geloof dat het in ’68 was, ik heb opa Jan in elk geval nooit gekend. Ondertussen was dochter 1 geboren en in 1970 kwam dochter 2 erbij. In die economische crisis was het aanpoten voor pa maar ook voor moeke maar ze redden het. In februari 1971 kwam ik ter wereld en in 1975 tenslotte zoon 2.
In die tijd verhuisden we naar het huis waar ik dit nu typ. Vader ging nog meer full time werken, moeke stond in principe alleen voor de opvoeding van de 4 kinderen. Zware tijden waren dat voor haar.

Wij groeiden op, we kregen een eigen leventje en gingen de deur uit, pa en moeke bleven alleen achter. In 1999 (2000?) overleed tante Hennie, moeke’s zus. Ze was er kapot van.
In 2001 overleed oma, haar moeder. Dit kwam keihard aan. Bij ons allemaal maar vooral bij moeke, die haar de laatste jaren had verzorgd.

Haar leven ging door, ze was inmiddels zelf oma. Ze was (waren, pa ook) trots op hun kinderen en kleinkinderen. Maar de hardste klap kwam toen in 2007 mijn vader, haar steun en toeverlaat, plotseling overleed.
Ik durf te stellen dat ze dit nog nooit te boven is gekomen en ook door allerlei vervelende randzaken slijt moeke haar leven de laatste jaren alleen met Charlie de hond.

En nu is ze dus de last woman standing.
En dat blijft nog wel even zo, als het aan mij ligt. In de eerste plaats omdat ze sterke genen heeft (oma werd tenslotte 96) maar ook en vooral, ondanks haar nukken (Grunningse hè?), omdat het een schat van een mens is.
En mijn steun en toeverlaat. Ik hartje haar.