Aan elke relatie gaat een vorm van liefde vooraf. Anders zou je niet spreken van een relatie maar van het onbekende.
Laat ik voorop stellen dat iedereen die je persoonlijk kent een relatie van je is. Van de collega waar je mee moet werken tot je partner waarmee je de lakens deelt. Van de buurman tot je vader. En vanzelfsprekend van de buurvrouw tot je moeder. Allen zijn het relaties.
Al deze relaties zijn ontsprongen uit een bepaalde vorm van liefde. Een groet, een handdruk, een omhelzing, een zoen, een kind.
Nu kan het voorkomen dat aan de liefde als hierboven geschetst een einde komt. Verschillende oorzaken kunnen hier aan ten grondslag liggen. Uit het oog verliezen, uit elkaar groeien of in het ergste geval ruzie.
Zijn overkomelijke oorzaken. Zijn op te lossen. Als de wil er maar is.
Een compleet ander verhaal wordt het als de ruzie overslaat naar haat. Dan is er iets fundamenteels mis. Onherstelbaar in vele gevallen.
Maar wat is haat?
Iemand niet (meer) mogen? Nee.
Iemand op zijn muil willen slaan? Nee.
Iemand koste wat het kost kapot willen maken? Jep. Dat is de definitie van haat.
Het woordje ‘Haat’ wordt veel gebezigd tegenwoordig. Teveel als je het mij vraagt.
Gelukkig wint over het algemeen de relativering het van de haat. En laten we daar blij om zijn.
En stevent de haat toch op de eindoverwinning af, laat dan godverdomme onschuldige mensen er niet onder lijden.