Paarden

PaardenPaarden zijn stom. Dat zeg ik!
Afgelopen dinsdag liep ik met zoonlief de 2e dag van de wandelmarathon van in totaal 4 x 3 kilometer. En daar kwam ik en kwamen wij in aanraking met een stom paard. Zal het hele waargebeurde verhaal hier opnoteren.
Het eerste, enige en tevens laatste rustpunt was op het grasveld aan de rand van ons pittoreske metropooldorp. De 5 à 600 kinderen kregen hier koek en sopie, de 4 à 50 begeleidingsmedewerkers werden getrakteerd op koffie en ik bestelde gewoon een meter bier. Dit serveerden ze niet, het is immers een kinderfestijn, zo’n wandel4daagse. Ik ging dan ook maar voor de koffie. En een sigaartje. Had er tenslotte al een kleine 1500 meter opzitten. En waar ik één brok rust uitstraalde, stond de begeleiding te popelen om weer verder te gaan. Zoonlief was even van z’n propos af maar ik stelde hem gerust en zei dat ik nog even m’n koffie op zou drinken en dat ik hem voor hij het wist weer ter hand zou nemen. Een kleine 5000 wandelaars liepen verder het achterpad op, ik bleef alleen achter. Genietend van de koffie, het sigaartje en toch ook wel het zonnetje.
Enkele minuten later stiefde ik stevig door, grote groepen passerend, op weg naar het handje van zoonlief. En toen gebeurde het.
In de wei links zag ik dat een paard redelijk opgewonden werd. En vòòr ik goed zicht op de doorgaans enorme geslachtspiemol had, sprong het beest als een dolle over en door het hek. Over een drooggevallen slootje, een stukje berm en zo het achterpad op. Juist bij de plek waar volgens mijn berekeningen mijn zoonlief met zijn groep moest lopen. En waar jij zojuist ‘over een drooggevallen slootje’ las, klonk een donkere stem door de lucht “LEESBRILMÈÈÈÈÈN”.
Ik beukte, gooide, smeet kinderen, begeleiders en ouders aan de kant en zette een volle sprint in. De grote groep wandelaars werd in 2 groepen gesplitst door de capriolen van het malle dier. Een voormij groep en een achtermij groep. Ik kwam oog in oog te staan met het paard toen ik naast hem stond. Ik gaf het monster een hoek. Het deed ‘m niks. Hij trok een lang gezicht naar me. Ik keek eens in z’n bek. Ja hoor, daar stonden zijn gegevens. Ik trapte tegen z’n zere been. Hij raakte gepikeerd. Ik gaf een ruk aan de paardenstaart maar daar zat een meisje aan vast. Hè, klut! Heb ik weer. Het dier werd wilder en wilder en begon om zich heen te steigeren. Ik deed de kraanvogel en bewoog m’n lippen nasynchronisch. Op de achtergrond was ‘You wanna fight?’ hoorbaar.
Plots besefte ik me dat ik zoonlief uit het oog was verloren. Zat hij in de voormij groep of zat hij in de achtermij groep? Ik raakte in paniek. Oh wacht, ik verlegde m’n aandacht. Ik scande de voormij groep, ik zag zoonlief niet. Vlug draaide ik me om en liep richting de achtermij groep. Ook hier zag ik hem niet. Het zweet brak me uit. Oh wacht, ik dacht logisch na. Als hij een achterwaartse trap van paardmans had gehad moest hij ergens in het weiland aan de overzijde liggen. Ik maakte vliegensvlug een natuurkundige berekening; gewicht zoonlief x paardentrapkracht x windsnelheid / de wet van Newton + actieradius.
Ook op die plek van impact was geen spoor van m’n kanjer. WHAAAAAAAAAAAAAAAA!!!!!! “WAAR ISSIE?, blèrde ik.
Een vriendelijk lachende oma had mijn spruit stevig vast. Ik duwde m’n hart terug uit m’n keel. Gelukkig!
Het paard was nog steeds in uiterst opgewonden staat. Ik zei nog; ‘ik vind dattie er nog uiterst opgewonden staat’ en ik was voornemens om hem de definitieve nekslag toe te dienen. Was er zat van. We hadden wel meer te doen, we moesten verder, kilometers maken. Tot mijn grote verbazing zag ik meerdere ouders het paard kalmeren en uiteindelijk naar het weiland begeleiden. Nou weet je, dan niet, dacht ik. Tsssss.
Ik pakte zoonlief bij de hand en samen liepen we de finish tegemoet.
Hij had niets van mijn heldhaftige optreden meegekregen. En dat is misschien maar beter ook.
Sommige van mijn schimmige zaken als Leesbrilman zijn immers niet voor kinderogen bedoeld.

Orgasmisch

HannibalMan man man, wat  ik het toch als mijn plan samenkomt. Niets zo charmant als wanneer je alles strak hebt gepland. Dat zeg ik.
Voormaligje vroeg laatst of ze de jongens een weekendje mee weg mocht nemen. Het was tenslotte mijn weekend met m’n jongens. Dan is het wel zo netjes om mijn toestemming te vragen. Me dunkt. Het zou ook een beetje gek zijn als ik voor de deur zou staan en er zou niemand thuis zijn. Of gek? Gevaarlijk, dat zou het zijn. Gezien mijn professioneliteit dat is. Je wilt natuurlijk niet een operatie ‘Klopjacht’ door een nietsontziende omlegger achter je bips aan hebben. Laat dat even duidelijk zijn. Nee, wij overleggen dat gewoon. Zo oudersen wij. Zouden meer gescheiden lieden moeten doen.

Ik opende m’n agenda en bij dit weekend stond een piemol getekend. Ah, een orgasmisch weekend! Ik teken piemols bij orgasmische dagen in m’n agenda. Ik kan ook een driedimensionale Nachtwacht tekenen bij dit soort speciale dagen maar ik kan nou eenmaal beter piemols tekenen. Ik gaf direct toestemming.
Ik kroop achter m’n tekentafel. Het krioelde ervan. Zucht. Omdat ik geen zin had ze te verwijderen en ik ook niet zo snel een pincet kon vinden, ontvouwde ik mijn plannen maar aan de eettafel. Ik zuchtte nogmaals.
Vrijdag de 13e; Spanje – Nederland
Zaterdag de 14e; WK finale dameshockey
Zondag de 15e; WK finale mannenhockey en tevens het 10.000 dagen jubileum van mijn ontmaagding (da’s trouwens de oplossing van de Prijsvaag van 5 juni! Niemand had het goed. Jammer. Volgende keer meer succes, mensen!)

Spanje – Nederland. De herhaling van de finale van 4 jaar geleden. De finale waar we genaaid zijn. Genaaid door Howard Webb, de scheidsrechter. Hij had moeten zien dat Casillas overduidelijk met tè grote schoenen speelde. Ik zag het op tv dus hij had het zeker moeten zien en in moeten grijpen. De lul! En die oplichtersbende van een FIFA maar hameren op fair play. M’n kont!
Omdat ik als een van de weinigen in de wereld niet zo’n hoge pet van het huidige Spanje op heb en omdat ik de Johan Cruyff onder de voetbalkijkers ben (ik kijk 5 stappen vooruit), noteerde ik een overwinning voor Nederland in m’n plannen. Een klinkende overwinning zelfs, 1-3. Ook schreef ik in m’n plannen dat ik in volledige zen omgeving de wedstrijd moest bekijken. Ik heb niks aan gillende kinderen, loomende mannen, opgewonden standjes en/of vrouwen met hun geliefde standje op hun oranje shirt. Ik moet zo’n orgasmische wedstrijd in alle rust en analytisch bekijken.
Deze rust en analytisme duurde tot de 65e minuut. Ik ging volledig los. Ik liet me volledig gaan. Ik kreeg een erectie en schonk nog eens bij.
Zelden ben ik zo opgewonden geweest. Ik bestelde een portie tapas bij de plaatselijke Spanjaard en toen el bezorgo voor m’n deur stond, lachte ik hem keihard uit. Pang! In your face!

Zaterdag was de dag van de damesfinale van het WK hockey. Ik ben fan van ons Oranje hockey. Dat is al sinds Floppy Bovelander. En sinds jaar en dag volg ik ons Nederlands dameshockeyteam. Ik  Maartje Paumen. Wat een wereldwijf is dat! Bloed en bloedfanatiek. De strafste corner ter wereld. En de liefste glimlach waar zelfs uw nietsontziendste omlegger van smelt. Ik wil met haar trouwen………………….
Ze scoorde de 1-0 uit een strafbal en haar manier van juichen (gebalde vuist omhoog BAM JONGUH!) vind ik prachtig. Ik werd er opgewonden van.
Het is 2-0 geworden, de eerste wereldkampioen van deze zomer is binnen.
Vanmiddag volgen de mannen. En ook zij spelen tegen Australië. Ik zeg; Makkie.

En dan tenslotte ga ik vanzelfsprekend vanavond klokslag 20.24 uur uitbundig stilstaan bij het 10.000 dagen jubileum van het breken van mijn maagdenvlies. Dat ik voor het eerst het vlezige met het vlezige vereeuwigde. Dat ik de knuist inwisselde voor de vagijn. Over een hoogtepunt in mijn leven gesproken!
Ik ben voornemens vanavond het complete ritueel na te spelen. Ben nog op zoek naar een tegenspeelster. Reacties zijn welkom.

Nee lieve lezer, ik heb een uitstekend orgasmisch weekend. Alles verloopt volgens plan. Maar dat is logisch.
Er is echter 1 klein dingetje; Weet iemand hoe je van een inmiddels 38 uur durende erectie af komt?

Kiekeboe

KiekeboeExpect the unexpected piepels! Verwacht het onverwachte mensen! Ik denk, zal het even voor sommigen vertalen. Dat is mijn levensmotto. Expect the unexpected. Wees voorbereid. Op alles. Op iedereen. En op elke situatie.
En wees heulemaal voorbereid als je mij kent! Haha!

Ik heb er op de sociale mediaas nog wel eens een handje van om mijn bezoek bij iemand aan te kondigen. Plemp jij dat de barbecue al lekker bruin is, kun je van mij een reactie ‘Tozzo!” verwachten. Update jij je status met ‘Het bier staat koud’ dan kun je er gif op innemen dat ik reageer met “ben onderweg!” En het lollige is dan dat ik helemaal niet kom. In elk geval niet op visite.
Whoehahahaha, ik vind dat lollig.
Maar expect the unexpected! Het kan ook zo zijn dat ik wèl ineens voor je deur sta. Niets zo veranderlijk als het weer. En ik! En die situaties zijn helemaal whoehahahahahaha-lollig.

Gisteren stuurde ik m’n goeie vriend Linda zomaar uit het niets een bericht via Facebook. ‘Zeg Linda, wat eten we vanavond?’
Ze reageerde met; ‘Geen idee, alles is op. Jij?’ Hierop stuurde ik weer; ‘Zal ik dan wat lekkers meeneemen? Uurtje of 6?’
Waarop zij weer reageerde met; ‘Dan zijn we er niet. De poortdeur is open’. Ik sloot af met; ‘Leuk! Tot strakjes’.
Dit is een schoolvoorbeeld van hoe ik mezelf opdring bij mensen en waarbij ik 8 van de 110 keer fuk it denk.
Maar lieve lezer, expect the unexpected! Er zijn dagen dat ik daadwerkelijk ineens voor je deur sta. Zo ook gistermiddag.
Tegen half 5 besloot ik die 60 km naar de McDonalds te rijden en hier 4 Quarterpounders en 4 Big Macs te halen. Toen ik hun wijk inreed deed ik de meest sjapste muziek op vol volume aan en beide ramen open. Ik parkeerde mijn voiture achter bij hun tuin. De poortdeur was inderdaad open. In de tuin was niemand aanwezig. Ik zette de 2 zakken vreten op tafel en vlijde mijn bips in een tuinstoel. Ik pakte een Quarterpounder uit een van de zakken en begon ervan te eten. Op dat moment kwam hun zoon naar buiten de tuin ingelopen. “Hé, wil je ook een hamburger?”, vroeg ik. Hij kwam bij me zitten en ik reikte hem een Big Mac aan. “Waar is je moeder?”, vroeg ik. “Die is Chinees halen.”, zei hij. Ik had lol en genoot van mijn burger.
“En je vader?” “Die is boven, ik roep hem wel even.”, zei zoon. “PAPA, PAPA”, schreeuwde hij naar boven.
Net op het moment dat papa door de tuindeur naar buiten kwam, kwam Linda door de poortdeur. Met 2 volle zakken Chinees. Ik pieste lafjes in m’n broek. Van het lachen, dat is. Ongestoord at ik m’n hemelsmaal op. Zoon ook.
Linda’s gebruikelijke begroeting (EIKOL! Gevolgd door een slappe lach) nam ik in ontvangst………….
We hebben heerlijk gegeten. Het was een gezellige avond. Fijn dat ik zulke vrienden heb.

“En wat had je gedaan als wij ècht niet thuis waren geweest?”, vroegen Linda en Maurice zich af.
“Dan had ik m’n 2 Quarterpounders in de tuin opgegeten, een sigaartje gerookt, de 2 zakken op tafel laten staan en dan was ik weer naar huis gegaan.”, antwoordde ik. Want ik laat me niet kennen immers.

Dus lieve lezer, moraal van dit verhaal is; Je kunt niet op mij aan. Ik ben en blijf 1 groot mysterie.

KIEKEBOE!

200

VB 200

OJEE! Op mijn boomende sociale mediadingen is lichte paniek uitgebroken. Wat is er met Von Bloghausen aan het handje? Waarom al die oude anekdoots geplempt? Waarom zoveel achter elkaar? Wat is gaande? Is hij opgedroogd? Kapt hij ermee? Last hij een zomerbreak in?
Vertèèèèèèèèl! Ik hou het niet meer. M’n leven kan net zo goed stoppen nu. Zeg het me! Zeg het me nu!

Rustig maar piepeltjes. Geef even rustig zitten. Pak er een frisse klets bij. Het is vandaag namelijk

FEEST!!!

Dees anekdoot die je nu aan het lezen bent is namelijk de 200e op dees jolijtsijt!
DE TWEEHONDERDSTE! Von Mijlpaalhausen!
En het leek mij eigenlijk wel een aardig idee om jou als lezer te laten genieten van ‘de best of Von Bloghausen’.

Ik ben eind zomer 2008 begonnen met bloggen op “SLINXLOG”. Ik schreef daar zo nu en dan harde stukken en ging regelmatig snoeihard met gestrekt been de confrontatie aan met reaganten. Was leuk. Voor zolang het duurde.

Daarna werd het “GOEIE UNITS” en dat werd meer een jolige verhalen annex spelletjesblog. Ik vond dat leuk, er kwam waardering, ik leerde veel verschillende mensen ‘kennen’ en de blog werd redelijk goed bezocht. Tot het abrupte einde.

Op 10 september 2011 ben ik begonnen met ‘Een nieuw leven’ op dees blog. Letterlijk een nieuw leven zonder relatie, met een andere baan en een andere webhost.
En zo ben ik op 9 juni 2014 aanbeland bij de 200e anekdoot op dees jolijtsijt vol hoogstaande, ontroerende, lollige, gevoelige en waarheidsgetrouwe anekdoots. Ik zal eens kijken of ik nog vele voor je kan schrijven.

Maar voor vandaaag geldt; FEEST.

Ik zeg; PLOP EN OP JORS.

(bedankt voor de jarenlange steun en toeverlaat)

Een bruggetje

Voetbaloorlog

Rinus Michels zei ooit dat voetbal oorlog is. En die opmerking slaat nergens op. Voetbal is namelijk een spelletje en spelletjes doe je over het algemeen voor de gezelligheid. En je kunt heel veel van een oorlog zeggen maar dat het er gezellig aan toe gaat, nee.
Maar ja, de beste man zei ook ooit; “Happen naar Peijenburg” met zijn overbekende stemgeluid en ook dat slaat nergens op. Je kunt toch gewoon zo’n ontbijtkoek pakken en er in happen? Waarom zou ik eerst moeite doen om een ontbijtkoek aan een draadje te hangen, een blinddoek om te doen en dan een beetje als een achterlijke ernaar te happen?
Wat hij trouwens werkelijk zei is dat ‘topvoetbal net zoiets is als oorlog‘. Kijk, dat ligt iets genuanceerder. Dat zit dichterbij de waarheid. Ik ben het daar eigenlijk wel mee eens. Zijn uitleg voor deze uitspraak (voetballers zijn frontsoldaten) is dan weer heul anders dan mijn uitleg (tactiek is alles) maar we kunnen niet allemaal briljant nadenken zoals ik, zullen we maar zeggen.

Aanvallen. Verdedigen. Penetreren. Schieten. Dat zijn termen uit beide disciplines. Maar daar alleen win je niet mee. In beide disciplines niet. Wat moei importante is, is het element van verrassing. En dat wordt vaak onderschat. Je kunt wel oeverloos de bal rondspelen maar als de tegenstander een afwachtende houding aanneemt en elke aanval verwacht en opvangt, kom je nergens. Steek eens een balletje tussendoor. Sla eens de tweede man over. Dat zijn verrassingsaanvallen! Dat verwacht de tegenstander niet!
En zo kom ik prachtig aan bij de titel van dees ankedoot; Een bruggetje.
(hahahaha, je dacht zeker dat dit alleen maar over voetbal ging? Hahahahaha, GOTCHA!)

De meest logische plek om aan het vasteland te komen was bij Calais. En dat verwachtten de Duitsers ook. Vroeg of laat moest de aanvallende ploeg in het vijandelijke 160000 m3 gebied (kan er een meter naast zitten) komen om de strijd te winnen. Ook dat wisten de Duitsers. De verdediging was daarom rond die plaats overweldigend. Niet door te breken.
Een verrassingsaanval was derhalve de enige oplossing om tot winst te komen. Tijdens de voorbespreking werd besloten de voorspelbare 2e man over te slaan en het steekballetje tussendoor te geven. Operatie Overlord, de landing in Normandië. De kans van slagen was hier het grootst (verrassingselement) en de verdediging het kleinst. Op 5 fronten (beaches) tegelijk werd aangevallen, Utah, Omaha, Gold, Juno en Sword om door de verdediging heen te breken. De toch wel heftige verdediging. Zoals iedereen weet. Hoort te weten!

Net als de Ginkelse Heide (Market Garden) was ook Normandië de hel op Aarde. Velen zijn hier op het strand gestorven. Velen haalden het strand niet eens. En allen gingen ze voor de overwinning. De overwinning die uiteindelijk kwam. Eisenhower was een tacticus, Churchill was een strateeg. Met deze beide heren aan het roer waren we wèl kampioen geworden in ’74.

Ik ga in augustus naar Normandië. Wil, nee moet er altijd al eens naartoe. Ik vind dat iedereen dat ooit in zijn/haar leven eens moet doen.
Opdat we nooit vergeten wat daar 70 jaar geleden is gebeurd.