Ted

Zag gisteren dat Maurice, m’n goeie vriendin en tevens echtgenoot van m’n goeie vriend Linda, een soort van ‘Wiesdanou?©’ deed op Facebook. (Voor m’n nieuwe schare fans ; Wiesdanou?© is een briljant, leerzaam en hartstikke lollig online 2011 kwisje welks ondergetekende verzonnen heeft.)
Ik heb er totaal geen moeite mee dat Maurice mijn concept een nieuw leven in probeert te blazen. Sterker nog, ben er zelfs wel trots op dat juist Maurice het is die dit doet en niet één of andere nono. Hoop dat het een succes wordt.
Maurice toonde een foto en de vraag was wie de persoon 2e van links is. Een hele bult reacties volgden, ik besloot ook te reageren.
Ted van de Parre, reageerde ik. En ik schoot in een enorme lachbui. Ik lachbui vaker om mezelf en deze keer was het omdat de gevraagde persoon absoluut en totaal niets van Ted van de Parre weg heeft. Ik vond dat zó lollig! (Maurice ook, dat moet wel).

Ted van de Parre is een iconische cultheld. Ted van de Parre roelt boven alle andere roelers uit. Ted van de Parre is het ultieme wat de mensheid ooit heeft voortgebracht. Ted van de Parre is een kruising tussen Hercules, Magnum en een Jumbojet.
Hij is voormalig sterkste man van Nederland, Europa en de wereld. Met z’n 6 meter 24 was hij jarenlang geen partij voor de overige deelnemers. Hoe ze hun stinkende best ook deden, Ted was altijd 10x beter.
Een boomstam van 150 kilo boven het hoofd tillen? Ted legde ‘m op z’n wenkbrauwen, rolde een sjekkie en met de rook van ’t sjekkie blies hij de boomstam secondenlang in de lucht.
Zoveel mogelijk liters water binnen een minuut verplaatsen? Ted nam een slok uit de Noordzee en pieste het even later weer uit. (Zo is trouwens het Sneekermeer ontstaan).
Een vrachtwagen vooruit trekken? Ted ging er mee winkelen. Onder z’n arm!
Afleveringen van ‘De sterkste man’ duurden dikwijls een week, simpelweg omdat Ted met gestrekte armen 2 personenauto’s zolang in de lucht hield.
Nee, niemand kon ook maar in z’n schaduw staan. Of ja, eigenlijk wel. Een hele tribune toeschouwers zelfs.

Geen idee wat de man tegenwoordig doet. Maar dat is ook helemaal niet belangrijk, hij moet gewoon Ted van de Parre zijn!
Ze moeten bij wet vastleggen dat vanaf heden Ted van de Parren een werkwoord is. Ted van de Parren = Bruut zijn. Er moet een Ted van de Parre-monument komen, een Ted van de Parretoren. De badplaats heet vanaf nu Ted van de Parrenesse.  Ze moeten per direct criminelen Ted van de Parresteren.
(meer woordspelingen kan ik niet vinden. En trouwens, is ook flauw, doet afbreuk aan deze ode aan Ted).

TED VAN DE PARRE.
Zijn naam schrijf ik met hoofdletters.

Er mag gedanst worden

In de tijd dat ik nog een wereldberoemde diedjee in m’n stamkroeg was, kwam ik nogal regelmatig in aanraking met goeie muziek. Het was de tijd van de Soulshow, elke donderdagavond op radio 3 (voor de jeugdige lezer;  radio 3 heet nu 3fm). Een mega inspiratiebron voor diedjees.
Ik had de vrijheid om te draaien wat ik wilde en deed dat dus ook. (zo heb ik een hele generatie generatiegenoten muziek leren waarderen).
In de kroeg lagen enorme bakken vol platen (voor de jeugdige lezer; platen zijn een soort zwarte platte frisbees) maar af en toe kreeg ik centjes mee om het nieuwste (lees mijn) materiaal te halen bij de platenzaak.
Urenlang snuffelde ik bij ’t Carrilon door de hoezen.
Mijn aandacht ging vooral uit naar de lange units. Of in jargon de 12″-versies (spreek uit als twelf insj) of de extended versies.
Deze versies waren ideaal om het discoënde volk voor langere tijd discoënd te houden. En de diedjee had wat meer tijd om bier te nuttigen. Ik noemde het ook wel gekscherend de win-win versies.
Nu moet ik wel even uitleggen dat er verschil zit tussen 12″-versies. Je hebt knijters die verlengd worden met een prutje instrumentale onzin en je hebt giganten die verlengd worden met een extra stuk. Deze laatste categorie had (heeft) mijn voorkeur. Een extra stukkie tekst of een rap er achteraan, dat zijn voor mij extended versions (voor de jeugdige lezer; version is Engels voor versie).
Dat is voor mij geen muziek, dat is voor mij mubeter (voor de jeugdige lezer; dat is een woordgrap).

Al zo’n jaar of 12 load ik muziek down en m’n collectie is redelijk op orde maar er bleef steeds 1 nummer onbereikbaar via de (il)legale kanalen. Wat ik ook probeerde, het nummer was er gewoon niet. Klut klutter de KLUT!!
Ik ben er nu ook al zo’n 12 jaar pissig om maar daar merkt de buitenwereld niets van. je moet privé en muziek gescheiden, zeg ik altijd.
Maarrrrrrrrrrrrrrrr (je voelde ‘m al aankomen natuurlijk).

IK HEB ‘M!!!!!!!!

Het schijnt dat je via MP3 Rocket (voor de oudere lezer; dat is een programmaatje die je kunt downloaden) video’s van YouTube heul simpel om kunt zetten naar MP3. Ik kreeg de tip van mat. Het laadt het bewuste nummer down en plaatst het automatisch in iTunes. Bril fukking jant!!
En op deze manier heb ik ‘m eindelijk toe kunnen voegen aan m’n mubetercollectie.
Ik ga ‘m met jullie delen. Want zo ben ik ook weer.

Ik zou zeggen, huister en luiver en uiteraard mag er gedanst worden.

Het spijt me

Inderdaad, het spijt me. Excuses aanbieden is een teken van zwakte zei m’n mentor altijd maar ik stap even van deze principiële stelling af. Dus, het spijt me. Het spijt me dat ik vandaag een hele kudde mensen moet teleurstellen.

Natuurlijk ten eerste alle helden die vanmiddag, tijdens het defilé, nog ’s een keer alle respect zullen ontvangen die ze verdienen.
Het spijt me.
En de organisatie die ook dit jaar weer een programma in elkaar geflanst hebben. Het is niet mijn programma maar hé, de hele wereld kan natuurlijk niet om mij draaien. Ik hoorde gisteren iemand heel enthousiast roepen “maar Nick en Simon komen!!”…….. Ik rust mijn zaak.
Het spijt me.
Japie die er jaar in jaar uit voor zorgt dat er lekkere muziek (behalve vorig jaar) en een relaxte sfeer op het bluesplein is. Het spijt me.
M’n drinkematties en drinkematta’s waarmee ik toch altijd wel weer iets beleef wat op feessien en partijen (zelfs jaaaaren later nog) de nodige lachsalvo’s teweeg brengt.
Het spijt me.
Alle eventuele projecten die hebben gereageerd op de oproep op https://www.facebook.com/#!/doe.op.5mei.een.gooi.naar.Anus. Het spijt me.
Die enorme zatlap van enkele jaren geleden die voor me kwam staan en blèrde; “Hé, jij bent die vent van De Smaakpolitie”.  En die lui die vorig jaar dachten dat ik Wouter Bos was.
Het spijt me.
En tenslotte die irritante haatbaard van vorig jaar. Oh wacht.
Dat spijt me nou totaal niet. Die heeft geluk dat ik er dit jaar niet bij ben. Dit jaar had ik ‘m zonder met m’n ogen te knipperen namelijk wèl omgelegd.

Ik laat het bevrijdingsfestival van dit jaar aan me voorbij gaan. Het is me te klutweer. En ik voel er weinig voor om m’n eerste echte vrije weekend sinds november een beetje in een temperatuur van zeker 20 graden te weinig door te brengen.
Ja, je leest het goed, m’n eerste echte vrije weekend sinds november. Ik hoef niet te werken en voormaligje houdt de jongens een extra weekendje ter compensatie van de missie aller missies van laatst. ”
(al die luitjes die altijd zo lopen te mekkeren dat ze het zo weinig rust hebben, sodemieter een end op. IK HEB WEINIG RUST JA!!!)

“Maar dan kun je toch naar een ander bevrijdingsfestival gaan, Manus? Schijnt dat boven de lijn Leiden – Enschede het weer een stuk beter is.”
Luister! Er is maar 1 bevrijdingsfestival en dat is in Wageningen. Daar heeft Bernhard z’n vrienden verraden is de vrede getekend dus dat roels.
Al die andere festivals zijn wanna be’s en je bent een kneus als je daar naartoe gaat.

Ik zie dat de R inmiddels in de klok zit, ik trek er eentje los.
Op jors!
Op jullie allemaal.

Kopje suiker?

Eindelijk is het appartement onder me verkocht. Het ding heeft 84 jaar te koop gestaan. En op de laatste dag is ie verkocht. Zal het uitleggen.
De jongen (M) die mij zijn penthuis heeft verkocht kreeg een tijdje terug een relatie met zijn onderbuurvrouw. Hij trok bij haar in, bezwangerde haar en zette zijn penthuis te koop. Dit penthuis heb ik op een zeer juist moment en voor een redelijke prijs kunnen kopen.
M woonde samen met onderbuurvrouw J vanaf november onder mij maar hadden ondertussen ook al een ander huis gekocht.
Ik had niet veel contact met ze. Het zijn niet echt mijn tiepes. Zij zijn van die ‘laten we de lieve vrede bewaren-types’ en ik mag hier en daar nog wel ’s een beetje rellen, zoals je weet.

Zaterdag 21 april gingen ze verhuizen en kwam ik M op de trap tegen. Ik groette hem en liep verder. Hij zei dat ie goed nieuws had. “Vertel.”, zei ik terwijl ik weer 4 treden nam. “We hebben het huis verkocht!”, riep hij enthousiast. “Oh mooi, aan wie?” zei ik nog steeds neerwaarts wandelend en volkomen ongeïnteresseerd.
“Nou.” zei hij de spanning opbouwend. “Aan een 40-jarige gescheiden vrouw met een bult geld te besteden.”

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Ik bleef staan. M’n oren applaudiseerden aan m’n hoofdwand.
Ik liep achterwaarts de trap omhoog. M had m’n volledige aandacht.
Ja, hij schrok er ook van.
Per 1  of 15 juni (of juli, dat weet ik niet meer) trekt ze in het huis onder me.
Ben benieuwd.
Zoals ik het zie zijn er 2 mogelijkheden:

1. Tis een bloedmooi project. In dat geval wordt het een leuke zomer voor me en ga ik regelmatig een kopje suiker lenen.
2. Tis een gedrocht. In dat geval wordt het een leuke zomer voor me en ga ik haar petsen als ik ‘r zie.

Ik houd je op de hoogte!

Retour

 Vanzelfsprekend moesten we ook weer retour. (De geoefende kijker ziet dat het plaatje geflipt is. Ik ben me d’r een hoor!).
We liepen naar station RAI en op de borden in de vertrekhal aangekomen zag ik dus nergens onze eindbestemming staan. Ik deed m’n goedgemuts, die ik op de beurs de hele tijd had gedragen, af en flikkerde ‘m naar de eerste de beste zwerver die ik zag.
In het midden van de hal stonden 2 NS-medewerksters. Eentje zag er uit alsof ze asjeblieft in het Blijf-van-m’n-lijfhuis mocht wonen.  De andere was een dikke sma waarbij het leek alsof ze het uniform hadden gebodypaint. Twee gedrochten maar ik deed toch m’n lieve schoenen uit en stapte op ze af.
“We moeten naar Ede-Wageningen”, zei ik.
Dikke sma draaide zich om (duurde ff uiteraard) en antwoordde heel gevat; “Da’s mooi”.
Dooie lijkcollega van d’r moest er om lachen. PETS! PETS!
Lelijke monsters. Met je stomme rode petjes!

In een redelijk volle coupe ging ik uitgebreid op 2 stoelen zitten en nam ik Sam op schoot. “Gezellig hier zeg”, zei Sam. De mensen om ons heen, en die leuke meid schuin tegenover ons in het bijzonder, moesten er om lachen.
We zaten in een stoptrein en nu begrijp ik waarom ze die zo noemen. We hebben elk station tussen Amsterdam en Utrecht gezien.
Dat werkt toch niet man, dat kun je net zo goed gaan fietsen, NS!
Maar een voordeel van overal in de middel of nowèr stoppen is dat er steeds mensen uit en instappen. En iedereen van de RAI-coupe stapte ook daadwerkelijk uit. Behalve leuke schuin tegenover ons meid.
Ergens halverwege kwam een meid direct tegenover ons zitten. Op de stoel naast haar kwakte ze 3 grote tassen neer, propte oordopjes in en ging met een uitgestreken muil recht voor zich uit staren.
En recht voor haar uit zaten wij toevalligerwijs vrolijk te wezen. En als ik ergens niet tegen kan, is dat iemand met een chagrijnige smoel naar m’n zoon kijkt. Ik tilde Sam van m’n schoot, zette ‘m naast me neer, leunde voorover en ……………

Ik bedacht me dat een flinke pets misschien een verkeerde indruk op leuke schuin tegenover ons meid zou hebben. Sam begreep me. Hij ging staan en slapte ’t stuk chagrijn vol in d’r smoel. That’s my boy!
Bij weer een kein stationnetje waar we stopten stapte een sujet in. Een jonge vent die de les persoonlijke hygiëne volledig aan zich voorbij heeft laten gaan. En natuurlijk moest hij zitten op de stoel met tassen, naast de inmiddels wat vrolijk kijkende chagrijn. Hij had een bakkie patat en nam dat uiterst onsmakelijk tot zich.
We stopten weer verder en terwijl de machinist de boemel pittig doortrok naar z’n 2 zei Sam dat ie moest plassen. Ik petste sujet en zei dat hij onze plaatsen vrij moest houden. Sam en ik gingen op zoek naar de wc in de trein. Veertien wagons verder zat er eindelijk één! Dat werkt toch ook niet, NS!
In Bussum-Zuid stapte leuke schuin tegenover ons meid uit. Ze glimlachte naar ons. Ik glimlachte terug, Sam gaf haar een knipoog. Hij had het vermoeden dat ze ons stiekem had gefilmd met haar telefoon. Ik deelde die mening.

Na 17 uur boemelen kwamen we aan in Ede.
We hadden een geweldige dag gehad.
(morgen op het werk maar ’s even de satellieten boven Bussum-Zuid plaatsen)