Er mag gedanst worden

In de tijd dat ik nog een wereldberoemde diedjee in m’n stamkroeg was, kwam ik nogal regelmatig in aanraking met goeie muziek. Het was de tijd van de Soulshow, elke donderdagavond op radio 3 (voor de jeugdige lezer;  radio 3 heet nu 3fm). Een mega inspiratiebron voor diedjees.
Ik had de vrijheid om te draaien wat ik wilde en deed dat dus ook. (zo heb ik een hele generatie generatiegenoten muziek leren waarderen).
In de kroeg lagen enorme bakken vol platen (voor de jeugdige lezer; platen zijn een soort zwarte platte frisbees) maar af en toe kreeg ik centjes mee om het nieuwste (lees mijn) materiaal te halen bij de platenzaak.
Urenlang snuffelde ik bij ’t Carrilon door de hoezen.
Mijn aandacht ging vooral uit naar de lange units. Of in jargon de 12″-versies (spreek uit als twelf insj) of de extended versies.
Deze versies waren ideaal om het discoënde volk voor langere tijd discoënd te houden. En de diedjee had wat meer tijd om bier te nuttigen. Ik noemde het ook wel gekscherend de win-win versies.
Nu moet ik wel even uitleggen dat er verschil zit tussen 12″-versies. Je hebt knijters die verlengd worden met een prutje instrumentale onzin en je hebt giganten die verlengd worden met een extra stuk. Deze laatste categorie had (heeft) mijn voorkeur. Een extra stukkie tekst of een rap er achteraan, dat zijn voor mij extended versions (voor de jeugdige lezer; version is Engels voor versie).
Dat is voor mij geen muziek, dat is voor mij mubeter (voor de jeugdige lezer; dat is een woordgrap).

Al zo’n jaar of 12 load ik muziek down en m’n collectie is redelijk op orde maar er bleef steeds 1 nummer onbereikbaar via de (il)legale kanalen. Wat ik ook probeerde, het nummer was er gewoon niet. Klut klutter de KLUT!!
Ik ben er nu ook al zo’n 12 jaar pissig om maar daar merkt de buitenwereld niets van. je moet privé en muziek gescheiden, zeg ik altijd.
Maarrrrrrrrrrrrrrrr (je voelde ‘m al aankomen natuurlijk).

IK HEB ‘M!!!!!!!!

Het schijnt dat je via MP3 Rocket (voor de oudere lezer; dat is een programmaatje die je kunt downloaden) video’s van YouTube heul simpel om kunt zetten naar MP3. Ik kreeg de tip van mat. Het laadt het bewuste nummer down en plaatst het automatisch in iTunes. Bril fukking jant!!
En op deze manier heb ik ‘m eindelijk toe kunnen voegen aan m’n mubetercollectie.
Ik ga ‘m met jullie delen. Want zo ben ik ook weer.

Ik zou zeggen, huister en luiver en uiteraard mag er gedanst worden.

Het spijt me

Inderdaad, het spijt me. Excuses aanbieden is een teken van zwakte zei m’n mentor altijd maar ik stap even van deze principiële stelling af. Dus, het spijt me. Het spijt me dat ik vandaag een hele kudde mensen moet teleurstellen.

Natuurlijk ten eerste alle helden die vanmiddag, tijdens het defilé, nog ’s een keer alle respect zullen ontvangen die ze verdienen.
Het spijt me.
En de organisatie die ook dit jaar weer een programma in elkaar geflanst hebben. Het is niet mijn programma maar hé, de hele wereld kan natuurlijk niet om mij draaien. Ik hoorde gisteren iemand heel enthousiast roepen “maar Nick en Simon komen!!”…….. Ik rust mijn zaak.
Het spijt me.
Japie die er jaar in jaar uit voor zorgt dat er lekkere muziek (behalve vorig jaar) en een relaxte sfeer op het bluesplein is. Het spijt me.
M’n drinkematties en drinkematta’s waarmee ik toch altijd wel weer iets beleef wat op feessien en partijen (zelfs jaaaaren later nog) de nodige lachsalvo’s teweeg brengt.
Het spijt me.
Alle eventuele projecten die hebben gereageerd op de oproep op https://www.facebook.com/#!/doe.op.5mei.een.gooi.naar.Anus. Het spijt me.
Die enorme zatlap van enkele jaren geleden die voor me kwam staan en blèrde; “Hé, jij bent die vent van De Smaakpolitie”.  En die lui die vorig jaar dachten dat ik Wouter Bos was.
Het spijt me.
En tenslotte die irritante haatbaard van vorig jaar. Oh wacht.
Dat spijt me nou totaal niet. Die heeft geluk dat ik er dit jaar niet bij ben. Dit jaar had ik ‘m zonder met m’n ogen te knipperen namelijk wèl omgelegd.

Ik laat het bevrijdingsfestival van dit jaar aan me voorbij gaan. Het is me te klutweer. En ik voel er weinig voor om m’n eerste echte vrije weekend sinds november een beetje in een temperatuur van zeker 20 graden te weinig door te brengen.
Ja, je leest het goed, m’n eerste echte vrije weekend sinds november. Ik hoef niet te werken en voormaligje houdt de jongens een extra weekendje ter compensatie van de missie aller missies van laatst. ”
(al die luitjes die altijd zo lopen te mekkeren dat ze het zo weinig rust hebben, sodemieter een end op. IK HEB WEINIG RUST JA!!!)

“Maar dan kun je toch naar een ander bevrijdingsfestival gaan, Manus? Schijnt dat boven de lijn Leiden – Enschede het weer een stuk beter is.”
Luister! Er is maar 1 bevrijdingsfestival en dat is in Wageningen. Daar heeft Bernhard z’n vrienden verraden is de vrede getekend dus dat roels.
Al die andere festivals zijn wanna be’s en je bent een kneus als je daar naartoe gaat.

Ik zie dat de R inmiddels in de klok zit, ik trek er eentje los.
Op jors!
Op jullie allemaal.

Kopje suiker?

Eindelijk is het appartement onder me verkocht. Het ding heeft 84 jaar te koop gestaan. En op de laatste dag is ie verkocht. Zal het uitleggen.
De jongen (M) die mij zijn penthuis heeft verkocht kreeg een tijdje terug een relatie met zijn onderbuurvrouw. Hij trok bij haar in, bezwangerde haar en zette zijn penthuis te koop. Dit penthuis heb ik op een zeer juist moment en voor een redelijke prijs kunnen kopen.
M woonde samen met onderbuurvrouw J vanaf november onder mij maar hadden ondertussen ook al een ander huis gekocht.
Ik had niet veel contact met ze. Het zijn niet echt mijn tiepes. Zij zijn van die ‘laten we de lieve vrede bewaren-types’ en ik mag hier en daar nog wel ’s een beetje rellen, zoals je weet.

Zaterdag 21 april gingen ze verhuizen en kwam ik M op de trap tegen. Ik groette hem en liep verder. Hij zei dat ie goed nieuws had. “Vertel.”, zei ik terwijl ik weer 4 treden nam. “We hebben het huis verkocht!”, riep hij enthousiast. “Oh mooi, aan wie?” zei ik nog steeds neerwaarts wandelend en volkomen ongeïnteresseerd.
“Nou.” zei hij de spanning opbouwend. “Aan een 40-jarige gescheiden vrouw met een bult geld te besteden.”

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Ik bleef staan. M’n oren applaudiseerden aan m’n hoofdwand.
Ik liep achterwaarts de trap omhoog. M had m’n volledige aandacht.
Ja, hij schrok er ook van.
Per 1  of 15 juni (of juli, dat weet ik niet meer) trekt ze in het huis onder me.
Ben benieuwd.
Zoals ik het zie zijn er 2 mogelijkheden:

1. Tis een bloedmooi project. In dat geval wordt het een leuke zomer voor me en ga ik regelmatig een kopje suiker lenen.
2. Tis een gedrocht. In dat geval wordt het een leuke zomer voor me en ga ik haar petsen als ik ‘r zie.

Ik houd je op de hoogte!

Retour

 Vanzelfsprekend moesten we ook weer retour. (De geoefende kijker ziet dat het plaatje geflipt is. Ik ben me d’r een hoor!).
We liepen naar station RAI en op de borden in de vertrekhal aangekomen zag ik dus nergens onze eindbestemming staan. Ik deed m’n goedgemuts, die ik op de beurs de hele tijd had gedragen, af en flikkerde ‘m naar de eerste de beste zwerver die ik zag.
In het midden van de hal stonden 2 NS-medewerksters. Eentje zag er uit alsof ze asjeblieft in het Blijf-van-m’n-lijfhuis mocht wonen.  De andere was een dikke sma waarbij het leek alsof ze het uniform hadden gebodypaint. Twee gedrochten maar ik deed toch m’n lieve schoenen uit en stapte op ze af.
“We moeten naar Ede-Wageningen”, zei ik.
Dikke sma draaide zich om (duurde ff uiteraard) en antwoordde heel gevat; “Da’s mooi”.
Dooie lijkcollega van d’r moest er om lachen. PETS! PETS!
Lelijke monsters. Met je stomme rode petjes!

In een redelijk volle coupe ging ik uitgebreid op 2 stoelen zitten en nam ik Sam op schoot. “Gezellig hier zeg”, zei Sam. De mensen om ons heen, en die leuke meid schuin tegenover ons in het bijzonder, moesten er om lachen.
We zaten in een stoptrein en nu begrijp ik waarom ze die zo noemen. We hebben elk station tussen Amsterdam en Utrecht gezien.
Dat werkt toch niet man, dat kun je net zo goed gaan fietsen, NS!
Maar een voordeel van overal in de middel of nowèr stoppen is dat er steeds mensen uit en instappen. En iedereen van de RAI-coupe stapte ook daadwerkelijk uit. Behalve leuke schuin tegenover ons meid.
Ergens halverwege kwam een meid direct tegenover ons zitten. Op de stoel naast haar kwakte ze 3 grote tassen neer, propte oordopjes in en ging met een uitgestreken muil recht voor zich uit staren.
En recht voor haar uit zaten wij toevalligerwijs vrolijk te wezen. En als ik ergens niet tegen kan, is dat iemand met een chagrijnige smoel naar m’n zoon kijkt. Ik tilde Sam van m’n schoot, zette ‘m naast me neer, leunde voorover en ……………

Ik bedacht me dat een flinke pets misschien een verkeerde indruk op leuke schuin tegenover ons meid zou hebben. Sam begreep me. Hij ging staan en slapte ’t stuk chagrijn vol in d’r smoel. That’s my boy!
Bij weer een kein stationnetje waar we stopten stapte een sujet in. Een jonge vent die de les persoonlijke hygiëne volledig aan zich voorbij heeft laten gaan. En natuurlijk moest hij zitten op de stoel met tassen, naast de inmiddels wat vrolijk kijkende chagrijn. Hij had een bakkie patat en nam dat uiterst onsmakelijk tot zich.
We stopten weer verder en terwijl de machinist de boemel pittig doortrok naar z’n 2 zei Sam dat ie moest plassen. Ik petste sujet en zei dat hij onze plaatsen vrij moest houden. Sam en ik gingen op zoek naar de wc in de trein. Veertien wagons verder zat er eindelijk één! Dat werkt toch ook niet, NS!
In Bussum-Zuid stapte leuke schuin tegenover ons meid uit. Ze glimlachte naar ons. Ik glimlachte terug, Sam gaf haar een knipoog. Hij had het vermoeden dat ze ons stiekem had gefilmd met haar telefoon. Ik deelde die mening.

Na 17 uur boemelen kwamen we aan in Ede.
We hadden een geweldige dag gehad.
(morgen op het werk maar ’s even de satellieten boven Bussum-Zuid plaatsen)

Petsen

 NS maar nooit weer.
Vat je ‘m? NS? Normaal zeg je ‘eens maar nooit weer’ maar omdat deze anekdoot over de NS gaat, maak ik er NS van. Omdat je dat ook vaak zegt als je ‘eens’ bedoelt.
Man man man, Von Woordspelinghausen ben ik toch ook.

Het zal je niet ontgaan zijn, ik ben afgelopen vrijdag weer eens met de trein geweest. Met zoonlief Sam naar de RAI alwaar de Bedrijsauto(lees vrachtwagen)beurs plaatsvond. En vrachtwagens zijn woooooooooooh, het coolst!
Ik had logischerwijs met de auto kunnen gaan maar Sam heeft nog niet de gruwelijke hekel aan treinen zoals ik dat wel heb. Heeft alles te maken met mijn deportaties naar het oosten tijdens mijn legertijd in 1990. Lang verhaal.

Vrijdagmiddag kwart over 12 stapten Sam en ik het station van Ede binnen. Waarom het Ede-Wageningen heet, is mij werkelijk een raadsel. Slaat helemaal nergeNS (ha! weer één) op. Stel, je komt uit Flubberkutterveen en je wilt naar Wageningen. Je stapt uit op station Ede-Wageningen en je wilt al wandelend naar Wageningen want je denkt vlakbij. Ik zou dan dikke kleren aan doen want het is iets met een koude en kermis. Ik denk dat het een wandeling van 18 kilometer is.
Wie Ede-Wageningen verzonnen heeft, spoort voor geen meter en is geografisch een nono. Vrouw wellicht?

“Wij willen naar de RAI.”, zei ik uiterst vriendelijk tegen de kaartjesverkoopmevrouw.
“Hij is al vier?”, vroeg ze en ze wees naar Sam.
“Hoezo?”, antwoordde ik en een hele flauwe irritatie kwam opborrelen.
“Omdat hij dan een kaartje moet hebben omdat hij al 4 jaar is maar hij onder begeleiding van u is.” “Was hij nou zonder begeleiding of nog 3 jaar, had hij gratis kunnen reizen.”, zei ze met een stalen gezicht.
Ik ademde diep tot 10 en zei tegen Sam dat hij even op een van de aanwezige stoelen in de hal moest gaan zitten. “Kijk maar even die kant op, papa gaat even wat regelen.”, zei ik.
Een minuut of 2 later pakte ik hem bij z’n handje en liepen we naar spoor 4.
“Wat ging je doen, papa?”, vroeg hij.
“Ik heb die mevrouw even gepetst.”, zei ik.
“Wat is gepetst dan?”
“Dat is iemand met de vlakke hand hard tegen de wang slaan”, legde ik uit.
“Oh, bitchslappen.” zei ie.
“Ja jongen, bitchslappen.”

Behalve een geërgerd kijkende en continu zuchtende vrouw zaten we alleen in een coupe. Ik vroeg haar of ze zich misschien stoorde aan mijn behoorlijk opgewonden zoon en gaf haar een pets. Ze wees naar de 1 aan de wand van de coupe. Het bleek dat Sam en ik in een eerste klascoupe zaten. En daar moet je waarschijnlijk stil zijn? Wij hadden daar poep aan.
Is trouwens ook zo’n onzin van de NS, eerste en tweede klas. Waarom niet blank en zwart? Mannen en vrouwen? Aantrekkelijk en gedrocht?
We reden de hoofdstad binnen en tot mijn ontsteltenis zag ik station RAI door het raam voorbij glijden. We stopten een station later. M’n neusharen gingen overeind staan.
Beneden in de hal van het station stapten we op een NS-medewerker af. Grote kerel, jaar of 50. Ik vroeg hem hoe we bij de RAI kwamen. Met zo’n overdreven gemaakt accent wees hij ons de weg naar de metro. “Ritje van 4 minuten”, zei hij erbij.
De weg naar de metro werd geblokkeerd door glazen poortjes. Ze openden niet. Grrrrrrrrrrrr. Ik keek NS in het rond, overal glazen poortjes. We konden geen kant op, we zaten gevangen!! “Je mot wel een kaartje kopuh”, blèrde de NS-medewerker me toe. Hij had een ‘daar heb je weer zo’n provinciaal-lachje’ op z’n smoel. Ik liep naar ‘m toe en sloeg z’n adamsappel naar binnen. Sommige lui moet je iets harder aanpakken, zeg ik altijd.
Snel deed ik m’n gevechtstenue aan, een man als ik laat zich niet zomaar gevangen nemen!
De glazen poortjes naar het perron trapte ik met een goedgeplaatste low-kick aan diggelen. Onze trein stond er nog. Ik trok Sam mee de cabine binnen. Ik petste de machinist en zei dat hij onmiddellijk in z’n achteruit moest. Om hem duidelijk te maken dat ik geen geintje maakte, petste ik ‘m nogmaals. Deze keer op z’n andere wang. “Dat kan niet”, zei hij. “Dan krijgen we problemen met de seinen”.
PETS! Ik had daar geen boodschap aan. In volle vaart knalden we achteruit, een station terug. Kom op zeg, beetje klantvriendelijkheid is er tegenwwoordig niet meer bij bij de NS. Schijnt trouwens dat die seinen de dag erna inderdaad behoorlijk wat problemen hebben gegeven.
Na anderhalf uur waren we op plaats bestemming.