Romantiek

Ik plempte net weer eens een statusupdate op het wereldwijde web en fluks werd er gereageerd door mijn goeie vriend en ultieme stommerd Linda. Ik schreef dat een romantische strandwandeling er vandaag niet in zat. Zij schreef dat anders het weer wel roet in het eten zou gooien.
Een zielscheurende opmerking. Maar wèl een lollige, dat wel.

Romantiek, wat is dat nou eigenlijk? En waarom is romantiek in vredesnaam zo belangrijk in een relatie. Ik ben er nooit een ster in geweest. Maar dat komt omdat ik nog nooit de definitie ervan begrepen heb.
Een romantische strandwandeling zum bleistift. Wat is er mis met een gewone strandwandeling? En waarom zou je trouwens kilometers door het mulle zand moeten sjouwen? In mijn optiek kun je beter de eerste de beste strandtent naar binnen gaan en wat drinken/eten.

Of romantisch op een tijgerkleed voor de open haard hangen/liggen/zitten. Ja? En dan? Dat verveelt volgens mij ook wel na een dikke 7 minuten. En als je geen open haard hebt? Moet je dan maar voor de verwarming of kachel (die heb ik, kutding doet het nog steeds niet) gaan hangen/liggen/zitten?
En een tijgerkleed? Waar haal je zo’n ding? Ze zien me al aankomen bij Ouwehands. Dat ik het tijgerverblijf afdaal en met een mes zo’n prachtbeest van z’n velletje ontdoe.
Je kunt volgens mij beter op de bank plaatsnemen. Een stuk zachter voor de bips! Maar ja, ik vind dat een bank om op te liggen is. Dus zou jij op een aparte stoel moeten zitten. Maar waar dan de romantiek moet inkicken, ik heb geen idee.

En kaarsjes? Wie heeft dat verzonnen? Waarom denk je dat elektriciteit is uitgevonden?

Nee. Romantiek, ik vind het maar een vaag iets.
Misschien dat jij me op een andere gedachte kan brengen?

De lijnen staan, zoals gebruikelijk, open.

Lucky bastard

Als ik zeg “IJL BIE BAK” dan weet jij precies wat ik bedoel toch? En dan weet je precies wie ik bedoel. Toch?
Juist. Dat zeg ik altijd als ik op m’n werk even wegga om een sigaartje te roken.
Maar natuurlijk weet je ook wie ik bedoel met “I have a dream” (Voor de nono’s die hier lezen: Die is van Martin Luther King). En met “Ich bin ein Berliner”. En wat dacht je van “Yippee-ki-yay, motherfucker”. En één van de beste ooit; “Ik heb een banaan in m’n oor”.
Je begrijpt waar ik naartoe wil. Toch?
Juist, naar beroemde oneliners. Zo’n zinnetje waarvan je direct weet wie het zei, wat er bedoelt wordt en/of waar je was toen je ‘m voor het voor het eerst hoorde.

“Wat doet u nu, buurman?” zei laatst m’n goeie vriend annex persoonlijke chef-kok zomaar uit het blauwe. Ik weet niet meer waar we het over hadden maar het was ongetwijfeld een onzingesprek. We hebben namelijk geen andere gesprekken. Ik wist direct waar het over ging en we vroegen ons gezamenlijk af wie toch die ene vent was. Het zinnetje werd uitgesproken door Tatjana in de Flodderfilm uit 1986.
Zucht, Tatjana. Was er een fijnere vrouw op de wereld voor een 15-jarige puber? Man, ik heb met regelmaat nat over haar gedroomd toentertijd.
Tatjana. In 1986. Ze was toen 23 jaar. Met haar gebrekkige Nederlands (oh wacht, nog steeds). Wat maakte het uit dat ze niet kon acteren? Of zingen? Ze was een uitermate prettige verschijning. En dat was voor een hormonaaltje als ik genoeg. Toen had je nog het idee dat je ook zonder miljoenen op de bank een kans bij haar had. Zucht. Kwijl. Druip. Smacht.

Maar ik dwaal af. Het ging dus over dat ene zinnetje. En over die buurman. Hij mocht van regisseur Dick Maas Tatjana van achteren bij haar units pakken terwijl ze voorover gebogen op de motorkap van een Citroën leunde. Whoehoooooeeee, oh sorry.
Ik weet nu dus wie dat is. Heb het even geGoogled. En nu ik dees anekdoot zo teruglees denk ik, mèn wat een onzinstukje over Bert André (1941 – 2008).

De lucky bastard.

Een man kan niet huilen

Toen mijn moeder die vrijdagochtend belde en de woorden zei die ik niet wilde horen, flikkerde ik de telefoon weg. Op de bank. Ik draaide me om en liep linea recta de tuin in. Kwaad was ik. Woedend zelfs. Maar op wie? Op het ziekenhuis? Omdat zij hun werk niet goed hadden gedaan? Op de wereld? Omdat het niet eerlijk was? Op pa zelf? Omdat hij er plotseling tussenuit geknepen was? Ik wist het niet. En het sloeg ook helemaal nergens op. Doodgaan komt altijd onverwacht. En je moet er gewoon rekening mee houden. Klaar.
Ik rookte eentje.
Ik liep de kamer weer in en zag vriendinlief staan. Ze was in tranen. Ik omhelsde haar. Ze begon hardop te huilen.
Ik huilde niet. Gedachten schoten door m’n hoofd. Er moesten zaken geregeld worden. We moesten zo snel mogelijk naar Groningen vanzelfsprekend maar ook mensen die dichtbij me staan moesten op de hoogte gebracht worden.
Ik belde m’n maat op zijn werk. Maat die altijd in is voor een grap en een grol was BAM! ineens stil. Hij schoot vol. Ik kon niet vol schieten.
Ik belde de broer van vriendinlief. Altijd in voor een grap en een grol. Hij begon te snikken. Ik kon niet snikken.
Eenmaal in Groningen zaten broer en zwagers met tranen in hun ogen op de bank. Ik had geen tranen in m’n ogen.
Grote, sterke mannen die emoties hun gang laten gaan. Zij wèl. Ik ben op één of andere manier te zakelijk op emotionele momenten. Op één of andere manier blokkeer ik emoties. Geheel onbewust trouwens.

Laatst lag ik op de bank en dacht aan die zwarte vrijdag in 2007. Tranen rolden over mijn wangen. Natuurlijk kan ik wel huilen.
Het duurt alleen even bij mij.

Vandaag zou mijn vader 66 jaar zijn geworden.
Op jors, ouwe.

R.I.P. Oxy Joe

Oxy Oxy Joe is dood, beste lezer. Oxy Joe, de vroegere buurman van m’n vroegere buren.

Sinds mensenheugenis en zolang ik me kan herinneren woonde Jo op de hoek, naast onze buren. Ik zal als klein manneke ongetwijfeld  wel eens bij hem binnen zijn geweest. In zo’n volksbuurtje woonden wij wel. Wij deelden met hem de krant. Maar verder weet ik vrij weinig van, met en over hem.
 Ik weet trouwens nog opvallend weinig van vroegah. Denk toch dat alcohol en feesten in m’n gloriejaren (1985 – 1997) flinke delen van m’n geheugen hebben weggeslagen.
Het enige wat ik nog weet van Jo is dat hij zeilenmaker was (geweest). Met grote regelmaat dreunde ons huis heen en weer omdat Jo op zijn zolder een zeil met insteekringen met een giga-voorhamer in elkaar beukte. Zat je rustig te eten, te kleien, tv te kijken, KABOIIIIIIIINNNNGGG, sloeg Jo weer een koppelring tegen elkaar.
En toen hij te oud werd om dit fysieke werk te doen, liet ie een kast van een bungalow in zijn tuin bouwen. Ging ie daarin duiven houden! De dwaas.
Zeker 5 keer per dag moesten die klotebeesten terugkomen van het rondjes vliegen en stond Jo kwartierenlang in de tuin te fluiten en te ‘kom maar, kom maarrrrr, kom maarrrrrrrr’. Gek werd ik er van! En overal die schijt!!

Maar Jo werd ziek. Ernstig ziek. Weet niet precies wat hem mankeerde maar hij moest aan de zuurstof.
En met lolbroeken als buurjongens werd Jo al snel door ons omgedoopt tot Oxy Joe. Weet niet meer wie dat nou eigenlijk verzonnen heeft, m’n broertje of ik.
Kwam hij weer eens helemaal puffend en kreunend bij het tuinhek de krant brengen, riepen wij “Hé Oxy Joe, kom je een luchie scheppen?” Wij vonden het hilarisch. Van m’n moeder hoorde ik dat Jo in al die jaren slechter en slechter werd maar hij weigerde Maarten te pijpen. Die taaie.
Zojuist kreeg ik een sms’je van Moeke.’ Jo overleden’ stond er.
Hij is 1200 jaar geworden.

Rust zacht buurman.