Die jongens van mij beginnen steeds moeilijker vagen te stellen.
‘Papa, wie is beter, Messi of Johan Cruijff?’ ‘Papa, waarom gaat die Skoda sneller dan jouw auto?’ ‘Papa, waarom ligt jouw slaapkamer vol met kleren?’ ‘Papa, waarom heb jij haar op je kont?’
Het zijn van die levensvragen waar elk kind op een bepaald moment in zijn/haar leven mee te maken krijgt en vanzelfsprekend ben ik nooit te beroerd om op dit soort vragen met een gepast antwoord te komen. Ik heb een aardige herseninhoud met heul veul triviale onzindingetjes dus ze verrassen me niet zo snel. En anders heb ik nog een hele brede rechtermouw, maar ssssssssst!
Tot vorige week.
‘Papa, hoe groot is de ruimte?’ Tja……….. Met “heeeeeeeel groot” namen ze geen genoegen. Ik had even geen antwoord klaar. Ik beloofde ze het uit te zoeken en dat ik dinsdag met het antwoord kom.
Wat een toeval dat bij Discovery Science de driedelige serie “How the universe works” te zien was! Mèn, mijn leven hangt ook van geluk aan elkaar hè?
Ik ben er eens goed voor gaan liggen.
En dat was maar goed ook! Goeiendag zeg. Daar moet je toch een heelalkundig natuurwetenschapgeleerdeslimmerd voor zijn man! Ik zag allemaal sterretjes (ha!).
Ze hadden het over materie en toen dat te moeilijk werd verzonnen ze er antimaterie bij. Ze hadden het over energie en toen dat niet meer te verklaren was, was daar ineens tegenenergie. Ze hadden het over zwarte gaten en over superzwarte gaten. Ze hadden het over lichtsnelheid maar dat is een slakkengangetje vergeleken met Plancktijdsnelheid. Ja weet je, zo kan ik het ook. Als het niet meer te bevatten is, verzin je er gewoon wat bij. Pffff, stelletje kwakzalvers.
Maar zo goed en zo kwaad als ik kon, nam ik de informatie in me op.
Ik zal hier in het kort uitleggen wat ik ervan gebakken heb en wat ik dinsdag aan mijn jongens zal vertellen.
Hiernaast is ons Melkwegstelsel. Ons melkwegstelsels is honderdmiljard kilometer groot. Ons melkwegstelsel is één van de honderdmiljard sterrenstelsels in het heelal. In het rechthoekje (linksonder) is ons zonnestelsel. Dus de zon en alle planeten. Vanaf de Aarde naar de zon is honderdmiljard kilometer. Maar als je daar dichtbij komt, verbrand je levend.
Hiernaast het heelal.
Bij de pijl is een puntje zo groot als een mierenpiemeltje. Dat mierenpiemeltje is honderdmiljard kilometer lang en ook breed. Bovenop dat mierenpiemeltje zit een piepklein zwart puntje. Dat piepkleine puntje is honderdmiljard kilometer in omtrek. Daar hangt ons melkwegstelsel ergens rond. En dus ook de Aarde waar wij op leven. Dus als je omhoog kijkt zie je in wezen maar eenhonderdmiljardste procent van het heelal.
Dus als ik zeg dat de ruimte heeeeeeeeeeel groot is, dan is de ruimte ook heeeeeeeeeeeeeeel groot ja!
Zal je zien dat ze dinsdag even opkijken, ‘oh’ zeggen en verder gaan spelen op hun tablet.
Zucht.
We moeilijke vraag’en!