Liefde en Haat

L&HAan elke relatie gaat een vorm van liefde vooraf. Anders zou je niet spreken van een relatie maar van het onbekende.
Laat ik voorop stellen dat iedereen die je persoonlijk kent een relatie van je is. Van de collega waar je mee moet werken tot je partner waarmee je de lakens deelt. Van de buurman tot je vader. En vanzelfsprekend van de buurvrouw tot je moeder. Allen zijn het relaties.
Al deze relaties zijn ontsprongen uit een bepaalde vorm van liefde. Een groet, een handdruk, een omhelzing, een zoen, een kind.
Nu kan het voorkomen dat aan de liefde als hierboven geschetst een einde komt. Verschillende oorzaken kunnen hier aan ten grondslag liggen. Uit het oog verliezen, uit elkaar groeien of in het ergste geval ruzie.
Zijn overkomelijke oorzaken. Zijn op te lossen. Als de wil er maar is.

Een compleet ander verhaal wordt het als de ruzie overslaat naar haat. Dan is er iets fundamenteels mis. Onherstelbaar in vele gevallen.

Maar wat is haat?
Iemand niet (meer) mogen? Nee.
Iemand op zijn muil willen slaan? Nee.
Iemand koste wat het kost kapot willen maken? Jep. Dat is de definitie van haat.

Het woordje ‘Haat’ wordt veel gebezigd tegenwoordig. Teveel als je het mij vraagt.
Gelukkig wint over het algemeen de relativering het van de haat. En laten we daar blij om zijn.

En stevent de haat toch op de eindoverwinning af, laat dan godverdomme onschuldige mensen er niet onder lijden.

Moederdag

Moederdag

“Dat is mijn uitspraak en daar dient u het mee te doen.”

Mijn, toch al, miserabele relationele leven met mijn ex en vooral mijn kinderen kreeg door deze uitspraak het laatste zetje richting afgrond. Wat? Het ging de afgrond over.
Niets had ik meer. Mijn hele leven verwoest. Uitzichtloos.
En alles alleen maar door dat wijf. Zij is de schuldige aan alles wat me de laatste paar jaar is overkomen.
Wraak. WRAAK OP HAAR! Dat wil ik!

“Hallo Julia, met mij. Zeg, moet je eens luisteren. Wat zou jij vinden van een weekje kamperen met jouw dochters en mijn jongens? Ik kom ze maandag brengen en jij kan ze dan zondag weer terugbrengen. Nee, ik moet wat zaken regelen maar het gaat mij om de jongens. Fijn, dank je”

‘Hé Iris, ik ben een weekje vrij, vind je het goed dat ik de jongens een paar dagen meeneem voor een korte vakantie?’
‘Kom jongens. We gaan een paar dagen naar tante Julia in Limburg en we nemen de tent mee. We gaan kamperen.’

‘Wat is het hier mooi hè, Julia? Even helemaal weg uit de beschaafde wereld. Geen tv, geen radio, geen bereik, even helemaal niks. België is best wel mooi hoor’

‘Welterusten jongens, ga maar lekker slapen. Papa moet terug naar huis maar Julia blijft de hele week met jullie kamperen. Kunnen jullie fijn spelen met Denise en Lotte.’ ‘Geef papa nog maar een hele dikke knuffel.’

‘Ik ga rijden. Veel plezier deze week en vergeet niet ze zondag terug te brengen hè? Nee, breng ze maar naar Zeist, daar zal ik ook zijn.’
‘Het is dan Moederdag. Leuk om de jongens na een week juist op die dag weer bij hun moeder terug te brengen. Dan heeft ze lang genoeg zonder ze gezeten. Toch?’

Laten we alsjeblieft hopen op een soortgelijk scenario zeg.

Romance

Parijs

Weet je nog dat ik 2 weken geleden terminale door-m’n-rug, terminale griep en ook terminale oorontsteking had? Nou, daar was niets van waar. Allemaal leugens. Nonsens. Stierenpoep. Neem je grootje in het ootje. Niks van dat alles.

Ik was een paar dagen naar Parijs.

Zal het uitleggen.

Een tijdje terug ontmoette ik een meid via het welbekende internet. Leuk ding, leuk koppie, leuk lijf, leuke leeftijd en pas gescheiden. Het klikte tussen ons. Avonden en nachten lang kletsten we online. Het moment dat we elkaar zouden ontmoeten kon natuurlijk niet uitblijven. We wisten beiden dat het goed zat tussen ons en we spraken af te zonder na te denken.
En dat hadden we beter wel kunnen doen. Ik moest namelijk 3 nachtdiensten werken en zij zat die week in Parijs.
Het was geen probleem. Ik meldde me gewoon ziek en ik zou naar Parijs komen. Bijkomend voordeel was dat ik juist dát opvolgende weekend vrij had genomen. Ik had zeeën van tijd. Ik meldde me dus voor de 3 nachtdiensten ziek. Ik had schijt. M’n werkgever trapte er met beide voeten in!

Woensdagmiddag toog ik dus naar het Franse plaatsje en tegen de avond arriveerde ik bij het restaurantje dat ik besproken had. Ik ben niet zo heel bekend in Parijs en ik had een restaurantje opgezocht op een plek die me wel bekend voor kwam. Nou, ik kan melden dat z’n wegrestaurantje langs de Périphérique toch minder romantisch is als ik dacht. En ook het motelletje was niet je van het.
Denk dat ik de enige manspersoon was die daadwerkelijk af en toe douchte, z’n eigen piemol kon zien zonder spiegel en geen vrachtwagenchauffeur was.
Maar wie gaf een neuk, wij hadden een prachtige paar dagen samen! Heerlijke seks. Heerlijk van elkaar genieten. Heerlijke liefde op het eerste gezicht. En dan natuurlijk in vice versade volgorde.

En zo, lieve lezer, kan ik dus met trots melden dat ik inmiddels van de vrijgezellenmarkt af ben en dat ik inmiddels weer samenwoon.
We hebben het fantastisch samen. Heerlijke seks, heerlijke gesprekken, heerlijke lol, heerlijke alles. HEERLIJK OM WEER VERLIEFD TE ZIJN! Kan het wel van de daken schreeuwen.
Ik ben alleen nog niet zo te spreken over haar huishoudelijke kwaliteiten.

Maar ik denk dat Sylvie en ik daar ook wel uit komen.

Zomertijd

VB zomer

FEESSIES TIME!
Let op, er staat FEESSIES. En geen FAECES!
Da’s namelijk heul iets anders. Ja goed, je spreekt het wel hetzelfde uit maar dan nog, het is heeeeeeuuuuuuul iets anders.
Zou wat zijn zeg, dat ik een feestje zou geven om een partijtje uitwerpselen te vieren. Met shitmuziek, vlaaien, bolussen en alleen maar kakkers zeker? Hoe deranged int hoofd denk je dat ik ben?

Neen, een feessie ter ere van de zomertijd!!!!!!!
Geef toe, ook jij bent inmiddels strontziek (ah, heb je de faeces weer!) van dit schijtweer (en weer! Nah zeg. Taalvirtuoos dat ik me daar ben!).
En juist daarom geef ik een feessie. Zaterdag op zondag gaat de klok vooruit en kickt de zomer keihard in.
En dat moet gevierd worden. Dat zeg ik!
As we speak worden er 34 palmbomen uit Cyprus (koopie joh!) ingevlogen en wordt zaterdagmiddag 259 kuub Grieks strandzand in mijn woonkamer gestort. Ik vind dat je all the way moet gaan met zo’n themafeessie! Een knalfuif wordt het. Het dak gaat eraf! (oh, wellicht dat ik dat zaterdagmiddag vast kan doen. Hmmm, aandachtspuntje)

En net als al mijn voorgaande feessies is natuurlijk de animo niet te harden.
En daarom, mijn lieve lezers, ben ik genoodzaakt een schifting te maken. Het spijt me, ik kan jullie niet allemaal kwijt.

Je bent van harte welkom als:

je weet waar ik woon
je mijn telefoonnummer hebt
je weet hoe mijn zoontjes heten
je weet hoe je faeces schrijft
en als jouw ruwe schatting van de lengte van mijn geslachtsdeel niet meer dan 13 cm verschil bedraagt.

Ik zou zeggen:
TOT ZATERDAG ROND DE KLOK VAN 20 uur

Kep er sin an!!

Vluggertje

vluggertje

Ik stond gisteren netjes voor het stoplicht naar de oprit richting de snelweg te wachten toen links naast me een Audi A3 kwam staan. Ik zuchtte flauw en diep en dacht ‘weer zo’n flinkerd’. Iedereen moet toch inmiddels weten dat deze oprit na een meter of 50 eenbaans wordt en dat invoegen lastig is? Ik drukte m’n zonnebril strak tegen m’n voorhoofd en draaide m’n hoofd in slow motion naar links, klaar om flinkerd eens goed aan te zuchten.
Eva Mendes zat erin!!!! (natuurlijk niet echt maar om het verhaal een beetje geloofwaardig te maken, hou ik het maar even zo). Ze keek opzij en glimlachte naar me. M’n wenkbrauwen stegen boven m’n zonnebril uit. Ik likte sensueel m’n lippen en streelde zachtjes m’n stuur met m’n linkerwijsvinger. Met m’n rechterhand pakte ik ferm de versnellingspook beet.

Groen!

Ik zette m’n dikke V10 aan het werk en stoof de bocht door. Eva kwam naast me rijden, de versmalling kwam dichter en dichter bij. Ik was vanzelfsprekend niet van plan haar voor me langs te laten (kom op zeg, ik ben de man in dezen!). Onze auto’s maakten licht contact. Ik genoot, zij bleef glimlachen. Ze ging in de ankers en ging achter me rijden de oprit af.
Zodra de doorgetrokken streep niet meer doorgetrokken was, knalde ze mij voorbij. Ik voegde ook de snelweg op. Ze sneed me af en ging pal voor me rijden.
Ze slingerde uitdagend met de achterkant van de A3 heen en weer. Dit was voor mij het sein om de machokaart te trekken. Ik vloog haar links voorbij, trok m’n voiture door naar 162, slingerde m’n stuur 180 graden, jamde de handrem en ging achteruit voor haar rijden.
Onze grillen maakten contact. Innig contact, kan ik wel zeggen. De kentekenplaten krulden om elkaar heen.
Zo reden we ettelijke kilometers, intens genoten onze voertuigen van elkaar.

Ter hoogte van het tankstation gooide ik m’n bak weer in de slinger en kwam ik in één keer achter haar te rijden. Middels een knopje opende ze de kofferbak van haar Audi. Hmmm, gromde ik binnenkeels. Ik stootte zacht tegen haar bumper aan. Ze hield even haar gas los, ik stootte nogmaals. Deze keer iets harder. Ze deed haar alarmlichten even aan.
Ik opende m’n raam, klom eruit, ging op de motorkap liggen en opende met m’n linkerhand mijn motorkap (ik heb immers geen knopje en met rechts moest ik natuurlijk blijven sturen. Duh!). Ik klom terug in m’n Peutje.
Weer botste ik zachtjes tegen haar bumper. En weer. En weer. Steeds harder en harder beroerde ik haar achterkant. De trekhaak van de Audi kwam langzaam tevoorschijn (echt cool, al die automatische snufjes op nieuwe auto’s!).

Mijn radiator raakte verhit. Oververhit zelfs. Hij stond op knappen.
Vlak voor mijn afslag scheurde hij inderdaad. Het water spoot er met enorme kracht uit.

Ik nam de afslag en voor het verkeerslicht stapte ik uit en deed de motorkap dicht. Ik parkeerde m’n auto bij m’n werk.
Ik vertelde het hele verhaal aan m’n collega.

Hij geloofde er geen ruk van.