Help

Na lang wikken en wegen, laten we zeggen 2 koppen koffie en m’n gebruikelijke ochtenddrukje, heb ik de spreekwoordelijke knoop doorgehakt. Ik moet een huishoudster hebben. Zoals Huub al zong, ik kan het niet alleen.
Nou, ik kan het niet alleen is een beetje overdreven, ik heb jarenlang op missies m’n schuttersput ook schoon moeten houden natuurlijk maar je begrijpt wat ik bedoel. Het is meer dat ik er gewoon te weinig tijd voor heb.
Ten eerste heb ik natuurlijk m’n werk als top secret underground black opps-agent. Wat je 24/7 bent anders kun je het net zo goed niet doen. Daarnaast dien ik natuurlijk rekening te houden met mijn zorgvuldig ingeplande rustmomenten die ik meesttijds op de bank doorbreng. En ook gaat er zeeën van tijd zitten in het afwegen met welk voedsel ik ’s avonds m’n prachtlijf zal vullen.
En tenslotte, laat ik vooral de sociale media niet vergeten. Het is en  blijft toch mijn taak om mensen te vermoeien entertainen met mijn jolijten op diezelfde media.

Maar dat is nog niet alles. Ook heb ik sterk het gevoel dat ik het huishouden fout doe. Haal ik zum bleistift een vochtig doekje over de kast, ligt er 12 uur later weer stof op. Slinger ik de stofzuiger door het huis, zodra ik de stofzuiger heb opgeborgen, komen de stofwolken me een paar dagen later weer vrolijk tegemoet. Heb ik de wasmand leeg, een week later zit ie weer nokkie vol. Zet ik bloemen netjes in een vaas, 3 dagen en ze hangen slap. Moet je nou echt in alle 3 bakjes wasmiddel kieperen? En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Dus heb ik vanochtend een advertentie op MP gedumpt.
Nu maar afwachten. Op vrouwen die genoegen nemen met wekelijks een paar uur in mijn nabijheid te zijn.
Ik heb voor de zekerheid m’n mailbox leeggehaald.

Date

Gisteren had ik een date met een getrouwde vrouw. Een soort van blind date zelfs.
Goed, ik ken haar wel maar ik had haar nog nooit in the flesh gezien laat staan gezeten. We spraken om 20.00 uur af in een restaurant voor een lekker hapje en een lekker drankje. En wellicht nog wel meer maar dat liet ik even van de avond afhangen.
Zoals een echte vent betaamt, kwam ik rond 10 voor 9 binnenwandelen. Je moet ze altijd even laten zweten, is mijn ene credo. Hoe meer zweet op een vrouwenlijf, hoe beter is m’n andere.
En waar kwam ik binnenwandelen zeg! Een hele toko vol mooie vrouwen! Zodra ik de deur openzwiepte, priemden 84 mooie ogen naar de ingang.
Ik hoorde hier en daar gegiechel en daar en hier zelfs diepe zuchten. Of waren het nou gelukskreten, ik weet het niet, wie zal het zeggen?
Een gemiddelde man zou met knikkende knieën naar binnen stappen, ik liep regelrecht en stoïcijns op de bar af. Ik bestelde een *plop* en hikte ‘m in 4 seconden achterover. Ik draaide m’n lijf eens van links naar rechts zodat de hele zaak een goede blik op m’n strakke gespijkerbroekte bips zou hebben. Ik bestelde nog een *plop*.

M’n date zat aan een tafel te zwaaien, ik liep er naartoe. Ik pakte ‘r bij haar middel en gaf haar 3 zoenen. Ik voelde een lichte vorm van teleurstelling bij de meiden aan de tafels rondom de onze. Maar daar had ik geen boodschap aan. Ik kan niet multitasken en kan dus 1 vrouw tegelijk doen.
We hebben lekker gegeten, goed gedronken en gezellig gekletst.

Maar daar is het bij gebleven.
Want getrouwde vrouw.
Want het was in Friesland.
Want ik voelde te weinig vibraties rondom de schaamstreek

Oja, en het was Eva.
Dus.

Rug

Ik heb het weer eens flink en tevens fors in de rug. Ik heb het altijd al in de rug maar als je de eerste zin terugleest, zie je het woordje ‘weer’ staan. En daar gaat het in dit geval om.
Ik heb met m’n rugpijn leren leven maar de laatste tijd komt tie weer (daar heb je ‘m weer……….en weer. Hahahaha, taalvirtuoos ben ik toch ook hè?) in alle hevigheid terug. En om een duidelijke plaatje van m’n fysieke gesteldheid te krijgen, ben ik de oorzaken die niet de oorzaak kunnen zijn aan het wegstrepen.
Ten eerste heb ik geen bierpens. Eerder een 24-pack (ja dames, da’s 4x zo strak!)
Ten tweede heb ik geen slappe en/of zwakke spieren. Eerder staalkabels.
En tenslotte ben ik alles behalve zwaar geschapen. Sterker nog, zou al blij zijn met alleen de schapen (sorry dames, ik moet ’t van m’n humor hebben).

Dat kunnen we dus bij dezen uitsluiten. Dus bij dezen.

De  fysio zei heul lang geleden dat het aan m’n houding ligt en dat ik meer met m’n hoofd omhoog en m’n borst vooruit moet lopen. Zo’n arrogant loopje, zeg maar. Ik heb dat een tijdje gedaan maar dat werkte niet. Ik heb alleen nog m’n arrogante kop overgehouden aan die tijd.
Ik vond dat ook een beetje makkelijk van ‘m. “Oh, je moet een andere houding aannemen “blablabla blaat”. En dat zei ie dus na de 10e en laatste behandeling hè? Eigenlijk was het gewoon een enorme suflul van een fysio. Hoop dat ie failliet en tegenwoordig dakloos is! Eikel.

Nee, m’n rugpijn zou te verklaren zijn door mijn inzet in de ‘Slag om Sneek’. Je weet wel, in 1991 toen de Friezen met alle geweld Sneek aan de Groningers wilden slijten en ik het met al m’n macht voorkomen heb. Ik nam Sneek op de schouders en mikte het zo weer de grens over. Kom op zeg, wat moeten wij met die meuk? Waar het rare volk trouwens nog steeds blij mee is, de Snitswits is hieruit immers ontstaan. Wist jij trouwens, even tussendoor hoor. Wist jij dat ‘De slag om Sneek’ nog steeds jaarlijks op 13 januari in “De Walrus” gevierd wordt? Neem je toch even mee.
Dat is één optie.
De andere is m’n auto-ongeluk van 1997. De motor van m’n BMW 320i onplofte op het moment dat ik op de snelweg 230 km/u reed. De motorkap vloog omhoog, ik vloog van de weg, sloeg 14 keer over de kop, maakte met de auto een driedubbele Rietberger (mèt nette landing) en kwam 1483 meter lager vlak voor een boom tot stilstand.
Dat kan ook nog.

Maar daar gaat het eigenlijk helemaal niet om. Het gaat er om dat ik nu weer RUGpijn heb. RUG inderdaad met hoofdletters want een normaal mens………………..ach, je weet ’t inmiddels.
Aan m’n nieuwe matras kan het niet liggen. Da’s namelijk zo’n goeie-houding-ding van een halve meter dik.
Ik weet nog goed dat ik ‘m kocht. De verkoper, Eugene heette hij, zei nog “Gaat u maar even liggen hoor, draai u maar even fijn om” en ik zag ‘m instemmend knikken terwijl hij op zijn vingernagel beet. Nou, dan weet ik genoeg. Dan is dit het juiste matras voor mij. Toch?

Maar positief als ik immer ben, ga ik uit van het goede.
Omdat het een juiste-houding-matras is denk ik dat ie mijn juiste houding weer kleit. Dat dus al die jaren het een en ander scheef gegroeid is en dat m’n nieuwe matras tijdens m’n rustmomenten de boel weer in juiste proporties probeert te fabriceren.
Ik kom hier over, laten we zeggen, een half jaar terug.
En mocht het dan nog niet over zijn, kan dat matras m’n rug op.
Oh, wacht.

Autotest

Zo heel af en toe maak ik met m’n bolide een testritje en gisteren was weer zo’n heel af en toe. Het weer was bagger met een hoofdletter b, een B dus wat dan weer Bagger geeft, en de jongens hadden na 5 uur alle beschikbare speelgoed wel in de handen gehad en ergens door het  penthuis op de grond gemikt. Hoogste tijd om de jassen aan te doen, riep ik. Sam begreep de opdracht en pakte zijn jas van de kapstok, op Teun had het geen effect. Ik besefte me dat hij nog niet in die fase zit dat hij orders van mij klakkeloos uitvoert. Ik deed hem de jas aan.

Het bospad dat ik voor ogen had zag er uit als het bospad dat ik voor ogen had. Hobbels, kuilen, diepe bandensporen en plassen, veel plassen. Ideaal om de auto even tot de limiet te testen. Het was wel een verboden-voor-voertuigenbospad maar swa, knappe vent die mij en m’n jongens van een pleziertje afhoudt, dacht ik. En ruiters moesten maar ff opzouten, ze zien me aankomen en hebben dan een kleine 4 seconden om aan de kant te gaan. Tijd zat, me dunkt.
Ik stripte de jongens vast, Sam voorin en Teun op de achterbank. Plankgas knalde ik het bospad op. Spetters metershoog langs de auto, nu en dan kwamen we zelfs los van de grond. Lachen, gieren en tevens brullen, wij in onze hum.
Na een rondje of 4 zag ik ineens zwaailichten in de binnenspiegel. Veel zwaailichten. Ik begreep dat het niet toegestaan is met een auto op een ruiterpad te crossen maar om daar nou 4 politiewagens, 2 ambulances en zelfs een brandweerwagen op af te sturen, vond zelfs ik te ver gaan. De jongens vonden het geweldig, zwaailichtfetisj als ze zijn. Ik sloeg linksaf, een pad langs het spoor. De zwaailichten volgden me. Sensatie, dacht ik!!! Ik wilde me best laten pakken maar dan wel spectaculair. Voor de zekerheid pakte ik m’n beveiligingspas uit de binnenzak. Kon ik in elk geval aangeven dat ik op missie was.
Bij een T-splitsing zag ik rechts een trein stilstaan. Een stilstaande trein, zwaailichten, het had mijn onmiddellijke aandacht. Ik trok de handrem omhoog en zwiepte het stuur om. Dat is het dus, een treinkaping, dacht ik. Ik zei tegen de jongens dat papa even aan het werk moest en dat ze in de auto moesten blijven zitten. “Is goed papa, werk ze!”, zei Sam.
De zwaailichten sloegen rechtsaf op de T-splitsing. Ik liep in de richting van de trein. Al gauw zag ik dat het geen kaping betrof.
Ik keerde terug naar de auto, hier had ik geen zin in.
Sam vroeg wat er gebeurt was. Snel bedacht ik een verklaring om de jonge kinderzieltjes niet al te veel schrik op het lijf te jagen.
“Een lutser die niet met z’n problemen om kan gaan heeft zich weer eens voor de trein gegooid”, zei ik. De jongens keken verschrikt.
Ik startte de auto en scheurde weg, de laatste keer over het bospad.

“Lutsers zijn stom hè papa?, vroeg Sam na een tijdje.
“Ja jongen, lutsers zijn stom”.