Word jij ook wel ’s intens blij van een nummer? (ja, van 69 hoor ik sommige mannen denken, zucht). Nee, ik bedoel intens genieten van een liednummer.
Vroegah luisterde ik nog naar de radio en één van de shows die ik bijna nooit miste was De avondspits met Frits Spits. Van maandag t/m vrijdag tussen 18 uur en 19 uur op Hilversum 3. Legendarische radio, jongeluitjes!
Wat me al die jaren is bijgebleven is hoe enthousiast Frits altijd door een geweldig nummer heen schreeuwde aan het einde van de show. Ik had al die jaren alleen geen idee welk nummer het nou eigenlijk is. En dat is knap klut voor een muziekfreak als moi.
Viavia hoorde ik van een zekere Dr. Pop, een typetje van Gerard Ekdom. “Hij vindt platen die jij niet kunt vinden.” Ik was benieuwd en dus stuurde ik een bericht.
Nou, nul reactie natuurlijk, duh. Die flinkert weet het ook niet ofkors (misschien ook wel hoor, ben een paar keer anoniem gebeld. Maar anonieme bellers 🖕🏼).
Er zat niets anders op dan zelf maar op onderzoek uit te gaan. Na 35 jaar mocht dat ook wel, dunkte me. En, lieve lezer, na intensief zoeken heb ik ‘m eindelijk gevonden!!!!!! \😁/(staat gewoon op de wiki pagina van De avondspits)
Mag ik je voorstellen aan General public met Dishwasher. Lekkah nummah. Heerlijk eenvoudig rechttoe rechtaan gedrum, fijn moppie gitaar, uiterst prettig basloopje en een vrolijk pianootje tussendoor. Dit nummer zou eigenlijk de basis moeten zijn voor elk nummer.
Ik kan niet wachten het aan mijn jongens te laten horen. Teunemans zit regelmatig in de auto naast me mee te airdrummen, daar is dit toch het perfecte nummer voor?
Geniet ervan en laat je meevoeren naar het prachtige jaar 1984.
Haha, laat je niet misleiden door de borstel (voor m’n nieuwe lezer; titel = borstel. Is een woordgrapje mijnerzijds) hierboven. Dees anekdoot heeft namelijk helemaal niets te maken met lekkere lijven. Het is een trucje van ons schrijvers om lezers te lokken. Whoehahaha, gotcha!
Neen, dit verhaaltje hoort in de categorie ‘Och ja, verrek’.
Ik vind het namelijk weer de hoogste tijd om jullie jeugd te onderrichten over muziek. Echte muziek. Zoals het vroeger werd gemaakt. (Dààààààààààààg, klutmuziekliefhebber).
Deze keer wil ik het over de superband Supertramp hebben. Ik vind het een beetje een ondergewaardeerde band. In elk geval bij het grote publiek. Ik herinner me nog dat m’n ex-schoonvader ooit zei dat hij Supertramp niet zo je-van-het vond. Dat deed me pijn. Een muziekliefhebber die dat zegt!
Waarschijnlijk kun jij wel een paar hitjes van ze opnoemen (Give a little bit, Dreamer, It’s raining again enzetra) maar een beetje muziekliefhebber gaat voor het overige werk. Onder aanvoering van Roy Hodgson, die tegenwoordig bondscoach van Engeland is (nee hoor, grapje), met z’n hoge en herkenbare stemgeluid hebben ze werkelijk schitterende meesterwerken gemaakt.
Ik noem een School. Ik noem een Goodbye stranger. Ik noem een Fool’s overture (juist, dat nummer van Veronica’s concertagenda). Ik vind ze prachtig.
Symfonische rock roels al jaren bij mijn gehoor!
Dat Roy Hodgson klassiekers kan maken bewees hij met onderstaand chanson. Uit z’n solocarrière.
Per toeval stuitte ik er op en het is inmiddels een grijsgedraaid werkje in mijn voiture, kan ik melden. Ik weet zeker dat jij ook zoiets hebt van ‘OCH JA, VERREK’. Graag gedaan.
Als het weer je zwoksels, een zwiemel, een zwaad alsook een gutsend zwoepgat oplevert weet je hoe laat het is. HET IS ZOMERRRRRRRR!!!!!
En met de 3e opvolgende dag met bovenstaande lichamelijke ongemakken kunnen we spreken van zomer. De zomer van 2013. Ik ben d’r zóóóó blij mee. Ik word er zóóóó wappie van. Ik zit zóóóó prettig in m’n velletje. Man man man, ik kan het bijna niet onder woorden brengen. Maar ik ben dan ook een blank negertje hè (oeps, dat mag je niet meer zeggen! Sorry, negertjes. Och, nu doe ik het weer….sorry). Dus kan mij de zomer niet lang genoeg duren.
Bij de zomer van 2013 hoort natuurlijk ook mijn zomerhit van 2013.
Ik hoor je je afvragen waar een zomerhit nu eigenlijk aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor de titel “Manus’ zomerhit”.
Nou, da’s niet zo heel erg moeilijk hoor.
Ten eerste moet er een lekker vrolijk deuntje op zitten. Zo’n deuntje waarmee je je niet schaamt als je lafjes met een open raampje rijdt.
Dan de tekst. Is niet in alle gevallen belangrijk maar het heeft wel m’n voorkeur. Een tekst die je vrolijk mee kunt zingen zonder dat je je hoeft te schamen als je lafjes met open raam rijdt. En natuurlijk moet de tekst geen deprimerende Coldplay-shit zijn. Dus geen zware onderwerpen bij een zomerhit. Dat zeg ik!
En tenslotte moet er 1 instrument bovenuit steken. Het instrument dat nèt dat ene melodietje speelt dat je niet meer uit je hoofd krijgt.
Nu weet ik wel dat niet iedereen gelijk is. Dat niet iedereen dezelfde muzieksmaak heeft. Kom op, ik ben de Mediamarkt niet. En dat geeft ook helemaal niks. Je bent er in mijn ogen heus niet minder om.
Maar vind je mijn zomerhit 2013 helemaal niks, op jors en krijg jeuk op uiterst ongemakkelijke lichamelijke plekjes.
Dames en heren, jongens en meisjes, ik presenteer u
In mijn vak als geheimste, diep onder de oppervlakte opererende beschermer der natie kan het gigantisch druk zijn. Dat je geen moment rust hebt. Dat je continu op 100% van je kunnen moet acteren. Dat de samenleving 24/7 afhankelijk van jou is. Op je tenen lopen. Energievretend. Een zwips, een zwaad en zwoksels ontwikkelen. En meer van dit soort superlatieven. Dan doe je dus iets fout!
Geen ruk. Geen bips. Geen zak. Geen snars. Niets nada noppes te doen hebben betekent alles onder controle hebben. Dan doe je het goed.
De samenleving leeft dan heerlijk samen. Je kunt je volledige voeten gebruiken bij het lopen. En een zwips, zwaad en zwoksels zijn zeldzamer dan Gordon die niet in de media om aandacht mekkert.
Gisteren had ik alles onder controle. Derhalve stond ik buiten tevreden aan m’n sigaartje te lurken. Zonnebrilletje op, korte mouwtjes, hand in de broekzak en de piem lafjes over links dragend. Een vrouwspersoon kwam me gezelschap houden. Denk dat ze nog geen 20 was. Ik besloot om een praatje te maken. Uit ervaring weet ik dat je vrouwen die bij me staan even een voorzetje moet geven voor ze volledig los durven gaan. ‘Weertje hè?’ is toch nog steeds één van m’n betere openingszinnen en ik gebruikte ‘m dus ook. Ze ging inderdaad los.
Ze vertelde dat ze dit jaar voor het eerst naar Spanje op vakantie ging. Helemaal in haar eentje, zonder haar ouders. En dat ze een cursus Spaans volgde omdat ze het wel makkelijk vond om iets van de taal te begrijpen. Of dat ze iets met de lokalo’s kon kletsen. ‘Ik hoef het niet vloeiend te spreken hoor als ik maar een beetje begrijp’, zei ze nog.
“Quiero que tú me acompañes, mujer”, zei ik zonder er bij te knipperen.
Ze was er van onder ingedrukt. ‘Oh, jij spreekt Spaans?’ Ik deed een duhuu met m’n wenkbrauwen.
“Que mi canto amanezca dormido en tu piel”, ging ik verder.
“Y decirte al oído, sin miedo al olvido”
“Mis versos queridos, mis versos de ayer”
Ze vond het prachtig! ‘Wat betekent het?’, vroeg ze.
Ik zei dat ze dat maar op de cursus moest leren. Met een brede glimlach en een vrolijke doei ging ze weer naar binnen.
Ik gniffelde van binnen. Weet zij veel dat het een couplet is uit onderstaand nummer die ik de laatste tijd helemaal grijs draai in m’n auto.
Jáááááren geleden genoten we de vakantie in het zuidelijke gedeelte van Frankrijk. Ook wel bekend als Le Provence maar omdat het internationale vrouwendag is, noem ik het vandaag La Provence.
In het dorpje Mazan resideerden we een weekje in een bungalowtje op het landgoedje van een Nederlands stel. Dit Nederlandse (Brabantse zelfs) stelletje molken Franse huisjes aan voornamelijk Nederlandse vakantiegangers. Ze hadden het goed voor de boulangerie.
Bovenstaande is een inleidend stukje om jou, lezer, een beetje een beeld voor te schotelen. Voorts is het van generlei importantie. Waar het om gaat is dat dit Brabantse stelletje 2 honden had. Een klein fukkeffertje (Whisky) en een zwarte hond, Sherba. Zo’n grote hondenhond. Het waren een beetje verwaarloosde honden. Niet dat ze er slecht uitzagen of dat ze ondervoedt waren ofzo, het was meer dat ze alleen het landgoedje zagen. Meer van La Provence hadden ze nog nooit gezien. Terwijl dat toch best een sympathiek stuk Aardkloot is. Ik, als echte hondenman………….nee, als echte hondenhondenman (heb dus niks met van die hondjes waar je tijdens het uitlaten een groot bord met daarop HOND + enorme pijl mee moet zeulen) vond dat sneu. M’n hart traande als ik ze zag.
Ik besloot Sherba mee te nemen voor een fikse wandeltocht door de onherbergzame bossen van La Provence. Het beest genoot zichtbaar en vanaf toen nam ik ‘m elke dag mee. We werden vrienden. Sherba en moi, amis toujours.
Het afscheid viel zwaar. Tranen met tuiten, tissues niet aan te slepen en ook ik had het moeilijk die dag. Maar ja, we moesten verder. Onze vakantie zouden we een week nog zuidelijker in La Provence doorbrengen.
Jáááááren later streken we wederom neer in Mazan. Nu aan een heule andere kant van de Provençaalse metropool. We hadden een kast van een villa, met in elk van de 6 slaapkamers een villa van een kast (sorry, die moest even) gehuurd. Redelijk lap grond eromheen, een oprijlaantje en vanzelfsprekend een buitenbad waar ik U tegen zei. Op het snikheetste moment van een dag zag ik het buitenbad flirten met me. En wat doe je dan op zo’n moment? Juist, je gaat wandelen. Ik had het in m’n hoofd gehaald om mijn oude vriend Sherba op te zoeken. Slippertjes aan, blouse lafjes open en de zonnebril op. Uit ik ging.
Ik denk zeker 24 sigaretten verder vond ik eindelijk het lange pad naar het afgesloten hek waarachter mijn vriend zou zijn. Voorzichtig en geluidloos opende ik stiekem het hek. Waaks als hij is kwam de hond op me af gestoven. Ik nam een aanloop en nam ‘m vol op de slof. Flikker toch op, fuk keffer!
Ja hoor, daar kwam m’n vriend ook al aan gerend. Ik zag dat het beest dolblij was. Hij herkende me nog! Ik schoot vol. Tranen met tuiten biggelden over m’n wangen toen we samen over de grond biggelden. Van knuffelen was al geen sprake meer. Mocht je niet beter weten, dan werd hier pornografisch de liefde bedreven.
Ons moment van gelukzaligheid werd ruw verstoord door een heks met zwart haar die uit ‘ons’ huisje kwam. “Sherba; HIERRRRRRR”, snauwde ze.
De hond gehoorzaamde, mij verdrietig achterlatend. Ik liep naar de vrouw toe en begon het verhaal van mijn bezoek uit te leggen. Ze wilde er niets van weten en sommeerde me van het terrein af te gaan. Met tranen in m’n ogen keek ik Sherba aan. Ook hij stond er beteuterd bij. Zijn lichaamstaal zei me dat hij slecht behandelt werd door deze huidige huurders. Met een knikje nam ik een laatste afscheid van mijn ami toujours en ik bitchslapte de vrouw loeihard in haar gezicht. Ik draaide me om en liep weg, het lange pad af. Het hek ging achter me dicht. Ik hoorde Sherba voor een laatste keer blaffen. Vaarwel vriend.
De terugweg werd een drama. Sterker nog, ben nooit meer teruggekomen. In de onherbergzame bossen was ik reddeloos en totaal verdwaald en verloren. Het werd donker. Het weer sloeg om. Noodweer zoals ik nooit had meegemaakt overviel me. Ik zocht een schuilplek waar ik kon overnachten.
Ook de volgende dag wist ik de weg naar ‘huis’ niet te vinden. En de dag erna, en de dag erna, en de dag erna ook niet. Ik werd na 3 weken gevonden door een wildeman. Hij zag er onverzorgd uit. Lange baard, lange haren, gescheurde kleren, blote voeten. Hij sprak een taal waar ik geen ruk van verstond maar hij verzorgde me, uitgehongerd als ik was.
Toen ik voldoende aangesterkt was leerde hij me overleven in de wildernis.
Met niets meer dan een pijl een boog. Ik werd er vrij bedreven in, kan ik je melden. Op een dag was hij plotsklaps verdwenen, ik heb ‘m nooit weer gezien. Ik was op mezelf, en de geleerde overlevingstechniek, aangewezen.
De gendarmerie vond me uiteindelijk na 5 jaar.
De wildeman heeft mijn leven gered. Ben hem eeuwig dankbaar.
En zo heb ik nu 2 vrienden voor het leven in La Provence.
Ik ben een gelukkig man.
Tot slot, het nummer dat me al die tijd op de been hield.
Zoals je wellicht weet doe ik typetjes. Vink leuk. Tegenwoordig niet zo vaak meer hoor. Ben er wel een beetje klaar mee. Maar voorheen had ik een aardig stel in m’n repertoire.
Natuurlijk SuperAnus, dè ultieme superheld en wereldredder.
Meneer BIL, de Botte Internet Lul. De man die online met iedereen ruzie zocht.
Brad Pitt. Je hebt vast wel eens een film van ‘m gezien.
En ook Dick Teder. De recht voor z’n raap-man.
Ik had jáááááren geleden een gebbetje op m’n weblog. Een vraag en antwoordrubriek. Een soort van online adviesbureau. Groot succes! Ik had zelfs een logo!!
Je stelde een vraag en Dick Teder gaf dan zijn ongezouten (en vaak bikkelharde) mening. En steevast sloot hij af met ‘ik hoop dat je er wat aan hebt. Veel liefs en een fijne dag. xxx Dick Teder’.
Zum bleistift: “Beste Dick Teder, Mijn vrouw vindt vrijen met me niet meer zo fijn, waar kan dat aan liggen?” Waarschijnlijk heeft dat te maken met die graflucht die uit je bek komt. Misschien moet je eens wat minder vaak dode hond eten.
Ik hoop dat je er wat aan hebt.
Veel liefs en een fijne dag.
xxx Dick Teder
Mooie tijd wasda.
Maar aan alles komt een eind en Dick Teder heeft eind 2009 zelfmoord gepleegd. Wim de Bie is begin 2010 in het ontstane gat gesprongen en als iemand met mijn ideeën aan de haal mag gaan, is het Wim de Bie wel. Doek niet moeilijk over.
Dick Teder, hoe kwam ik nou weer aan die naam, vraag je je natuurlijk af. Dat had alles te maken met mijn toenmalige werkplek. De mensen daar noemden me gekscherend Adolf. Of Dictator. Geen idee waarom trouwens ;-). Zal ongetwijfeld iets te maken hebben gehad met hoe ik de place daar runde.
Dictator, da’s ook een lekker nummer van ’s Lands sletste meidenband ooit, Centerfold.
Drie gyle wijvuh die meestal optraden in sexy lingerie. Cecilia de Rie, Rowan Moore en Laura Fygi. Mèn, wat was ik als 15-jarig testosteronbommetje op Laura zeg!
Het bandje zoog verder hoor (waarschijnlijk regelmatig ook letterlijk) maar het was een heule fijne tegenhanger voor de netjes meidenbandjes als LUV, Babe, Maywood en Toontje lager. En het oog wil immers ook wat als het op muziek aan komt. Uitzondering hierop is Celine Dion, da’s beide geen reet aan.
Laura Fygi is de enige die nog een beetje iets van haar leven heeft gemaakt. Ze is, volgens mij nog steeds, een zeer verdienstelijke jazz-zangeres. Wat er van de andere twee is geworden, APJEP en dat boeit me eigenlijk ook niet.
Ik zou zeggen, geniet wederom van deze ‘Och ja, verrekplaat’.
Ik hoop dat je er wat aan hebt.
Veel liefs en een fijne dag.
Ik pak even een momentje voor mezelf.
*staat met 1 hand tegen de muur en schud met gebogen hoofd*
MAN MAN MAN MAN MAN MAN MAN MAN, wat word ik daar droef van.
Kijk, ik begrijp best dat ze bestaansrecht hebben. En ook dat er hordes mensen naar luisteren. En dat ze eigenlijk alleen maar kudtmuziek draaien, swa, daar heb ik vrede mee.
Maar beste jeugdsters, ook jullie moeten toch poepziek worden van elke 3 minuten dezelfde plaat? En dat wéééééékenlang achter elkaar? Ook al is de plaat nog zo lekkah.
Goed, ze hebben ’s ochtends het foute uur, da’s nog wel te pruimen. Wel een vreemd gekozen naam trouwens, het is immers het enige uur waarin ‘goede’ muziek wordt gedraaid.
Maar een wijs man, goede vriend, uitstekende collega en Fries zei me eens dat ik me niet overal aan moet ergeren en dat ga ik bij dezen dus ook niet doen. Sterker nog, ik ga in de tegenaanval.
Per vandaag introduceer ik hier op dit goed gelezen weblog “DE OCH JA, VERREK-PLAAT”.
Dat is zo’n plaat die je wel kent maar in tijden niet heb gehoord. En waarvan je denkt; “Och ja, verrek, lekkah nummah.”
deze week: Kirsty MacColl – There’s a guy works down the chip shop, swears he’s Elvis uit 1981.
Heerlijk rok en rolnummer. Lekker eeties ook!
Nu kan ik hier wel een heule uitleg gaan geven maar daar heb ik geen zin in. Trouwens, ik moet even m’n krat bier uit de auto halen.
Wat me tijdens de research wel opviel is dat ze dood is. Nu zijn er wel meer artiesten dood maar haar verhaal is wel apart. Ze is namelijk doodgevaren door een boot in Mexico. Meer info : http://nl.wikipedia.org/wiki/Kirsty_MacColl
Ik zou zeggen, geniet van deze vergeten hit en tot volgende week.
Ik had alles tot in de ….. voorbereid. Ik had alle details gedetailleerd en strak als mijn eigen taille gepland. Onverstoorbaar ging ik te werk, niets kon mij tegenhouden. Mijn eerste knalfuif na m’n laatste knalfuif moest en zou een succes worden.
En natuurlijk kreeg ik te maken met tegenslag, what’s new? Mijn zo geliefde partner in crime had er geen zin in. Iets met de accu ofzo. Maar zoals hierboven reeds beschreven staat, liet ik mij door niets of niemand tegenhouden.
Ik duwde dus m’n Peutje die 2 kilometer naar de AH, laadde ‘m vol en duwde ‘m weer terug. Later bedacht ik me dat ik ook gewoon het volle winkelwagentje op m’n schouders had kunnen doen. Maar daar kom je altijd achter als het te laat is.
Tegen vijven arriveerde Jan Vayne. Hij had aangeboden om de hapjes te verzorgen. Blokjes kaas, plakjes worst, bakjes toast, bordjes chips, schaaltjes kaviaar, je kent ’t wel. Maar toen hij om 18 uur nog steeds bezig was z’n haar in het haarnetje te proppen, heb ik hem weggestuurd. Daar had ik geen tijd voor. Ik ging zelf de hapjes wel verzorgen.
Omdat je zo’n knalfuif niet alleen kunt behappen had ik wat werknemers op de kop weten te tikken. Sommige letterlijk. Die Pool, die normaal bij de Total langs de A12 werkt, bijvoorbeeld. Hem had ik gecharterd om als toiletheer te fungeren.
Douchr Hari (inderdaad, de broer van) was de portier van de avond. Hem had ik op het hart gedrukt dat gasten in witte kleding gewoon welkom waren. Hij vertelde dat z’n vriendin helaas niet kon komen, ze was het vergeten. Ze was nogal vergeetachtig de laatste tijd, zei ie. Ik had er begrip voor.
Armin, die de muziek zou verzorgen, heb ik weggestuurd. Hij dacht dat het feest bij de buren was en belde daar aan. Tja, dan ben je een suflul. Toch? Ik kon trouwens zelf die Maywood-knijters ook wel draaien. Jammer, maar soms moet ik hard zijn.
Yolanthe kwam om de garderobe te doen. Ze kon alle jassen mooi in de kas bergen. En tenslotte had ik Wilfred Genee weten te strikken om al zijn ‘maar dat terzijde-grappen’ te vertellen.
Om kwart over 8 zaten we er helemaal klaar voor. The party in tha penthuis kon beginnen. Wat kon er nog fout gaan?
…………………………………………………………………………………………………………………………..
Gasten.
FUK! KLUT! @#$^^%$#@$%^
Hoe kon ik nou de gasten vergeten zijn uit te nodigen?
Zucht, heb ik weer………………..
*PETS* (geluid van mezelf voor m’n kop slaan)
Nou ja, volgende keer weer een poging.
Zaterdag 16 februari 2013 m’n volgende knalfuif.
Ik ga alleen maar één van de beste kerstnummers (zijn die er dan, Manus? Ja, deze met de tranentrekkendste eindzin ooit!) draaien, bier drinken en gewoon hardop KLUT! roepen.
Ofzo.
Maar jullie, lieve lezers die mij ook dit jaar enorm gesteund hebben, jullie wens ik het allergezelligste toe.
Ik ben niet zo van ’t concert bezoeken. Ik kan slecht tegen mensenmassa’s. Niet dat ik fobisch ofzo ben maar d’r staat altijd wel een of andere mafketel bij mij in de buurt waar ik me gigantisch aan stoor. En dan op zo’n manier dat ik ‘m het liefst gruwelijk pijn wil doen. En da’s nie goed. Gaat ook ten koste van de optredende artiesten trouwens.
Tel daar nog bij op dat er weinig bands zijn die mij (live) kunnen bekoren en mijn afkeer is verklaard.
Dire Straits en Pink Floyd, daar ga ik koste wat het kost heen. Maar de rest, op jors! Die zullen ongetwijfeld ook een fijne avond zonder mij hebben.
Ik werd pas uitgenodigd voor een concert van The Pink Floyd Project playes Pulse (m’n favoriete concert aller tijden!). Ze traden op in het Zweedse Friese Woudsend. Ik streek over m’n harde en lacherig accepteerde ik het aanbod. Hahahaha, een wannabe Pink Floyd en dan ook nog in mijn zo gehate provincie. Kon het lolliger?
Vrijdag 24 november, denk dat het tegen half 6 uur was, trok ik m’n roze V-hals-trui aan (alles staat mij gewoon goed) en toog richting onze enclave. Het was guur weer. Het woei, het was mistig en het regende. Maar net niet hard genoeg dat je kon spreken van ‘goh, laat ik m’n ruitenwissers ’s op interval zetten’.
Bij Joure ging het mis. Ik nam de verkeerde afslag. Dat had vanzelfsprekend niets met mijn rijstijl te maken, ik werd ingeklemd gedwongen de verkeerde te nemen. Die fukFriezen doen dat gewoon expres! Misschien had ik m’n ‘Anti-Fries-sticker’ toch van m’n achterraam moeten halen.
De routeplanner op m’n foon dirigeerde me terug, de juiste richting op. Op deze A6 ging het weer mis. En natuurlijk lag het weer niet aan mij. Ik had al gezegd dat het klutweer was toch? Nou, na enkele kilometers zag ik dan eindelijk de afslag Woudsend. En waar in de geciviliseerde wereld de afritten van behoorlijke lengte zijn, zijn ze in Frysland 25 meter. Met 230 knalde ik de afslag voorbij de vluchtstrook op. Gierende banden en met de achterbank in m’n nek kwam ik tot stilstand. Misschien moeten die rare jongens eens wat minder geld steken in die achterlijke dubbele plaatsnaamborden en wat meer in wegbelijning!
Tegen half 8 kwam ik het restaurant binnen. M’n gastheer –en vrouw zaten al met spanning op me te wachten. De obster vroeg me wat ik wilde drinken. Tenminste, daar ging ik van uit. Verstond er geen ruk van. “Bier!”, zei ik, hopende dat ik goed gegokt had.
We hebben heerlijk gegeten en gedronken en liepen om half 9 richting sporthal. SPORTHAL???? Whoehahahaha, een dijkletser van heb ik jou daar.
Ik gniffelde van binnen maar zei niets. Ik heb sinds kort met m’n lompheid weten om te gaan. Er waren een mannetje of 600 en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze allemaal dezelfde moeder moeten hebben.
Op het podium scheen het logo van Pulse, op de achtergrond speelde de enorm lange openingstune.
Na een half uur verscheen de gitarist. Ik was benieuwd. Maar verwachtte er niet al te veel van. Ik bedoel, je moet wel lef in je donder hebben wil je David Gilmour naar de troon kunnen steken. Snel keek ik nog even waar de bar was. Daar zou ik naar alle waarschijnlijk de hele avond toch verveelt aan hangen. Het intro van ‘Shine on you crazy diamond’ galmde door de speakers. Een laatste gaap van mij. De gitarist sloeg aan……………………………
FAN. TAS. TISCH!!!!!!!
Hij speelde exact wat David ooit deed! De rest van de band klom op het podium, het 3 uur durende concert begon.
Man, wat heb ik geweldige noten. Vanzelfsprekend van de perfect gekopieerde muziek, van die blonde achtergrondzangeres maar ook van het gemoedelijke sfeertje in die sporthal.
Heb geen mafketel gezien!
Het is al weer even geleden dat ik m’n masterclass Muziek Waarderen aan jou, jeugd, gaf.
Je weet wel, de masterclass waarin ik jou, jeugd, kennis laat maken met echte muziek. Met lekkere muziek. Met muziek zoals Magnus Ulysse Ziek het in 1462 voor ogen, in dit geval is oren beter trouwens, had toen hij er in het studentenhuis te Groningen eens goed voor ging zitten.
En laten we eerlijk zijn, jij, jeugd, hebt deze masterclass natuurlijk nodig. De hele dag naar dezelfde 10 platen luisteren gaat ook zo vervelen immers.
Vandaag gaan we het hebben over totaalgeluid. Ik las dat woord ergens en dacht ja, dat is iets waar jij, jeugd, nou niets tot weinig van af weet.
Totaalgeluid is het totaal aan geluid wat in een plaat te horen is. Joh!
Of eigenlijk het totaal aan geluid wat in een plaat te horen kan zijn. Want zo heel af en toe hoor ik platen waarvan mijn geoefende oor zegt, ‘nou, daar hadden ze best wat meer mee mogen doen in de studio’.
(Voor de jeugd; Een studio = waar muzikanten vroeger samen speelden en waar de muziek werd opgenomen. Oh, wacht ff. Muzikanten = mensen die een instrument bespelen. Oh, nog iets. Instrumenten = attributen waaruit muziek komt/waarmee je muziek kunt maken.
Sjeesus, moet ook alles uitleggen aan die fukjeugd met hun computermade muziek!!)
Het totaalgeluid vangen in 1 plaat is alles behalve eenvoudig. Daar komt veul meer bij kijken (horen HA!) dan een middagje wat plakken en knippen. Daar gaan soms wel weken overheen. Moet die schuif iets hoger? Of juist iets lager? Moet die toon eruit springen? Of is juist die toon volkomen overbodig? Moet onder dat instrument een echo? Moet dat instrument op de achtergrond continu mee dreunen? Gaan we dubben of doen we een overtake? Bier of Whiskey? Vragen, vragen, vragen.
Mèn, wat een gelul.
Gewoon een ontzettend fijn nummer dit.
Of niet?
(en het is ook nog eens een lief liefdesliedje………………………….zal ‘m ’s ff aan een aantrekkelijke vrouw laten horen)
Ik bracht ’s ochtends zwagert en cleansis naar Schiphol. Ze zouden de jaarswisseling op Kreta vieren en omdat ik de Schipholtaxi van de familie was, was het logisch dat ze bij mij in de auto zaten. Het was gezellig, zoals altijd. Het was lachen, zoals altijd. Het was gieren en brullen, zoals altijd. Op de radio was de Top 2000 (die toen nog wèl leuk was) te horen. We zongen vrolijk met alle nummers mee. Ik vertelde zo af en toe een anekdote over de betreffende plaat. Het was voor hen leerzaam. Zoals altijd. Bij de vertrekbalie namen we afscheid, ik toog terug naar m’n auto.
Op de terugweg ging ik in m’n eentje verder waar we gebleven waren. Vrolijk meezingen met de klassiekers van de Top 2000.
Op de A9 belandden ze bij nummer 1119; Mike and the Mechanics met The living years. Mooi nummer. Ik zong vrolijk mee.
Tot ik het laatste couplet hoorde………………….. ‘I wasn’t there that morning When my Father passed away I didn’t get to tell him All the things I had to say
I think I caught his spirit Later that same year I’m sure I heard his echo In my baby’s new born tears I just wish I could have told him in the living years’
Hoe treffend kan een tekst zijn? Was dat niet precies (nou ja, bijna dan) zoals het bij mij gegaan was?
Ik werd er stil van.
Ik was er inderdaad niet, die morgen dat m’n vader overleed.
M’n pa kreeg maandagavond een hersenbloeding en werd vanzelfsprekend met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Het telefoontje van m’n zus een paar uur later behoedde mij ervan om, weliswaar met wat biertjes op, de auto in te springen. Pa was stabiel.
Ik ging de volgende dag naar het ziekenhuis in Groningen. Ik schrok toen ik zijn kamer binnenkwam. De stoerste man in m’n leven lag daar als een hulpeloos hoopje mens. Gelukkig was hij aardig bij positieven en al gauw keek ik dwars door dat scheefhangende gezicht heen en was het oude jongens krentebrood.
Bij m’n afscheid schudden we elkaars hand en gaf hij me een ‘komt wel goed, jongen-knikje’. Ik beloofde donderdag weer te komen. Donderdagochtend belde mien moe dat pa vrijdags weer thuis zou komen. We besloten daarom om zaterdag die 200 km te rijden. Naar pa’s vertrouwde omgeving.
Het is er niet van gekomen. De bloedprop (aneurysma) in zijn hoofd is geknapt terwijl hij stond te douchen, een half uur voor hij naar huis mocht. Gelukkig heeft hij er zelf niets van gemerkt, hij was op slag dood.
En ook ik zou inderdaad enkele maanden later vader worden. Zijn eerste zoon-kleinkind. Ik heb hem zelden blijer gehoord toen ik hem telefonisch vertelde dat hij weer opa werd. Voor de 5e keer.
Een week voor zijn overlijden bikkelde hij nog in ons nieuwe huis. En hij zou de kinderkamer wel even voor me behangen.
Maar hij had het ultieme excuus.
Vandaag is het 5 jaar geleden dat hij overleed. En ik mis ‘m. Ik mis hem heel erg. Je hoort niet op 59-jarige leeftijd te overlijden.
Nog bijna dagelijks denk ik dat ik die donderdag toch had moeten gaan. En nog bijna dagelijks denk ik, was hij wel op slag dood? Hoe lang heeft hij daar in die douche gelegen? Heeft hij pijn gehad? Heeft hij het voelen aankomen? Waarom stuurt het ziekenhuis hem naar huis terwijl hij een tijdbom in zijn hoofd had?
Maar m’n hart scheurt het hardst als ik af en toe naar mijn beide jongens kijk. Zo onschuldig en zo onwetend nog. Zij zullen hun opa nooit kennen. Hun opa die zo gek was op zijn kleinkinderen. M’n oudste weet wel wie hij is (“die is dood hè”), maar wat had ik graag gezien dat ze hem hadden meegemaakt.
En wat had ik graag gewild dat mijn vader mij als vader bezig zou zien. Ben ik wel een goeie vader? Hoe deed jij dat vroeger? Hoe kijk jij tegen deze huidige situatie aan? Ben je trots op me?
Het is niet anders. Ik zal het de rest van mijn leven zonder vader moeten doen. Dat is een harde en pijnlijke conclusie.
5 Jaar. Ze noemen het een lustrum. Maar daar wil ik niet van spreken. M’n vader lustte geen rum, hij was een bierdrinker.
Net als ik.
Inmiddels vader.
Gisteren reed ik, na weer een teleurstellende Rabo-finish, naar Linda en Maurice. M’n goeie vriend en zijn vrouw. De tijd was daar gekomen om voor eens en altijd duidelijk te maken wie van ons nou de ultieme muziekkenner is.
Met knikkende knieën zat ik 25 minuten in de auto. Met knikkende knieën inderdaad. Het is immers lastig rijden met gestrekte benen.
Maar ook omdat m’n zelfverzekerdheid, waar ik toch om bekend sta (sommigen noemen het arrogantie maar het is zelfverzekerdheid), wat minder zelfverzekerd was dan normaal. Op muziekgebied heb ik Linda erg hoog zitten, ze is niet voor niets de enige die mijn ass woept met Songpop, en omdat ze ook al liet doorschemeren dat Maurice absouut niet uitgevlakt mocht worden, was ik niet zeker van mijn zaak.
Om m’n nervositeit te verhullen draaide ik zoals altijd luid toeterend de parkeerplaats op.
Ze wonen prachtig aan een grasveldje, de kinderen waren er aan het spelen. Rennen, gillen, schreeuwen en nog meer rennen. M’n vaderhart smolt. Ik werd er week van.
Tot het moment ik voorbij een boom liep.
WTF hing daar nou aan die boom?
Het Top 40-bordspel won ik met overmacht .
Het was eigenlijk genant hoe eenvoudig ik m’n tegenstrevers alle hoeken van de kamer liet zien met m’n ene na het andere goede antwoord en de controle over de dobbelsteen.
Ze besloten, niet we, ze besloten een ander spel te spelen. Een ander stel vraagkaarten en een andere dobbelsteen.
Na 2 rondjes met de dobbelsteen gegooid te hebben en een toen al een voor m’n tegenstanders onoverkomelijke achterstand, besloten ze, niet we, besloten ze dat dit een maar kutspel is. Ik vond het prima.
Het laatste spel dat we speelden is te vergelijken met Songpop. Intro’s raden uit verschillende categorieën. Ik zag bij Linda het een en ander strak gaan staan, ze zag kansen om me te verslaan. Ook Maurice verkneukelde zich met de categorie Licht Klassiek in het vooruitzicht.
Het zal voor jou niet als een verrassing komen dat ik ook dit spel, op eentje na (toen zat ik uit verveling op de foon te facebooken), wederom met 3 klassen verschil winnend heb afgesloten.
Het was een gezellige avond en het is nu eindelijk bij iedereen duidelijk:
IK BEN DE ULTIEME MUZIEKKENNER VAN HEEL MIJN VRIENDEN EN KENNISSENKRING.
(of zou er stiekem nog ergens ééntje zijn die aan mijn superioriteit twijfelt? Noem maar een dag, een tijd en wat we erbij drinken, I’ll be there)
(Trouwens, even tussen jou en mij, ik denk dat ze me hebben laten winnen uit schuldgevoel voor bovenstaande hoor.
Maar ssssssst, we doen net of ik dat niet door heb)
Ja hoor, de temperaturen komen boven de 20 graden, ik zweet me momenteel een condoompje en de units vloeien weer rijkelijk. Dan weet jij wel hoe laat het is! Je zat natuurlijk al de hele dag te F5-en op dees jolijtsite?
Nou lieve lezer, hier istie dan, DE ZOMERHIT VAN 2012.
Na deze anekdoot kun je ook met zonnebrilletje op, linkerelleboog lafjes uit het open raam, het volume op max en met onderstaand nummer op door je plaatselijke buurt toeren.
Als je een muziekcollectie hebt waar Q-Music jaloers op moet zijn, kom je nog wel eens een nummer tegen…………………
Oh, wacht ff, eerst even wat anders. Muziek bestaat uit nummers of tracks. Liedjes worden op het songfestival gezongen. Zeg je liedjes, kijk je songfestival en moet je preventief uit de samenleving gehaald worden. Liedjes, pffffffffffffff, is er een nichteriger woord?
Zo, dat moest ik ff kwijt.
Ik kom dus zo nu en dan een nummer tegen die ik waarschijnlijk ooit wel gehoord moet hebben maar niet heb opgeslagen onder de pan. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het begin is al ruk (=doorzappen). De band is sowieso ruk = doorzappen (waarom heb ik daar dan eigenlijk nummers van?? Hmm, aandachtspuntje). Ben niet in de mood = doorzappen of, in het geval van de Zomerhit 2012, behoor ik niet tot de doelgroep. Maar nu ik wat op leeftijd ben, is het toch best te pruimen. Ik heb het over reggae te gek hé.
Reggae = wiet, hasj en ook spul dat je rookt enzo. En daar mot ik niets van hebben. Nog nooit iets van moeten hebben trouwens. Vind het maar sneu spul. Maar goed, we leven in een vrije wereld (nog wel tenminste. Ik heb wat black ops-intel!!!! Maar daarover wellicht later meer) en als iemand zich al blazend en gestenigd prettig voelt, moet hij dat weten. Maar val mij niet lastig met je meligheid, ingevallen gezicht, holle oogkassen, slecht gebit, bruine vingers, petje en je gejatte Nike’s.
Reggae was dus nooit mijn ding maar ik ben nu op die leeftijd dat je muziek gaat waarderen (knoop dat goed in je oren, jonge lezer!!).
Denk je reaggae, denk je Bob Marley. Bob Marley heeft reggae groot gemaakt. Nou nou, poeh poeh, flink hoor. Ik vind Bob een lul. Met z’n ongewassen haar. Ga je wassen man, viezerd.
Bob heeft een irritante kutstem. Mèèèèèèèn, hij zingt alsof hij elke dag 16x compleet wappie was.
Goed, hij heeft 1 aardig nummer gemaakt maar de rest is toch alleen maar te genieten als je een jonko op je lip en een waterpijp in je hol hebt?
Met z’n politieke teksten. Ja halloooooo, het is Jamaica hoor. Wat verwacht je dan voor een economie?
En dan ook nog een beetje op een lullige manier dood gaan.
Nee, dat Jamaicaanse ‘hé man, niet te snel spelen anders raak ik in de war hihihihihi’ reggae vink maar niks.
HOOGGEËERDE LEZER,
MAG IK JE BLIJ MAKEN MET DÈ ZOMERHIT VAN 2012.
Luister en geniet. (en uiteraard mag er wederom gedanst worden.)
In de tijd dat ik nog een wereldberoemde diedjee in m’n stamkroeg was, kwam ik nogal regelmatig in aanraking met goeie muziek. Het was de tijd van de Soulshow, elke donderdagavond op radio 3 (voor de jeugdige lezer; radio 3 heet nu 3fm). Een mega inspiratiebron voor diedjees.
Ik had de vrijheid om te draaien wat ik wilde en deed dat dus ook. (zo heb ik een hele generatie generatiegenoten muziek leren waarderen).
In de kroeg lagen enorme bakken vol platen (voor de jeugdige lezer; platen zijn een soort zwarte platte frisbees) maar af en toe kreeg ik centjes mee om het nieuwste (lees mijn) materiaal te halen bij de platenzaak.
Urenlang snuffelde ik bij ’t Carrilon door de hoezen.
Mijn aandacht ging vooral uit naar de lange units. Of in jargon de 12″-versies (spreek uit als twelf insj) of de extended versies.
Deze versies waren ideaal om het discoënde volk voor langere tijd discoënd te houden. En de diedjee had wat meer tijd om bier te nuttigen. Ik noemde het ook wel gekscherend de win-win versies.
Nu moet ik wel even uitleggen dat er verschil zit tussen 12″-versies. Je hebt knijters die verlengd worden met een prutje instrumentale onzin en je hebt giganten die verlengd worden met een extra stuk. Deze laatste categorie had (heeft) mijn voorkeur. Een extra stukkie tekst of een rap er achteraan, dat zijn voor mij extended versions (voor de jeugdige lezer; version is Engels voor versie).
Dat is voor mij geen muziek, dat is voor mij mubeter (voor de jeugdige lezer; dat is een woordgrap).
Al zo’n jaar of 12 load ik muziek down en m’n collectie is redelijk op orde maar er bleef steeds 1 nummer onbereikbaar via de (il)legale kanalen. Wat ik ook probeerde, het nummer was er gewoon niet. Klut klutter de KLUT!!
Ik ben er nu ook al zo’n 12 jaar pissig om maar daar merkt de buitenwereld niets van. je moet privé en muziek gescheiden, zeg ik altijd.
Maarrrrrrrrrrrrrrrr (je voelde ‘m al aankomen natuurlijk).
IK HEB ‘M!!!!!!!!
Het schijnt dat je via MP3 Rocket (voor de oudere lezer; dat is een programmaatje die je kunt downloaden) video’s van YouTube heul simpel om kunt zetten naar MP3. Ik kreeg de tip van mat. Het laadt het bewuste nummer down en plaatst het automatisch in iTunes. Bril fukking jant!!
En op deze manier heb ik ‘m eindelijk toe kunnen voegen aan m’n mubetercollectie.
Ik ga ‘m met jullie delen. Want zo ben ik ook weer.
Ik zou zeggen, huister en luiver en uiteraard mag er gedanst worden.
Ik weet het nu zeker. Ik bracht de jongens net naar hun moeder en op de weg terug in de auto viel het kwartje.
Ik had er al wel eerder sterk over nagedacht maar heb het idee toen weer laten varen. Vond de tijd er toen nog niet rijp voor. En dit is een week of 3 geleden, dunkt me.
Maar vanavond in de auto heb ik de hak doorgeknoopt. Ik ga het doen.
En op deze veel gelezen en tevens geprezen weblog ga ik het verkondigen. IN HOOFDLETTERS EN VETGEDRUKT.
O klut, te vroeg
IK ZOEK EEN VROUW!!!!
Ik zoek een vrouw om met mij onderstaand briljante nummer te karaoken in een karaokebar naar keuze.
Kep net geoefend in de auto en ik heb die vent perfect onder de knie (of, in zijn geval, onder de stembanden).
Reacties mogen in de reacties.
Ik ben inmiddels bij de lange versies aangekomen. Long versions, zoals we het in de muziekbisnis noemen. Alles boven de 8 minuten is een long version.
Ik heb ergens halverwege april m’n Ipod aangezet bij de korties, short versions in de muziekbisnis. Nummers van een paar seconden tot 1.30. Dat zijn short versions. En telkens deed ik er 5 seconden bij en vormde ik van die nummers een lijstje.
En nu ben ik dus aan m’n laatste lijstje begonnen.
En vanmiddag kwam ie voorbij, één van de beste nummers ooit.
En waarom is het één van de beste nummers ooit? Omdat ie niet in de top 2000 staat. Fuklijst. Denk er nog steeds sterk over om zelf een nummertje of 2000 de ether in te knallen. Mèn, wat zal ik een fans hebben.
Maar goed, ik begrijp dat niet iedereen mijn muzieksmaak heeft dus laat ik het nuanceren, het is in elk geval het beste nummer van Meatloaf.
Maar waarom is het zo’n geweldig nummer, vraag je je af?
Luister zelf maar ‘s. Oja, zet ‘m gerust rond de 4e minuut loeihard en slip in de genietstand.
Prachtig! Zo’n bombastische symfonische ejaculaat van geluid. HEERLIJK!
Ik hou d’r wel van. Nummers waarin een symfonisch orkest een prominente rol speelt. Procol Harum hep er ook eentje, Conquistador.
Mooi mooi. Als ik er aan denk, krijg ik zo’n tent in m’n broek (vrij naar Koot).
Er zullen vast veul meer zijn, moet er maar ’s een lijstje van maken.
Weet jij er wellicht nog één? Plemp ze maar hieronder.
Zoals bekend ben ik tha bomb met muziekspelletjes. We spelen een muziekspel en ik win. Als je in het woordenboek naar het woordje “Muziekspelwinnaar” zoekt, staat mijn foto erbij. Da’s geen verrassing, iedereen weet dat.
Behalve mijn goeie vriend Linda. Hij heeft het idee dat, en ik citeer, ‘aan elkaar gewaagd zijn’.
WHOEHAHAHAHAHAHAHA (MET HOOFDLETTERS DUS KEIHARDE LACH)
Al tijden zijn we een avond aan het plannen en steeds komt hij wel met een excuus en drukt hij z’n snor. Natuurlijk wil hij meer tijd om voor te bereiden, dat ziet iedereen. En let wel, het is het muziekspel van hem, ik heb geen idee welk spel het precies is.
Ik heb het trouwens wel steeds over hem maar het schijnt dat zijn vrouw Maurice ook mee zal spelen.
WHOEHAHAHAHAHAHAHAHAHAHA, BONK (Keiharde lach gevolgd door van de stoel vallen). Nee, die tel ik sowieso niet mee.
Het zal gaan tussen Linda en moi. Oeioeioeioeioei, spannunnnnnnnd! NOT!
En om jou als lezer mee te laten interactiveren, kun je hieronder aangeven wie volgens jou de “ULTIEME MUZIEKSPELWINNAAR” zal worden.
Wie wint deze titanestrijd? Wordt het TIETanus of wordt het tietANUS?