
Inmiddels zit ik in de 6e (ZESDE!) week van mijn jaarlijkse mannengriep. Ik spreek nu van een kerelgriep hoor, want het duurt nu al zo lang dat de term ‘mannengriep’ de lading al een tijdje niet meer dekt.
Moet wel zeggen dat het al wel wat beter gaat, want in den beginne leek het er sterk op dat ik geveld was door een fatale mannengriep, zeg maar de terminale variant. Zo eentje waar een gewoon iemand aan onderdoor zou gaan, je kent het inmiddels van me.
Koortsaanvallen van ver boven de 44 graden, praten was onmogelijk vanwege opeenvolgende hoestbuien, bonkende pien in de kop, algehele alles dut mie zeer, ik sliep verspreid 44 minuten per nacht omdat ik geen lucht kreeg en het was al vrij snel duidelijk dat ik meer snot dan bloed in mijn lijf heb. Gisteren heb ik de 4400ste zakdoek in de prullenbak gegooid. Dat zijn er dus zo’n dikke 440 per dag. Onze grijze kliko bestaat nu volledig uit afvalzakken met alleen maar zakdoekjes vol snot. Zal blij zijn als vrijdag de kliko wordt geleegd, dan kunnen we afval ook weer weggooien.
Natuurlijk is deze aanslag op mijn gezondheid goed te verklaren. Want is het niet zo dat de zomer een goed te doene temperatuur per 1 december volledig uit ons land verdwenen is? Het is allemaal niet zo moeilijk, en eigenlijk ook voorspelbaar. Zie plaatje hieronder:
Links = zomer en zit mijn lijf prachtig in ’t prachtlijf.
Rechts = alles beneden de 23 graden en zie wat het met mijn prachtlijf doet.
Je gaat je toch afvragen hoe ik de afgelopen bijna 55 jaar in dit land heb kunnen (over)leven.
Gelukkig wordt het ergens in maart april mei juni weer lekker weer. Dan kan die kerelgriep weer mooi optiefen. Want ik ben er nu wel een beetje klaar mee.
