Nog een kans

Ik woon tegenwoordig best wel gekluizeneerd. De dichtbegroeide enorme bomen in m’n voortuin belemmeren nieuwsgierigen elke vorm van zicht op en in mijn penthuis. Ook mijn buren (links, rechts en onder) zullen het niet in hun hoofd halen om hals-nek-rug-arm-been-en-overig skeletbrekende toeren uit te halen om bij mij naar binnen te kunnen kijken. Ze accepteren het liever dat er, voor hen, een mysterieuze man woont dan dat ze te pletter storten.
En geef ze ’s ongelijk. Toch?

Ik daarentegen heb uitzicht van hier tot Tokyo. Als Tokyo hier 30 meter vandaan zou liggen natuurlijk.
Niet dat ik behoefte heb om mijn linkerbuur (ouwe zeur), rechterbuur (look-a-like van m’n weblogmaat) of onderbuuf (is dus 51 hè!) te begluren. Kep wel wat beters te doen. Maar ik zou het wèl kunnen!

Waar wil ik naartoe met dees anekdoot? Goeie vraag. Ik wil met dees anekdoot naar de overbuur.
Er is 1 appartement dat een goed zicht heeft op mijn penthuis en dat is het hoekhuis in de flat naast de mijne. Het appartement van de overbuur. Vanzelfsprekend is het vice versa ook zo. Van daar kijk je hier in m’n huiskamer, van hier kijk ik daar in de slaapkamer.
Er woonde tot vorige week een vent in. En middels deep contra contra en dan daar weer contra intel van weet ik dat hij dit appartement huurde.
Hij is een beetje plotseling, opvallend snel en, volgens mij, als een dief in de nacht vertrokken. (dat soort dingen valt mij op, black ops-dingetje. Lang verhaal).
Ja, maar waar wil je nou heen met dees anekdoot?

HET STAAT LEEG!!!

En ik doe ‘m gewoon in de aanbieding. Draai ik m’n hand niet voor om.

Ben jij een leuke dame van achter in de 30, begin 40? Ben je vrijgezel? Heb je flinke tetten? Zie je er goed uit? En ben je op zoek naar woonruimte? Koop dat ding dan gewoon!
Ik beloof elke avond even vriendelijk te zwaaien. En misschien ook nog wel met m’n handen.

Mysterie

Ik kwam gisteravond thuis na weer een wereldreddende dienst te hebben gedraaid en merkte dat m’n zwaar beveiligde onderdeur op een kier stond. Vanzelfsprekend sprongen m’n sensoren direct in het rood, de alarmbellen aan m’n klokkenspel gingen rinkelen en in de hemel verscheen het, mijn, waarschuwingslicht.
Ik zoefde naar een telefooncel. In een flits kleedde ik me om, dit was overduidelijk een klus voor SuperAnus.

Langs de westzijde van de flat klom ik behendig van balkon naar balkon. Met een wulpse worp slingerde ik m’n web om een stevig iets, ik wist niet wat het was maar dat weten andere actiehelden ook nooit, en gebruikte datzelfde web als touw om mij op het dak te lianen. Ik landde geluidloos tussen 2 schoorstenen.
Ik keek vluchtig om me heen en bedacht al snel dat ik werkelijk geen idee had waarom ik in godsnaam op het dak geklommen was. Plaats delict was immers beneden in de hal.
Eenmaal beneden weer aangekomen opende ik voorzichtig de deur. De verlichting sprong aan. Vastberaden wierp ik 2 rookbommen (type Moods filter) naar binnen onmiddellijk gevolgd door een luid schreeuwende ik; “SUPERANUS. PLAATS JE HANDEN WAAR IK ZE KAN ZIEN!”

Er was niemand in de hal. Sterker nog, er was niets uit het ordinaire. Tenminste, voor een leek leek het zo te zijn. Mijn oog viel op mijn wandelwagen die midden in de hal stond. Ik raapte ‘m weer op en vroeg me hardop af waarom mijn wandelwagen midden in de hal stond. Ik zei; “Waarom staat mijn wandelwagen midden in de hal?”
Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan, vroeg ik me weer hardop af. “Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan?”, zei ik.
M’n schuurdeur, die nooit op slot zit want veilige buurt, was dicht. En ik wist zeker dat ik de wandelwagen afgelopen zondag binnen in de schuur had gezet. Ben er namelijk zuinig op. Het ding heb ik middels keiharde onderhandelingwaterboardingstechnieken via MP voor 50 euro gekocht.
Ik weet ’t nog goed, ze vroeg er 51 euro voor. Ja daag, dacht ik toen, ik ben ook niet van gisteren. Keihard kan ik zijn!

Ik vond het maar een vreemd zaakje. Er zat ook een behoorlijk luchtje aan. Maar dat kon ook komen doordat ik even daarvoor een windje liet ontglippen.
Ik schraapte DNA van de wandelwagen af, zette het ding waar ie hoort en ben naar boven gegaan.
Ik wilde de DNA in m’n databank doen maar het blijkt dat ik een 3-zits heb. KLUT, heb ik weer.
Ik trok een *plop* los en ben even later in rust gevallen.

Vanochtend ontwaakte ik met een grote Anus op m’n borst.
Was vergeten me weer om te kleden.

Rijk

Ik las laatst ergens dat als je minstens 30.000 euro per jaar vangt, je tot de 5% rijkste mensen van de wereld behoort.
Nou, mooi dan! Dan ga ik me vanaf heden ook zo gedragen.
Fuk die 95%. Stelletje kansloze sloebers. Up yours. Lekker puh.

Bevalt me eigenlijk wel, zo’n rijk leventje. Ik heb eigenlijk alles wat ik me maar kan wensen. Alleen nog een stel tetten een droomvrouw waar ik dagelijks mee kan rollebollen en ik ben helemaal happy.
Ik heb nu een tuinman in dienst. Een glazenwasser. Een schoonmaker. Een boodschappenbezorgmeneer. Een etenbezorgknaap. En een heuse huishoudster.

Mèn, ik voel me net Hugh Hefner!

Ja, behalve dan een kast van een huis.
En een enorm landgoed.
En 100 miljoentriljard tetten om me heen.
En zo’n kinky badjas.
En ik ben natuurlijk een heul stuk jonger.
En, oja, ik drink die Bavariameuk niet.

Maar verder ben ik net Hef jonguh!