Petsen

 NS maar nooit weer.
Vat je ‘m? NS? Normaal zeg je ‘eens maar nooit weer’ maar omdat deze anekdoot over de NS gaat, maak ik er NS van. Omdat je dat ook vaak zegt als je ‘eens’ bedoelt.
Man man man, Von Woordspelinghausen ben ik toch ook.

Het zal je niet ontgaan zijn, ik ben afgelopen vrijdag weer eens met de trein geweest. Met zoonlief Sam naar de RAI alwaar de Bedrijsauto(lees vrachtwagen)beurs plaatsvond. En vrachtwagens zijn woooooooooooh, het coolst!
Ik had logischerwijs met de auto kunnen gaan maar Sam heeft nog niet de gruwelijke hekel aan treinen zoals ik dat wel heb. Heeft alles te maken met mijn deportaties naar het oosten tijdens mijn legertijd in 1990. Lang verhaal.

Vrijdagmiddag kwart over 12 stapten Sam en ik het station van Ede binnen. Waarom het Ede-Wageningen heet, is mij werkelijk een raadsel. Slaat helemaal nergeNS (ha! weer één) op. Stel, je komt uit Flubberkutterveen en je wilt naar Wageningen. Je stapt uit op station Ede-Wageningen en je wilt al wandelend naar Wageningen want je denkt vlakbij. Ik zou dan dikke kleren aan doen want het is iets met een koude en kermis. Ik denk dat het een wandeling van 18 kilometer is.
Wie Ede-Wageningen verzonnen heeft, spoort voor geen meter en is geografisch een nono. Vrouw wellicht?

“Wij willen naar de RAI.”, zei ik uiterst vriendelijk tegen de kaartjesverkoopmevrouw.
“Hij is al vier?”, vroeg ze en ze wees naar Sam.
“Hoezo?”, antwoordde ik en een hele flauwe irritatie kwam opborrelen.
“Omdat hij dan een kaartje moet hebben omdat hij al 4 jaar is maar hij onder begeleiding van u is.” “Was hij nou zonder begeleiding of nog 3 jaar, had hij gratis kunnen reizen.”, zei ze met een stalen gezicht.
Ik ademde diep tot 10 en zei tegen Sam dat hij even op een van de aanwezige stoelen in de hal moest gaan zitten. “Kijk maar even die kant op, papa gaat even wat regelen.”, zei ik.
Een minuut of 2 later pakte ik hem bij z’n handje en liepen we naar spoor 4.
“Wat ging je doen, papa?”, vroeg hij.
“Ik heb die mevrouw even gepetst.”, zei ik.
“Wat is gepetst dan?”
“Dat is iemand met de vlakke hand hard tegen de wang slaan”, legde ik uit.
“Oh, bitchslappen.” zei ie.
“Ja jongen, bitchslappen.”

Behalve een geërgerd kijkende en continu zuchtende vrouw zaten we alleen in een coupe. Ik vroeg haar of ze zich misschien stoorde aan mijn behoorlijk opgewonden zoon en gaf haar een pets. Ze wees naar de 1 aan de wand van de coupe. Het bleek dat Sam en ik in een eerste klascoupe zaten. En daar moet je waarschijnlijk stil zijn? Wij hadden daar poep aan.
Is trouwens ook zo’n onzin van de NS, eerste en tweede klas. Waarom niet blank en zwart? Mannen en vrouwen? Aantrekkelijk en gedrocht?
We reden de hoofdstad binnen en tot mijn ontsteltenis zag ik station RAI door het raam voorbij glijden. We stopten een station later. M’n neusharen gingen overeind staan.
Beneden in de hal van het station stapten we op een NS-medewerker af. Grote kerel, jaar of 50. Ik vroeg hem hoe we bij de RAI kwamen. Met zo’n overdreven gemaakt accent wees hij ons de weg naar de metro. “Ritje van 4 minuten”, zei hij erbij.
De weg naar de metro werd geblokkeerd door glazen poortjes. Ze openden niet. Grrrrrrrrrrrr. Ik keek NS in het rond, overal glazen poortjes. We konden geen kant op, we zaten gevangen!! “Je mot wel een kaartje kopuh”, blèrde de NS-medewerker me toe. Hij had een ‘daar heb je weer zo’n provinciaal-lachje’ op z’n smoel. Ik liep naar ‘m toe en sloeg z’n adamsappel naar binnen. Sommige lui moet je iets harder aanpakken, zeg ik altijd.
Snel deed ik m’n gevechtstenue aan, een man als ik laat zich niet zomaar gevangen nemen!
De glazen poortjes naar het perron trapte ik met een goedgeplaatste low-kick aan diggelen. Onze trein stond er nog. Ik trok Sam mee de cabine binnen. Ik petste de machinist en zei dat hij onmiddellijk in z’n achteruit moest. Om hem duidelijk te maken dat ik geen geintje maakte, petste ik ‘m nogmaals. Deze keer op z’n andere wang. “Dat kan niet”, zei hij. “Dan krijgen we problemen met de seinen”.
PETS! Ik had daar geen boodschap aan. In volle vaart knalden we achteruit, een station terug. Kom op zeg, beetje klantvriendelijkheid is er tegenwwoordig niet meer bij bij de NS. Schijnt trouwens dat die seinen de dag erna inderdaad behoorlijk wat problemen hebben gegeven.
Na anderhalf uur waren we op plaats bestemming.

Autotest

Zo heel af en toe maak ik met m’n bolide een testritje en gisteren was weer zo’n heel af en toe. Het weer was bagger met een hoofdletter b, een B dus wat dan weer Bagger geeft, en de jongens hadden na 5 uur alle beschikbare speelgoed wel in de handen gehad en ergens door het  penthuis op de grond gemikt. Hoogste tijd om de jassen aan te doen, riep ik. Sam begreep de opdracht en pakte zijn jas van de kapstok, op Teun had het geen effect. Ik besefte me dat hij nog niet in die fase zit dat hij orders van mij klakkeloos uitvoert. Ik deed hem de jas aan.

Het bospad dat ik voor ogen had zag er uit als het bospad dat ik voor ogen had. Hobbels, kuilen, diepe bandensporen en plassen, veel plassen. Ideaal om de auto even tot de limiet te testen. Het was wel een verboden-voor-voertuigenbospad maar swa, knappe vent die mij en m’n jongens van een pleziertje afhoudt, dacht ik. En ruiters moesten maar ff opzouten, ze zien me aankomen en hebben dan een kleine 4 seconden om aan de kant te gaan. Tijd zat, me dunkt.
Ik stripte de jongens vast, Sam voorin en Teun op de achterbank. Plankgas knalde ik het bospad op. Spetters metershoog langs de auto, nu en dan kwamen we zelfs los van de grond. Lachen, gieren en tevens brullen, wij in onze hum.
Na een rondje of 4 zag ik ineens zwaailichten in de binnenspiegel. Veel zwaailichten. Ik begreep dat het niet toegestaan is met een auto op een ruiterpad te crossen maar om daar nou 4 politiewagens, 2 ambulances en zelfs een brandweerwagen op af te sturen, vond zelfs ik te ver gaan. De jongens vonden het geweldig, zwaailichtfetisj als ze zijn. Ik sloeg linksaf, een pad langs het spoor. De zwaailichten volgden me. Sensatie, dacht ik!!! Ik wilde me best laten pakken maar dan wel spectaculair. Voor de zekerheid pakte ik m’n beveiligingspas uit de binnenzak. Kon ik in elk geval aangeven dat ik op missie was.
Bij een T-splitsing zag ik rechts een trein stilstaan. Een stilstaande trein, zwaailichten, het had mijn onmiddellijke aandacht. Ik trok de handrem omhoog en zwiepte het stuur om. Dat is het dus, een treinkaping, dacht ik. Ik zei tegen de jongens dat papa even aan het werk moest en dat ze in de auto moesten blijven zitten. “Is goed papa, werk ze!”, zei Sam.
De zwaailichten sloegen rechtsaf op de T-splitsing. Ik liep in de richting van de trein. Al gauw zag ik dat het geen kaping betrof.
Ik keerde terug naar de auto, hier had ik geen zin in.
Sam vroeg wat er gebeurt was. Snel bedacht ik een verklaring om de jonge kinderzieltjes niet al te veel schrik op het lijf te jagen.
“Een lutser die niet met z’n problemen om kan gaan heeft zich weer eens voor de trein gegooid”, zei ik. De jongens keken verschrikt.
Ik startte de auto en scheurde weg, de laatste keer over het bospad.

“Lutsers zijn stom hè papa?, vroeg Sam na een tijdje.
“Ja jongen, lutsers zijn stom”.

Proefdraaien

 Ik heb dit weekend even kunnen proefdraaien. Voormaligje ging met de jongens logeren bij zwagert (ik blijf ‘m gewoon zo noemen) en cleansis (en haar ook). Vrijdagmiddag flashbackte ik terug naar tussen de 15 en 20 jaar terug, toen ik ook een vrije jongen was.
En ik kan melden, het is me prima bevallen. Goed, het is natuurlijk wel vreemd dat je in een leeg en vooral ontzettend rustig huis thuiskomt maar over het algemeen beviel het me prima. Ik kan uitstekend alleen zijn heb ik gemerkt. Ik wist dat natuurlijk al langer maar voor dees anekdoot klinkt het beter. Moeten we vaker doen (ha!).

Krijg net een sms dat ze er rond 1 uur weer zijn.
Zal ’s even als een gek alle bierflessen, patatbakken, shoarmazakken, pizzadozen, volle asbakken, Playboys, rondslingerende strings en overige kledingstukken opruimen. En laat ik vooral ook een sopje over de berg op het aanrecht halen zeg!

Te kwaad

Vanavond was het dan zover. Vanavond werd het me even te kwaad. Eindelijk, zouden sommige mensen zeggen.
Ik ging nog even m’n dagelijkse lees, klets -en weltrustenroutine met Sam doen en toen ging het mis. Of goed, het ligt er natuurlijk aan hoe je het bekijkt.
We (de mannen) hadden weer eens een vruchtbare en gezellige dag gehad. Vanochtend nam ik ze mee naar het Militair Luchtvaart Museum te Soesterberg (Oooooooooh, da’s een dikke straaljager!) en vanmiddag zijn we een heul stuk wezen fietsen (met de gebruikelijke ijsco natuurlijk).
Sam was voorbeeldig. Teun ook maar dat is ie altijd. En dit verhaal gaat trouwens ook niet over hem.
Maar tegen de avond werd Sam wat irritanter en moest Teun het weer eens ontgelden.
Ik had er genoeg van. Het gezellige kletsen op bed werd een preek. Hij moet stoppen met Teun mishandelen en pesten, hij moet stoppen met “Weg Teun” zeggen en hij moet stoppen met woordjes als ‘Kut’ en ‘Stom’.
Hij wist zich niet echt een houding te geven en lachte wat. Maar met mijn serieuze porem en dito stem kreeg hij uiteindelijk wel de boodschap door. Tenminste, daar ga ik van uit.
Na de preek gingen we over tot mijn ouderwetse poep en pieshumor en lachten we wat af.
“Nou, geef papa een kus en een knuffel en dan ga je lekker slapen”, zei ik even later. Hij gaf me een dikke kus en hij sloeg z’n armpjes om m’n nek. Zoals altijd.
Even knuffelen en ik liet weer los. Maar Sam hield me stevig vast. “Je bent lief, papa”, zei hij.
En dat was het moment. Een brok nam plaats in m’n keel, m’n ogen werden vochtig.
Toen drong het tot me door dat hij binnenkort voor het ingrijpendste moment in zijn nog jonge leven staat. En misschien dat hij het onbewust ook voelt?
Ik hield me groot toen ik hem instopte. Buiten, met m’n sigaartje, rolde een traan over m’n wang. Mijn ondoordringbare emotieschild was gebroken.
Eindelijk, zouden sommige mensen zeggen.

(Nou, als dit gevoelige verhaal geen goed uitziende, ongehuwde, vermogende chicks trekt, dan weet ik het ook niet meer.)

Verschil

Het zijn de allebei produkten van mijn zaad maar goeiemorrege zeg, wat een verschil zit er tussen die 2!

Teun haalde bijvoorbeeld vanmorgen met speels gemak de dubbele hielingsteekknoop uit zijn schoenen. Ik kan me niet heugen dat Sam dit ooit heeft gedaan.
En vanmiddag dacht ie dat zo’n windscherm voor op de fiets de wind in z’n dooie haardos tegenhield. Hij pakte het ding met 2 handen beet, trok het ding opzij en parkeerde z’n hoofd er gewoon omheen. Ik kan me niet heugen dat Sam dit ooit heeft gedaan.
En toen we weer thuis waren demonteerde (dus niet slopen, demonteren!) hij, zonder dat ik het in de gaten had (dus muisstil), de tochtstrip onder aan de deur. Ik weet wel zeker dat Sam dit nooit heeft gedaan.

En Sam? Sam kwam net thuis met een lading poep tussen z’n tenen omdat hij met blote voeten in de stront was gestapt.

Zucht.

Het klopt dus wat ze zeggen. Het 2e zaad is inderdaad sterker.
Het is dat m’n zaad op slot zit want je wil toch niet weten hoe briljant m’n 3e zoon zou zijn.