Ongegeneerd reclame voor mezelf maken, ik doe daar niet moeilijk over. En laten we eerlijk zijn, ik kan dat ook gewoon doen. Ik ben tenslotte de pionier van het huidige internetten.
Spelletjes spelen via internet? Ik ben ermee begonnen.
Keihard een mening verkondigen? Dat was ik.
Medische oplossingen? Hierzo!!!
Humor in weblogverhalen gebruiken? Jep. (okee, m’n blogmat doet ook leuk mee in de reacties, eerlijk is eerlijk).
En zo kan ik nog seconden doorgaan!
Maar ik heb weer wat nieuws. Iets geniaals (vanzelfsprekend).
Een filmpjessite………………………..VON GOEGELHAUSEN’S FILMPJESSITE!
Slim hè? Gewoon een site waarop je korte Oscarwaardige filmpjes kunt zien.
Man man man, ik zeg ’t al zo vaak; aan de top komen is niet zo moeilijk, er jarenlang blijven, dat is pas een uitdaging.
Erop staan korte filmpjes van m’n jongens. M’n jongens in lollige, enthousiaste, speelse, leuke, leerzame hoedanigheden.
Telkens als er weer voldoendee materiaal is, doe ik m’n stropdas voor en plemp ik ze op genoemde site.
Ik vind het weer eens een briljant idee van mezelf………………………..Dus.
Ik begrijp natuurlijk als geen ander dat niet iedereen de kans heeft m’n jongens dagelijks mee te maken en hoe koel is het dan dat jij, als je zo iemand bent, een creatyp als ik kent?
VON GOEGELHAUSEN, onthoudt die naam!
(Noot voor MOEKE : doe most eem op dai link noa ‘Dit is ‘m’: klik’n. Den komst op mien sait mit filmpies.
En ast nou slim bist, zetst dizze sait eem bie dien favoriet’n. Den kest altied kiek’n wanneer doe moar wilst)
We zijn de terminatie van m’n huidetters begonnen. Vandaag kreeg ik de eerste van 30 behandelingen om mijn prachtlijf (zwemmerslijf) weer in perfecte staat te herstellen.
Om exact 3 voor 4 kwam ik zelfverzekerd as always met m’n Heinekentas binnen. Ik vlijde m’n bips op de lederen stoel in de wachtruimte. Ik pakte een tijdschrift. Voorop stond ‘Dat doet een man van 40 niet’. Pagina 16. Ik was nieuwsgierig. Nog voor ik pagina 16 had opengeslagen, werd ik geroepen door een vriendelijke nors kijkende dame. Ze begeleidde me naar de kleedruimte. Hier kon ik me in m’n meegebrachte badjas hullen. Nog voor ik een vraag kon stellen, sloot ze de deur. Ik ging er maar van uit dat ook de string uit moest.
Met de blote pielemoos onder de badjas liepen we even later richting de badruimtes. Ik moest 10 minuten in een zouten bubbelbad. ‘Ah, even chillen‘, zei ik. Ik vroeg of Katja Schuurman en Anita Doth er ook bij zouden komen. Ze sloot met een vragende blik de deur.
Ik ontdeed me van de badjas op een manier die Rocky Balboa niet zou misstaan. Op het moment dat ik m’n slippers netjes naast elkaar onder het kapstokje wilde zetten, ging de deur open. ‘Alles in orde?’, vroeg ze. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen. Ik moest er om glimlachen. In bad begon ik luidkeels te het bubbelbadnummer zingen.
Een andere dame bracht me naar de lichtcabine. ‘U kunt de badjas daar ophangen’, zei ze. Ik hing ‘m aan het haakje. ‘Heeft u het ook in het gezicht?’, vroeg ze. Ik zei dat dat niet het geval was. In dat geval moest ik een brilletje en een helm op. ‘Vanwege verbrandingsgevaar’, zei ze erbij. Vóór het uitleggen van de procedure drong ze er op aan dat ik het brilletje en helm alvast op zou zetten. Het brilletje was van het type lasbril, ik zag er geen ruk door. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen. Ik moest er om glimlachen.
Niet meer dan 37 seconden mocht ik blootgesteld worden aan het UVB-licht. Ze zei dat de tijd van blootstelling per behandeling opgeschroefd zal worden en dat ik vanaf behandeling 10 een soort van bescherming voor het geslachtsdeel moest dragen. Ik zei dat ik wel een sok van m’n jongste zoon mee zou nemen. Ze vroeg hoe oud hij is. Ik zei dat hij in augustus 2 wordt. We kletsten beiden dij om deze grol mijnerzijds.
De dame sloot de cabine en het witte licht beamde op mijn bevlekte huid. Omdat ik wilde dat elk stukje huid gebeamd zou worden, trok ik de bammetjes iets van elkaar en ging ik door de hurken. Je weet tenslotte nooit waar die vuile huidetters allemaal verschanst zitten.
Weer werd ik naar een andere kamer gebracht. Hier zou de crème aangebracht worden door weer een andere dame. Maar voor het zover was, ging ze eerst de complete behandeling uitleggen. Ik nam plaats in de behandelstoel, de badjas lafjes over m’n benen gespreid. Ze ging recht tegenover me zitten. Het was overduidelijk dat ze even een gluurtje op mijn pielemoos wilde piepen.
Ik deed een Sharon Stone. En moest er om glimlachen.
Omdat ik ook een plakkaat op m’n hoofd heb, zou ze beginnen met het belichten van dit lichaamsdeel. Ze deed een kap over m’n hoofd. Ik greep krampachtig de armleuningen vast. Ik kreeg flashbacks van mijn kidnapping door de FBI (Fryslàn Boppe Instantie) in 1989.
Ook deze bestraling duurde maar luttele seconden. Opgelucht haalde ik adem toen ze de kap van mijn hoofd trok.
Hierna mocht ik de badjas ophangen en in spreidstand gaan staan, ze ging me insmeren. Ik trok de bammetjes nog eens wijd open maar dat was niet nodig zei ze. Een kwartier later zat ik volledig onder de smeersels en kon ik me boven vermaken in de ontspanningsruimte. Ik wilde een potje driebanden op het biljart maar van krijt was geen sprake. En als ik iets irritant vind, is het wel een kale pomerans.
Ik besloot de Olympische Spelen te kijken. In een heule luie stoel. Ik dutte weg.
‘Manus! Manus!’ (ze mogen me daar Manus noemen). Er werd aan m’n schouder geschud. Wèèr een andere dame stond naast me. ‘Je mag je gaan douchen, de eerste behandeling zit er op’.
Ik zei dat ik dat zeker ging doen. Maar vroeg me toch af hoe lang ze er al had gestaan.
Zou ze een hele lange gluur op mijn pielemoos hebben gepiept?
Woensdag ga ik weer, heb er nu al zin in.
Pielemoos ook.
En m’n uiterst succesvolle sportzomer gaat nog gewoon ff door.
Vanaf aanstaande vrijdag hang ik weer uurlijks voor de buis. Oh wacht, ik moet natuurlijk ook gewoon werken……….
Vanaf aanstaande vrijdag zet ik weer de wekker als er een wedstrijd van belang gespeeld wordt. Oh wacht, het is hiero in London en niet in zo’n achterlijk wat een tering-end-wegland met stomme tijden……….
Vanaf aanstaande vrijdag kijk ik zoveel alst kan want zoals jij weet ben ik een sportman in hart en nieren. Het is jammer dat m’n longen niet dezelfde bevleugeldheid (is dat een woord? Nah, nu wel) hebben anders zou ik het zonder twijfel nog in praktijk gaan brengen ook!
Ik kijk er al naar uit sinds Jimmy in 2008 zijn wereldberoemde rif inzette tijdens de afsluitingsceremonie van de Spelen van Peking.
Olympische Spelen staat hoog op mijn must see-lijst. Na, vanzelsprekend, een WK en EK voetbal èn de Friesche kampioenschappen Fierljep inbrengen neemt de OS toch een 4e plek in.
Atleten die 4 jaar keihard gewerkt hebben om te pieken op het juiste moment. Ik vind dat mooi. En het maakt me geen fuk uit in welke sport het is, ik vind alles mooi. Of het nu zwemmen, atletiek, basketbal of curling slingeren is, ik kijk en geniet.
De ontladingen. De teleurstellingen. De blijdschappen. De woedes. De successen. De miskleumen. Alles zie je bij de OS.
Mooi, mooi, 3 werf mooi.
En, chauvi als ik ben, sta ik natuurlijk helemaal te juichen als ‘Oranje’ wint. Een ontzettend dikke middelvinger naar USA, RUSSIA, CHINA of GERMANY dan. De landen die wel weer de meeste medailles zullen halen.
Vrijdag, 21.50 uur, Nederland 1. Dan begint ‘t.
Ik bracht ’s ochtends zwagert en cleansis naar Schiphol. Ze zouden de jaarswisseling op Kreta vieren en omdat ik de Schipholtaxi van de familie was, was het logisch dat ze bij mij in de auto zaten. Het was gezellig, zoals altijd. Het was lachen, zoals altijd. Het was gieren en brullen, zoals altijd. Op de radio was de Top 2000 (die toen nog wèl leuk was) te horen. We zongen vrolijk met alle nummers mee. Ik vertelde zo af en toe een anekdote over de betreffende plaat. Het was voor hen leerzaam. Zoals altijd. Bij de vertrekbalie namen we afscheid, ik toog terug naar m’n auto.
Op de terugweg ging ik in m’n eentje verder waar we gebleven waren. Vrolijk meezingen met de klassiekers van de Top 2000.
Op de A9 belandden ze bij nummer 1119; Mike and the Mechanics met The living years. Mooi nummer. Ik zong vrolijk mee.
Tot ik het laatste couplet hoorde………………….. ‘I wasn’t there that morning When my Father passed away I didn’t get to tell him All the things I had to say
I think I caught his spirit Later that same year I’m sure I heard his echo In my baby’s new born tears I just wish I could have told him in the living years’
Hoe treffend kan een tekst zijn? Was dat niet precies (nou ja, bijna dan) zoals het bij mij gegaan was?
Ik werd er stil van.
Ik was er inderdaad niet, die morgen dat m’n vader overleed.
M’n pa kreeg maandagavond een hersenbloeding en werd vanzelfsprekend met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Het telefoontje van m’n zus een paar uur later behoedde mij ervan om, weliswaar met wat biertjes op, de auto in te springen. Pa was stabiel.
Ik ging de volgende dag naar het ziekenhuis in Groningen. Ik schrok toen ik zijn kamer binnenkwam. De stoerste man in m’n leven lag daar als een hulpeloos hoopje mens. Gelukkig was hij aardig bij positieven en al gauw keek ik dwars door dat scheefhangende gezicht heen en was het oude jongens krentebrood.
Bij m’n afscheid schudden we elkaars hand en gaf hij me een ‘komt wel goed, jongen-knikje’. Ik beloofde donderdag weer te komen. Donderdagochtend belde mien moe dat pa vrijdags weer thuis zou komen. We besloten daarom om zaterdag die 200 km te rijden. Naar pa’s vertrouwde omgeving.
Het is er niet van gekomen. De bloedprop (aneurysma) in zijn hoofd is geknapt terwijl hij stond te douchen, een half uur voor hij naar huis mocht. Gelukkig heeft hij er zelf niets van gemerkt, hij was op slag dood.
En ook ik zou inderdaad enkele maanden later vader worden. Zijn eerste zoon-kleinkind. Ik heb hem zelden blijer gehoord toen ik hem telefonisch vertelde dat hij weer opa werd. Voor de 5e keer.
Een week voor zijn overlijden bikkelde hij nog in ons nieuwe huis. En hij zou de kinderkamer wel even voor me behangen.
Maar hij had het ultieme excuus.
Vandaag is het 5 jaar geleden dat hij overleed. En ik mis ‘m. Ik mis hem heel erg. Je hoort niet op 59-jarige leeftijd te overlijden.
Nog bijna dagelijks denk ik dat ik die donderdag toch had moeten gaan. En nog bijna dagelijks denk ik, was hij wel op slag dood? Hoe lang heeft hij daar in die douche gelegen? Heeft hij pijn gehad? Heeft hij het voelen aankomen? Waarom stuurt het ziekenhuis hem naar huis terwijl hij een tijdbom in zijn hoofd had?
Maar m’n hart scheurt het hardst als ik af en toe naar mijn beide jongens kijk. Zo onschuldig en zo onwetend nog. Zij zullen hun opa nooit kennen. Hun opa die zo gek was op zijn kleinkinderen. M’n oudste weet wel wie hij is (“die is dood hè”), maar wat had ik graag gezien dat ze hem hadden meegemaakt.
En wat had ik graag gewild dat mijn vader mij als vader bezig zou zien. Ben ik wel een goeie vader? Hoe deed jij dat vroeger? Hoe kijk jij tegen deze huidige situatie aan? Ben je trots op me?
Het is niet anders. Ik zal het de rest van mijn leven zonder vader moeten doen. Dat is een harde en pijnlijke conclusie.
5 Jaar. Ze noemen het een lustrum. Maar daar wil ik niet van spreken. M’n vader lustte geen rum, hij was een bierdrinker.
Net als ik.
Inmiddels vader.
Teun en ik liepen, Sam ging op z’n fietsje, tegen 10-en richting receptie om een fiets te huren. Leek me wel handig op zo’n groot park. Ik had de plattegrond van het park de vorige avond uit m’n hoofd gememoriseerd, als we daar en daar langs zouden gaan was het een flutwandelingetje. Na 14 meter al hoorde ik achter me ‘optilluuh’. Teun was nog niet helemaal hersteld van z’n ziekje van de week ervoor. Ik had begrip voor zijn situatie, ik nam hem op m’n arm.
Hoe verder we liepen (en fietsten), hoe meer ik in de gaten kreeg dat men ’s nachts druk bezig was geweest de wegen van het park volledig anders dan de plattegrond aangaf aan te leggen. Volgens mijn onfeilbare geheugen en richtingsgevoel moest na de volgende bocht de receptie komen. Echter stonden we ineens naast het huis met nummer 266. En een geoefende lezer weet dat dit ons buurhuis was. We hadden 35 minuten gewandeld (en gefietst) en we waren terug bij af.
Zelfs tijdens m’n vakantie wordt ik door m’n opdrachtgevers getest, dacht ik. Een boa ben je immers 24 uur per dag. Ik gaf geen krimp. Ik liep gewoon nog 30 minuten met die 14 kilo op m’n arm. Makkie.
Mien moe stond rond de klok van 11-en voor de poort, ik gaf haar mijn toegangskaart om de slagboom te bedienen. Wij fietsten ondertussen naar ons huis. Na het uitpakken van haar en de hond spullen, de ‘oh’s’ en de ‘ah’s’ en de ‘wat een prachtig huis’ en het gebruikelijke sigaretje, keek ik haar ’s met vragende ogen aan. Ze keek met hoge wenkbrauwen terug aan. Een knikje van me richting koffieapparaat was voor haar voldoende. Ja hallo! Of denk jij lezer dat ik zelf koffie moet gaan zetten als mien moe er is?
Nu mien moe er was had ik m’n handen iets meer vrij om achter de vrouwen aan te gaan met Sam dingen te gaan doen.
In alle rust bier halen boodschappen doen, in alle rust shoarma eten een ijsje eten, in alle rust cafés in Assen het verkeerspark in Assen bezoeken, in alle rust op zoek gaan naar pitspoezen het circuit bezoeken, in alle rust het grootste hunebed bezoeken.
Mien moe lette in die tijd op Teun, ging leuke dingen met hem doen, deed het huishouden en zette dagelijks een heerlijke maaltijd op tafel.
Toen donderdag de rest van m’n familie ook nog aan kwam waaien, was het feest helemaal compleet.
Omdat mien moe mijn jongens niet al te vaak ziet, een sporadische middag met een verjaardag of de paar dagen per jaar dat ze bij mij komt logeren, had ik besloten om nog een paar dagen bij haar in Groningen te logeren.
En ook hier ontbrak het me aan helemaal niets. Als ik ’s ochtends wakker werd, stond er koffie klaar. Als we gingen lunchen hoefde ik alleen maar de jongens in hun stoel te zetten. Als ik een dutje moest doen, hield zij de jongens bezig. Als ik weer eens makkelijk dacht over het eten, kwam zij met een gevarieerde maaltijd (mèt groente, beste lezer!) op de proppen. Als ik naar de kroeg ging, was zij het die waakte over de nachtrust van de jongens. Ze waste zelfs alle vuile kleren, vouwde ze op en legde ze netjes geordend in m’n koffer.
Nee, wij hebben een hele fijne vakantie gehad. Zelfs het klutweer kon dat niet verpesten.
En dat komt voor het allergrootste deel op het conto (ik wilde bipso schrijven maar die is zo flaaaaauuuw) van mien moe.
Mijn moeder is een engel.
Ik hou van haar.
Bedankt mam.