Uitslag

Rond half acht kwam ik thuis vanuit de nachtdienst en ik ging even boodschappen doen om de tijd te doden. Het was het bejaardenuurtje en ik vroeg me af waarom ik zo door kon lopen. ‘Blijkbaar maakt een nachtdienst mij 20 jaar ouder.’, redeneerde ik. Hmm, aandachtspuntje.
Tien voor half 10 zou ik gebeld worden, ik had dus nog een uurtje en een half. Ik besloot een rondje te gaan joggen. Hahahaha, nee natuurlijk niet! Ik heb een auto en desnoods een fiets, dan ga ik toch niet rennen?! Duh.
Nee, ik deed de muziek aan en ging op de bank liggen. Beetje voor me uit staren, daar ben ik immers een ster in.

Kwart voor tien, nog geen telefoon. En omdat ik nu toch wel wat lichtjes in m’n hoofd werd belde ik het ziekenhuis. “Oh, die tijd is een indicatie, ze gaan het lijstje af.”, meldde de vriendelijke telefoniste. Er zat niets anders op dan te wachten.
Half 11, ik schrok wakker van een geluid. Het was de wekker van m’n telefoon die op de tafel naast me lag. Ik drukte op het ding en ging rechtop zitten. “Hallo! Hallo, hoort u mij?”, hoorde ik vanaf de tafel. Ik snapte uit m’n slaapdronkenheid en pakte de telefoon op. Mevrouw de chirurg aan de lijn. “Goedemorgen.”, stamelde ik en bedacht tegelijkertijd dat ik gelukkig geen rare geluiden (een scheet zum bleistift) had gemaakt in die paar seconden dat de foon op tafel met de lijn open lag.

Nou ja, lang verhaal kort: HET IS NIET ERNSTIG, MENSEN! En zeker geen kanker! Ze vertelde nog van de bloedwaarden en hoe nu verder maar dat heb ik niet meegekregen, ik was te druk met een vreugdedansje doen.
Nee hoor, dat is gewoon voor dit verhaal niet zo belangrijk. En trouwens, het is medisch geheim. Dus lekker puh!

Belangrijkste is dat er een lastje van m’n schouders is gevallen en dat ik me geen zorgen meer hoef te maken.

Ik wil iedereen danken voor de meelevende woorden, gedachten en wat niet al, dat waardeer ik echt! Jullie komen allemaal in m’n testament.
Dat beloof ik.

Ik mag weer!

Die paar vaste lezers weten het inmiddels, 2x per jaar laat ik me geheel vrijwillig opnemen in een kliniek om te werken aan mijn lijf. En vanaf vandaag mag ik weer.
De afgelopen weken heb ik zelf het voorwerk al gedaan. Elke avond voor het slapen gaan even met de dumbells aan de slag, even de slappe tetten op kracht brengen schouder op kracht houden. En nu is het aan de kliniek om mijn lijf volledig zomerklaar te maken.


Vanmiddag half 1 krijg ik de eerste behandeling en deze zal anders zijn dan voorgaande jaren. Vanwege het coronavirus mogen de verpleegsters vanzelfsprekend niet te dicht bij mij in de buurt komen, laat staan aanraken, en dat is eigenlijk voor hen meer een gemis. 
Het zoutbad, de belichting en de zonnecabine kunnen gelukkig nog wel en eventueel kan ik zelf de crème aanbrengen. Maar ja, dat vind ik ook prima hoor. En het goeie is, lieve lezer, ik heb dit jaar recht op 41 (ÉÉN EN VEERTIG!) behandelingen! Wie spaart die heeft wat! Man, wat zal ik bruin worden!

Ik weet niet hoelang de coronamaatregelen nog aanhouden maar ik mag er toch vanuit gaan dat we eind juni weer fysiek contact met elkaar mogen en kunnen hebben. En laat dat nou net het moment zijn dat ik weer helemaal zomerklaar, te bezichtigen en zelfs te daten ben.
Toeval bestaat niet.

ps. De man op de foto ben ik niet. Ik draag nooit kettinkjes.
Ik denk, ik zeg het ff.

Pijn

“Papa, hoe vaak heb jij iets gebroken?” Met die vraag gingen we gisteravond naar bed.
Dus begon ik te vertellen over toen ik een jaar of 3 was en ik m’n pink tussen de deur kreeg omdat een oom (?) niet goed oplette. Dat ik daar m’n kromme pink aan te wijten heb. Ik liet het litteken zien. M’n jongens glimlachen.

Ik vertelde dat ik met m’n handpalm in het prikkeldraad vast kwam te zitten tijdens het klimmen. Ik liet het litteken zien. M’n jongens lachen.

Ik vertelde dat ik van een kar afvloog. Dat ik thuis op de bank van misselijkheid in slaap viel, dat m’n zus thuis kwam en met een ruk m’n handschoen uittrok en dat m’n pink langs m’n hand bungelde. Dat in het ziekenhuis 8 doktoren nodig waren om m’n pink weer op z’n plaats te zetten. M’n jongens proesten.

Ik vertelde dat ik van m’n 9e tot mijn 16e elk jaar een blauw oog heb gehad. M’n jongens slappelachen.

Ik vertelde dat ik 3x m’n linker en 2x m’n rechter sleutelbeen gebroken heb en dat een broer van een vriendje tijdens een van deze breuken eens spontaan op m’n schouder sloeg (Hé, lang niet gezien!).  M’n jongens schaterlachen.

Ik vertelde dat ik met een geleend brommertje onderuit ging en een meter of 20 over het asfalt stuiterde. Met m’n hoofd. Zonder helm. Hartje zomer. En dat de dokter tegen m’n hoofd klopte om te bepalen of ik, naast een halfhoofdschaafplek en een gekneusd jukbeen, ook een hersenschudding had. Dat had ik hem ook zonder dat geklop kunnen vertellen. M’n jongens bulderen.

Ik vertelde dat ik in het leger in een greppel donderde en dat toen mijn schouder zo’n harde klap maakte dattie verbrijzelde. M’n jongens bulderen, gieren en brullen en dopjes vocht kwamen mee.

Het zijn ontzettend leuke jongens hoor. Maar ze zijn zo sadistisch als de pest.

Uitgeschakeld

Het is alweer even geleden dat ik was uitgeschakeld door mijn Koude Oorlogswond. De laatste keer weet ik zelfs niet meer. Het helpt dus wel als ik geen rare fratsen uithaal. Hmm, aandachtspuntje 🤔.
Maar, je raadt het al en ik zou dees anekdoot ook niet typen als ik weer eens op non-actief sta, zit en lig.

Zondag bracht ik de jongens om 13.47 uur exact terug naar mama want oma was jarig en daar gingen ze nog even heen. Waarom 13.47 uur exact, vraag je? Nou, het is 13 minuten heen rijden, korte overdracht en knuffels, 13 minuten terug en dan zou ik precies op tijd zijn om FC Groningen – Ajax comfortabel en languit op de bank te bekijken. Strak plannen is mijn lust en mijn leven.
Maar als zo vaak in mijn leven kwam mijn plan niet overeen met de werkelijkheid. Fietsers en vooral veel wandelaars hadden deze dag uitgekozen om ook mijn sluiproute te nemen. Zucht.
Omdat toeteren een beetje asociaal is in een stiltegebied joeg ik ze stuk voor stuk de stuipen op het lijf door vlak achter ze even de koppeling in te trappen en een dot gas te geven. En dat is eigenlijk veel lolliger dan toeteren. Wij kletsten dij in de auto.

Maar goed, 4 over half 3 precies parkeerde ik de voiture voor de deur en sprintte ik naar binnen. De eerste trede ging goed, de tweede niet. Ik klapte voorover en in de normale reflex beschermde ik m’n gezicht met mijn armen. En, lieve lezer, dat vindt mijn schouder dus een rare frats. Schouderlief schoot uit zijn positie en daar lag ik dus kermend van de pijn en met een bungelende rechterarm half op de trap.
Op de bank duwde ik de schouder weer terug op z’n plek (nee, Mel Gibson in Lethal Weapon doet het heul overdreven) en zette ik de tv aan.

En nu ben ik dus even tijdelijk uitgeschakeld. Rechterarm moet even weer op kracht komen en pijnvrij worden. Duurt meestal een dag of 3 of 4.
Maar naast pijnlijk is het ook best irritant. Ik typ dit zum bleistift met links en ik ben er zondagavond aan begonnen! En wat dacht je van met links eten? Of je reet afvegen! Da’s helemaal een uitdaging.
Maar, zoals m’n vader altijd zei; “Goat vanzulf weer over”, zo denk ik er ook over.

Beterschapskusjes, sterkteknuffels en stel je niet zo aanwensen mogen in de comments.

Regen —> Drup

Vandaag drie weken geleden kon ik ’s ochtends niet meer opstaan. Ja, ik kon nog wel opstaan maar alleen met behulp van buikspieren. Buikspieren die ik al een flinke tijd niet aan het werk had gezet.
Mijn nek blokkeerde aan alle kanten en dan vooral aan de linkerkant. Eerst dacht ik dat ik met m’n hoofd verkeerd had gelegen maar al snel werd duidelijk dat die pijn van een andere categorie is. Er was iets aan de hand, niet in de haak en stront aan de knikker. Ook omdat ik al 2 weken wat lastjes van nekmans had.
De huisarts vond het een stijve nek, ik vond hem een lul. Hij schreef me fysiotherapie en medicijnen voor. Best wel heavy medicijnen, kan ik melden.
De fysio trok een andere conclusie, mijn nekspieren bijkans uit m’n hals en ook mijn nekwervel aan gort (héérlijk, dat kraken!). Vanmiddag weer.
Zin an!

Eigenlijk mocht ik pas in november weer terecht bij de Padberg kliniek maar ik ben een eigenwijs (en ook dwingend) mannetje en dus regelde ik dat ik gisterochtend een intakegesprek had met m’n huidarts. Het was nodig want mijn psoriasis begint me weer aardig op de zenuwen te werken, de keel uit te hangen en ook te irriteren.
Het was een interessant gesprek. Hij stelde de standaardvragen en één van die standaardvragen was of ik medicijnen gebruik. Ik loog om bestwil want ik wilde weer zo snel als mogelijk met de behandeling (zoutbad – belichting – crème) beginnen. Maar deze vraag zette me wel aan het denken. Sinds een week of twee heeft mijn psoriasis een flinke boost gekregen. En laat ik nou twee weken geleden ook met die heavy medicijnen begonnen zijn. Hmm, interessant. Misschien toch eens een keer in de bijsluiter over bijwerkingen lezen? Regen —> drup dus.

Ook zei hij dat pillen wellicht een definitief einde aan mijn psoriasis kunnen maken. En hoewel dat heul aantrekkelijk klonk, 15 jaar is lang genoeg, wees ik het af. Ik heb een jaar of 2 geleden zo’n kuur gehad en dat is me slecht bevallen. Van de kleine pilletjes kreeg ik opvliegers (ja, ècht!) en daar was nog mee te leven maar daarna moest ik over op grote pillen. En van die grote pillen werd ik hondsberoerd, scheet ik me helemaal van de hakken en viel ik 215 kilo af.
Ik wacht de aankomende behandelingen wel even af. Mocht dit tegenvallen, kan ik altijd die pillenkuur nog overwegen.

Woensdag kan ik weer beginnen. In december moeten de vlekjes weg of in elk geval een heel stuk minder zijn, ben ik poepiebruin en kon ik potverdulleme wel eens een keer weer op date gaan.
Zin an!