Och ja, verrek 3

ProvenceJáááááren geleden genoten we de vakantie in het zuidelijke gedeelte van Frankrijk. Ook wel bekend als Le Provence maar omdat het internationale vrouwendag is, noem ik het vandaag La Provence.
In het dorpje Mazan resideerden we een weekje in een bungalowtje op het landgoedje van een Nederlands stel. Dit Nederlandse (Brabantse zelfs) stelletje molken Franse huisjes aan voornamelijk Nederlandse vakantiegangers. Ze hadden het goed voor de boulangerie.

Bovenstaande is een inleidend stukje om jou, lezer, een beetje een beeld voor te schotelen. Voorts is het van generlei importantie. Waar het om gaat is dat dit Brabantse stelletje 2 honden had. Een klein fukkeffertje (Whisky) en een zwarte hond, Sherba. Zo’n grote hondenhond. Het waren een beetje verwaarloosde honden. Niet dat ze er slecht uitzagen of dat ze ondervoedt waren ofzo, het was meer dat ze alleen het landgoedje zagen. Meer van La Provence hadden ze nog nooit gezien. Terwijl dat toch best een sympathiek stuk Aardkloot is. Ik, als echte hondenman………….nee, als echte hondenhondenman (heb dus niks met van die hondjes waar je tijdens het uitlaten een groot bord met daarop HOND + enorme pijl mee moet zeulen) vond dat sneu. M’n hart traande als ik ze zag.

Ik besloot Sherba mee te nemen voor een fikse wandeltocht door de onherbergzame bossen van La Provence. Het beest genoot zichtbaar en vanaf toen nam ik ‘m elke dag mee. We werden vrienden. Sherba en moi, amis toujours.
Het afscheid viel zwaar. Tranen met tuiten, tissues niet aan te slepen en ook ik had het moeilijk die dag. Maar ja, we moesten verder. Onze vakantie zouden we een week nog zuidelijker in La Provence doorbrengen.

Jáááááren later streken we wederom neer in Mazan. Nu aan een heule andere kant van de Provençaalse metropool. We hadden een kast van een villa, met in elk van de 6 slaapkamers een villa van een kast (sorry, die moest even) gehuurd. Redelijk lap grond eromheen, een oprijlaantje en vanzelfsprekend een buitenbad waar ik U tegen zei. Op het snikheetste moment van een dag zag ik het buitenbad flirten met me. En wat doe je dan op zo’n moment? Juist, je gaat wandelen. Ik had het in m’n hoofd gehaald om mijn oude vriend Sherba op te zoeken. Slippertjes aan, blouse lafjes open en de zonnebril op. Uit ik ging.
Ik denk zeker 24 sigaretten verder vond ik eindelijk het lange pad naar het afgesloten hek waarachter mijn vriend zou zijn. Voorzichtig en geluidloos opende ik stiekem het hek. Waaks als hij is kwam de hond op me af gestoven. Ik nam een aanloop en nam ‘m vol op de slof. Flikker toch op, fuk keffer!
Ja hoor, daar kwam m’n vriend ook al aan gerend. Ik zag dat het beest dolblij was. Hij herkende me nog! Ik schoot vol. Tranen met tuiten biggelden over m’n wangen toen we samen over de grond biggelden. Van knuffelen was al geen sprake meer. Mocht je niet beter weten, dan werd hier pornografisch de liefde bedreven.
Ons moment van gelukzaligheid werd ruw verstoord door een heks met zwart haar die uit ‘ons’ huisje kwam. “Sherba; HIERRRRRRR”, snauwde ze.
De hond gehoorzaamde, mij verdrietig achterlatend. Ik liep naar de vrouw toe en begon het verhaal van mijn bezoek uit te leggen. Ze wilde er niets van weten en sommeerde me van het terrein af te gaan. Met tranen in m’n ogen keek ik Sherba aan. Ook hij stond er beteuterd bij. Zijn lichaamstaal zei me dat hij slecht behandelt werd door deze huidige huurders. Met een knikje nam ik een laatste afscheid van mijn ami toujours en ik bitchslapte de vrouw loeihard in haar gezicht. Ik draaide me om en liep weg, het lange pad af. Het hek ging achter me dicht. Ik hoorde Sherba voor een laatste keer blaffen. Vaarwel vriend.

De terugweg werd een drama. Sterker nog, ben nooit meer teruggekomen. In de onherbergzame bossen was ik reddeloos en totaal verdwaald en verloren. Het werd donker. Het weer sloeg om. Noodweer zoals ik nooit had meegemaakt overviel me. Ik zocht een schuilplek waar ik kon overnachten.
Ook de volgende dag wist ik de weg naar ‘huis’ niet te vinden. En de dag erna, en de dag erna, en de dag erna ook niet. Ik werd na 3 weken gevonden door een wildeman. Hij zag er onverzorgd uit. Lange baard, lange haren, gescheurde kleren, blote voeten. Hij sprak een taal waar ik geen ruk van verstond maar hij verzorgde me, uitgehongerd als ik was.
Toen ik voldoende aangesterkt was leerde hij me overleven in de wildernis.
Met niets meer dan een pijl een boog. Ik werd er vrij bedreven in, kan ik je melden. Op een dag was hij plotsklaps verdwenen, ik heb ‘m nooit weer gezien. Ik was op mezelf, en de geleerde overlevingstechniek, aangewezen.

De gendarmerie vond me uiteindelijk na 5 jaar.
De wildeman heeft mijn leven gered. Ben hem eeuwig dankbaar.
En zo heb ik nu 2 vrienden voor het leven in La Provence.
Ik ben een gelukkig man.

Tot slot, het nummer dat me al die tijd op de been hield.