Het kon weer! Afgelopen zaterdag!
Met m’n halve garderobe (onderbroek, boxershort, legging, spijkerbroek, wollen sokken, t-shirt, fleecetrui, wollen trui, windjack, ski-jas, Unox-muts, handschoenen) aan toog ik naar het meer. Het dichtgevroren meer. Het meer waar ik afgelopen zomer nog vrolijk rondvoer in een gehuurd bootje, in het water donderde bij het uitstappen en daarbij mijn zonnebril verloor, dat meer.
Wat was het koud, mensen! Gevoelstemperatuur -18. En met de wind erbij -63. Maar ja, hoe vaak schaats je nou nog in dit land, toch? En met die rondetijden van mij krijg ik het vanzelf warm, redeneerde ik. Fout! Ik kan namelijk voor geen meter schaatsen. Nooit gekund ook. Ja, vooruit lukt me nog net. Maar draaien, overstappen, keren en remmen, nowee gosé. En om nou helemaal naar de andere kant van het meer te schaatsen om daar weer om te kunnen keren leek me ook wat overdreven. Weet je hoe groot dat meer is?! Ik besloot dus de dichtstbijzijnde 25 meter van de gemaakte ronde te gebruiken, aan het eind een sliding te nemen en weer om te keren. Dat ging best goed, de eerste paar minuten. Tot er zo’n fanatieke groep Sven Nuis’en aan kwam broezen, ik een sliding inzette en ik 3 van hen frontaal ondersteboven kegelde. Pissig waren ze! Marathonlullen.
Een ingewikkelde vrouw kwam op me af geschaatst. Ik zag alleen haar ogen. Ze zei dat het misschien niet zo handig was dat ik in tegenovergestelde richting schaatste. Ik moest haar gelijk geven. Het was inderdaad niet handig om honderden lui te moeten ontwijken tijdens een ontspannen schaatsritje. Ze ondersteunde me naar de kant en ik was blij dat ik weer vaste grond onder m’n voeten had. “Ik ben Melanie”, zei ze. “Aangenaam en bedankt, ik ben Manus”, antwoordde ik. We kletsten nog wat en daarna schaatste ze fluks weer terug naar het schaatsgedruis. Ik besloot binnen een warm chocomelletje en een appelgebakje te nemen. Beiden met slagroom. Heerlijk! Binnen en buiten scheelde ongeveer 80 graden, dus de keuze om binnen aan een tafeltje aan het raam te blijven zitten was in een split second gemaakt.
Er kwam een vrouw binnen. Het was Melanie. Ik herkende haar aan de enorme ingewikkelde sjaal om haar lijf en gezicht. Na 14 keer de sjaal afdraaien kwamen haar gezicht en lichaam tevoorschijn. OH??? HALLOO!! Ik zwaaide beleefd toen ze mijn kant opkeek. Ze zwaaide glimlachend terug en kwam richting mijn tafeltje. “Hoooooi!”, riep ze enthousiast. “Ga zitten, wil je ook een chocomel?”, bood ik haar aan. “Ja, lekker.”, zei ze. Ik begon te lachen. “Hoorde je wat ik zei? Wil je een choco, Mel? Man, ik ben ook zo’n woordspelert.”
Het werd een erg gezellige middag. Het werd een heul erg gezellige middag. Ze vertelde dat ze in de buurt woont en pas gescheiden was. Ik hing aan haar lippen maar in gedachten schoten de hersenen in de fast forwardmodus. Hier staan nou niet bepaald kleine huisje in de buurt, dacht ik. Hmm, Interessant. Het werd zelfs zo’n heul erg gezellige middag dat we tegen de avond besloten een hapje samen te gaan eten. Ze wist wel een aardig tentje in de buurt, ik moest maar achter haar aanrijden. Ze reed Mini!! Ik kon het bijna zelf niet geloven. Wat een droomvrouw.
Na het eten reden we weg van de McDonald’s en was het wel duidelijk dat we de avond bij haar thuis door zouden brengen, daar hadden we geen woorden voor nodig. Eenmaal bij haar thuis vleiden we ons op de bank in de best wel aardig grote woonkamer. Ze vroeg of ik koffie wilde maar dat was eigenlijk een retorische vraag. Pfff, ik en geen koffie. We kletsten weer wat. Ik vertelde mijn verhaal, zij het hare. God, wat vonden wij elkaar leuk en wat vulden we elkaar perfect aan.
Het begon tegen elven te worden, tijd om de knoop door te hakken. Naar huis of blijven slapen. Ik nam, zoals gebruikelijk, een afwachtende houding aan. Vrouwen houden niet van opdringerige mannen immers. Melanie vond het op een gegeven moment genoeg en ze besprong me. Vrijen met een hoofdletter v, mensen! In tijden niet zo met een hoofdletter v gevreeën.
Ze nam me aan de hand mee naar boven. Ze ging nog even snel douchen en ze wees mij de slaapkamer. Een best wel aardig ruime slaapkamer was het. Ik deed het raam dicht en kleedde me uit. Wollen trui, fleecetrui, t-shirt, wollen sokken, spijkerbroek, legging, boxershort en onderbroek mikte ik op de grond en ik kroop onder het dekbed. Even later kwam Melanie binnen. Ze had haar haar opgestoken en ze droeg een badjas. Ik ging er eens goed voor liggen. Man, wat een prachtige vrouw! Ze liep naar het raam en deed ‘m open. “Wat doe je?“, schreeuwde ik. “Weet je hoe koud het is? “ “Ja, ik heb altijd het raam open hier. “, zei ze. “Nou, nu dus niet! “, brieste ik.
Tja, lang verhaal kort; ze weigerde het raam dicht te doen. Ik sprong uit bed, trok m’n onderbroek, boxershort, legging, spijkerbroek, wollen sokken, t-shirt, fleecetrui, wollen trui weer aan, stormde naar beneden, griste m’n windjack, ski-jas, Unox-muts en handschoenen van de kapstok en ben weggegaan. Zonder doeg te zeggen.
Ja, kom op zeg! Ik laat me toch niet verrekken?
Vind-ik-leuk Aan het laden...