Ándale! ¡Ándale! ¡Arriba! ¡Arriba! Viva la Revolución!

Het komt wel heul dichtbij nu!

In mijn gloriejaren ben ook ik in Venezuela geweest. Isla Margarita om precies te zijn. Het was voor vakantie en gelijk ook mijn beste vakantie ooit. Het was mijn eerste keer in een passagiersvliegtuig en dan ook nog eens naar de andere kant van de wereld. Wat me is bijgebleven is dat de mensen daar zo vriendelijk en nederig waren, dat alles daar spotgoedkoop was en dat Latina vrouwen prachtige vrouwen zijn.
Ik heb het nu over halverwege de jaren 90 en ik had die ervaring veilig weggestopt in het herinneringshokje ‘mooie momenten van vroeger’.

Tegenwoordig zit ik weer middenin het Latijns-Amerika verhaal en dat heeft natuurlijk alles te maken met mijn eigen Latina hier thuis.
Gisteren kwam ze blij lachend van bed af. Ze komt natuurlijk wel vaker blij lachend van bed maar dat heeft dan andere oorzaken (oink oink), deze keer was het meer opgelucht blij lachend. Ze heeft me vanzelfsprekend vaak verteld over de situatie, de armoedige situatie, in haar geboorteland. Hoe de bevolking onderdrukt wordt, hoe afhankelijk de bevolking is van overzees geld, hoe vrij reizen voor de bevolking verboden is, hoe tegenstanders van het regime verdwijnen of vermoord worden, hoe de schappen in de supermarkten soms wekenlang leeg zijn, hoe de infrastructuur op instorten staat, dat het sociale stelsel volledig is verdwenen, hoe hooggeplaatsten zich verrijken enzovoorts.

Hetzelfde geldt voor Venezuela, pakweg de afgelopen 25 jaar. Maduro regeerde daar met harde dictatoriale hand, pleegde fraude tijdens de verkiezingen van 2024 en zit tot in zijn nekharen in de drugshandel.
En dan was er dus gisteren eindelijk iemand die het lef had deze man uit zijn functie te zetten, mee te nemen naar de USA en hem daar te berechten voor zijn misdaden. Dus niet laf af te knallen zoals vorige presidenten deden bij interventies in andere landen, maar hem een eerlijk proces gunnen.

Beste lezer, we mogen alleen maar hopen dat Trump doorpakt en ook Cuba bevrijdt van het misdadige regime. POWER TO THE PEOPLE!

Complotten

5 september

We keken in enkele dagen de 10 afleveringen van ‘Band of Brothers’. Ik weer en vrouw voor het eerst. De serie staat tot 14 september op Netflix dus het was nu of nooit, oordeelde ik. Indrukwekkende serie, zo niet de indrukwekkendste ooit (ik laat de allerbeste serie ooit ever ’24’ even buiten beschouwing want dat is natuurlijk weer een heel ander kaliber genre).
Voor de lezers alhier die onder een lading stenen leven, Band of Brothers beschrijft de tour de WW2 van Easy Company vanaf D-day tot aan de bevrijding. Ik ga het niet helemaal uitleggen hoor, kijk anders gewoon zelf even. Het zijn 10 afleveringen van 50 minuten. Heul realistisch gefilmd en geacteerd.

De aflevering over Bastenaken (Bastogne, Bastooon op z’n Amerikaans) bracht ons op het idee om de Ardennen binnenkort maar eens te romantischweekend’en. Dus beste lezer, binnenkort zullen wij daar 3 dagen te bezichtigen zijn.
Daar in die Ardennen is heftig gevochten in december 1944. In temperaturen van soms -28, weinig tot geen munitie en nog in de zomerkledij hielden de mannen van Easy Company stand tegen één van de laatste Duitse offensieven. En dat was de zoveelste battle die de mannen hebben gevochten en overwonnen. Helden waren het. En wat hebben die mannen moeten afzien tijdens hun tour de WW2.

Maar dat afzien van die mannen valt natuurlijk helemaal in het niet bij dinsdag 5 september 1989. Toen begon mijn hellweek namelijk.

Het begon met een luidruchtige dwaas die mij op een achterlijk vroeg tijdstip wakker trommelde. Ik kreeg een half uur om me aan te kleden en aan te treden. WTF, dacht ik, chill your baret ff zeg! Nou, daar had hij geen boodschap aan. OPSTAAN moest ik. 
Het ochtendschemerde nog maar net en ik stond al bij een magazijn een plunjebaal vol te proppen met legerkleding, legermaterialen en legerschoenen. Met dat volle ding op de rug werd ik naar de wapenkamer geleid en daar kreeg ik een FAL in m’n handen gedrukt. Met 187 kg aan legerspul mocht ik weer terug naar mijn kamer, een kilometer of 3 lopen vanaf het magazijn. SJEESUS, dacht ik, regel anders ff vervoer ofzo. Maar nee, lopen moest ik.

Op de kamer dacht ik even op bed te gaan liggen maar luidruchtige dwaas kwam weer om de hoek schreeuwen. GODVER, dacht ik, wat moet die lul nu weer? Kast inruimen was het. Alle kledij netjes en autistisch op volgorde opbergen. Onzin, vond ik en ik deelde mijn kast in zoals ik het prima vond. Nou, daar had hij geen boodschap aan. En hij flikkerde mijn kast om. NOG EEN KEER blèrde hij. Mijn eerste gedachte liet ik toch maar varen en ik pakte mijn kast weer in, nu op zijn manier. Dit was ook niet naar zijn tevredenheid en weer kwakte hij mijn kast om. @#@#$%^&^%$$%^$$@@!

Half één moest ik volledig bepakt klaar staan. Volledig bepakt betekende in gevechtstenue met pukkel, ransel, berenlul, tent en geweer. Denk dat ik zo’n 472 kg extra woog. WTF!
Oirschotse heide werd de bestemming, één grote zandbende met hier en daar een dor struikje. WTF MAN, dacht ik, wat doe ik hier, het is 30 graden! Na een kilometer of 15 zweetkotsend door het zand banjeren moest ik een tent opzetten. Bleek dat ik maar 1 deel van de tent te hebben. JA $^%%$#$%%%##@@!#$%%, dacht ik, is die magazijnlul het andere deel vergeten. Duh! Moest ik dus met een andere soldaat een tent delen. Zucht, dacht ik, wat is dat voor WW2 mentaliteit.

Een uurtje mocht ik rusten, toen werd uitgelegd hoe je een oventje in het zand maakt. En hoe je daarin eten warm kan maken. WTF, dacht ik, doe even gewoon een lekkere warme hap zeg! Maar nee, ik moest mijn eigen eten klaarmaken. 
Het oventje had ik redelijk snel in elkaar geflanst, het vuurtje eronder brandde ook aardig. Ik schilde een aardappel met mijn psu-mesje. Scheikundig gezien was de geschilde aardappel in schijfjes snijden een betere oplossing voor in het pannetje dus ik nam de aardappel in mijn linkerhand en met mijn rechter hakte ik het ding in 8 schijfjes. Toen ik de schijfjes in het pannetje kwakte kwam er 12 liter bloed mee. Is zo’n psu-mesje dus het scherpste voorwerp op Aarde en had ik 8 sneeën in m’n linkerhand. &&^%$#$%$%^^^^^%$##@$#

Ik was er klaar mee. Op hoge poten liep ik naar de tent (luxe tent, hij wel) van de kapitein. “Luister eens vriend, hoe krijg je nou goeie soldaten? Door ze goed te laten eten en door ze goed te laten slapen”, zei ik op gebiedende toon tegen de man.
Nou beste lezer, vanaf dat moment tot die vrijdag moest ik me verplaatsen middels tijgeren of looppas. WTF!!!! Dat waren bijna 4 dagen! Door het zand!! In de bloedhitte!!! Met volle bepakking!!!! AFZIEN 5.0!!!!!


Wat een hel was die week, vandaag precies 36 jaar geleden. Je kunt het je bijna niet voorstellen. Vandaar dat ik er net ook over schreef.

Goed, wellicht overdreef ik eerder een beetje. Die Easy Company hadden het aardig pittig, maar beste lezer, laten we asjeblieft mijn Afzien met hoofdletter A ook zeker niet uitvlakken. Ze zouden die week eigenlijk moeten verfilmen.

Geweld op AZC’s


Er gaat een video op het wereldwijde web rond van een beveiliger of eigenaar van een beveiligingsbedrijf, dat is me niet helemaal duidelijk. Hierin uit de man zijn frustraties over werken op asielzoekerscentra en over agressie en geweld op deze AZC’s. “Het is dag in dag uit vechten en geweld en de goeie (echte) vluchtelingen moeten we opvangen, de slechten moeten we allemaal terugsturen” is ongeveer de boodschap. De video wordt door heel veel mensen geliked en ik zag dat zelfs Geert de video voor zijn verkiezingspropaganda gebruikt. 

Ik heb 25 jaar geleden een tijdje leiding gegeven aan beveiligers op 4 AZC’s en ik kan melden dat dit verhaal in de video geen nieuws is. Toen hadden we ook al te maken met vechten en geweld. Toen zaten er ook al ‘slechten’ tussen. Toen waren we ook al blij als we de dienst zonder kleerscheuren (of erger) doorkwamen. Toen baalden we ook al van het beleid.
Natuurlijk begrijp ik de frustraties van deze beveiligingsman en zijn simpel klinkende oplossing. Maar die simpel klinkende oplossing is eenvoudigweg niet uitvoerbaar, lijkt me. Anders hadden de regeringen van de laatste jaren dat immers allang uitgevoerd, toch? Nee, er gaat heel veel (positief politiek) geld om in deze asielindustrie, dus vanuit de overheid zal nooit een oplossing komen. Hoe hard (beveiligings)mensen ook roepen. 
Maar daar ligt juist wél het probleem, bij de overheid. En alle asielinstanties die daar onder vallen. Zoals COA, IND, Vluchtelingenwerk, Van der Valk onder andere. 

Als beveiliger werkzaam op een AZC heb je precies nul invloed op het asielbeleid van de zittende regering, dus zo’n opgenomen video en een simpele oplossing voordragen is leuk voor de bühne maar je bereikt er niet zoveel mee. Kort gezegd, je moet gewoon je werk doen.
En juist dáár is dè simpele en uitvoerbare oplossing voor beveiligingsmensen (werkzaam op AZC’s), je moet gewoon je werk doen. Dit betekent observeren en rapporteren. Dat is de grondregel in de beveiliging. Daar word je voor ingehuurd en daar word je voor betaald, observeren en rapporteren.
Het is een grote misvatting dat beveiligingsmensen ‘problemen’ fysiek moeten aanpakken. Beveiligingsbeambten hebben geen geweldsmonopolie, zij mogen fysiek niets doen, zij zijn gewoon burgers met een uniform aan. Het is als beveiligingsbeambte dan ook wijs om niet in kritieke situaties terecht te komen. Eigen veiligheid eerst! Rondes lopen (over het AZC)? Als jij als beveiligingsbeambte je er niet veilig bij voelt moet je dit gewoon niet doen. Ook al staat in de instructies dat dit verplicht is. Eigen veiligheid gaat altijd voor! Je bent simpel gezegd een camera aan de muur, je moet observeren en rapporteren. 
Dit is een beetje mijn antwoord op de beveiligingsman in de video; Vechten of geweld op een AZC? Laat overdag het COA-personeel of ’s avonds/ ’s nachts de politie het oplossen. Blijf in je loge, noteer het in je rapport en ga weer veilig naar huis. Dat voorkomt frustratie als bij de man in de video en bijkomend voordeel is dat misstanden veel meer impact hebben bij de overheid. Het zijn immers overheidsmensen en geen particuliere ingehuurden die met het geweld e.d. in aanraking komen.

En om toch wat simpele oplossingen voor de overheid op te noemen:
– Zet handhavers in voor beveiliging van AZC’s. 
– Zet politieagenten in voor beveiliging van AZC’s. 
– Zet militairen in voor beveiliging van AZC’s. 
– Stop of reduceer de geldstroom naar COA. 
 
 

Voetsporen

Op mijn 14e werd ik kampioen, oudste werd op zijn 14e kampioen en afgelopen zaterdag werd jongste zoon ook kampioen op zijn 14e. Ik vind dat een prachtige statistiek.

Zeun besloot aan het einde van het vorige seizoen om in te gaan op de uitnodiging om een stap hoger te gaan spelen. Ik vond dat een verstandige keuze en naar nu blijkt was dat het ook. Hij speelt nu in de onder 15-2 in de 1e klasse. En na de winterstop gaan ze naar de hoofdklasse. Zijn vorige team degradeerde naar de 4e klasse……………… ik rust mijn casus.

Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat meneertje bij elk voetbalmoment dat wij met ons drietjes hadden wel een keer in janken uitbarstte omdat iets niet lukte of omdat iets niet eerlijk was of gewoon omdat hij moe was. En ik twijfelde toen sterk aan zijn voetbalmotivatie in vergelijking met zijn broer. Maar gelukkig heeft hij toch doorgezet en koos hij zelfs voor het nobele keepersvak. En ook dat verbaasde mij want zijn pijngrens lag in die tijd nou ook niet zo heul erg hoog.
In één van zijn eerste wedstrijden als keeper, denk dat hij een jaar of 10 was, kreeg hij een hard schot tegen zijn lichaam en de bal vloog over het doel. Ik zag dat hij in huilen uit wilde barsten maar het publiek, zelfs van de tegenstander, klapte en juichte voor deze redding. En hij hield zich groot. 😁 Zou dat de ommekeer zijn geweest?

Tegenwoordig gooit hij zijn hele hebben en houwen in de strijd, is van angst niets meer te zien en eerlijk is eerlijk, hij is een hele aardige allround keeper. En dat zeg ik als iemand die er verstand van heeft. (Ik vind zum bleistift de 41 jarige Pasveer veruit de beste keeper van Nederland en hij moet in Oranje. Punt.)

Zaterdag was een gelijkspel voldoende om kampioen te worden. Tegen een team van een paar dorpen verderop. De wedstrijd ging gelijk op en je kon merken dat er spanning op stond. Wellicht bij ons meer dan bij de tegenstander.
Halverwege de eerste helft liep hun spits op Zeun af, met een verdediger in zijn nek. En daar maakte Zeun een klein foutje. Regel 8 in het boek ‘Keepen volgens Manus’ is dat als er iemand met een aanvaller meeloopt, dan kom je niet uit. Zeun deed het toch, twijfelde en voor hij kon corrigeren, schoot de spits de bal met een boogje over hem heen. Mooie goal, 1-0 achter. Verder was hij foutloos en een rustpunt achter de laatste linie.

Na de pauze werd een het een ouderwetse Engelse wedstrijd. Hoog tempo, spanning door de aderen gieren en kansen over en weer. Een schot in de verre hoek tikte Zeun met een geweldige reflexredding net naast en even later schoot onze linkeraanvaller een afgeslagen corner in de korte hoek binnen. 1-1!
Hierna haalde de tegenstander alles uit de kast om de winnende te scoren, kregen ze de ene (raadselachtige) vrije trap na de andere, maar het team en Zeun hielden stand. In de allerlaatste halve minuut kregen ze wederom een discutabele vrije trap op de 16 meter. Met zelfs hun keeper in ons zestienmetergebied was de spanning niet te harden. Ja, dat is voor de overige toeschouwers hoor, ik stond gewoon relaxed aan m’n sigaartje te lurken.
Ook deze bal hield Zeun tegen (zie filmpje, als die het doet? Dat weet ik nooit met dat WordPress) en de ontlading was daar toen de scheids eindelijk voor het laatst floot. Ik genoot ervan.

Ben benieuwd hoe ze het na de winterstop in de Hoofdklasse gaan doen.
En ik ben ook zeker benieuwd wanneer Zeun op de radar van scouts komt. Want ik vind hem een groot keepertalent en eerlijk is eerlijk, ik heb er verstand van.

Cancel 🖕🏼

Vroeger, toen de wereld nog leuk was, keek ik nog wel eens naar ‘Dit was het nieuws’. Harm Edens, Raoul Heertje en Thomas Acda waren met regelmaat lollig en het was heerlijke ontspanning op de vrijdagavond (geloof ik). Met de komst van Fan Faap van der Wal begon mijn interesse al af te nemen en de laatste 15 jaar heb ik er volgens mij niet meer naar gekeken. En als ik zo op social media lees, mis ik er ook niet zo heel veel aan. Mijn leven is er niet minder van geworden, in elk geval.

Vroeger, toen de wereld nog leuk was, keek ik nog wel eens naar ‘Voetbal Insite’. Johan Derksen en René van der Gijp waren met regelmaat lollig (Genee vind ik altijd al de grootste kneus van het land dus die noem ik bewust niet. Wist u trouwens dat ik hem ooit op zijn hoofd heb gepist?). Heerlijke ontspanning op de donderdagavond (geloof ik). Met dat afzeiken van o.a. succescoach Louis van Gaal en de aandachthoerige lachsalvo’s van Gijp begon mijn interesse al af te nemen en de laatste 15 jaar heb ik er volgens mij niet meer naar gekeken. En als ik zo op social media lees, mis ik er ook niet zo heel veel aan. Mijn leven is er niet minder van geworden, in elk geval.

Ik cancel die onzin zonder pardon uit mijn leven en het heeft verder nul invloed op mijn leven.
Wat wèl invloed op mijn leven heeft is muziek. Een grote invloed zelfs.
Bruce Springsteen is één van de artiesten die met heul veul liederen in mijn muziekcollectie te vinden is. En in mijn collectie staan betekent dat je fijne muziek voor mijn oren maakt.
Maar als de rauwe rocker dan met dit soort teksten komt (Donald Trump is the most dangerous candidate for president in my lifetime), dan kan ik toch niet anders dan deze ouwe zeur onmiddellijk en direct in mijn cancellijst kwakken? Kom op zeg!
Met z’n ‘most dangerous’. MOST DANGEROUS! Whoehahahaha, wat een dwaas! En dan ook nog the most dangerous IN ZIJN LIFETIME hè! Zou hij al die andere oorloghitsende presidenten vergeten zijn?
Ja, most dangerous voor zijn portemonnee waarschijnlijk. Net als bij al die andere multimiljonairsterren met hun grote waffel over de Amerikaanse verkiezingen.

Hé pa

Vandaag zou je 77 jaar zijn geworden en zouden we proosten op je verjaardag en zouden we uit eten gaan met je kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen en zouden we een feestje bouwen en zouden we door de kamer dansen en zouden we meeblèren met de muziek en en en…………….

Maar ja, die 20ste van de 7e in 2007 hè?

Zwartste dag in ons leven 😢.

Overlever

In mijn jonge tienerjaren had ik met grote regelmaat een terugkerende droom, of eigenlijk meer een nachtmerrie. Of een visioen, zo je wilt.
Op mijn 52e rijd ik in de auto in de schemer van de avond op een landelijke slingerweg ergens in de provincie (bij Zuidlaren in de buurt). In een flauwe bocht verlies ik de controle over de auto omdat ik iets te hard rijd, en kom tot stilstand tegen een hoek van een huis dat vlak aan de weg staat. Ik ben op slag dood.

Toen ik jaren later mijn rijbewijs had dacht ik zelfs precies te weten welk huis het was. Nu kwam ik in die tijd niet vaak daar op die plek of ook maar in de buurt, want wat zou ik daar moeten doen? En nog steeds kom ik daar niet heel vaak in de buurt. Dus langzaam vervaagde die nare gedachte van mijn overlijden dan ook uit mijn systeem.
Tegenwoordig woon ik tegen de Duitse grens aan en is tanken en boodschappen doen dus een aangename financiële meevaller. De weg ernaartoe is een slingerweg. En ook aan die slingerweg staat een huis vlak aan de weg, ook in een flauwe bocht. De nare gedachte kwam de afgelopen tijd zo nu en dan weer terug. Diep in mijn achterhoofd hield ik er toch stiekem een beetje rekening mee als ik naar de oosterburen reed.

MAAR BESTE LEZER, ZORGEN MAKEN HOEFT NIET MEER WANT IK BEN EEN OVERLEVER.
SINDS AFGELOPEN NACHT 01.08 UUR BEN IK NAMELIJK 53 JAAR GEWORDEN!
Tijd voor een feessie, dunkt me.

Volgende doel is de 60 halen.

Hé pa!

Tijd geleden dat we elkaar spraken hè? Jaar of 3, geloof ik.
Als eerste, gefeliciteerd! Je zou vandaag 76 zijn geworden. Ik vier dat vanavond wel even met een kleine alcoholische versnapering, oké? Kan niet ouderwets hijsen zoals vroeger, ik moet morgen weer vroeg op. De plicht roept helaas nog steeds hè, hahaha.

Nou, waar zal ik beginnen? Met mam gaat het naar omstandigheden goed hoor. Lichamelijk wordt het allemaal wat minder, maar ze is nog goed bij de pinken. Ze gaat nog net zo vaak naar de huisarts als vroeger, hahahaha. Wij denken al aan een rollator, maar dat wil ze nog niet. De eig’nwies!
Het huis is helemaal verbouwd. Was nog een hoop gezeik want de wc en de douche moesten opnieuw. Die zagen er niet uit na de oplevering. Dat had jij met 5 vingers in de neus en 2 armen op de rug nog beter gedaan. Het mensje heeft bijna een half jaar in de teringzooi gezeten!
Je krijgt trouwens een dikke kus van haar.

Met je kleinzonen gaat het ook goed. Ze doen allebei Havo. Ja, af en toe is dat flink aanpoten, maar als het nodig is helpen wij ze wel een beetje hoor.
Ze zijn nu beiden keeper! Hahahaha, hoe vind je dat dan? Ze beginnen steeds meer op mij te lijken, hahahahaha. Oja, het duurt niet lang meer en dan zijn ze groter dan ik! 😳
De oudste verdient inmiddels z’n eigen zakcenten en die jongste is een redelijke hit op Instagram met z’n voetbalkunsten. Instagram? Oh, dat is een filmpjesdingetje op je telefoon. Ja, op je telefoon. Iedereen heeft tegenwoordig een telefoon in de zak. Ach, laat maar. Lang modern verhaal, daar ga ik je nu niet mee lastig vallen.

En met mij? Nou, zit je goed? IK WOON SAMEN!
Ja, goed hè? Sinds een jaar ongeveer met weer een fantastische vrouw. En weet je waar? In poar neem’n country, whoehahaha. Ja, ik heb inmiddels al in heel Nederland gewoond! Hahaha.
Ja, en verder gaat het nog eigenlijk hetzelfde als 3 jaar geleden. Nog steeds bij hetzelfde bedrijf, in mei 25 jaar! Ik rijd nog steeds een Peugeot. Bevalt me prima. Ben vorig jaar nog flink van achteren aangereden met 100 km/u. Nee, valt mee hoor, heb af en toe wat last van de rug maar er verder niks aan overgehouden.

Nou pa, fijn je even weer gesproken te hebben. Fijne verjaardag nog daarboven.
Ik mis je enorm.
Want wat had ik graag gezien dat je mij en mijn jongens nu had meegemaakt. Hoe ze gegroeid zijn, letterlijk en figuurlijk. Ik ook trouwens. Ik ben een stuk voller 😬 en ook een stukkie rustiger dan vroeger. Ja, volwassener kun je het ook noemen 😁.
En ik had je natuurlijk voor willen stellen aan dè vrouw in mijn leven.
Gelukkig ben je in mijn gedachten nooit ver weg.

Boks ouwe!

Ik had sjans

Zaterdag stond ik met m’n poten in de klei naar bovenstaande band te kijken en te luisteren. Nou ja, en eigenlijk ook te genieten.

Ben je een beetje bekend met mijn persoontje, dan weet je dat ik niet zo van live muziek houd. Ja, als je alleen maar originele liederen speelt zou dat voor mij op zich prima te verteren zijn, ik heb dan immers geen vergelijkingsmateriaal, maar dan zou ik naar een concert van desbetreffende zanger/zangeres/band moeten en daar houd ik nog minder van. Dus.
Nee, van die bands die (bekende) nummers van anderen spelen, daar heb ik wat moeite mee. Mijn sterk ontwikkelde muziekoren vangen namelijk elk foutje en elk misje en elk valsje op en dat is voor mij, maar ook zeker voor de zanger/zangeres/band, niet prettig. Voor mij qua humeur, voor de zanger/zangeres/band qua vernietigende recensie op dees jolijtsijt.

Hoe anders is dat voor bands die het origineel angstaanjagend close benaderen? In 2012 heb ik al eens zo’n ervaring mogen ervaren (https://dickteder.home.blog/2012/12/12/hartslag/) en beste lezer, zaterdag was het weer raak.
Status Quotes (https://www.statusquotes.nl/) heet de band en 3x raden welke band ze bijna exact tributen?
Vier mijn-leeftijd-mannen oet poarneem’nland die gewoon rechttoe rechtaan rocken en werkelijk elk nummer van de beroemde band perfect kopiëren. Whatever you want, Rockin’ all over the world, Caroline, Down down, Again and again, Break the rules, Rain en de rest. Allemaal stuk voor stuk fantastisch, geweldig en perfect. Wel een beetje jammer dat ze Quo’s (ik mag Quo zeggen) beste ‘Accident prone’ niet deden, maar ze hadden maar een uur dus ik moet gewoon eens ophouden met dat gemekker.

Ga ze bekijken/beluisteren als je de kans hebt, beste lezer. Ze zullen je niet teleurstellen. Neem dat maar van deze muziekfreak aan.

Oja, over de titel van dees anekdoot. Ja, ik had ook nog sjans. Bij de toiletten. Terwijl ik stond te pissen. Met een knipoog-vent.
En daar wil ik het graag bij laten.

Oostenwind

Weet iemand waar de zuidoosten wind is gebleven? Want zover mijn herinnering reikt hebben we al sinds november vorig jaar te maken met een zuidwestertje. En dan regelmatig ook nog eens een vrij stevige. Vroeger en voorheen hadden we prachtige zomers door die behaaglijke oostenwind, toch? Of vergis ik me? Nee, want voor ik me vergis, vergis ik me niet. Er is iets aan de knikker en ik weet nog niet of het stront of iets ergers is.
In elk geval vind ik het maar apart, raar en vreemd tegelijk.

Vandeweek zat ik ’s avonds tijdens een zeldzaam droog moment in de tuin en hoog aan de hemel, laat het een kilometer zijn geweest, dreef een prachtig wolkendek van het oosten naar het westen.
Dat deed mij eens nadenken over het schijtweer van tegenwoordig. Hoog in de lucht waait dus wel een oostenwind maar verder naar beneden, laat het een meter of honderddrieenveertig boven de grond zijn, dus niet.

Zou het toeval zijn?
Zit god te fucken?
Of NASA?
Kan het door klimaatverschuiving komen?
Of klimaataanpassing?
Of toch klimaatverandering?
Is El Niño de schuldige?
Is Gerrit Hiemstra de oostenwindkaarten kwijt?
Heeft Vlad de oostenwind uitgeschakeld?
Neemt Zelensky telkens de oostenwind mee op reis?
Switchte Wim-Lex de mooi-weerknop off tot na zijn vakantie?
Saboteren vliegtuigmaatschappijen en reisorganisaties de boel?
Zit Brussel erachter?
Of zouden die inmiddels miljoenen windmolens in en rondom ons kikkerlandje er iets mee te maken hebben?

Wie het weet, mag het mij vertellen. En als bedankje krijg je van mij een ouderwetse liefdevolle wind van voren. Zo ben ik dan ook wel weer.

Dressman

Al sinds mensenheugenis draag ik met alle liefde opvallende overhemden. Of bloezen, zoals ik ze noem. M’n favorieten zijn de Hawaii-varianten. Maar ook voor een bloes met sinaasappels of bananen of meloenen of worstplakjes of kaasblokjes of bier of blokjes of ruitjes of streepjes ben ik wel te porren. Vandeweek zag ik eentje met allemaal ijsco’s, PRACHTIG! Die wil ik!
Ik zeg altijd maar zo; het vrolijkt zo’n kleurloos persoon als ik toch een beetje op. Hahahahaha, moet er zelf om lachen! Ik een kleurloos persoon, whoehahahaha.
Niet dat ik nou altijd in felle kleuren loop hoor, een witte bloes staat mij vanzelfsprekend ook prima. Sterker nog, ik schijn daarin een vrouwenbevochtiger te zijn. 🤔

Ook sinds mensenheugenis zijn er luitjes die moeten lachen, me complimenteren, zich storen, zich bemoeien enzo met mijn bloezen. Laatst nog, iemand zei dat mijn bloes wel heul anders is dan ze gewend zijn in Poarneem’n-country. Tja, misschien moet je eens wat verder op internet kijken dan alleen naar de Grolsch bestelsite, zou ik zeggen.

Gisteren had ik ook weer van die rare fratsers die zich met mijn kleding bemoeien. Onderstaande foto is m’n nieuwste bloes. Kadootje van lieftalligje. Ik zette deze foto op Twitter met de tekst “Echte mannen dragen ook roze”. En ik legde m’n foon weg.
Vanochtend tijdens de poepopwekking las ik de reacties onder mijn bericht.
Een collectie pareltjes:
‘Dat hemd is niet roze’ (en dan deed ie er een pink plaatje #F699CD bij) 🥴
‘Denk t nie’ 🤓
‘Alleen dus is of lijkt paars 💜’ 🤔
‘jaja,echte mannen laten zich ook nemen’ 🤪
‘No it is not!!! 😞’ 😎
‘Wat is een echte man??’ 🙃
‘Dat is toch lila?’ 😞
‘…als ze thuis alleen zijn.’ 🤔
‘Read my lips. NEVER 🥸
‘Nope.’ 😝
Zucht.
Ik heb toch zo met zulke sneuerts te doen hè. Twitteraars die ongevraagd hun mening geven of even een plasje over (een tweet van) mij heen willen doen.
Ik lach er tegenwoordig om. Sterker nog, I fart in your general direction.

Alsof ik me iets aantrek van commentaar op mijn kleding.
Kom op zeg, ik ben niet voor niets de best geklede dressman van mijn thuis.

Long story

Dit is een zelfgemaakt plaatje van mijn boventorso, de röntgen versie. Om het iets beter en overzichtelijker te verduidelijken moet je bovenaan het plaatje mijn hoofd en onderaan mijn piemol beelddenken. Maar die pastten er niet op, dus moet je het hier maar even mee doen. Het gaat op dees jolijstsijt ook om de anekdoten en niet om de plaatjes immers. (hoewel er wel pareltjes tussen zitten hoor!)

Je ziet dat ik net als Huub van der Lubbe een groot hart heb en voor dat hart herken je ongetwijfeld mijn twee longen (de rechterlong voor de kijker links en de linkerlong rechts). Niks mis mee, toch? Ja, wat lichte rookschade, maar dat is ook niet zo gek na zoveel jaren nicotine paffen. Ik vind het gewoon fijn om zo nu en dan even aan een sigaartje te lurken. En tegenwoordig heb ik echte Cubaanse 😍! Maar verder zijn longmansen nog mooi groen dus superdupermokergezond.
En ik heb ze toevallig gisteren in de auto nog getest toen ik Bill Withers er met gemak uit Lovely day’de. En vanochtend zong ik ook al moeiteloos ‘Life is a rock’ van Reunión mee (zoek die maar ’s op, dat is me daar een lange adem spraakwaterval!). Dus lekker puh!
We kunnen dus met een aan waarschijnlijk grenzende zekerheid stellen dat ik qua lucht/adem/zuurstof prima in orde steek.

Gek is het dan dat ik van een trap op of aflopen helemaal stuk ga. Vanochtend ook weer. Ik kleedde me op de zolderkamer uit en liep de trap 10 treden af naar de douche. Hijgen mensen, hijgen als een krolse buffel! Ik moest echt even op adem komen voor ik stringmans überhaupt uit kon doen. En na het douchen afdrogen dan! Man, ik moest 3 keer op de wc zitten uitpuffen. Hoezo is afdrogen tegenwoordig zo’n pittige bezigheid?
Snap er geen reet van. Mijn longen zijn dus prima in orde, mijn gewicht is BPM-technisch ook op peil, ik kan uren achter elkaar klussen als een malle en ik verricht minimaal 6 à 7 keer per week een aardige lichaamsintensieve inspanning.

Wellicht dat ik eens weer wat aan m’n conditie moet gaan doen. Want volgens mij zijn longinhoud en conditie twee heel verschillende dingen.
Ik denk zelf dat houthakken mij wel leuk staat lijkt.

Compliment

In mijn vorige leven als vriend/partner/minnaar/klusjesman heb ik nogal wat fouten gemaakt. Of fouten? Vóór ik een fout maak, maak ik die fout niet natuurlijk. Dingen die ik anders had moeten aanpakken, dat is toepasselijker.
Één van de dingen die ik anders had moeten aanpakken is niet alles voor granted nemen. Hoe zeg je dat in het Nederlands? Niet als vanzelfsprekend vinden. Ik vond heul veul dingen vanzelfsprekend in de relatie en met mijn gebrek aan empathisch vermogen zag ik daar totaal geen kwaad in. En ja, daar betaalde ik in 2011 uiteindelijk de hoofdprijs voor.

11 jaren of 131 maanden of 570 weken of 3993 dagen (doorhalen wat het minst prettig leest) heb ik als een seksuele relationele kluizenaar geleefd. Bewust. Maar ook omdat ik niemand goed genoeg tegenkwam. Zei hij arrogant, want ja, dat ben ik toch ook best wel. En ik ben natuurlijk ook niet de eerste de beste Piet Piem. Wellicht vind je me wel een Piet Piem hoor, daar zou ik trouwens niet van opkijken, maar toch zeker niet de eerste de beste? En zo wel, dan heb ik daar geen boodschap aan en wens ik je herpes onder je voeten.

In die lange tijd alleen heb ik mijzelf, vrouwen en mijzelf met vrouwen eens stevig aan een grondige analyse onderworpen. Dus niet zomaar lafjes geanalyseerd, maar stevig en grondig aan een analyse onderworpen. Anders kan je het net zo goed niet doen, niewaar? Het was 11 jaren of 131 maanden of 570 weken of 3993 dagen (doorhalen wat het minst prettig leest) dagelijks afzien, confronterend en ook wel pittig om mijzelf, vrouwen en mijzelf met vrouwen door de mangel te halen, dat mag je best weten. Maar een echte vent is ook in moeilijke tijden een kerel, dat zeg ik.

De zelfontplooiing heeft z’n vruchten afgeworpen, dat kan ik met trots melden. Tegenwoordig strooi ik met complimenten in de relatie.
Ik zeg bijvoorbeeld dat ze het hartstikke goed kan als ze heeft gekookt. En ik zeg dat ze het hartstikke goed doet als ze bezig is met het huishouden. Een wasje draaien, drogen en opvouwen? Dat kan op een dikke duim van mij rekenen. Wat? Twee duimen! De bedden verschonen, daar is ze één van de beste in. Ik kan dat niet vaak genoeg tegen haar zeggen. Als ze in de tuin op de hurken bezig is, loop ik even naar haar toe, klop op haar schouder en zeg dat ze het fantastisch doet. Ook vind ik dat ze geweldig boodschappen kan doen en laat ik het nooit na om dat toch even tegen haar te melden. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Bodemlijn in een relatie is, een echte vent doet aan compliment. Dat zouden meer mannen moeten doen. Neem het maar van mij aan.
Ik heb dat namelijk 11 jaren of 131 maanden of 570 weken of 3993 dagen (doorhalen wat het minst prettig leest) stevig aan een grondige analyse onderworpen.

FIFA = corrupt

In 1974 (West-Duitsland) wonnen we het WK, maar ging West-Duitsland er met de beker vandoor. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 3 jaar en voetbalde nog niet.

In 1978 (Argentinië) wonnen we het WK, maar haalde Argentinië werkelijk alles uit de kast om de beker thuis te houden. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 7 jaar en een keepertje.

In 1982 (Spanje) deden we niet mee en won Paolo Rossi met Italië het WK. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 11 jaar en hield wel eens wat ballen tegen in hele goede teams.

In 1986 (Mexico) deden we niet mee. Argentinië won en Maradona scoorde met zijn hand. En trouwens ook de één na mooiste goal op een eindtoernooi ooit . De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 15 jaar en gestopt met keepen.

In 1990 (Italië) wonnen we het WK, maar ging de KNVB liever in zee met Beenhakker dan met Cruijff en won dus Duitsland. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 19 jaar en was gelegerd in Seedorf.

In 1994 (USA) wonnen we het WK, maar omdat hiha Ed de Goeij een vrije trap van Branco vanaf een meter of 30 liet gaan (ja Feyenoord fans, zelfs Bijlo had die gehad) won uiteindelijk Brazilië. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 23 jaar en had beter in Oranje kunnen keepen.

In 1998 (Frankrijk) wonnen we het WK, maar omdat de (ongetwijfeld omgekochte) scheidsrechter niet floot voor een penalty voor een duw in de rug van Pierre van Hooijdonk in de allerlaatste minuut tegen Brazilië, won Frankrijk. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 27 jaar en ik had tweede keeper achter Sar kunnen zijn. Of andersom natuurlijk.

In 2002 (Japan/Zuid-Korea) deden we niet mee omdat tijdens de kwalificatie de FIFA weigerde een dopingtest bij Ierland uit te voeren. Brazilië werd geen strobreed in de weg gelegd voor hun 5e wereldtitel. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 31 jaar en ik had wellicht wél de meubelen kunnen redden in die uitwedstrijd tegen de Ieren.

In 2006 (Duitsland) wonnen we het WK, maar een hele zwakke (ongetwijfeld omgekochte) scheids besloot met kaarten te strooien tegen Portugal. Zidane verklote de titel voor Frankrijk door Materazzi van Italië te koppen. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 35 jaar en ik had ook rood gekregen. Ik denk zelfs 2 keer.

In 2010 (Zuid-Afrika) wonnen we het WK, maar keepte Casillas van Spanje overduidelijk met te grote schoenen. Scheidsrechter Howard Webb (ongetwijfeld omgekocht) deed niets. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 39 jaar en had minimaal assistent-bondscoach kunnen zijn.

In 2014 (Brazilië) wonnen we het WK, maar koos bondscoach Louis van Gaal in de halve finale tegen Argentinië ineens voor een behouden tactiek.
Duitsland won weer eens. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 43 jaar en ik had beter bondscoach kunnen zijn.

In 2018 (Rusland) deden we niet mee omdat we 7 goals tekort kwamen tegen Zweden in de kwalificatieronde. Het anti-voetbal van Frankrijk deed zijn intrede en was succesvol. De FIFA zag dat het goed was.
Ik was 47 jaar en ik had het 100% beter gedaan dan bondscoach Dick Advocaat.

In 2022 wonnen we het WK, maar (de entourage van) Lionel Messi is na de verloren wedstrijd tegen Saoedi-Arabië bij die Infantilo van de FIFA thuis geweest en daar is de koop van de wereldtitel gesloten. Tegen Argentinië is daarom op dit WK niet te winnen.
Messi hoopt daarmee de beste voetballer aller tijden Diego Maradona eindelijk af te lossen. De FIFA zag dat het goed was.
Ik ben 51 jaar en zeg alleen maar dat Johan Cruijff de allerbeste voetballer ooit is.

Punt.

Ramblin’ Boots

Wat krijg je als een festivaldirecteur een superband strikt voor zijn Kanaalpop? Dan krijg je mij terug naar mijn tienerjaren.

The dukes of Hazard was vroeger dè serie in mijn leven. Het ging over twee rebelse gozers met een brute Dodge Charter (de General Lee), hun oom Jesse en nichtje Daisy………..oef, Daisy Duke, goeiendag zeg! 😍
Elke aflevering kregen ze het aan de stok met the law. En dan met name met Rosco P. Coltrane, de meest hilarische sheriff ooit. Op Buford T. Justice na ofkors.
Scheuren met die bak over snelwegen, over binnenwegen, over landweggetjes als ze weer eens achterna gezeten werden door de politie, met snelheden waar je u tegen zegt. Per aflevering vlogen ze 37x door de lucht over rivieren, over huizen, over auto’s en altijd met een YEEEHAAAAAH loud and clear. Oja, en altijd, maar dan ook echt altijd zonder een krasje of deukje op die oranje wagen.
Prachtig vond ik het.

Tijdens die achtervolgingen hoorde je van die heerlijke snelle countryrock en laat ik daar nou naartoe willen met dees anekdoot!
Afgelopen zaterdag maakte ik kennis met de band Ramblin’ Boots. Je mag 3x raden welke muziek zij speelden? Juist, heerlijk snelle countryrock. Man, wat was ik in mijn nippl….. nopjes! Ik slingerde de ene YEEEHAAAAH na de andere eruit.
Lang geleden dat ik zo’n goeie liveband heb gezien zeg. Maar dat kan ook komen omdat ik bijna nooit naar concerten en/of festivals ga hoor. En ze komen gewoon uit Nederland hè?!

Ik zou tegen al die andere festivaldirecteuren willen zeggen; Laat die ‘nou, geen bier over me heen gooien’ pisvingertjes lekker links liggen en zet Ramblin’ Boots op het podium. Succes gegarandeerd.

Taane Hennie

Tante Hennie was de zus van moeke. Ze is al een jaar of 20 dood maar ik herinner me haar als een lolvrouw met zo’n hilarische Ron Brandstederlach. Je weet wel, als van die gierende autobanden.
Ze is terug in ons leven en met ons bedoel ik mijn jongens en dan vooral de jongste, Teun. Ze spreken allebei al perfect Grunnings en een tijdje terug kregen we het over tante Hennie. Taane Hennie is dat op z’n Grunnings. En sindsdien is het taane Hennie dit en taane Hennie dat bij hem. Stel je een vraag met daarin het woordje ‘wie’ erin, is de kans heul groot dat hij taane Hennie zegt.
Ik vind dat zó lollig!

Mijn muziekcarrière wil nog niet echt van de grond komen en dat begint wel een beetje aan me te knagen, om eerlijk te zijn. Kom op zeg, het is al bijna 2 jaar dat ik die stap waagde. Inmiddels staan 6 eigen nummers en 10 remixen online.
Neem anders gerust even een luistertje. (klein tipje: op de foon hoor je de remixen niet goed, doe dit op een groter apparaat)
https://www.youtube.com/channel/UC4Jyx26eX-d3mK5MnR3FOdA/videos

Dat mijn muziekcarrière nog steeds geen doorslaand succes is, weet ik aan mijn gekozen naam. Slinxters is toch minder pakkend dan ik dacht. DJ Anus is al bezet (huh?) en dus kwam ik op het briljante idee om mijzelf Taane Hennie te noemen. Schijnt hip te zijn, van die aparte namen (Kraantje pappie, Fnelle) dus waarom ik niet? Niewaar? En het bekt internationaal ook nog lekker.

Ik ga even weer fijn achterover leunen en wachten op mijn grote doorbraak. Ik geloof dat je vanaf 1000 abonnees of 1 miljoen likes aardig binnen gaat lopen.

Schelden doet geen pijn

Ik zag een filmpje van Max Verstappen die in een of ander Miamiees honkbalstadion de eerste bal bij een honkbalwedstrijd mocht werpen ofzo. Je kent het wel, pers erbij, gesponsorde kledij aan, erg zucht allemaal. Nu moet hij dat natuurlijk helemaal zelf weten, hij zal er wel 40 miljoen voor hebben gekregen, maar mensen, dat werpje! Mijn dochter van 6 gooit minder gay. Als je geen bal kan gooien, geef dat dan aan en doe het gewoon niet. Je staat voor lul. Die catcher moest 17 stappen naar voren doen om die bal te vangen.
Ik vind dat het publiek hem best had mogen uitfluiten.

Sporters zijn publieke figuren (die meestens (heul) veul geld verdienen) en ik vind dat je hen best mag bejegenen. Tegenwoordig zijn ze wel erg gauw op hun pik danwel tepel getrapt (grappig plaatje hè? Dat zijn lange tepels. Zelf gemaakt).
Oeh, discriminerend. Oeh, beledigend. Oeh, stigmatiserend. Kijk, zolang het geen doodsbedreiging betreft, heb ik er niet zoveel moeite mee. Sterker nog, ik vind het soms zelfs ludiek lollig. “Dries, je moeder heeft een snor”, zongen NEC-supporters in 2000 over AZ’er Dries Boussatta. Ik kan me niet herinneren dat daar toentertijd moeilijk over werd gedaan. En kreeg Menzo geen bananen naar zich toe gegooid? Hij pakte eentje van het veld en vrat ‘m gewoon op.

Waarom wordt over een speler die 90 minuten uitgefloten wordt niet moeilijk gedaan, maar oerwoudgeluiden naar een speler toe zijn dan weer not done. Ja, het is onsmakelijk en eigenlijk best sneu en zegt meer over die roepers, maar kom op zeg, daar moet je toch boven staan als (duurbetaalde) sporter?

Ik heb ook eens zoiets meegemaakt. Nu zouden we dat een jeugdzonde noemen, toen was het alleen maar grappig. Het was bij mijn favoriete basketbalclub Donar ergens in de 90’s. Wij zaten altijd met een groep van 15/20 man/vrouw in de linkerhoek van de houten tribune. De hoek waar Mart Smeets ook altijd kwam staan, maar dat heeft er verder niks mee te maken.
We speelden tegen een ploeg in het wit (weet niet meer wie) en bij die ploeg speelde een vent met een krullende mat en volgens mij een snor. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat hij een aparte dribbel had. Met zijn rechterhand beroerde hij de bal en zijn linkerhand wapperde wat heen en weer tijdens het lopen.
Ineens riep iemand uit onze groep “JOEHOE” als hij aan de bal was. Wij lachen natuurlijk en al snel namen we dat over. Bij elk balcontact van hem galmde “JOEHOE” uit 15 kelen door de hal. En je raadt het al, de hele tribune (ook die aan de overkant) ging even later los zodra hij aan de bal kwam. Als ik er aan terugdenk schiet ik weer in de slappe lach.
Als ik het me het goed herinner heeft hij zelf om een wissel gevraagd. We wonnen die wedstrijd.
Missie geslaagd.

Jeugdzonde

Het was de laatste zaterdagavond van onze vakantie in Mexico. Ergens in de 90’s. M’n maat, zijn vriendin en een stelletje uit ons hotel namen me mee naar de plaatselijk bar. Ik had er niet zoveel zin in. M’n vakantieliefje was net weer naar huis vertrokken, m’n geld was op en ik was chagrijnig. Toch liet ik me overhalen.
Het begin van mijn jeugdzonde m.b.t. een vrouw was aanstaande. Lees gauw verder dan!

Terwijl de andere vier pret, plezier en lol hadden, hing ik een beetje kansloos aan de bar. Maat kon dit vanzelfsprekend niet aan zien en kwam naar me toe. “Doe gvd niet zo debiel en doe gewoon mee! Ga met die blonde dansen!”, zei hij geërgerd. Ik keek verveeld opzij naar de dansvloer, daar stond ze, Kelly Bundy look-a-like 2.0. Ik bedankte want ik was niet in de stemming, in de mood en ook niet in vorm. Maat nam hier geen genoegen mee en stapte op Kelly af. Even later kwam hier weer naar me toe en zei dat ze mij leuk vond en dat ik haar te dansen moest vragen. Weer zei ik dat ik geen zin en ook geen geld had. Maat werd pissig, drukte mij een stapel peso’s in de handen en dirigeerde mij naar de dansvloer.

Op de dansvloer was ik haar al zat (en zij mij) en nam ik weer plaats aan de bar. Ik had me voorgenomen om naar het hotel te gaan om de avond van de anderen niet te vergallen maar dat komt niet in het woordenboek van maat voor. Weer bonjourde hij mij richting Kelly.
Nou ja, het werd toch nog een leuke avond. 🕺🏽💃🍻🍻🍻🍷🍷🍷

De bar ging sluiten en ik ging met Kelly mee naar haar hotel een paar dorpen verderop. Op de achterbank van de taxi leerden we elkaar wat beter kennen. Ze vertelde dat ze uit Canada kwam, dat ze ‘engaged to be married’ was en dat deze vakantie haar vrijgezellenreis was. Ofzo. Nadat ik alles een beetje in m’n hoofd vertaald had, was het enige wat ik dacht dat het toch wel apart was dat ze dan bij mij in de taxi onderweg naar haar hotel zat. Wetende wat er zou gebeuren. Maar hé, tis vakantie! Wat kon mij het donderen!

We hebben de slaapkamer niet eens gehaald. Door de drank en uitputting vielen we naakt op de bank in slaap.
Ik heb geen idee meer hoe laat het was maar ik werd wakker van de dorst en ik moest gigantisch pissen. Ik duwde haar zachtjes van me af en liep naar de badkamer. Op mijn weg terug naar de bank zag ik een fototoestel op tafel liggen en ik dacht terug aan dat ‘engaged to be married’ verhaal. Er klom een duiveltje op mijn schouder en fluisterde “Doe het!”.
Ik heb dat fototoestel gepakt, flufte pielemans wat heen en weer en heb 3 foto’s gemaakt van mijn stevige unit boven haar gezicht. Hierna heb ik me snel aangekleed en ben stilletjes weggegaan.

Terug in ons hotel vertelde ik het hele verhaal aan maat en samen lolden we om het moment dat ze de foto’s zou laten ontwikkelen. 🤣😂🤣😂
Ik heb haar nooit meer gezien.
Ik hoop wel dat ze nu heel gelukkig is want ze was een heerlijke, enigszins naieve, meid. Eerlijk is eerlijk.

Een stel lol anekdoten

Over muziek. Waar anders over?

Muziek is een groot onderdeel van mijn leven, jij, vaste lezer weet dat inmiddels.
Maar wat weinigen weten is dat muziek ook hilarische anekdoten heeft opgeleverd in de loop der leven. Van die verhalen die altijd scoren op verjaardagen, na (flink) wat alcohol.
Ik zal hieronder een stel opschrijven. wellicht dat het jou ook een slappe danwel glimlach geeft.

Het moet ergens in 2004 zijn geweest want toen kwam het nummer uit. We reden ergens (volgens mij gingen we op vakantie) en Clouseau met ‘Ik zie de hemel’ kwam voorbij op de radio. Ik kende het niet maar nadat ik het reffrein hoorde, gingen bij mij de lolbellen af en werd dat al heel snel ‘Oooooooooooh oooohoooo ik zie je piemel’, gevolgd door een slappe lach want ontzettend lollig. Ik geloof dat voormaligje dat ook wel vond. In elk geval de eerste 2 keer.
https://youtu.be/WHZziC2wdX8

Over piemels gesproken, in 2018 ging voormaligje met een vijftal anderen en evenzoveel kinds op vakantie naar Frankrijk. Even daarvoor had ik kennis genomen van ‘Het piemellied’ van Dingetje. En wat leek mij nou lolliger dan dit lied hèt vakantielied van mijn jongens te maken. Bij elke autorit waar Sam en Teun bij me inzaten draaide ik het nummer op repeat tot ze ‘m mee konden zingen. M’n plan had gewerkt. Met regelmaat klonk uit de tent van de jongens dat een kip geen piemel heeft.
https://youtu.be/1TJowh2oyAE

Bruno Mars met ‘Uptown funk’ dan. Denk dat het ergens in 2016 was dat Teun bij me voorin de auto zat en deze knijter voorbij kwam. ‘Don’t believe me, just watch’ (vrije vertaling: Moet jij ’s opletten!) klonk bij hem als ‘Topo lie djus mij’ en hij zong dat dus ook zo mee. Ik vond het grappig en schattig tegelijk.
Er was wat aan de hand op school van de jongens wat mij niet zinde en op die momenten klim ik altijd even in de whap met voormaligje. Na wat heen en weer gewhap stuurde ik “dat ik wel even naar school zal gaan.” Ze reageerde direct met “Hou jij je er nou maar buiten!” Voormaligje kent mij natuurlijk als geen ander, ze weet dat ik niet altijd een toonbeeld van vriendelijkheid ben en stuurde dat zij het wel zou regelen. Diep van binnen wist ik dat natuurlijk zelf ook wel.
“Topo lie djus mij!” stuurde ik terug en ik schoot in de lach. “WAT?!” kreeg ik terug en ik schoot in de slappe lach. Ik legde uit wat het betekende en wij
🤣😂🤣😂 er samen om.
https://youtu.be/CeYuFSBkkVw

Teun tikt inmiddels bijna de 12 jaar aan en hij is nu best veel met muziek bezig. Tot mijn grote genoegen vanzelfsprekend. Hij heeft zelfs zijn eigen Spotify-lijst (ofzo) op z’n tablet. En vanuit zijn kamer klinkt regelmatig muziek, hoor ik van voormaligje.
Ik maak er elk jaar een sport van om een zomerhit voor onze vakantie te vinden. En dat moet dan natuurlijk wel een ontzettend sjaplied zijn. Dit jaar is het ‘Kaplaarzen’ van Dingetje (ja, wéér Dingetje. Die man is lollig) geworden.
Toen wij laatst naar moeke reden, zette ik deze aan. Ik zei niks en liet de jongens luisteren. Het duurde niet lang of de eerste opmerkingen kwamen al. “Slechtste lied ooit!”, “Wat een sjaplied!” Ik moest hardop lachen.
Bij hun thuis vertelde voormaligje dat Teun dus op zijn kamer muziek afspeelt. “En hij heeft nu weer een lied, Kaplaarzen. Die heeft ie zeker van jou?”
Ik zei niks maar begon keihard te lachen. Wat is hij toch een apart hilarisch ventje, dacht ik. Noem mij een ander kind die Kaplaarzen in zijn favorieten heeft staan?

https://youtu.be/u1x36kM6IIc

Push it

Iedereen heeft wel een lied, een plaat of een nummer die/dat een uitroepteken in zijn/haar leven veroorzaakt heeft. En nu richt ik mij even tot luitjes geboren vóór 1986 hoor want mensen na dit jaar zijn op muziekgebied nou niet echt in de honingpot gevallen. Dan ga ik er even vanuit dat je pas vanaf je 10e jaar een beetje besef krijgt van muziek. En ja, in 1996 stierf de echte muziek dus 1 en 1 is 2. Punt.
Mijn uitroepteken kwam in de zomer van 1988.

Ik groeide op met Creedence Clearwater Revival, Elvis en Meatloaf (thuis), De top 1000 Aller tijden (radio) en 70’s disco (kroeg) en persoonlijk vind ik dat een prima basis. Muziek ging een aardig deel van mijn leven uitmaken en regelmatig was ik in de bibliotheek te vinden om te lezen over dit fenomeen. Of ik hing uren rond in ’Het Carillon, dè platenzaak in de stad. Muziek luisteren.

Het stappen kreeg voor mij een nieuwe dimensie toen discotheek ‘Fame’ in Beem (Bedum) ineens tha bomb bleek te zijn. Zaterdagmiddag met z’n allen met de bus naar Bedum en daar feesten, zuipen, vrijen en jawel, ook af en toe vechten (bedenk ineens dat we ook regelmatig op zondagmiddag met de bus naar ‘Skopje’ in Harkstede gingen. Beide discotheken een aardig eindje buiten de stad. Grappig).

In Fame werd ineens ‘Push it’ van Salt ’n Pepa gedraaid. Ik sloeg figuurlijk letterlijk achterover. WAT. IS. DIT?????
Wat een geweldig en apart nummer! Ik had nog nooit zoiets gehoord.
Ik begreep in één klap hoe mensen zich moeten hebben gevoeld toen ze voor het eerst Elvis hoorden. Of The Beatles. Of de elektrische gitaar.
Extatisch.
Ik durf zelfs te stellen dat dit lied de muziek veranderd heeft. Maar of dat nou een pluspunt is……

In elk geval, deze plaat heeft me nadien heel wat stapgenot bezorgd 😉.

Nou, als dat geen uitroepteken in mijn leven is!

De beste artiesten zijn al dood

Nietan? Jatoch?

Ik heb mezelf weer eens op een monsterklus gestort. Je bent muziekliefhebber of niet ofkors. En trouwens, heul veul meer heb ik toch niet te doen met m’n leven.
– ruimte voor meelijwekkende AAAAAH’S, GOSSIE’S, ACH JONGEN TOCH en KOM HIER KNUFFELEN van lezers –

Het begon toen ik las over Cliff Burton, de bassist van Metallica. Die is in 1986 wel heel gruwelijk om het leven gekomen. En omdat ik op de iTunes een ‘Dodenlijst’ van artiesten heb (aardig lijstje hoor!), besloot ik van allen de doodsoorzaak op te snorren. Ik was begonnen bij het jaartal van overlijden maar ben inmiddels overgestapt naar de alfabetische volgorde. Ik ben momenteel bij de C en ik kan nu al vermelden dat er hier en daar best wat verrassends tussen zit. En betrekkelijk jong dat velen waren.
Aardig wat auto/boot/motor/vliegtuig of huis tuin en keukenongelukken, hier en daar wat (zelf)moorden, flink wat overdosii, een aantal electrocuties maar ook hartfalen, hartaanvallen, hartstilstanden en natuurlijk stierven er een stel aan kanker, hersenletsel, nierziekte en/of diabetes. Maar, zoals ik even hiervoor al schreef, ik ben pas bij de C.

Maar beste lezer, omdat mijn briljante-ideëen-om-geld-te-verdienenradar nooit slaapt en continu aanstaat, heb ik ook nu weer een briljant idee om een sloot geld te verdienen. Ken je de film Forrest Gump nog? Van dat manneke die de hele geschiedenis even meeneemt in zijn leven? Nou, denk die film erbij maar dan iemand met een hele levensloop waarin beroemde artiesten het loodje leggen.

Beginnend bij Buddy Holly, dan Sam Cooke, dan Otis Redding en Woodie Guthrie, dan rampjaren 1970/1971 en dan via Elvis, Keith Moon, John Lennon, Bon Scott, John Bonham, Bob Marley, Karen Carpenter, Marvin Gaye, Cliff Burton, Roy Orbison naar Freddy Mercury, Frank Zappa, Kurt Cobain, Bernie Edwards, Tupac, John Denver, Frank Sinatra, Johnny Cash, Michael Jackson en Whitney Houston, Donna Summer, J.J. Cale, B.B. King, Maurice White, George Michael, Prince en David Bowie om te eindigen bij Chuck Berry, Don Williams, Aretha Franklin en Eddy van Halen.

Daar kan toch een briljante film van gemaakt worden, dunkt mij? Ik ga maar ’s beginnen aan het script. Ik pak zelf de hoofdrol wel. Iemand interesse in het spelen van mijn liefje?
Heeft iemand het nummer van Steven Spielberg trouwens?



Ouwe koeien

Nou zeg! Word ik zomaar vergeleken met een zak stront. En niet zomaar een zak stront neen, een asociale zak stront. Da’s toch ook niet aardig, mensen?

Ik zal de context er even bij plaatsen anders is het ook zo onduidelijk, niewaar?
Ik reageerde enkele weken geleden op een ander weblog dan deze met wat lachende smiley’s op een verhaal over corona en dat hun vakantie in het water viel en ze hun geld kwijt waren. Waarom lachende smiley’s? Omdat ik het verhaal naïef vond want je had volgens mij vantevoren kunnen weten dat betreffende vakantie niet door kon gaan en je dus je geld kwijt zou zijn.
Nu kent de blogger van dat weblog mij bijna als geen ander, we kwamen ooit zelfs bij elkaar over de vloer, dus besteedde hij er geen aandacht aan. Verstandig. En ik verder eigenlijk ook niet. Ook verstandig.

Dan de gast van bovenstaande aanval op mijn persoontje. Dat is Laurens. Laurens is een (eenzame) man die op zijn zolderkamertje met stoom uit zijn oren stukjes op zijn toetsenbord ramt over opmerkingen van Wilders. En 10,12 jaar geleden kreeg ik hem ook regelmatig op de kast met mijn anekdoten of reacties. Lachen was dat.
Eerlijk gezegd was ik de man al helemaal vergeten want totaal niet interessant maar blijkbaar zit er bij hem nog wat oud zeer.
En dat gooide hij er enkele weken geleden dus even uit. Bij een ander op zijn weblog. Droevig eigenlijk. Zou hij dit ook in m’n gezicht durven zeggen? Ik denk dat ik daarop het antwoord wel weet.
Ik ken hem niet persoonlijk en hij mij ook niet en dat laten we maar mooi zo houden. Maar om dan toch met zo’n oordeel te komen, ik vind dat nogal wat. Ongefundeerd schrijven dat ik single ben omdat niemand met mij wil samenleven omdat ik een asociale zak stront ben. Tssss.
Terwijl ik toch eigenlijk een hartstikke leuke, lollige, sympathieke vent met een gouden hart van beton ben.

PS.
Als iemand op dees lolsite iemand anders uitscheldt, zeg ik er wat van. Maakt me niet uit wie het is. Maar goed, dat ben ik.

Zijn levenswerk

Vandaag 14 jaar geleden overleed mijn vader vrij plotseling. Een gesprongen aneurysma in zijn hoofd maakte een einde aan zijn leven. Ook 14 jaar geleden was mijn vader het huis aan het opknappen. Misschien handig om even te vermelden is dat de man ontzettend handig was. Hij had al eens eerder een complete keuken in de schuur gemonteerd zum bleistift.
Deze keer was de woonkamer aan de beurt. Hij had een muur in de woonkamer voorzien van mdf-platen, de kieren vakkundig dichtgesmeerd en de hele boel in de grondverf gezet. Maar ja, toen sloeg het noodlot toe.

Moeke is 14 jaar lang in de veronderstelling geweest dat deze beige kleur het plan van pa was tot ik haar vertelde dat dit de grondverf voor het uiteindelijke resultaat is. Wij lachen!
Ook dit jaar breng ik de vakantie weer door bij casa di mama en ook dit jaar had ik weer een stel klusdaagjes ingepland. De woonkamer en de deuren moesten er maar eindelijk eens aan geloven.

Lang verhaal kort; Ik heb pa zijn laatste levenswerk maar even afgemaakt. Dat werd wel tijd na 14 jaar. Moeke is er dolgelukkig mee.
De kleur? Wolkengrijs. Vond ik wel toepasselijk.

Stenders

Laat ik voorop stellen dat ik nooit meer radio luister, thuis speelt de iPod en op het werk van die nonstop internetzenders, dus dees anekdoot zou eventueel hopeloos achterhaald kunnen zijn maar toch typ ik verder.

Voorheen luisterde ik wèl veel radio (er was niet veel anders) en dan vooral naar Rob Stenders en zijn bende (Fred, Jelmer, Dikeb) en daarvoor natuurlijk het legendarische Stenders & van Inkel. Dàt was radio zoals ik ‘radio maken’ het liefst zie. Of hoor in dit geval. Slap ouwehoeren en goeie platen draaien.
Ik herinner me nog dat Stenders in zijn ochtendprogramma een prijsvraag uitriep over de voornaam van het eerste kind van zwangere Maxima. Puntjepuntjepuntje van Oranje was de vraag. Ik sms’te “Bondscoach”.
Iets voor 8 uur, ik was onderweg naar het werk, draaide hij een plaat weg en riep mijn inzending uit tot meest hilarische. Hahahaha! Er was een website van, kan ik niet meer vinden.
Ik heb nooit iets gewonnen trouwens. Hmm, aandachtspuntje.

De vrijdagmiddagbingo leverde, wat mij betreft, het beste radiofragment ever ooit op. Ze belden willekeurig iemand op met de vraag een getal tussen de 1 en 50 te noemen. De Chinese vrouw aan de andere kant van de lijn begreep 51 en wilde de bestelling plaatsen. Lachzak Fred kwam niet meer bij. https://www.youtube.com/watch?v=tShvzQySQkk&ab_channel=FloydtheFarmer

Rob Stenders wordt vanaf komende zomer de grote baas bij Veronica radio en als ik het goed begrepen heb, krijgt hij de vrije hand. Mooi zo! Ik hoop dat hij er (voor mij weer) een luisterwaardige zender van maakt met lollige DJ’s, lollige programma’s en dat hij gaat zorgen dat mijn absolute bloedhekel, radioversies van platen, de nek omdraait.
Zoals ik in den beginne al schreef, heb ik geen idee hoe de radiowereld tegenwoordig in elkaar steekt en hoe de luisteraars zich verhouden maar ik heb het idee dat er niet meer veel radio geluisterd wordt. De meesten gebruiken Spotify of luisteren muziek zoals ik doe. Maar daar kan ik natuurlijk volledig naast zitten?
Dat ik nooit naar de radio luister is trouwens niet helemaal waar. Op vrijdagmiddag luister ik regelmatig naar Somertijd van 16 tot 19 uur op Radio 10. Maar dat is vooral omdat Dingetje er dan bij is en dat is een hilarische vent, met z’n file voorlees-typetjes.
Wat zou ik het fantastisch vinden als Stenders dan op de vrijdag tussen 19 en 22 uur weer een soort Stenders & van Inkelshow in de programmering zet. Gewoon 3 uur slap ouwehoeren en goeie platen draaien. Stenders & Teder vind ik wel een geschikt team. Met Midlife radio als naam. Hij kan mij vanzelfsprekend 24/7 contacten 😉

Ik ben benieuwd met wat Rob op de proppen komt en ik zal ook zeker luisteren. Ik wens hem in elk geval veel succes.
Klein tipje nog; Kick die Genee er alsjeblieft uit want de Geneerisering in de media heeft nu lang genoeg geduurd.

Afscheid valt me zwaar

Vroeger hadden we Carlos, een Afrikaanse vechtHerder (Polly, een kruising tussen een Friese Stabij en een Herdershond maar dat vond ik niet stoer genoeg) en dat was eigenlijk ‘mijn’ hond. Uren liep ik met haar de wijde wereld rond (naar het meer om de hoek en ik ging dan daar een tijdje voor me uit zitten staren terwijl de hond heen en weer rende maar dat klinkt voor het verhaal niet stoer genoeg).
Altijd los want aangelijnd vond ik niet stoer maar luisteren, ho maar. Misschien kwam het ook omdat ‘CARLOS!’ niet echt overkwam bij haar hoor? Kwartierenlang liep ik dan achter haar aan omdat ze weer eens in een bosje liep te snuffelen. Zucht. Nee, ik was niet zo’n goede hondenopvoeder.
Ik ging ver weg verhuizen, de hond bleef bij m’n ouders.
Ik herinner me het telefoontje van moeke nog. Het moet ergens na 2000 zijn geweest. Ze hadden Polly in de kamer gevonden met bloed uit haar neus en oren. Ik heb gejankt als Brugman. Het beestje werd een jaar of 14.

Na de dood van pa kwam Charly in het leven van moeke. Een kopie van Polly maar aardig onhandelbaar. Ik had niks met haar, ik vond haar veel te druk en te springerig. En ze was geen Carlos, dat ook.
Moeke stak er tijd en energie in en na verloop van tijd werd Charly een hond zoals een hond hoort te zijn, eentje die luistert. En eentje die waakzaam is.
Ze was altijd blij als ik (met m’n jongens) kwam en je zag de verantwoordelijkheid die ze droeg voor mijn jongens. Mooi om te zien.
In 2018 deed ze een poging om de macht te grijpen maar dat gevecht won ik uiteindelijk en ondanks de beten en de krassen op m’n arm was ik blij dat ze mij uitkoos en niet moeke. Dan was het wellicht anders afgelopen. Hierna is ze telkens door het dolle heen als ik (en m’n jongens) weer eens kom.

Vorige week merkten we dat ze ouder wordt. Ze wordt (is?) doof, ze ziet minder, ze laat de boel lopen en ze komt nog met moeite op en van haar plek. Afgelopen dagen zag ik haar hard achteruit gaan. Ze eet niet meer, ze rent niet of nauwelijks, ze heeft geen puf en ze plast her en der in huis. Wandelen is sjokken geworden en ze wil zo gauw mogelijk weer naar huis. Ik vind het zo zielig. Ook voor moeke trouwens.
Ik bereid me er maar vast op voor dat ik haar dit weekend voor het laatst ga zien en dat valt me best zwaar. Ik ga haar knuffelen als een malle als ik morgen weer naar huis ga.
Het beestje is een jaar of 14.

Herinneringen

Iedereen heeft wel een liedje dat doet herinneren aan iemand. Dat als je ‘m hoort, je in een aha-erlebnis of een nostalgische bui schiet. Toch?
Ik heb een heleboel van die liederen. Maar dat komt eigenlijk vooral omdat ik nogal in het verleden leef want ik had toen nog wel een noemenswaardig leven. In mijn voiture heb ik tegenwoordig een USB-aansluiting aan de radio (of hoe heet zo’n ding met radio, routegeval, telefoon enzovoorts in de/het middenconsole?) dus hoef ik geen cd’tjes meer te branden om muziek te hebben in de auto. Jammer wel maar hé, tis bijna 2021 mèn!

‘Another brick in the wall’ is natuurlijk eeuwig verbonden met pa (zie elders op deze lolsite) maar ook ‘De vrolijke koster’ doet me altijd aan hem denken.
We hadden een kampioensfeest en dit nummer was een beetje het lijflied van mijn damesteam en mij. Pa (en moeke) zat aan tafel te genieten van een pils toen dit nummer werd ingestart. Wij allemaal op de dansvloer ofkors.
Hij snapte er niks van want waarom waren wij zo door het dolle heen van zo’n sloom nummer? Tot het refrein begon. Ik zag hem opfleuren! Pa hield wel van een feestje.

Met Heidi heb ik 3 nummers. ‘Tonight is the night’ was ons ultieme slownummer. Lekker 8 minuten lang tegen haar aan schuren. ‘I would die for you’ is ook eentje want daar kon zij zo fantastisch op dansen (zie elders op deze lolsite). En de laatste is ‘You are everything’ van Ross & Gaye. Dit nummer speelde op de spannendste avond van mijn leven.

Jeroen is mijn alltime vriend en was mijn karaokepartner. Maar altijd moest hij solo ‘Papa’ van Drukwerk zingen. Hij verloor zijn vader al op jonge leeftijd en pas nadat ik mijn vader verloor begreep ik waarom hij dat toen moest doen. Ook ‘Per amore’ doet me altijd aan hem denken want muzieksmaak hebben wij natuurlijk beiden.

Ik had een discussie met Johan over hoe de bas bespeeld werd in ’99 luftballons’, met de vinger aan de snaar trekken (Johan) of met de duim op de snaar slaan (ik). Wiebe bracht uitkomst. Ik had gelijk.

Sonja is onlosmakelijk verbonden met ‘Had to fall in love with you’ van The moody blues.

Bij ‘Angel eyes’ van Wet wet wet moet ik altijd denken aan Bianca.

Bernhard kreeg zijn hand tussen een machine en moest daardoor wat vingers missen. Ik draaide ‘Stomp’ van Brothers Johnson toen hij uit het ziekenhuis kwam.

‘Baby love’ is het stofzuignummer van Menura. Maar ook bij ‘Dirty old man’ moet ik altijd aan haar denken want ja, ik ben een beetje ouder. Ook liet zij mij kennis maken met ‘Reach’ van Orléans en mensen, wat is dat een fijn nummer!

Met Linda ging ik naar een concert van Clapton en Winwood. ‘Layla’ kwam en wij schoten allebei in een woedeaanval omdat Eric niet de rockversie maar de akoestische versie speelde.

Bianca (een andere) vroeg me wat destiny betekende. ‘You are my destiny’ van Lionel Richie hoort daarom bij haar.

‘What’s a woman’ van Vaya con Dios doet me altijd denken aan Mary-Ann. Dat was de nummer 1 in onze tijd.

Billy had  kiespijn en zalfde dat met flessen pure wodka. Met z’n dronken harses ging hij voor ons staan tijdens ‘Listen to the music’ van The Doobie brothers. “Dit is echte muziek, kutjeugd!”, brieste hij.

Met Luuk karaoke’de ik ‘Another one bites the dust’. Zonder tekst! Dat deden wij gewoon even.

Nou, en zo kan ik nog wel ff doorgaan maar uit onderzoek is gebleken dat lezers nogal gauw afhaken bij enorme lappen tekst dus ik kap er nu maar mee.

Stom

* Afschaffen 130 km/u
* Afstandsbediening die niet werkt
* Automobilisten die eerst remmen en dan richting aangeven
* Automobilisten die langzamer rijden dan max. snelheid
* Automobilisten met fietsen achterop
* Autopech
* Auto’s met knaluitlaten
* BN’ers
* D’66 stemmers
* De invloed van Linda de Mol
* De Randstad
* Deugmensen
* Dezelfde mensen in shows
* Doodwensen
* EU
* Facebook
* Files
* GroenLinks stemmers
* Haten
* Herfst
* Hooligans
* Humorlozen
* Is ipv eens
* Kutmuziek
* Lawaai
* Mannen met nagellak
* Mannen met teenslippers
* Me ipv mijn
* Milieuregels
* Motoren met knaluitlaten
* Naïevelingen
* Nederlandse benzineprijzen
* Nederlandse rappers
* Overdadige tattoo’s
* Pesten
* Profsporters die jammeren over geld
* Profvoetballers die mekkeren over druk
* Psoriasis
* Radio DJ’s
* Religie
* Relschoppers
* Snapchat
* Subsidies
* Temperaturen onder 23 graden
* Verbrijzelde schouder
* Vrouwen met filterfoto’s
* Vrouwen met lange oorbellen
* Vrouwen met piercings
* Vrouwen met te veel make up
* Werk
* Wilfred Genee
* Winter
* Zomertijd

En tenslotte * Mensen die mij stom vinden

(dees anekdoot kan t.a.t. aangevuld worden)

Glory days

Ken je dat nummer van Bruce Springstof, Glory days? Mooi nummah. Gaat over het verlangen naar vroeger.

Ik heb daar ook last van. Al een jaar of wat.
Vroeger lééfde ik! Dagelijks, wekelijks, maandelijks beleefde ik wel iets wat noemenswaardig was. Verhalen die het nog steeds goed doen op verjaardagen enzo. Tegenwoordig hobbel ik maar een beetje met de kudde mee en, om eerlijk te zijn, dat bevalt me eigenlijk niks.

Ik ben eenzaam, laat ik daar maar voor uitkomen. Ik hang in een routineus leventje. Ik heb werk dat ik met 12 vingers in m’n neus doe, ik heb geen vrouw waar ik tegenaan kan kruipen, ik heb geen (online) vriendin waarmee zo nu en dan de dag even kan doornemen of gewoon slap kan lullen mijn familie woont ver weg, ik heb een paar vrienden/vriendinnen met allen hun eigen leven en de loterij heb ik ook nog steeds niet gewonnen. Nu met deze crisis zit ik nog meer binnen dan ik normaal gesproken al doe en ik zie mezelf dagelijks ouder worden.
IK WIL DAT NIET MEER!
De enige lichtpuntjes in mijn leven zijn m’n 2 geweldige jongens, Sam en Teun. Als ik ze bij me heb, fleur ik op. Maar zodra ze weer weg zijn, zak ik terug in de treurigheid.

Mijn vader liep 21.840 dagen op deze kloot rond en mocht ik de pech hebben zijn voorbeeld te volgen dan val ik over dik 10 jaar, op 30 november 2030 om precies te zijn (heb het even uitgerekend), om. OVER 10 JAAR! Man, dat is zo om!

Ze zeggen dat je van je leven een feestje moet maken maar dat je zelf de slingers op moet hangen. Laat ik dan maar ’s beginnen met slingers vinden. Dan ga ik van mijn resterende tijd weer een feestje maken.
Met of zonder slingers trouwens want zo als het nu gaat, da’s ook ruk.

Pijn

“Papa, hoe vaak heb jij iets gebroken?” Met die vraag gingen we gisteravond naar bed.
Dus begon ik te vertellen over toen ik een jaar of 3 was en ik m’n pink tussen de deur kreeg omdat een oom (?) niet goed oplette. Dat ik daar m’n kromme pink aan te wijten heb. Ik liet het litteken zien. M’n jongens glimlachen.

Ik vertelde dat ik met m’n handpalm in het prikkeldraad vast kwam te zitten tijdens het klimmen. Ik liet het litteken zien. M’n jongens lachen.

Ik vertelde dat ik van een kar afvloog. Dat ik thuis op de bank van misselijkheid in slaap viel, dat m’n zus thuis kwam en met een ruk m’n handschoen uittrok en dat m’n pink langs m’n hand bungelde. Dat in het ziekenhuis 8 doktoren nodig waren om m’n pink weer op z’n plaats te zetten. M’n jongens proesten.

Ik vertelde dat ik van m’n 9e tot mijn 16e elk jaar een blauw oog heb gehad. M’n jongens slappelachen.

Ik vertelde dat ik 3x m’n linker en 2x m’n rechter sleutelbeen gebroken heb en dat een broer van een vriendje tijdens een van deze breuken eens spontaan op m’n schouder sloeg (Hé, lang niet gezien!).  M’n jongens schaterlachen.

Ik vertelde dat ik met een geleend brommertje onderuit ging en een meter of 20 over het asfalt stuiterde. Met m’n hoofd. Zonder helm. Hartje zomer. En dat de dokter tegen m’n hoofd klopte om te bepalen of ik, naast een halfhoofdschaafplek en een gekneusd jukbeen, ook een hersenschudding had. Dat had ik hem ook zonder dat geklop kunnen vertellen. M’n jongens bulderen.

Ik vertelde dat ik in het leger in een greppel donderde en dat toen mijn schouder zo’n harde klap maakte dattie verbrijzelde. M’n jongens bulderen, gieren en brullen en dopjes vocht kwamen mee.

Het zijn ontzettend leuke jongens hoor. Maar ze zijn zo sadistisch als de pest.

Buik(je)

 

Een jaar of 5 geleden zei een lekker wijf (er zijn vrouwen, mooie vrouwen en lekkere wijven, heb dat ooit eens uitgelegd hier) tegen me dat ik een tè dikke buik had. Sterker nog, ze had een hele waslijst aan wat er aan mij mankeerde en dat heeft een eventueel huwelijk tussen ons doen stranden. Ofzo.
Ik lachte haar vierkant uit. Ik? Een dikke buik? Ik heb een prachtlijf man!
HAHAHAHAHAHAHAHAHAHA.

Maar lieve lezer, wat heeft ze gelijk gekregen. Ik schreef er in september 2017 ook al over.
Ik stond gisteren op het werk m’n prakkie warm te magnetronnen en in het raam zag ik me staan. Sjeesus, wat een schaamte. Ik trok m’n buik in maar ook dat mocht niet baten. Het zag er nog steeds niet uit. En vanochtend zat ik bij de kapster met een kopje koffie in een relaxfauteuil een praatje te maken. Nou mensen, zelfs mijn ruime overhemd kon de pens niet verhullen.
En ik baal daar eigenlijk best wel van. Het zat er natuurlijk al aan te komen maar het lijkt wel of het sinds een maand wel heul erg hard gaat.

Het is vanzelfsprekend de schuld van ‘de’ vrouw. Ik heb tenslotte niemand die me een schop onder m’n prachtbips geeft en eigenlijk heb ik ook niemand om het voor te doen dus waarom zou ik me een beetje in het zweet gaan werken? Ja, voor m’n schouder. Daarvoor wil ik nog wel eens met de gewichten stoeien en ik krijg daar ook prachtschouders van maar om me nou ook nog eens met die vetpens bezig te gaan houden, tja, ik heb daar niet zoveel zin an.

En trouwens, als ik omlaag kijk en ik zie King Dingeling daar nog steeds bungelen, dan valt het nog best heel erg reuze mee, niewaar?
Maar ja, m’n beschikbaarheidsseizoen komt wel weer met rasse schreden dichterbij en met alleen humor kom je er tegenwoordig niet meer mee weg. Dus zit ik nog even te dubio’en.
Ik wacht m’n verjaardag even af, daarna neem ik een besluit. Dat beloof ik.

(ik heb ooit bovenstaande foto’s gepimpt. Zie jij wat ik, naast de tors, nog meer heb gepimpt?)  

Duel

Je kent ze vast wel. Van die verhalen, in films en boeken, waar een patser de grote man is, iedereen adoreert hem, hij een pracht van een bloedmooie vrouw heeft maar hij ziet haar alleen maar als een lekker lappie vlees en dat er dan een mysterieuze vreemdeling opduikt wat uiteindelijk resulteert in een spannend duel. Toch?
Nou, het zal je niet verbazen maar ik heb ook zoiets meegemaakt. Behalve die pracht van een bloedmooie vrouw dan. Bummer wel.

Ik nam moeke eens mee naar een ‘countryplein’ tijdens de feestweek hier in de buurt. Op verschillende locaties int deurp was muziek te zien en te horen, wij kozen voor de countrymuziek. Want dat vindt ze mooi.
Ik stond rustig in de buurt van de bar van een biertje te genieten terwijl een grote groep stond te linedancen op de lekkere live muziek. Ik vond het lachen en bestelde nog een kouwe klets. Moeder gaf ik een glas wijn.
Plots ging de muziek en het licht op het podium uit en werd het stil rond de dansvloer. Ik bestelde nog een pils.
Een vent helemaal in het zwart, incluis zwarte cowboyhoed en zwarte cowboyboots, betrad de dansvloer. Ovationeel applaus volgde. De muziek startte en meneer de cowboy gaf een showtje linedancen. Eerlijk is eerlijk, het zag er gelikt uit en het was zeker 7 x beter dan wat de groep eerder liet zien. Maar eronder van ingedrukt was ik totaal niet. Kom op zeg, ik heb vroeger les gehad van de beste danseres die ik ken en ik ben potverdorie ooit bij een show van The lord of the Dance geweest! Ik wenkte de barman nogmaals.

Moeke zat te genieten maar ze zag ook dat ik me stond op te vreten. Ze wenkte me meerdere malen maar ik hield de boot af. Ik had niet veel zin om me een beetje uit te sloven.
Ineens klom moeke bovenop de tafel en schreeuwde “DAT KAN MIJN ZOON VEEL BETER!”. Alle ogen waren nu op mij gericht. En ook patser daagde me uit de dansvloer op te komen. Ik goot nog een unit naar binnen en liep richting dansvloer. Ik laat me tenslotte niet piepelen.
Onderweg trok ik een cowboyhoed van een vent zijn hoofd maar daar was hij niet van gediend. Ik draaide me om en sneerde “GEEF ME DIE COWBOYHOED MAN!”
De zangeres op het podium slingerde weer een countryklassieker de ether in en we begonnen één voor één een stukkie te linedancen. Het publiek ging uit de plaat. Wat hij deed, deed ik beter en andersom was het ook zo. Zo ging het 4 nummers. Op deze manier zou ik een modderfiguur slaan, redeneerde ik. Ik moest iets verzinnen.

Ik mixte wat electric boogie, enkele tango invloeden, ietsjes bossanova en een beetje de horlepiep door mijn standaard linedance moves. Hier had hij niet van terug. Toen ik ook nog m’n befaamde ‘Lord of the Dance’ uitvoering op de mat legde kon patsercowboy mijn dansgeweld niet meer bolwerken en ging hij gestrekt. En omdat hij zeker 8 seconden bleef liggen werd ik unaniem tot winnaar uitgekozen.
Ik maakte een buiging naar het uitzinnige publiek en slingerde de hoed met een goed gemikte worp weer op het hoofd van de eigenaar. Zal je altijd zien, op zo’n moment lukt alles. Patser liep boos weg. In een ooghoek zag ik moeke gesigneerde foto’s uitdelen. Huh, waar had ze die nou weer vandaan? 🤔

Ik was kapot en had dorst als een paard. Flux hikte ik 14 glazen geel goud achterover en trok moeke mee, het was mooi geweest en tijd om te gaan. Op de weg terug heeft moeke wel 10 x gezegd dat ze zo geweldige noten had. Ik glimlachte. Ik ook en ik gaf haar een knipoog.
Al was het wel jammer van die pracht van een bloedmooie vrouw.

En zo, lieve lezer, zie je wat mijn fantasie allemaal uitspuwt als ik wat tijd over heb en als ik met de countryhits in de iTunes bezig ben.

Uitgeschakeld

Het is alweer even geleden dat ik was uitgeschakeld door mijn Koude Oorlogswond. De laatste keer weet ik zelfs niet meer. Het helpt dus wel als ik geen rare fratsen uithaal. Hmm, aandachtspuntje 🤔.
Maar, je raadt het al en ik zou dees anekdoot ook niet typen als ik weer eens op non-actief sta, zit en lig.

Zondag bracht ik de jongens om 13.47 uur exact terug naar mama want oma was jarig en daar gingen ze nog even heen. Waarom 13.47 uur exact, vraag je? Nou, het is 13 minuten heen rijden, korte overdracht en knuffels, 13 minuten terug en dan zou ik precies op tijd zijn om FC Groningen – Ajax comfortabel en languit op de bank te bekijken. Strak plannen is mijn lust en mijn leven.
Maar als zo vaak in mijn leven kwam mijn plan niet overeen met de werkelijkheid. Fietsers en vooral veel wandelaars hadden deze dag uitgekozen om ook mijn sluiproute te nemen. Zucht.
Omdat toeteren een beetje asociaal is in een stiltegebied joeg ik ze stuk voor stuk de stuipen op het lijf door vlak achter ze even de koppeling in te trappen en een dot gas te geven. En dat is eigenlijk veel lolliger dan toeteren. Wij kletsten dij in de auto.

Maar goed, 4 over half 3 precies parkeerde ik de voiture voor de deur en sprintte ik naar binnen. De eerste trede ging goed, de tweede niet. Ik klapte voorover en in de normale reflex beschermde ik m’n gezicht met mijn armen. En, lieve lezer, dat vindt mijn schouder dus een rare frats. Schouderlief schoot uit zijn positie en daar lag ik dus kermend van de pijn en met een bungelende rechterarm half op de trap.
Op de bank duwde ik de schouder weer terug op z’n plek (nee, Mel Gibson in Lethal Weapon doet het heul overdreven) en zette ik de tv aan.

En nu ben ik dus even tijdelijk uitgeschakeld. Rechterarm moet even weer op kracht komen en pijnvrij worden. Duurt meestal een dag of 3 of 4.
Maar naast pijnlijk is het ook best irritant. Ik typ dit zum bleistift met links en ik ben er zondagavond aan begonnen! En wat dacht je van met links eten? Of je reet afvegen! Da’s helemaal een uitdaging.
Maar, zoals m’n vader altijd zei; “Goat vanzulf weer over”, zo denk ik er ook over.

Beterschapskusjes, sterkteknuffels en stel je niet zo aanwensen mogen in de comments.

Gouden rechter

In den beginne dat ik met m’n jongens ging voetballen hing Teun er maar een beetje bij. Hij kon niet (hard) schieten, hij kon niet richten en binnen de kortste keren was hij over de pis omdat iets niet ging zoals hij wilde en nam hij wijze raad van zijn broer of van mij ook niet aan (duidelijk het karakter van zijn moeder mij). Menig potje voetballen met ons drietjes heeft hij verknald omdat ik zijn gemiep zat was en we eerder dan gepland weer naar huis gingen.

Vorig jaar kwam daar verandering in. De jongens voetballen heel veel op straat en als ze bij mij zijn voetballen we ook meestal wel even. Beetje schieten op de goal, oefenen op richting en snelheid enzo. Het is te zien.
Sam ramt ze tegenwoordig vanuit alle standen op de goal maar ook Teun begint het schieten aardig onder de knie te krijgen. Nog niet zo hard, wel heel zuiver.
Vooral (aangespeelde) balletjes met een boogje net onder de lat leggen, kan hij meer dan aardig.

Gisteren de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen. Een bekerwedstrijdje tegen de buurclub.
Prachtig weer, goeie sfeer en een leuke wedstrijd. Van 3-0 achter, naar 6-6 en toch nog met 11-7 verliezen. Maar daar maalden we niet om.
Vooral de 6-6 was een beauty.
Intrap voor ons, de trainer fluisterde “kijk ’s naar Teun, hij staat helemaal vrij”, Teun kreeg de bal achter de middenlijn perfect aangespeeld en hij haalde geplaatst uit met zijn gouden rechter. Met een flinke boog viel ie net onder de lat binnen.  Fantastisch doelpunt van een meter of 25!
Alle spelertjes juichen, grote blij bij de toeschouders (toeschouwers en ouders, zelf verzonnen😄) en ik zo trots als een pauw met 6 apelullen natuurlijk. Zelfs de trainer van de buurclub feliciteerde hem met de wereldgoal. Sympathiek van hem.

Maandag Sam zijn eerste wedstrijd. Ben benieuwd hoe hij ze erin gaat leggen.
Ik zal weer ’s wat gaan filmen. Je weet immers maar nooit wanneer Fox Sports komt voor beeldmateriaal en ik die John de Mol een flinke poot kan uitdraaien. 😉

12 jaar geleden alweer

Vandaag is het 12 jaar geleden dat m’n vader plotseling overleed. Altijd een beladen en emotionele dag. Vooral in huize moeke. Zij heeft het er logischerwijs nog steeds heel moeilijk mee. Niet zo gek trouwens na dik 40 jaar samen.
Ikzelf sta er wat zakelijker in. Natuurlijk mis ik hem enorm maar dan vooral als opa voor mijn jongens. Ik vind het zo spijtig dat hij ze nooit gekend heeft. Maar het is een gegeven dat hij er niet meer is en dat accepteer ik. Tis nait aans.

Muziek was bij ons thuis een iets dat er altijd was. Geboren na de oorlog maakte mijn vader de geweldige muziek van de 60’s en 70’s van dichtbij mee en dat gaf hij door aan ons, zijn kinderen. Fats Domino, Stones, Beatles, Creedence, Elvis, Meatloaf, ik durf te wedden dat wij alle vier praktisch elk nummer kennen.
Zijn favoriete nummer, of zeker één van de, is Another brick in the wall van Pink Floyd. Hij kon vreselijk overdreven door de kamer air-gitaren (zie plaatje) zodra hij het hoorde. Dan ging de volumeknop open en deed hij ‘zijn showtje’. Ik lijk veel op hem en ik heb aardig wat eigenschappen van hem overgenomen maar dát overdreven gedoe gelukkig niet.😉😄

Ik kreeg halverwege de jaren 90 het live album ‘Pulse’ in handen en daarop staat een fantastische versie van het nummer. Met een lang intro. Enthousiast ging ik naar hem toe. “Moet je nou eens luisteren!”
Ik startte de cd en bij het gegil van de achtergrondzangeressen hoorde ik hem mopperen “Nou, vind er niks aan.”
Tot de gitaarriff kwam. Hij sprong omhoog en daar ging ie!
Prachtig vond hij het. En ik zijn reactie ook.

Bij zijn crematie moest natuurlijk ook muziek gedraaid worden. We gingen om de tafel zitten en na veel vorens en tegens kwamen we uit op 4 nummers: La comparsa van De maskers, In dreams van Roy Orbison, Geef me dien blues van Ede Staal en Elvira Madigan van James Last.
Inderdaad, mijn optie was gesneuveld. Ze vonden Another brick in the wall toch ietsjes te ruig voor een crematie. Bummer!

Dus nu, 12 jaar later dan gepland, alsnog pa’s favoriete nummer aller tijden. De geweldige live versie.
Ik ben even overdreven door de kamer air-gitaren.🎸🕺

Tatjana en ik

Ik las laatst dat Pruim failliet is. Wéér iets uit mijn rijke verleden naar de knoppen, dacht ik.
Pruim was in een ver verleden dè plees to bie op uitgaansgebied in Groningen. Het was de eerste mega discotheek in de wereld met meerdere zalen. Want alles ooit ever is begonnen in Groningen hé, dat weet je toch wel?
Het lag in het pittoreske plaatsje Zevenhuizen en dat is eigenlijk best ver van stád. Sterker nog, het ligt dichterbij Amerika dan bij Groningen (kijk maar na). Maar daar kom ik op terug.

Tatjana was in die tijd de natte slip van elke puberjongen na de Flodder film en ze probeerde een zangcarrière te beginnen. Per toeval kwam ik erachter dat ze op een zaterdag op zou treden bij ons op het plein. Dat was wel gek want dat plein was meer een pleintje en als zo’n podiumgeval er ook nog moest staan was er toch zeker plek voor 33 man en een paardenkop. Maar ze was er! En ze trad op!

Voor het podium stonden die 33 jongens (paardenkop heb ik niet gezien, had wellicht iets beters te doen?), wij stonden achteraan op het pleintje want wij waren stoer. Wij gingen niet naar vrouwen toe, vrouwen kwamen naar ons. Zo waren de regels in die tijd.😏
Na haar optreden kwam er een gast op het podium die posters (zie foto) het publiek in gooide. En hoe het kwam weet ik niet maar ik moest en zou zo’n poster hebben. Met een aanloop waar Joop Zoetemelk jaloers op zou zijn (niet zo gek want dat was een wielrenner) sprintte ik richting het podium en met een reusachtige sprong voorwaarts waar Ivan Lendl jaloers op zou zijn (niet zo gek want dat was een tennisser) dook ik over de menigte heen en greep zo’n poster uit de lucht.
GOTCHA!

Via via hoorden wij dat zij ’s avonds op zou treden in Pruim. Daar moesten wij bij zijn natuurlijk. Op de fiets gingen we er naartoe (ik heb het laatst over de snelweg met de auto gedaan, dat is een end!!! Maar vroeger maalden we niet om een kilometer of 60 fietsen)
Pruim was propjevol, meer jeugdige hormoonbommen hadden blijkbaar gehoord dat Tatjana zou komen. Wij manoeuvreerden ons tussen de menigte door naar het podium en er vlak voor stopten we.
Ik kon haar aanraken!😍 Ik kon haar ruiken!😍 Ik had oogcontact met haar!😍
Maar daar heb ik het bij gelaten. Kom op zeg, we moesten dat hele stuk ook weer terug fietsen! Geen tijd voor fratsen.

Zucht. Ik had haar vriend kunnen zijn. Dan had ik nu in Monte Carlo gewoond.
Maar ja, dan had ik jou niet gekend. En had ik dit stuk ook niet geschreven. Keuzes mensen!

Bij elk faillissement wordt een herinnering geboren, zeg ik altijd. Pruim hoort daar zéker bij. Tatjana ook trouwens.

Jacob

 

Jacob was een vriend van de familie. Hij was eigenlijk een collega van m’n zus maar na de eerste ontmoeting werd hij liefdevol opgenomen in de familie. Ik zag hem direct als de oudere broer die ik niet had.
Hij zag er niet uit. Dunne slungel, warrige krullenbol en een onverzorgde baard. Maar wat een gouden pik was het! Er zat geen spat kwaad in die jongen, hij had de droogste humor ooit en je kon hem middenin de nacht voor iets bellen en hij stond voor je klaar.

Hij was de ceremoniemeester op de bruiloft van m’n zus en hij regelde ook het vrijgezellenfeest van m’n zwager. Ik weet er niet veel meer van want dit speelt in de tijd waar vele herinneringen uit mijn geschiedeniskwab zijn weggesmolten maar ik weet nog dat we gingen karten. Kunsten die hij uithaalde! Ik stond er met grote klootogen naar te kijken.

Bij de bruiloft vertelde hij de droogste grap ooit. We zaten aan tafel en het eten werd opgediend. Moeke vroeg aan mij of ze moest opscheppen. Tikt Jacob mij aan en zegt; “Ik vind moeke maar een opschepper.” (nu is dit tegenwoordig een veel gebruikte woordgrap maar dit was ergens in de jaren 90, mensen!).

Helaas hebben we maar kort van hem mogen genieten. Op een winterse dag is hij met zijn auto tegen een boom geknald. Ik meen dat hij 27 jaar is geworden.

Tijdens een verhuizing van m’n zus en zwager liet Jacob me kennismaken met onderstaand nummer. Hij vond het een geweldig nummer (die zware gitaar!!!!!).
Telkens als ik dit nummer hoor moet ik aan Jacob denken. Vanmiddag was zo’n moment.
Jacob, mijn oudere broer die ik veel te kort had.

Het mysterie van de verdwenen spijkerjack

*dees anekdoot bevat product placement*

Twee jaar geleden ging ik met de jongens varen op het Zuidlaardermeer. Het jaar ervoor deden we dit ook alleen deden we het toen op het Paterswoldsemeer. Dat doet niet echt toe aan het verhaal maar het zijn details die een een verhaal een anekdoot maken of niet, zeg ik altijd.
Gewoon even een uurtje plankgas knallen over het water, da’s gewoon lachen voor mij maar vooral voor de jongens. Een vriendelijke mooiboy dirigeerde ons naar een oranje bootje, we stapten met een handje van de surfdude in. Vanzelfsprekend was ik de eerste kapitein en manoeuvreerde ik ’t bootje naar het midden van het meer, hierna was Sam aan de beurt en hij trok het gas direct vol open. Wat kon gebeuren op zo’n immens meer? Ja, wat surfers en plezierzeilers maar hé boeiuh! Ook Teun dacht even later hetzelfde over de snelheid want wat kon gebeuren? Ja, wat zwemmers en waterskiërs maar hé boeiuh! Wij hadden pret, daar ging het tenslotte om.

Na een uur was het mooi geweest, ik manoeuvreerde terug naar het haventje. Mooiboy stond ons al op te wachten. Netjes aan de steiger parkeerde ik het bootje en mooiboy hielp Teun en Sam op de kant. Ik stond op en stapte ook aan wal. Tenminste, daar ging ik vanuit. Mijn zeebenen waren nog niet helemaal geacclimatiseerd (ben ook geen 20 meer) en ik stapte met mijn zool half op de steiger. Ik verloor mijn evenwicht en in plaats van dat ik voorover sprong viel ik achterover het water in. Totaal kopje onder. ZEIK.NAT. MENSEN!
Vlug kroop ik op de kant en ik zag de jongens in een deuk liggen. “Deed je dat expres?”, vroeg mooiboy. “NEE, NATUURLIJK NIET!”, brieste ik. “KÁÁLF!”
Eenmaal van de schrik en het slappe lachen bekomen nam ik de schade op.
*Mijn Adidas© schoenen zeiknat, mijn Le coq sportif© sokjes zeiknat, mijn Levi’s© spijkerbroek zeiknat, mijn Hema© onderbroek zeiknat, mijn Gant© overhemd zeiknat, mijn Levi’s© spijkerjack zeiknat, mijn Ray ban© zonnebril spoorloos (lag op de bodem). Mijn Moods© sigaartjes zeiknat, mijn iPhone 5S© zeiknat (deed het nog, goed spul van Apple©!)*.

Gisteren zat ik weer eens voor me uit te dromen en moest ik aan dit hachelijke avontuur denken en opeens vroeg ik me af; Waar is dat spijkerjack eigenlijk?
Nou, die is dus ook spoorloos. En hoe, wat en waarom is tot op heden een mysterie.

Mijn heilige nummer

Tussen 2002 en 2005 werkte ik met een collegaatje en eerlijk is eerlijk, zij was een bloedmooie meid. Type Doutzen maar dan wel mooi, zal ik maar zeggen. Zij was directiesecretaresse, ik deed een beetje interessant op beveiligingsgebied en derhalve hadden wij regelmatig contact met elkaar. Mooie tijd was dat.

Een maand of 2 geleden kwam ik haar weer tegen bij een niet nader te noemen etablissement. En eerlijk is eerlijk, ze was nu een bloedmooie vrouw. Type Nicolette van Dam maar dan wel mooi, zal ik maar zeggen. Ze was met haar vriend. Aardige gozer (met een kast van een auto😍!). Terwijl hij binnen bestelde, kletsten wij even met elkaar. Even herinneringen ophalen. Leuk!

Via mattie van het niet nader te noemen etablissement hoorde ik dat ze wel vaker kwam en ik zei hem dat hij haar mijn heilige nummer wel mocht geven. Voor even gezellig bijkletsen onder het genot van een koppie pleur ofzo. The way old friends do. Jeweettog!
Ze zou me wel even een Whatsappje sturen, vertelde mattie nadat ze weer was geweest. Leuk!

Nu is dat alweer even geleden en het blijft angstvallig stil, telefoongewijs. 
Ik hou me maar voor dat ze drukdrukdruk is en dat het even niet uitkomt want ik kan me niet voorstellen dat het haar ‘verboden’ is door haar vriend.
Alhoewel ik daar natuurlijk alle begrip voor zou hebben. Sterker nog, ik zou dat volkomen logisch vinden. Ben tenslotte één van de 382 miljoen meest begeerde vrijgezellen van Nederland.

En ach, mocht ik helemaal niks van haar horen dan kan ze kan altijd nog tegen haar (klein)kinderen zeggen dat zij één van de weinige vrouwen is die mijn heilige nummer heeft.

Intens blij

Word jij ook wel ’s intens blij van een nummer? (ja, van 69 hoor ik sommige mannen denken, zucht). Nee, ik bedoel intens genieten van een liednummer.

Vroegah luisterde ik nog naar de radio en één van de shows die ik bijna nooit miste was De avondspits met Frits Spits. Van maandag t/m vrijdag tussen 18 uur en 19 uur op Hilversum 3. Legendarische radio, jongeluitjes!

Wat me al die jaren is bijgebleven is hoe enthousiast Frits altijd door een geweldig nummer heen schreeuwde aan het einde van de show. Ik had al die jaren alleen geen idee welk nummer het nou eigenlijk is. En dat is knap klut voor een muziekfreak als moi.

Viavia hoorde ik van een zekere Dr. Pop, een typetje van Gerard Ekdom. “Hij vindt platen die jij niet kunt vinden.” Ik was benieuwd en dus stuurde ik een bericht.

Nou, nul reactie natuurlijk, duh. Die flinkert weet het ook niet ofkors (misschien ook wel hoor, ben een paar keer anoniem gebeld. Maar anonieme bellers 🖕🏼).

Er zat niets anders op dan zelf maar op onderzoek uit te gaan. Na 35 jaar mocht dat ook wel, dunkte me. En, lieve lezer, na intensief zoeken heb ik ‘m eindelijk gevonden!!!!!! \😁/(staat gewoon op de wiki pagina van De avondspits)

Mag ik je voorstellen aan General public met Dishwasher. Lekkah nummah. Heerlijk eenvoudig rechttoe rechtaan gedrum, fijn moppie gitaar, uiterst prettig basloopje en een vrolijk pianootje tussendoor. Dit nummer zou eigenlijk de basis moeten zijn voor elk nummer.

Ik kan niet wachten het aan mijn jongens te laten horen. Teunemans zit regelmatig in de auto naast me mee te airdrummen, daar is dit toch het perfecte nummer voor?

Geniet ervan en laat je meevoeren naar het prachtige jaar 1984.

Weer een nieuw hoofdstuk

Zo! Weer een nieuw hoofdstuk. Ten eerste m’n nieuwe plek hier, http://www.dickteder.home.blog. Zet ‘m op je leeslijst!

Ik was (weer eens) een beetje klaar met m’n vorige weblog. Toegegeven, het had een hilarische naam (h-spot) maar ik stoorde me aan wat dingetjes. En omdat de laatste tijd de ene na de andere foutmelding voorbij kwam dacht ik FUK JOE EN OP JORS, ik maak wel een nieuwe.
En zo kwam ik uit op mijn alltime alter ego Dick Teder. De naam die bij velen een romantische associatie oproepen maar eigenlijk stiekem gewoon een Nederlandse verbastering is van het Engelse Dictator. Ik claimde deze naam in 1999 toen ik nog werkzaam was op een asielzoekerscentrum en het liedje van Centerfold voorbij kwam. Ik vind ‘m in elk geval nog steeds briljant.

Ten tweede mik ik m’n gel eruit. Ik heb namelijk een theorie. Ik gebruikte vanaf mijn jongste puberjaren altijd brylcreem en sjongejonge, wat zat m’n haar altijd goed en wetlookerig! Tot mijn kapster eens zei dat dit spul ontzettend bagger is voor je haar. Fluks ging ik over op gel. Maaarrrrrrrrrrrrrrrr, ik heb eens even zitten rekenen en het moet ergens in 2005 zijn geweest dat kapster me dit vertelde. En laat ik nou net rond die tijd last van psoriasis op m’n hoofd hebben. Hè? Hè? 1 en 1 is 2 toch?
Dus vanaf nu kwak ik weer gewoon brylcreem op m’n hoofd. (Tssss, waarom luister ik ook naar vrouwen……….)

En tot slot. Sinds mensenheugenis draag ik een ‘broekje’ onder m’n (spijker)broek en over m’n slip/string/thong. Ik vind dat handig (je kan je ondershirt erin proppen als je ook een overhemd draagt). Was het vroeger nog een sportbroekje (echt waar), tegenwoordig is het meer een boxershort. Maar een groot nadeel is dat pielemans behoorlijk opgesloten zit en hij er dikwijls voor kiest om dan maar helemaal in zijn schulp te kruipen. En da’s o.a. lastig plassen, kan ik melden. Niet zelden sta ik eerst een kwartier te fluffen voor ik kan plassen. Irritant.
Maar ook daar ben ik klaar mee. Vanaf nu draag ik alleen nog maar boxershorts en is het Von Bungelen. Krijgt King Dingeling wat meer bewegingsruimte. Heeft Flubmans een vrije rol.

Dus lieve lezer, weer een nieuw hoofdstuk in mijn roerige leven.
Ik hoop je hier vaker te zien.

Rijkswaterstaat

Ken je dat imposante gebouw van Rijkswaterstaat langs de A12 bij Utrecht? Zal wel niet hé? Geeft niks hoor. Wat de fuk moet je ook bij Utrecht in de buurt doen immers? Hoe verder van de Randstad hoe beter, zeg ik altijd.
Maar goed, ik ken het gebouw dus wel en ik heb daar een fantastisch lollige anekdoot over te vertellen. Lees gerust verder.

In mijn tijd in de machowereld reed ik eens ’s nachts met collega E. in onze patrouillewagen op patrouille. Ik zeg patrouillewagen maar het was eigenlijk gewoon een Polootje en ik zeg op patrouille maar eigenlijk was het gewoon een controleronde hoor, maar voor het verhaal klinkt het gewoon allemaal net even iets spannender.

E. en ik waren het ‘een dienst niet gelachen is een klutdienst’ type en ook tijdens deze patrouilleronde viel de ene woordgrap over de andere heen. Ik weet ze niet allemaal meer maar geloof me, het was dikste pret in de auto.
Toch weet ik nog eentje als de dag van gisteren (ik gebruik ‘m zelfs nog wel eens) en dat is ook niet zo gek want het was me daar eentje, lieve lezer!
Lees gauw verder!

We reden over de A12 terug naar HQ vanuit de richting Woerden en in de verte doemde het imposante gebouw van Rijkswaterstaat op. Mooi verlicht.
E. reed en ik zat op de bijrijdersstoel. Wat op zich wel handig was omdat de kofferbak toch een stuk minder ruim en comfortabel is dan die gladjakkers van reclamejongens je altijd willen laten geloven.
We hadden net de tranen droog en het werd even stil in de auto. Even allebei een moment op adem komen. Het gebouw kwam dichter en dichterbij.
Plots zei ik “Ik geloof dat daar Rijkswater staat”………………..

Met zijn grootste rollende ogen uitdrukking draaide E. zijn hoofd heel langzaam naar mij en hij zag mijn gezicht met mijn gigantischte smile ooit. Ken je dat, dat je een grap maakt en dat je dan iemand net zolang aankijkt tot hij begint te lachen? Nou, dat deed ik dus.
We stopten bij het dichtstbijzijnde tankstation want we moesten allebei onze slip verschonen. Nee hoor, we hadden gewoon zin in wat lekkers.
Maar mensen, wat een dijenkletser was dat zeg!

Goddegoddegot, ik ben me d’r ook eentje hoor.

last woman standing

Met het heengaan van ome Jan vorige week is mijn moeder nog de enige overgeblevene van haar familie.
Moeke, zoals iedereen haar kent. Altijd ziek, zwak en misselijk, wereldrecordhoudster ‘date met de huisarts’ en best wel een paar flinke emotionele tikken gehad.

Moeke is van mei 1946.
Op haar dertiende verloor ze zelf bijna het leven toen ze onder een bus terecht kwam en al als jonge twintiger verloor ze haar vader. Ik geloof dat het in ’68 was, ik heb opa Jan in elk geval nooit gekend. Ondertussen was dochter 1 geboren en in 1970 kwam dochter 2 erbij. In die economische crisis was het aanpoten voor pa maar ook voor moeke maar ze redden het. In februari 1971 kwam ik ter wereld en in 1975 tenslotte zoon 2.
In die tijd verhuisden we naar het huis waar ik dit nu typ. Vader ging nog meer full time werken, moeke stond in principe alleen voor de opvoeding van de 4 kinderen. Zware tijden waren dat voor haar.

Wij groeiden op, we kregen een eigen leventje en gingen de deur uit, pa en moeke bleven alleen achter. In 1999 (2000?) overleed tante Hennie, moeke’s zus. Ze was er kapot van.
In 2001 overleed oma, haar moeder. Dit kwam keihard aan. Bij ons allemaal maar vooral bij moeke, die haar de laatste jaren had verzorgd.

Haar leven ging door, ze was inmiddels zelf oma. Ze was (waren, pa ook) trots op hun kinderen en kleinkinderen. Maar de hardste klap kwam toen in 2007 mijn vader, haar steun en toeverlaat, plotseling overleed.
Ik durf te stellen dat ze dit nog nooit te boven is gekomen en ook door allerlei vervelende randzaken slijt moeke haar leven de laatste jaren alleen met Charlie de hond.

En nu is ze dus de last woman standing.
En dat blijft nog wel even zo, als het aan mij ligt. In de eerste plaats omdat ze sterke genen heeft (oma werd tenslotte 96) maar ook en vooral, ondanks haar nukken (Grunningse hè?), omdat het een schat van een mens is.
En mijn steun en toeverlaat. Ik hartje haar.

Handbal

Er waart nog ergens in één van mijn fotoalba een foto rond van ons schoolhandbalkampioensteam. Als ik me niet vergis van de 6e klas basisschool (voor de jonge lezers; dat is tegenwoordig groep 8). In prachtige blauwe retro shirts en dito witte broek. Met moeke als leidster, zus als coach en ik met een band om m’n bovenarm en overdreven 2 om m’n knieën.
We waren een sterk team met een hele goede keeper (Richard), een stel harde werkers en 2 balgoochelaars, Franco en ik. Wij passten de bal achter de rug langs, door de benen heen, met een boogie of veel te snel voor de tegenstanders naar elkaar toe. En oja, ik kon verschrikkelijk hard smijten. Voor diezelfde tegenstanders was er simpelweg geen houden aan en werden we de terechte kampioen.

Gisteren had Sam met zijn klas een schoolhandbaltoernooi. Daar moest ik vanzelfsprekend bij zijn, ondanks m’n nachtdiensten. Om half 2 liep ik de trap in de sporthal omhoog toen het team mij tegemoet kwam. Ze hadden de eerste wedstrijd met 5-0 verloren en het één na het andere excuus kwam naar voren. “Ze waren langer. Er zaten handballers bij. Die ene telde eigenlijk niet.” ……………… Ik vond het mooi om te zien dat ze er zo mee bezig waren. Dat fanatisme. Ik vertelde ze dat de beuk erin moest en begon woest om me heen te BudSpenceren. Zoals ik altijd doe als ik die jochies zie. Want lollig.

De tweede wedstrijd werd ook verloren, deze keer met 3-1. De koppies hingen omlaag. Dit stevende af op een kansloze middag, zag ik in hun ogen.
Ik legde uit over de cirkeldekking en dat ze als team moeten aanvallen maar ook verdedigen.


De 3e wedstrijd werd 2-4 maar dat was eigenlijk helemaal niet nodig, de teams waren even sterk. En dat was balen vanzelfsprekend. Ik zag het gezicht van Sam op onweer staan (van wie zou hij dat toch hebben?), de meesten waren licht pissig en bij een ander jochie stonden de tranen nader dan het lachen. Fanatisme! Prachtig!

Drie wedstrijden, alle drie verloren en de volgende wedstrijd tegen de kampioen van vorig jaar. Het was niet anders.
We gaven de jongens nog wat tips mee (via de grond overspelen, je mag dribbelen, zet je lichaam ervoor) en beste mensen, WE WONNEN!!!!!! Met 2-1. Wat een blijheid straalden van de gezichten van de jongens af! Geweldig om te zien.
Ze hadden het geflikt. En met heel aardig handbal ook nog! We kregen zelfs de toeschouwers op de tribune mee. Mooi man.

De mineurstemming was in één klap verdwenen en vol zelfvertrouwen gingen ze de laatste wedstrijd in. Deze eindigde in 1-1 en op basis van doelsaldo werden we net geen derde. Dat was wel een beetje jammer maar toch gingen de jongens stuk voor stuk trots naar huis.
En ik ook. Ik vond het ontzettend leuk dat ik erbij was.

Volgend jaar ga ik weer.
(en dan wil ik ze vóór het toernooi wel een paar trainingen geven 😄💪🏼).

Toe aan zon

Op m’n ouwe dag word ik wat gezapiger, merk ik. Wat rustiger. Wat pacifistischer. Wat hippie, zou je kunnen zeggen. Niet helemaal hoor! Ik vind zum bleistift dat we hiero op dees kloot nog steeds overbevolkt zijn en dat we daar heel snel iets tegen moeten doen. Maar verder ben ik vrij flowers in m’n haar enzo.

Ik verlang terug naar de zomer van ’69, de zomer van de liefde. En dat is best knap als je het nagaat want rond die tijd bungelde ik nog ergens tussen de benen van m’n vader.
Maar wat begrijp ik die lui van toen! Schijtziek van oorlog en geweld in de wereld en niet gehoord door de machthebbers. Het werd tijd voor liefde! En zo geschiedde.

Ik hoorde net The 5th dimension met “Aquarius” uit de musical “Hair”. Nou, en haar hadden ze in die tijd! Goeiendag zeg, waar was Gilette wanneer je ‘m nodig had?

Ik vind dat een geweldig nummer. Ik houd van die samenzang en je (nou ja, ik in elk geval) komt helemaal in de love, peace and understanding sfeer.
Het origineel (The flesh failures) komt uit 1967 en is geschreven voor diezelfde musical door James Rado, Gerome Ragni en Galt MacDermot (heb ik even geGoogled hoor, sue me)

Vink ook mooi!

Maar lieve lezer, er is één versie die ik het allerprachtigst vind. Frankrijk’s beste zanger heeft ‘m namelijk ook gespeeld. Ook in 1969.
Onderstaande live-versie is uit 1996. Het is even geleden maar ik krijg er harde tepels van.
Oordeel zelf maar ff wat je de mooiste versie vindt.

En eh oja, mèn wat ben ik toe aan zon (en hogere temperaturen)!

En aan love, peace and understanding. ✌🏼

Blessurelijst

 In mijn ozo kortstondige leventje heb ik inmiddels al wel een kast van een blessurelijst opgebouwd, viel me op toen ik er ’s even goed voor ging zitten en er over nadacht. Goeiendag zeg! Als je niet beter weet zou je denken dat ik met touwtjes, schroeven, lijm en ducttape aan elkaar vast moet worden gehouden.
Natuurlijk is daar mijn verbrijzelde schouder, de moeder der mijn blessures, opgelopen tijdens mijn diensttijd.
Maar ook op die blessurelijst prijken verbrijzelde blauwe ogen, verbrijzelde neuzen, een verbrijzelde pink, verbrijzelde sleutelbenen, een verbrijzeld jukbeen, een verbrijzelde achillespees, een verbrijzelde knieschijf, verbrijzelde enkelbanden en sinds afgelopen zondag een verbrijzelde zweepslag.

“Papa, gaan we nog voetballen?”, is de meest gestelde vraag hiero als m’n jongens bij mij zijn. En ach, het was lekker weer en ook hier geldt ‘Hup, samen naar buiten nu. Niet opgeven. Lekker voetballen’.  Ik trok de strakke schoenen aan en even later liepen we gezamenlijk naar het sportpark hier om de hoek.
Zondagclubs spelen vaak thuis op zondag en dat was deze keer niet anders. We moesten dus op zoek naar een ander veld. En die vonden we in de vorm van een American Footballveld. Dat is eigenlijk gewoon een kunstgras voetbalveld met cijfers erop hoor maar kniesoren doen we vandaag niet.
In het doel lag een American Footballbal (wat eigenlijk gewoon een rugbybal is hoor maar kniesoren doen we vandaag niet) en vanzelfsprekend moest ik die bal even een flinke hengst geven. Prachtig schot, net onder de kruising, keeper kansloos.
Nou ja, lang verhaal kort. Zo’n rugbybal verveelt gauw, we gingen verder met de normale bal. Ik keeper, de jongens overspelen en afwerken.
Oja, een aparte juichjes verzinnen.

Sam wilde keepen en dat is altijd het moment voor mij om de ene na de andere bal in de kruising of onderkant lat (proberen) te jassen. Gewoon een beetje patseren tegenover mijn kinds, vink leuk.
De bal lag goed, de aanloop was goed, ik raakte ‘m goed. PATS!!!! Ik hoorde en voelde ‘m knappen. Theatraal en stervende zwaanend stortte ik neer, Teun keek ’s opzij, Sam lag strak van het lachen. De sadist (doet ie altijd als ik pijn heb).

“Doet het pijn?”, vroeg Sam. Nou ja, dat kon ik niet ontkennen.
“Zouden wij huilen als wij dat hadden?” Ik zei dat dat best wel eens zo zou kunnen zijn. “Van de pijn of van de schrik?” “Ik denk van beide.”, zei ik en ik moest glimlachen om zijn gedachtegang.

Onderweg in de auto naar voormaligje vroeg Teun of het nog pijn deed. Ik knikte.
“Maar het is al meer dan 2 uur geleden!”, zei hij.
Ik moest weer glimlachen.

Ze zijn nog zo heerlijk naief.
Ben benieuwd wanneer zij beginnen aan hun blessurelijst.

Ik vind daar iets van: Sinterklaas

Die hele Sinterklaasviering is een jaarlijks terugkomend toneelstukje dat wordt opgevoerd door professionele (en amateur) acteurs. Zo simpel is het.

Ik lees op Wikipedia dat Jan Schenkman dit toneelstuk in 1850 heeft ‘verzonnen’ en in een plaatjesboek heeft verwerkt. Acteurs hebben er, aan de hand van dit plaatjesboek, een toneelstuk van gebrouwen en zo is die hele Sinterklaasviering, die wij kennen, ontstaan.
Daar kan je het mee eens zijn en daar kan je het niet mee eens zijn, zo liggen de feiten nou eenmaal. HET IS EEN TONEELSTUK!

“Ja, maar Sinterklaas moet met de tijd meegaan”, hoor je veel tegenwoordig. Ja hoor, prima. Verzin maar een nieuw toneelstuk. En dan het liefst eentje die ook door heel Nederland omarmd wordt. Een toneelstuk zoals Jan Schenkman ooit verzon.
Natuurlijk kan Sinterklaas niet met de tijd meegaan, het is een toneelstuk uit die tijd die in onze moderne tijd wordt nagespeeld. NAGESPEELD!

Met de tijd meegaan, pfffffffff, hou toch op! Moeten we The Passion dan ook aan gaan passen? Dat Jezus een taakstraf krijgt? Of een boete? Of TBS? Nee, natuurlijk niet. Dan klopt het hele verhaal toch niet meer?
Bij toneelstukken worden verhalen, legendes, sprookjes nagespeeld. Leer ermee leven.
Punt.

(voor de kinds heb ik een kleurplaat bijgevoegd. Geheel naar eigen smaak in te kleuren)

 

 

 

Opscheppen

 Even een waarschuwing vooraf: Dit wordt een opschep-anekdoot. Omdat ik de laatste tijd (te) weinig veren in mijn prachtbips geschoven krijg, doe ik het vandaag zelf maar eens keer. Mensen die niet tegen stuitende arrogantie kunnen, stop HIER met lezen.

Komt tie.

Ik ben de meest succesvolle voetbalcoach ooit ever ter wereld. Zo, daar, ik zei het.

Klinkt nogal pompeus hè? Maar ik zal het even nader verklaren.
In het seizoen 2004/2005 coachte ik een damesteam en als ik het me goed herinner hebben we de laatste 12 wedstrijden van dat seizoen niet verloren. In het seizoen daarna wonnen we zelfs alles, van oefenwedstrijden voor aanvang van de competitie tot 2 toernooien aan het einde van ons kampioensjaar. Logischerwijs stopte ik op dat hoogtepunt en trad ik terug naar de achtergrond. In de winter van 2007 stopte ik helemaal met het voetbalgedoe. Ik was er klaar mee.

Twee jaar geleden maakte Sam de overstap van korfballen naar voetballen en werd ik een voetbalvader. Langs de zijlijn. Prachtig om die kinds te zien ballen. In dat seizoen werd mij gevraagd 1 wedstrijd te coachen omdat ‘de leiding’ er die dag niet zou zijn. Natuurlijk wilde ik dat wel even doen. Het werd een 10-1 overwinning.
Vorig seizoen promoveerde ik mezelf van vader aan de zijlijn tot een soort adviseur van het team en ook nu werd mij gevraagd één wedstrijdje te coachen. Natuurlijk wilde ik dat wel even doen. Het werd een 10-1 overwinning.

Je ziet, ik ben al een jaartje of 13 ongeslagen en daarmee moet ik wel de meest succesvolle voetbalcoach ooit ever ter wereld zijn, dunkt me.

Dit seizoen heb ik me als coach verbonden aan het team van Sam. Ben benieuwd wanneer we de champagne koud kunnen zetten.

En oja, als ik Ronald Koeman was, zou ik mij als de wiedeweerga aan de staf van Oranje toevoegen.
(Sarina, jij mag me ook bellen hoor!)

We opschep’en!

De dag dat ik een man werd

Eerder het jaar kwam ik glansrijk door de keuring. Vandaag was de dag dat ik definitief mijn puberjaren achter me liet.

Met een volle sporttas kleding stapte ik in de trein voor een 3,5 uur durende reis van Groningen naar Eindhoven. Ik had geen idee wat me allemaal te wachten stond, ik volgde braaf de aanwijzingen op de brief die ik ontvangen had.
Tegen het middaguur arriveerde ik op het Eindhovense station. Er stonden meerdere legervrachtwagens op de parkeerplaats klaar, hierin werd ik (en een heleboel andere jongens) achterin naar de Generaal-Majoor de Ruyter van Steveninck kazerne gebracht.

We werden welkom geheten door ‘onze’ kapitein en we kregen even later een kamer toegewezen. Ik leerde dat onze groep vanaf dat moment ‘een batterij’ heette. Deze batterij werd verdeeld in 2 groepen, A en B. Ik zat in de B-groep, op de bovenetage van ‘ons’ gebouw. Ik deelde de kamer met een jongen uit Hoogezand, een jongen uit Leiden en eentje uit Utrecht.
De rest van de dag kregen we de mogelijkheid om elkaar en de kazerne te leren kennen. Het was eigenlijk wel een relaxed sfeertje, het voelde als een vakantiekamp. Wist ik veel dat de volgende dag de hel en de zwaarste week van mijn leven zou beginnen.

Om 8 uur stonden we buiten om naar de foerier te gaan. Hier kregen we een plunjebaal met legerspullen. Deze legerspullen horen in je kast en wel op een georganiseerde manier, doceerde een legergozer ons. Ik had mijn kast al gevuld met mijn eigen kleren dus de legerkleding propte ik ergens onderin. De legergozer was hier niet van gediend, gooide mijn kast om en schreeuwde dat ik het opnieuw moest doen. WTF joh?!  Waar is de vriendelijkheid van gisteren gebleven?

In de middag werden we geacht vol bepakt klaar te staan. De kapitein vertelde dat we op oefening gingen. Op de Oirschotse heide. Ik had geen idee wat het allemaal inhield en wat ons allemaal te wachten stond. Ik wist wel dat na het akkefietje van die ochtend ik er met pest in m’n lijf stond.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was wandelen uit den boze. Alles moest in looppas.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was normaal eten uit den boze. Alles moest je zelf klaarmaken.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was slapen uit den boze. Je kreeg rustmomenten.
Ik had er na twee dagen schijtgenoeg van en ben op de kapitein afgestapt. “Wil je goede soldaten krijgen, moet je ze voldoende laten rusten en goed laten eten.”, opperde ik. Ook de kapitein was een stuk minder vriendelijk dan de dag ervoor. Vanaf dat moment was looppas voor mij uit den boze, ik moest alles tijgeren.
Bloedhitte overdag, frisse nachten, zand, oefeningen, graven, bouwen, van dinsdagmiddag tot vrijdagmiddag werden we beziggehouden. Al zeg ik liever onderdrukt.

Man, wat heb ik afgezien die week!

Vrijdagmiddag mochten we voor het weekend naar huis. Kapotmoe, uitgemergeld en met m’n voeten onder de blaren kwam ik ’s avonds laat thuis.

Maandag 4 september 1989 is de dag dat ik een man werd. Vandaag 29 jaar geleden.

(op de foto zie je me links onderuit liggend)

Één op één

SjapSam.png
Het leukste aan 1 op 1 is dat ik ook (eens een keer, zouden sommigen zeggen) de serieuze kant van mijn vaderlijke kwaliteiten kan laten zien. Natuurlijk vind ik lang leve de lol, hatseflats en we nemen d’r nog één belangrijk maar zo nu en dan kan zelfs ik wat ernstiger uit de hoek komen. En wanneer dat het beste bij de jongens binnenkomt is als ik één van hen bij me heb.

Dinsdag nam ik Sam mee na het feestje van Teun (alle feliciteerders bedankt nog! Jullie staan in m’n testament). Even 2 dagen uit de sleur. En hij vond het ook leuk om met mij mee te gaan.
Lachen, gieren en brullen natuurlijk (hij heeft ècht de lolligste slappe lach ever) met zijn sjapvader. Hij ligt in een deuk als ik zit te mopperen op andere weggebruikers, hij slappelacht als ik mijn avonturen van vroeger vertel, hij schatert het uit als ik zijn foto bewerk en hij komt niet meer bij als ik een boodschappenmandje pak en de rest van de stapel dondert om. Mooi vind ik dat.

Maar gisteren op de terugweg raakten we in een serieus gesprek. Ik weet niet meer hoe we erop kwamen maar het ging over kanker. Hij wilde weten hoe het kan dat mensen doodgaan aan kanker en hoe je kanker krijgt. Ik vertelde hem dat kanker bij iedereen in het lichaam zit en dat het door onder andere roken kwaadaardig kan worden. “Jij rookt toch ook?”
Maar dat het óók een kwestie van erfelijkheid is. Komt kanker in je familie voor dan is de kans relatief hoog dat jij het ook krijgt. In mijn familie komt geen kankergeval voor, stelde ik hem gerust.
Ook zei ik dat veel kankergevallen tegenwoordig te genezen zijn en dat misschien over enkele jaren het wel helemaal te genezen is.

Nu ik toch zijn volledige aandacht had, trok ik nog even van leer over drugs. Drugs zijn voor losers en dat hij er NOOIT aan moet beginnen. Terwijl we bij een tankstation een ijsje aten liet ik hem wat filmpjes van junks zien. Van die wappie-lui. Nee, zo wil hij niet worden, zei hij.
Daarna vertelde ik hem nog dat hij ATIJD zijn eigen weg moet volgen en NIET naar ‘vriendjes’ moet luisteren als zij iets (willen gaan) doen wat niet door de beugel kan.

En tenslotte nam ik pesten nog even mee. Ik wil NIET dat hij anderen pest en ik wil dat hij ALTIJD aan mij of zijn moeder verteld als hij gepest wordt. Wellicht is het voor de pester in kwestie beter als die volgorde andersom is, bedenk ik me nu.

Oja, en we kregen het ook nog even over tattoos maar daar hoefde ik weinig woorden aan vuil te maken. Die zijn lelk. Punt.

Toen we Ede binnenreden gingen de raampjes open, het volume ging omhoog en schalde de sjapmuziek als vanouds door de speakers. Hij lag weer in een scheur toen ik luidkeels zat mee te blèren.

Volgende keer mag Teun een paar dagen alleen met mij mee.

Lange nacht

Dit ben ik niet, ik draag geen armbandjes.png
Ik had een lange nacht met een vrouwtje. Zo’n nacht waar van slapen weinig terecht komt. Je kent ze wel, zo’n onvermoeibaar vrouwtje. Zo eentje die er maar niet genoeg van krijgt. Die er wel pap van lust.
En, om eerlijk te zijn, ik trek dat niet meer. Ik houd dat niet meer vol. Vroeger kon ik nog wel ’s een nachtje (of 2) doorhalen maar nu ik tegen de 50 loop, red ik dat niet meer. Ik heb gewoon m’n rust nodig. Anders ben ik overdag niet te genieten. En dat is voor niemand prettig, niewaar?

Maar vannacht was het dus weer eens een keer ouderwets raak. Ze ging maar door! Telkens als ik bijna in slaap dommelde voelde ik haar weer. Met haar zachte ‘touch’ op m’n lijf. Manmanman, ze kreeg maar niet genoeg van me. En steeds dacht ik dat zij er toch ook wel een keer genoeg van moest krijgen. Maar nee hoor. Onvermoeibaar, zoals ik al zei.
Tegen vieren ben ik dan toch in slaap gevallen, ik kon niet meer. Ik was op, ik was leeg. Van haar heb ik ook niets meer vernomen. Wie weet pakte ze haar rust ook?

Het eerste wat ik deed toen ik vanmorgen wakker werd was haar een enorme bitchslap verkopen.
“IK ZEI TOCH DAT IK CHAGRIJNIG WORD VAN WEINIG SLAAP!”, schreeuwde ik. “WAAROM LUISTER JE NIET ALS IK WAT ZEG?!”

Kutmug.

PS. De man op de foto ben ik niet. Ik draag niet van die armbandjes. 

Mijn eerste en laatste liefde

Schoolfeest.png

Music was my first love. And it will be my last.

Mooiste beginzinnen uit de recente muziekgeschiedenis. En het klopt ook als een zwerende vinger. Althans bij mij.
Het klopt dat ik muziek eerder lief had dan mijn eerste vleselijke liefde. Vééééééééél eerder zelfs. Ik had m’n eerste vleselijke liefde namelijk ná de basisschool.

Wij hadden vroeger thuis zo’n kast van een stereotoren. Op wieltjes. Gelukkig want het ding woog een godsvermogen. En met een pick up bovenop. En een radio en cassettedeck ineen. Onderin stond de platencollectie. Beatles, Elvis, Creedence, Meatloaf werden grijsgedraaid. En dat was in die tijd best knap omdat die platen allemaal oorspronkelijk zwart waren. En ik moet me sterk vergissen maar volgens mij is daar mijn fascinatie voor muziek en gevoel voor ritme begonnen. Altijd stond bij ons muziek aan. Waren het niet de platen dan was het wel de radio.

Vanaf m’n tienerjaren werd het nog gekker. Liedjes die ik leuk vond, nam ik van de radio op een cassettebandje op. Achterop zo’n TDK SA90 schreef ik dan wat erop de cassette stond en langzaamaan kreeg ik zo een muziekcollectie. Grappig dat ik nu nog steeds bij sommige nummers weet wanneer de DJ de afkondiging in startte.

Later ben ik me meer gaan interesseren in de teksten. Vond ik een lied zo goed, leuk of aardig dan pakte ik m’n schrift en schreef ik de tekst op. Na elke zin van een nummer drukte ik op pauze, soms meerdere malen terugspoelen, en ik schreef het op. Of het goed Engels was of niet dat boeide me niet zo, ik schreef op wat ik hoorde.
Zo kon ik veel liedjes meebrallen waar anderen vaak niet verder kwamen dan alleen het refrein. Wéér later verbeterde mijn Engels zodanig dat ik nummers foutloos mee kon zingen.
Dus, mensen die mij steeds maar weer vragen hoe het toch komt dat ik veel nummers uit m’n hoofd ken, ik heb vroeger geïnvesteerd in m’n muziekkennis. En daarom is karaoke met mij tegenwoordig ook zo’n fantastisch geolied feest.

Maar goed, terug naar het begin vaan dees anekdoot. Het klopt ook dat mijn laatste liefde muziek zal zijn.
Op mijn afscheidscrematie. Ik heb mijn lijstje namelijk al lang en breed klaar.
Tipje: mocht je willen komen, trek goede schoenen aan, het wordt een lange zit.

Katten zijn kut

Tijger.pngIk heb een hekel katten. Zo, there, I said it.
Waar ik tijgers machtig prachtige beesten vind, vind ik hun gaybroertjes stom. Niet altijd zo geweest hoor!
Vroeger nam mijn moeder eens een straatkat mee naar huis. Het beestje zat onder de wondjes, had een luchtbukskogeltje in z’n kop, had een hazenlip en een beschadigd oog. Buddy noemden we ‘m.
In het begin niet maar naarmate hij langer bij ons was, werd het mijn vriendje. Als ik tv keek, kwam hij altijd bij mij (op schoot soms) liggen. LIEFFF!
Ik verhuisde ver weg en Buddy heeft nog een paar jaar bij mijn ouders gewoond en stierf aan ouderdom.Ik zat eens gezellig bij een mattie ’s avonds te bieren toen ineens van achteren vanuit het niets opeens en ook plotseling zijn kat bij mij in m’n nek sprong. Letterlijk. Het beest hing letterlijk enkele tientallen seconden aan mij. Met die scherpe kutnagels!
Ik ben daarna anderhalf uur bezig geweest om het bloeden te stelpen, de lappen vel bij elkaar te zoeken, de repen huid glad te strijken en de boel weer aan elkaar vast te nieten man! KUTBEEST!
Sindsdien vind ik katten sneaky kutbeesten. Ja, dat is het. Ik vind katten sneaky kutbeesten. Met hun stiekeme gesluip.
Prima als ze in de vensterbank/in een hoekje/in de mand/op straat liggen te pitten maar hou ze maar gewoon bij mij uit de buurt.
Want als je het mij vraagt, een goede kat hoort eigenlijk gewoon op je bord.
Punt.

Cor

Billy Stewart Jaren geleden werkte ik bij een groot object waar het vooral vroeg in de ochtend reuze gezellig was. Om kwart voor 7 opende ik de panden, startte de boel op, nam een bakkie koffie en tussen 7 en kwart over 7 kwamen de schoonmaaksters binnen.

Zij moesten zich bij mij inschrijven en dat was regelmatig grote pret. Ik met m’n flauwe grappen en eentje die er altijd instonk. “Ben je op de brommer? Want je hebt je helm nog op” als ze een nieuw permanentje had. Dat werk.
Mooie tijd.

Klokslag 5 voor half 8 kwam Cor altijd binnen. Cor werkte bij de technische dienst en was via de sociale werkplaats gedetacheerd. Prachtvent. Klein, grijs mannetje van een jaar of 55.
“CORRRRRR!!” riep ik altijd als hij binnenkwam en, vrolijk als hij was, zwaaide dan altijd en riep “GOEDEMORGEN!”. Later deden de schoonmaaksters ook mee, “CORRRRRR!” – “GOEDEMORGEN” galmde het dan door het gebouw.
Mooie tijd.

 Ik kreeg een idee. Thuis op mijn kantoortje knutselde ik het begin van onderstaand nummer (RRRRRRRRRR) aan elkaar tot een seconde of 20 en zette het op een USB-stickie. De volgende ochtend installeerde ik het fragment op m’n werkcomputer, sloot speakers op de pc aan, gooide het volume vol open en zette de microfoon van de omroepinstallatie bij de speaker.
Ik had de schoonmaaksters niets verteld en op het moment dat Cor binnenkwam en wij “CORRRRRR” riepen drukte ik dat fragment aan. CORRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR knalde het keihard over het hele terrein. Iedereen schrok zich de tering! Hahahahahahaha.
Het werd een dagelijks vrolijk ritueel.

 Vanochtend hoorde ik het nummer weer eens en moest denken aan die mooie tijd. En ik dacht; Goh, wellicht een leuke anekdoot.

 

Wiebe

Rouw

In mijn vroegere vriendengroep was Wiebe een markante persoonlijkheid. Hij was anders dan wij, dacht anders dan wij en zag er anders uit dan wij. En ondanks dat was hij een middelpunt in onze grote vriendengroep. Elke zondagavond vertelde hij vol enthousiasme wat er die keer weer bij ‘Keek op de week’ van Koot en de Bie was geweest. Wij waren daar niet zo mee bezig maar hij kon helemaal dubbel liggen om die twee en dat programma.

Ik was altijd erg onder de indruk van zijn muzikale kennis en smaak. Hij had de beste apparatuur van ons allemaal, hij had een flinke platencollectie en hij was groot fan van Ferry Maat’s Soulshow. Met grote regelmaat zaten we bij hem thuis te luisteren naar ‘zijn’ muziek. Als we met ons allen naar het zwembad gingen, had hij zijn ghettoblaster mee en werden zijn cassettebandjes gedraaid. Ik durf te stellen dat Wiebe mij warm gemaakt heeft voor muziek. Ik herinner me nog dat hij zelfs een spreekbeurt over Pink Floyd en Dire Straits voor mij heeft gemaakt.

Wereldberoemd binnen de vriendengroep (en ook mijn familie) is hij geworden door het ‘snottebelverhaal’. We zaten eens in een kring in de kroeg een beetje te ouwehoeren. Ik weet het onderwerp niet meer maar ineens zei iemand “de waarheid is hard’. Wiebe zat recht tegenover mij en zei “Ja, m’n lul ook”. Hij moest er zelf om lachen en op dat moment schoot er een snottebel van zeker 20 cm uit zijn neus. Ik keek hem met grote ogen aan en voor ik besefte wat dat nou eigenlijk was snoof hij ‘m keihard weer naar binnen. Zelden zo hard gelachen! Sindsdien heet een snottebel bij ons een Wiebe.

Ik heb Wiebe al een jaar of 25 niet gezien maar ik hoorde dat hij niet lang meer te leven heeft. De kanker is zover uitgezaaid dat hij waarschijnlijk zijn 50e verjaardag in augustus niet meer haalt. Dat is verdomme veel te jong!

Ik zal er rekening mee moeten gaan houden dat ik langzaamaan in die leeftijdscategorie kom waarbij vrienden/kennissen komen te overlijden. Een harde constatering. Maar de waarheid is nou eenmaal hard.

Zeg vrouwen, even een vraagje

date.png

Kan dit eigenlijk nog steeds? Dat je bij een etentje met een vrouwpersoon (sommigen noemen dat een date – ik niet, ik date niet) gewoon een scheet kunt laten als er eentje voor de poort komt? En dat de vrouw in kwestie dan niet ontzettend offended is?
Ik krijg namelijk steeds meer het idee dat je moet deugen, dat je niet al te gek moet doen en dat vrouwpersonen nogal gauw op hun tiet getrapt zijn tegenwoordig.

Een paar jaar geleden zat ik met een vrouwpersoon bij een pittoresk pizzeriaatje te eten (sommigen noemen dat een date – ik niet, ik date niet).  En propte ik in no time een lekkere pizza naar binnen (sommigen eten – ik niet, ik bunker). Na de maaltijd en de gebruikelijke natjes erbij was het tijd voor het toetje en die staken wij beiden aan voor de deur van het restaurantje.
Enkele tientallen meters naast het pizzeriaatje was een wat groter restaurant en ook daar stonden wat mensen buiten van hun toetje te genieten. Plots verscheen er een scheet voor mijn poort. Zo eentje waarvan je kramp in je pokkel krijgt als je ‘m te lang binnen houdt. Omdat ik met m’n rug naar de mensen van dat andere restaurant stond (en ik toch wel iets van beschaving in me heb) vroeg ik aan vrouwpersoon of ‘ze’ er nog stonden. Ze keek even om me heen en zei dat ze weg waren.
PÚÚÚÚÚÚÚÚÚÚÚÚÚP ontglipte me tussen de bammetjes. Ik kon me niet heugen dat ik ooit zo’n harde scheet had gelaten, ik was er eigenlijk wel een beetje trots op. Vrouwpersoon begon hardop te lachen. Ik keek haar wat vragend aan maar dat duurde maar even. Snel keek ik om. Die wat mensen achter me hadden er nog wat mensen bij gekregen en allen keken ze mijn richting op. Ik lachte hardop met vrouwpersoon mee maar wist niet of het nu om die enorme scheet, de reactie van die mensen achter me of haar antwoord op mijn vraag was. Ik denk een combinatie van alles.
Man, wat een dijenkletser! Wat een begin van een WILK (woman I like to kennismake) ontmoeting.

Bij een eventuele volgende WILK ontmoeting zal ik eens zien of dit nog steeds van vrouwpersonen ‘mag’. Of dat ik me als een brave Hendrik dien te gedragen (in dat geval wordt het goedkoop parkeren 😉).

Vakantieliefje

Vakantieliefje.png

Ergens in de 90’s vierde ik vakantie op een eiland om en nabij de evenaar. Zo’n eiland waar alles geen drol kost. Het was een hele ervaring voor me want dit was de eerste keer met een vliegtuig op vakantie gaan. En dan gelijk maar naar de andere kant van de wereld natuurlijk want waarom zou je van Schiphol naar bijvoorbeeld Staphorst vliegen, toch?

Op de eerste avond werd ik aan de bar van een restaurant aangesproken door een meid. Een heule mooie meid! Ik zei dat ik uit Holland kwam toen ze vroeg where I come from.  “Oh, Rotterdam!”, zei ze enigszins opgewonden. Ik vond dat een beetje vreemde opmerking want waarom zei ze niet het veel logischer Sexbierum? Wellicht was ze een Feyenoordfan, redeneerde ik. Ik heb het haar verder niet gevraagd.
Ze hapte en dronk wat mee en even later belandden we in de plaatselijke discotheek. Beneden in de kelder was het een stuk rustiger dan boven en voor ik goed en wel op een bankje zat, liet ze er geen gras over groeien. * Dampende vrijscène *

Nou ja, lang verhaal kort. Een paar dagen was het leuk, fijn en dampend maar ik kreeg langzamerhand in de gaten dat ze achter m’n geld aanzat. We zijn met ruzie uit elkaar gegaan en ik heb haar nooit weer gezien.
Tot kortgeleden.
Ik ben blij om te zien dat ze toch nog goed is terecht gekomen. Kijk maar ’s goed.
HF0.png

4 mei moet geen discussie zijn

Met een heel beetje regelmaat denk ik aan hetgeen wat ik tijdens mijn bezoek aan Auschwitz in 2015 heb gezien. Aan de ene kant ben ik blij dat we toen die must see-roadtrip ondernomen hebben, aan de andere kant merk ik achteraf dat het toch wel een diepe indruk op me heeft achtergelaten. Het heeft een stukje levensvreugde uit mijn systeem geslagen, dat kan ik wel stellen.
Dat betraande schoolklasmeisje die me tegemoet kwam, die lange gangen met foto’s van wanhopige ‘gevangen’ waar ik voorbij liep, die voorstellingen die ik maakte als ik teksten las, het heeft me heel erg aangegrepen. Blijkt achteraf.

De gruwelijke martelmethoden die uitgelegd en uitgebeeld werden gaven mij het idee dat eenmaal in deze hel men een snelle dood wensten. En, hoewel verschrikkelijk, was dit wellicht de beste optie voor de vele slachtoffers. De kogel of eventueel het gas. Get it over with.
In één van de gebouwen trof ik onderaan een trap een celletje aan. Het celletje, meer een houten kist, was een centimeter of 60 breed en dik anderhalf meter hoog. Een staan-cel. Met bovenin een gat waar het hoofd uitstak. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat daar iemand dagen (misschien weken?) tot totale uitputting in heeft moeten staan. En toch is het naar alle waarschijnlijkheid wel gebeurd. Afschuwelijk.

Elk jaar op 4 mei om 20.00 uur zijn we even 2 minuten stil om o.a. deze mensen, die onder deze mensonterende en afgrijselijke omstandigheden, gestorven zijn te herdenken.

Daar moet helemaal geen discussie over zijn.

Vroeger levend houden

Na 30/35 jaar houd ik nog steeds dingen van vroeger levend. Sommigen De meesten vinden dat strontvervelend, ik vind dat lollig. Punt.

Studio ‘met het bord op schoot’ Sport werd vroeger gepresenteerd door Mart Smeets. Eerst de wedstrijden van de zondag in samenvatting en daarna de overige wedstrijden van zaterdag in vogelvlucht. Met bevleugeld commentaar van Mart (Juul aller Juulen).
Maar daarna kwam het.
Aan de L-vormige presenteertafel zat ook Kees Jansma. Kees was er voor de nieuwtjes. En als het Kees zijn beurt was om het programma ‘over te nemen’, stelde Mart Kees altijd een vraag. En steevast beantwoordde Kees deze vraag dan met ‘dat is correct, Mart’.
Je raadt het al, ik beantwoord vragen nog steeds met grote hilarische regelmaat met ‘dat is correct, Mart’.
LOLLIIIIIIIIIIIG!!! 😂🤣😂🤣😂🤣

En dan hebben we nog Desi B. Desi B. had weer eens wat uitgevreten en het journaal berichtte hierover. Ze hadden een verslaggever naar Suriname gestuurd voor een reactie van deze leider.
Hoe het precies zat weet ik niet meer maar wat ik nog wel weet is dat Desi op een zanderig voetbalveldje stond en hilarisch antwoord gaf op de vraag/opmerking van de verslaggever; ‘Ik draag vandaag geen laarzen dus ik lap het aan m’n gymschoenuh’.
En daarna ging het beeld naar beneden waar bleek dat hij inderdaad op zijn gymschoenen stond. Man, ik ging stuk!!! 🤣😂🤣😂🤣😂
En ook deze hilarische uitspraak gebruik ik nog met grote regelmaat.

Ik had stille hoop dat ik deze fragmenten terug zou kunnen vinden maar helaas. Je moet me dus maar op mijn blauwe ogen geloven.

En je hebt nu de uitleg van de af en toe ‘vreemde’ uitspraken die ik doe.

Uitrusting

Vorige week was hier de weg afgesloten. Ik pissed want nu moest ik op de vroege ochtend een heel end omrijden. Eenmaal op het werk vernam ik dat een vrachtwagen van de weg was geraakt, de hulpdiensten waren bezig met bergingswerkzaamheden. Ik had begrip.
De chauffeur was in slaap gevallen en in de berm gedonderd en ook daar had ik begrip voor. Of begrip? Ik kon het me voorstellen. Nachtwerk wordt zwaar onderschat namelijk.
Ik had gisteravond een soortgelijke situatie op diezelfde weg. In mijn enthousiasme en mijn gevoel voor verantwoordelijkheid liet ik, na mijn noodgedwongen nachtdienst, de avonddienst erna staan. Even bikkelen zoals ik dat vroeger zo vaak deed.
Tegen 23’en reed ik naar huis en op de lange, donkere weg langs de hei voelde ik dat ik aan het vechten was tegen de slaap. Dank god voor die nieuwe geribbelde belijningen van tegenwoordig!

De verhouding arbeid-rust wordt in mijn branche nogal eens onderschat. Door planners (als de dienst maar dicht zit) maar ook zeker door de medewerkers zelf (dat doe ik wel even). En vooral nachtdiensten zijn gewoon een aanslag op je lichaam, zo simpel is het.
Ik vind het daarom belangrijk dat ik (maar ook collega’s) na een nachtdienst uitgerust in de auto naar huis stap. Helemaal nu het weer een stuk baggerder wordt en de ochtendspitsen drukker en drukker. Mijn werkgever zal het er niet mee eens zijn maar ja, er zijn wel meer zaken waarin wij van mening verschillen. Ik vind dat een powernapje tijdens een nachtdienst, mits mogelijk, moet kunnen. Even de ogen dicht, even opladen, ik vind dat heel normaal. Door allerlei omstandigheden kan het immers voorkomen dat je niet aan je rust bent gekomen voor een nachtdienst.
Niet dat je met je dekbed, je kussen, je pyjama en je slaapmuts op dienst moet verschijnen natuurlijk maar zodra je verneemt dat de ogen zwaar worden, dan moet je ze even kunnen sluiten. Zo denk ik erover.

Ik ben een grootheid in powernappen. Alhoewel ik dat wel heb moeten leren.
In het begin van mijn boomende carrière ging het wel eens mis. Ik werd eens wakker met m’n handen op m’n buik en met m’n vingers in elkaar gestrengeld. Pijnlijk! En ook viel ik eens in slaap met m’n hoofd achterover en m’n mond open. Kaak op slot. Pijnlijk!!
Maar de lolligste was toch wel die ene keer dat ik op de wc in slaap viel. Na een minuut of 20 schrok ik wakker, keek op m’n horloge en wilde opstaan. M’n benen waren compleet gevoelloos geworden door de rand van de pot, ik zakte door m’n hoeven, knalde met m’n gezicht tegen de wc-deur en lag daar een dikke minuut roerloos tussen wc-pot en deur tot er weer wat bloed door m’n beenaderen stroomde en ik op kon staan.
God, wat ben ik blij dat niemand dat weet zeg! Dat zou even een flinke deuk in mijn imago geven!

We uitrust’en!

Karaokekoning

Vrijdagavond is ontspanningsavondje in hoofde Manus. De rest van de week is m’n hoofd gevuld met ideeën – plannen – zorgen – stress – teleurstellingen – verontwaardigingen – woede enzovoorts (dat ik nog niet knalgrijs ben is mij een raadsel) maar op de vrijdagavond parkeer ik deze energievreters even in de koelkast. Dan ga ik naar m’n matties en matressen, m’n intieme vrienden. Even een avondje slap ouwehoeren, dom lullen en lachen, gieren, brullen.

Voorheen ging de tv aan en keken we die leeghoofdprogramma’s op SBS of RTL maar een tijdje terug heeft mattie een kast van karaokeapparaat op de kop weten te tikken. En mensen, laat karaoke nu al een kleine 30 jaar mijn lievelingsuitvinding zijn! Al een kleine 30 jaar geleden zocht ik het meest foute nummer uit en gaf ik vol overgave en enthousiasme een showtje weg. Inclusief hoge stemmen, gilletjes, uithalen, gitaargeluiden en danspasjes. Meestal tot enóóóóóóóóóórme ergernis van de toehoorders trouwens.
Want zingen kan ik niet. Ik weet nooit wanneer ik nou vanuit mijn buik moet zingen of vanuit mijn keel. Vanuit mijn buik krijg ik de hoge noten niet en vanuit mijn keel gaat het direct weer veul te hoog. Maar, om eerlijk te zijn, boeit me dat helemaal niet zo veel. Het belangrijkste is dat ik de teksten en de melodieën ken. En dat vind ik toch wel een voorwaarde om te karaoke’en hoor! Nou ja, natuurlijk ken ik niet alle teksten van alle liederen letterlijk maar ik weet vaak wel hoe en wanneer een woord wordt gezongen en, ook niet onbelangrijk, ik weet hoe je Engelse woorden uitspreekt.

Maar lieve lezer, soms sta zelfs ik versteld van mezelf. En gisteravond was zo’n somsmoment. “Jij kan heel goed rappen!”, werd mij toegeschreeuwd. “Jij hebt toen een keer een hele avond alle rapnummers meegezongen!” Ik fronste de wenkbrauwen. “Ja, dat zal maar dat was dan waarschijnlijk playback.”, antwoordde ik.
Ik werd door de aanwezige mattie en matressen onder druk gezet om te gaan rappen en het duurde welgeteld 3 seconden, toen zwichtte ik.
Ik zocht op de foon ‘Rappers Delight’ (de kwartierversie!) op, zonder tekst!, en drukte op play. Nu wil ik niet overdrijven hoor maar zeker 98,7% van de tekst floepte ik er zo uit! HUH, ben ik een carrière misgelopen ofzo????

En toen ik even later ‘Wuthering Heights’ op de juiste toonhoogte ook nog meezong, wist ik het weer zeker.
Ik ben nog steeds de enige echte karaokekoning.

Vrouwen dansen, mannen sjansen

Ken je die uitdrukking? Zal wel niet want volgens mij heb ik ‘m net zelf verzonnen (oh, ff een © erbij doen! Vrouwen dansen, mannen sjansen ©). Vrouwen sloven zich uit – mannen kijken, kiezen en scoren.

Een beetje vrouw moet kunnen dansen. Dat zeg ik. Sterker nog, weinig woest aantrekkelijker dan een prettig dansende vrouw. Want dat is wel een vereiste, het moet er wel prettig uitzien. Een beetje lullig op de maat heen en weer bewegen is niet genoeg, je moet het ritme voelen. Dan heb je heul snel de aandacht van mannen. Of wacht, dan heb je de aandacht van mij. De meeste mannen kijken met hun pielemoos, ik ben toch iets kritischer.

Ik was eens met mijn damesvoetbalteam op stap naar een discotheek. Zo’n megageval waar 100 miljoen hormonale pubers waren. Al snel had ik in de gaten dat ik de Padre Fernantius in de hele toko was dus koos ik een plekje aan de bar. Wat eigenlijk altijd een prima plek is trouwens! Mijn meiden gingen hun gang, feesten zoals ze konden. Ik genoot.
Mijn oog viel op een groepje meiden op de dansvloer. Vier meiden. Met allemaal testosteronboys eromheen. Of eigenlijk om drie van het groepje. Het vierde meiske was, hoe zal ik het brengen, niet de mooiste. Beetje gezet en klein. En zij was duidelijk mee om de kosten te delen ofzo. Want dat doen meiden/vrouwen. Ze nemen altijd een ‘lelijkerd’ mee om zelf meer in de spotlichten te staan.
Vrouwen………..zucht.

MAAR ZIJ KON DANSEN, MENSEN!!
Zij had me daar een partij ritmegevoel! Ik vond dat fantastisch om te zien.
Ze werd compleet genegeerd door de jongens in de buurt en ook haar vriendinnen keken niet naar haar om. Ik vond het sneu voor d’r.
Push up van de Freestylers kwam. Oe, lekkah nummah! M’n lijf begon te vibreren. M’n zwarte wortels begonnen te klepelen. Het was tijd om m’n dansmoves te showen.

Nou lieve lezer, je kunt natuurlijk wel raden hoe dit afliep. Het meiske heeft een hele leuke en gezellige avond gehad met ‘die ouwe vent’. En die vriendinnen heb ik tussen neus en lippen geadviseerd wellicht wat minder make up te gebruiken 🤡😉.

Ze zouden zo’n verhaal eigenlijk eens moeten verfilmen ofzo.

We prettig dans’en!

Ben er nou toch

Moeke begon er eind vorig jaar over. Ze wilde de deurkozijnen binnen wel in een ander kleurtje. Ik kon haar niets anders dan gelijk geven. Pa was namelijk minimaal 10 jaar geleden met deze klus begonnen en heeft het niet af kunnen maken. Moeke denkt en zegt dat het hem wèl gelukt is maar om eerlijk te zijn neem ik moeke op schildergebied met de overtreffende trap van een korreltje zout. Zij denkt zum bleistift dat gewoon er even overheen schilderen afdoende is. HAHAHA, dat geloof je toch niet? Dan klemmen de deuren toch? Hahaha, vrouwen😂

Nee, lieve lezer, pa heeft deze klus nooit afgekregen. Hij heeft de helft gered. Het hele huis zit onder de grondverf. Ja, zelfs de muren. 😄

Gisteren ben ik begonnen met schuren. Licht schuren dat is. En dan zal ik, zodra het weer wat zomerser wordt, pa zijn klus even afmaken. Ik ben er nou toch.

Dan ben ik even van de straat, is moeke weer blij en ik ga ervan uit dat pa van boven tevreden meekijkt.

We vakantie’en!

Fout
Deze video bestaat niet

​​

Le tuf de France (part deux)

Na ons hachelijke avontuur tuften we vrolijk dieper Frankrijk in en ik vroeg me af waarom we deze route namen in plaats van de zonroute naar het zuiden. En toen bedacht ik me dat we eerst nog cultuur gingen opsnuiven natuurlijk. Wat is nou een vakantie zonder cultuur opsnuiven, vraag ik je? Oradour-sur-Glane had ik een blaadje zien staan, ik moest daar naartoe. Oorlogfetisjist als ik ben. In dit plaatsje zijn de meest gruwelijke misdaden gepleegd tijdens de oorlog en het ziet er nog steeds zo uit als in 1944. We waren er diep van onder ingedrukt en mocht je daar ooit in de buurt zijn, een aanrader.

De zonroute, of zoals de Fransen zo prachtig zeggen; A7, daar moesten we heen. Ik had een landkaart van Frankrijk op ware grootte over de motorkap gevouwen en zag in een oogopslag, ik ben immers een man 😉, dat er twee opties waren. Optie 1 was een kleine 100 kilometer over een snelweg terug en optie 2 was een tussendoorweggetje van exact 32 kilometer. De keuze was snel gemaakt.
Nu blijken Franse tussendoorweggetjes van exact 32 kilometer in werkelijkheid slecht onderhouden schijtwegen van 847 kilometer te zijn en ik begon me meer en meer af te vragen waarom ik niet naar voormaligje had geluisterd toen ik mijn keuze doordramde.
Zucht.

Halverwege de middag bereikten we dan eindelijk de hemelse weg en ik trok de conclusie dat mijn 14 pagina’s tellende rittenschema wel in de prullenbak gemikt kon worden. (kaartleesgrap alert) Dit tot opluchting van voormaligje, ze is een vrouw immers 😄
Het was bloedheet maar mensen, wat was ik in mijn nopjes! Zonnebrilletje op, overhemd open, armpje uit het raam, lekker muziekje aan en de airco uit. Want die zat toch niet in de Peu. En lekker toeren van tolpoort naar tolpoort. Heerlijk!
Voorbij Lyon werd het heuvelachtiger en ik merkte dat de Peu er wat moeite mee kreeg. Maar ook luid toeterende en met grootlicht seinende auto’s achter me gaven me die indruk. Ik ging uit de meest linkerbaan. Nog verder naar het zuiden werd het zelfs bergachtig en ik moest iets verzinnen om mijn voiture nog enigszins waardig te houden. Ik paste mijn rijtactiek aan. Ik moest wel.
Bij het aanzicht van een berg versnelde ik naar z’n top van 145 en zo knalde ik die berg op. Maar hoe ik het ook probeerde en hoe mijn Peutje ook zo z’n best deed, halverwege viel ik bijkant stil. Tot enorme ergernis van de mede routegebruikers.
Aan alle kanten vlogen auto’s ons voorbij. Auto’s met caravan scheurden ons voorbij. Vrachtauto’s vroemden ons voorbij. Boze boeren op tractors reden ons voorbij. Op een gegeven moment passeerde zelfs het Tour de France peloton ons langs de linkerzijde. Mèn, de schaamte!
Een gendarmeriër op motor vond het mon dieu! en stuurde me naar de meest rechtse baan. De loserbaan. Tussen de zwaar beladen vrachtwagens in. Die met 30 km/u omhoog gaan.
Zucht.
Voormaligje had het hele ritueel niet meegekregen en vroeg waarom ik hier ging rijden. Ik zei dat we er zo af moesten.
Dat de afrit nog 312 kilometer duurde heb ik er maar niet bij gezegd.

De tuffer heeft ons daarna nog 3 keer heen en weer gebracht en is in 2004 overleden.
RIP zacht, mon voiture amour ❤️

Le tuf de France (part une)

 Ik parkeerde gisteren zowaar naast m’n autootje van lang geleden. Nou ja, niet dezelfde want die is in het heetst van de tijd gestorven maar wel hetzelfde type. Een Peugeot 205 Colorline. Een dieseltje. Schitterende wagen. Comfort van m’n kont, uitstraling van m’n kont, vermogen van m’n kont maar wat hebben we een plezier van deze voiture gehad. M’n tuffertje.

Vakantie naar Frankrijk, lang geleden. Zuid Frankrijk dat is want je kunt wel in Noord-Frankrijk resideren maar dan is het nog elke dag een pokke end rijden naar de Middellandse zee, redeneerden wij. Voormaligje reed het eerste stuk want ik had waarschijnlijk de avond ervoor onze aanstaande vakantie gevierd met zwagert want zo ging dat lang geleden.
De auto tot de nok gevuld, de tank vol diesel en de banden op volle hardheid. En ja hoor, dat vond voormaligje niet fijn rijden. Zucht, vrouwen….. Ergens bij een tankstation stopten we voor de eerste pauze en één van ons betaalde binnen de tankbeurt en één van ons liet wat lucht uit de banden glippen. Ik laat even in het midden wie wat deed maar laten we voor het verhaal maar aannemen dat voormaligje het laatste deed.
Midden op de Periferique, net voorbij Parijs, kwamen allemaal Fransosen en Fransoosters naast ons rijden. Druk zwaaiend en wijzend probeerden ze mij iets duidelijk te maken. Maar ik spreek geen woord Frans gebarentaal dus zwaaide ik vrolijk terug. Ze zullen het wel leuk vinden, een Nederlands stelletje in zo’n petit Frans autootje, dacht ik.
Plots zag ik witte rook langs mijn raam fladderen. Huh? Ik draaide mijn raampje open en zag dat de rook bij het linkervoorwiel vandaan kwam. Stond mijn voorband bijna in de fik! Ja hallo! Had niemand me even kunnen waarschuwen? Arrogante Fransen! Zucht.
Bij een tankstation koelden we de band af met water en pompte ik beide voorbanden op, op gelijk niveau.

Een vriendelijke Frans kwam naar ons toegelopen en vroeg me of ik hem kon helpen. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. De scooter van zijn zoon stond achter het tankgebouw geparkeerd want was stuk en hij wilde ‘m achterin zijn auto hebben. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. Tuurlijk wilde ik de man helpen, ik ben tenslotte niet voor niets een menseninnoodredder. De man gaf me een wit overallgeval zodat mijn zomerse outfit (overhemd, korte broek, slippers, zonnebril) niet onder de smerige smeer zou komen te zitten. Nou zeg, wat een sympathieke geste van die vriendelijke man, dacht ik. Ik hoefde niet eens al mijn kracht te gebruiken, in een wip stond de scooter achterin. De man gooide de achterdeuren van zijn auto dicht, bedankte me uiterst vriendelijk en reed zwaaiend weg.
Onze Peu was ook weer klaar voor gebruik, wij vervolgden onze weg. “Heb jij nou net geholpen een scooter te stelen?”, vroeg voormaligje. “Nee joh, die was van zijn zoon.”, antwoordde ik.
Toch? TOCH? 😬🙄

Vakantie plannen

Mijn hart maakte een klein sprongetje toen ik las dat Verkeerspark Assen een doorstart heeft gemaakt. Niet in Assen maar in het prachtige Appelscha te Friesland (oh, da’s dan weer jammer) op park Duinen Zathe.
Ik heb mooie herinneringen aan Verkeerspark Assen. Nou ja, mooie herinneringen? Ik weet nog dat we altijd met verjaardagsfeestjes van vriendje Richard daarheen gingen. En dat ik het altijd leuk vond. Dus ja, eigenlijk wel mooie herinneringen.
En ik ben er 5 jaar geleden op mijn eerste solo-vakantie met Sam geweest, Teun was nog te klein. Maar dat was niet zo’n succes. Het was niet al te best weer, er waren geen gewillige vrouwen/moeders er was geen ruk te doen en Sam was nog net iets te klein om zelf in de karretjes te rijden en zat hij dus bij mij op schoot terwijl ik mij het schompes trapte in dat veel te krappe autootje. Zucht, en dan de mensen maar zeggen dat ik het alleenstaande vader zo makkelijk heb…….. 
Toen Teun oud en groot genoeg was om ook mijn jeugdherinnering te ervaren, ging Verkeerspark Assen ineens failliet. Tsss, de lutsers! Zucht, en dan de mensen maar zeggen dat ik het alleenstaande vader zo makkelijk heb…….. 

Maarrrrrrrrrrrr, ze zijn er weerrrrrr! En da’s goed nieuws voor mijn vakantieplannen.
Verkeerspark Assen in Appelscha kan ik mooi bijschrijven op de vakantie to-do-list 2017. En die raakt alweer aardig vol, kan ik melden.
Ik heb de lijst gisteren even doorgenomen met de jongens.

Casa di moeke; JAAAAAAH! 😄

Hoornseplas; JAAAAAH! 😃

Pyramides van Gizeh; mwoah nee. 😬

Verkeerspark; JAAAAAAH! 😃

Papiermolen; JAAAAAAH! 😃

Niagara watervallen; mwoah nee. 😕

Disneyland Florida; mwoah nee. 😝

Bioscoop Cars 3 en Smurfen 3; JAAAAAAAAAH! 😁

Hangende tuinen van Sexbierum; NEE! 😬

Truckstar festival; JAAAAAAAAH! 😃/

Krugerpark; mwoah nee (er is toch wel een dierentuin in de buurt?) 😞

Johan Cruijff veldje; JAAAAAAH 😃⚽️

Papa, zoek ook nog ff iets uit waar jij vrouwen op de kop kunt tikken. Wij redden ons wel…………. 

Zo fijn dat de jongens al een eigen meninkje ontwikkelen en dat we samen onze vakantie kunnen plannen. Het wordt zo voor een alleenstaande vader als ik alleen maar makkelijker. 

Ik ❤️ dat.

 

Als ik praat, moet jij stil zijn

Legendarische uitspraak van de man die ik ooit mijn tweede vader noemde.

Wim kwam na mijn diensttijd in mijn leven. In de tijd dat ik (wéér) dreigde te ontsporen en ‘lang leve de lol’ de bovenhand had. Ik ging het huis uit en mijn vader liet me ‘los’. Ik zou het allemaal vanaf dat moment zelf wel even doen en in al mijn eigenwijsheid en eigengereidheid stortte ik me in het volwassen leven.
Met vallen en opstaan, met horten en stoten, met regelmatig keihard op m’n bek gaan en met soms helemaal in de war zijn ging het aardig bergafwaarts maar gaandeweg omringde ik me met oudere (volwassenere) mensen en Wim was daarvan de oudste.

Wim was elftalleider van het 4e elftal, het gezelligheidsteam, van de plaatselijke voetbalclub. Na de wedstrijden was het bieren. Lang leve de lol.
Maar regelmatig mondde het uit in discussies. Soms felle discussies. Ik, als jongste van het stel, had vaak de grootste bek en ging een gestrekt been en op de man af niet uit de weg. Boze mensen om me heen.
Dan was het altijd Wim die mij tot de orde riep; “Als ik praat, moet jij stil zijn!”  Als een klein kind liet ik mij dan in de hoek zetten. Leermomenten waren dat.

Ik ben 200 km verderop gaan wonen en het contact verwaterde maar wat heb ik veel aan die man te danken. Wat heb ik veel met die man gepraat. En wat heb ik veel levenslessen van die man geleerd. Ik durf zelfs te beweren dat hij op een bepaald moment de belangrijkste man in mijn leven is geweest. Als mijn vader geen grip op me kreeg was daar altijd nog Wim die mij met de neus op de feiten drukte.
Hij was op een bepaald moment in mijn leven eigenlijk mijn tweede vader. Ik besef me nu pas dat hij toen niet zo heel veel ouder was dan ik nu ben.

Vandaag bracht ik een laatste groet aan Wim.
Bedankt dat je op het juiste moment in mijn leven kwam.

Rust zacht, vriend.

Johan

Ik had na mijn veertiende niets meer met voetbal. Ik was er klaar mee.
Ja, toen we in ’88 kampioen werden feestte ik natuurlijk keihard mee maar het competitievoetbal volgde ik niet meer. Als ik het al ooit gevolgd had.
Ik kan dan ook niet met zekerheid zeggen dat ik Johan ooit, via Studio sport weliswaar, in levende lijve heb zien spelen.

Na mijn diensttijd ging ik toch weer voetballen. Deze keer bij een gezelligheidsteam en hier raakte ik bevriend met Johan. Johan was idolaat van Johan, hij had zelfs zijn zoon óók Jordi genoemd. Bevlogen kon hij vertellen over Johan. Johan was de allerbeste ooit. Ik raakte geïnspireerd en ging mij toch eens verdiepen in Johan. Boekjes, bladen, videobanden, alles bekeek of las ik en al snel was ik om. Johan was inderdaad de allerbeste aller tijden.
“voetbal is heel simpel maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen”.
Dè uitspraak die ik veelvuldig gebruikte in mijn coach-tijd.

Het jaar is omgevlogen. Inmiddels zijn mijn jongens ook gegrepen door het voetbalvirus.
‘Papa, wie is de beste? Messi of Ronaldo?’
Ik antwoord dan steevast; ‘Johan Cruijff was de allerbeste ooit. Daar komt nooit iemand in de buurt’.

Bij partijtjes mag iedereen dan ook Ronaldo of Messi zijn, mijn jongens zijn altijd Johan.

Hoerenlopen in Groningen

stappenLeuk hè, zo’n cliffhanger? Nou, hier komt ie dan.

Ja, ik werd een hoerenloper na m’n twintigste. Toen mijn stapreputatie tot grote hoogte steeg.
Beginpunt in de weekenden was veelal de buurtkroeg. Voordrinken, dobbelspelletjes, karaoke, the works zeg maar. En tegen enen, als het tijd was om op stap te gaan, lieten we taxi’s aanrukken. Het lag er even aan met hoeveel we de stad zouden gaan veroveren maar met de taxi gingen we.
En de vaste route naar het centrum was steevast via de Nieuwstad, dè hoerenstraat van Groningen. Niet dat we nou ontzettend opgewonden werden van deze vrouwen maar meer omdat het simpelweg de kortste route was. En niet dat we deze vrouwen nou volledig links (en rechts) lieten liggen hoor. Ik herinner me dat ik heul hard ‘STOP!’ riep, ik de auto uitsprong, ik voor haar raam ging staan, zij mij binnen liet en dat we herinneringen ophaalden van onze schooltijd samen. Of die ene keer dat ik een hoerenvrouw meehielp een Zweedse puzzel op te lossen. Gewoon achter het raam! Naast elkaar! Terwijl de geilerds voorbij liepen!

De andere hoerenstraat zat aan de andere kant van het centrum. De Vishoek heet het. Hier zat ook ‘De Benzinebar’ en daar rolden we eens een keer rond 9 uur ’s ochtends uit. En terwijl we richting Grote Markt waggelden kwam een vrouw naar buiten gelopen. “Kopje koffie, jongens?”, vroeg ze. En zo leerde ik haar kennen.

Haar naam was Rita, ze was 44. Geweldige vrouw. Ze hoereerde al vanaf haar 23ste. Ik ging regelmatig bij haar langs. Niet voor de seks maar om te praten, voor de gezelligheid. En tegen haar eenzaamheid, want dat was ze, vertelde ze. Haar familie had haar jaren terug de rug toegekeerd, een relatie had ze nooit gehad. Bij mij kon ze zichzelf zijn, zei ze en ik leerde flink wat levenslessen van haar. Wat ze ’s avonds en ’s nachts deed boeide me niets, ik vond haar een schat van een mens.
De laatste keer dat ik haar zag was in 1997. Ik heb geen idee hoe het haar sindsdien vergaan is.
Ik hoop dat ze toch nog geluk in haar leven heeft gevonden. Ze heeft mij in elk geval aardig op weg geholpen mijn weg in het leven te vinden.

We hoer’en!

Stappen in Groningen (deel 2)

stappenIk ontdekte de Peperstraat. En dat bleek dè plees to bie te zijn. Een gigantische diversiteit aan uitgaansetablissemten! Gelijk rechts zat ‘De kar’, een alternatieve hut. Ik moet me sterk vergissen of de Groningse krakersscène hing daar vooral rond.
Iets verder doorlopen en je stond voor ‘De Troubadour’. Dat werd mijn tent! Twee verdiepingen hoog en een kelder. Helemaal bovenin dance/disco. Op de eerste etage wat er maar aangevraagd werd. Op de begane grond was het een groot café  en in de kelder draaiden ze reggae te gek hé. Schitterende tijd daar gehad. Ik kan er niet teveel over uitweiden want wat happens in De Troubadour………….je kent het 😉.

Weer wat verder wandelen zat de Lahmacuntent (record: 6 achter elkaar! – ’s nachts de douche ondergekotst. Sorry nog, mam 😬). En daar aan de overkant zat ‘Het Pakhuis’, een studentending. Vond ik geen flikker aan.
En helemaal achterin de Peperstraat zat ‘De Ster’, de kroeg voor de mannen in leer. De motorbendegasten. Ik heb daar eens een dronken student vrolijk naar binnen zien lopen en 13 seconden later horizontaal weer naar buiten zien vliegen.

Maar denk nu niet dat dit de enige tenten zijn waar mijn bloed, zweet en tranen liggen. Op de Groode maark zat ik met enige regelmaat in ‘De Groote Griet’ of in ‘De Tapperij’. En als ik helemaal los was waagde ik me zelfs in ‘Club Privé’. Een besloten club waar de gescheiden gewillige vrouwen rondhuppelden (hmmm😍😍 ).
En tenslotte, wilde ik het wat rustiger aan doen, toog ik naar De kromme Elleboog waar cafe ‘De Keyzer’ zat. Wat niet veel mensen weten is dat wij daar lol hadden met om de haverklaap “Vertèèèèèèèl” te roepen en dat op dat moment Bert Visscher ook binnen was. Mocht je dus ooit weer om hem lachen als hij dat roept, dat komt dus bij mij vandaan.
En om het geheel af te maken ging ik ook nog met enige regelmaat op zaterdag naar ‘Pruim’ in Zevenhuizen, naar ‘Fame’ in Bedum of op zondagmiddag naar ‘Skopje’ in Harkstede.

Dus jongsters, vertel mij nou niks over leuk stappen in Groningen. Ik heb het praktisch uitgevonden.

We stappen in Groning’en!

Maar manus, hoe zit dat nou met dat hoerenlopen?
Oja, dat zal ik in deel 3 verklaren.

Stappen in Groningen (deel 1)

stappen“Goh, kom jij uit Groningen? Mooie stad. Daar kun je leuk stappen.”
Ik hoor het zo vaak, mensen. En meestal van jongsters. Mannetjes/vrouwtjes van net 18+. Ik zucht er al niet eens meer van. Meest van de tijd glimlach ik maar een beetje. Weten zij veel, denk ik dan. Weten zij veel dat ze het tegen ooit één van de beruchtste stappers van Groningen hebben?

VROEGER! Vroeger kon je leuk stappen in Groningen ja. In mijn tijd.
Op mijn dertiende namen mijn (oudere) vrienden me al mee naar ‘The Jolly Joker’ in de Poelestraat. Het enige wat ik daar nog van weet is dat ik m’n ogen uitkeek. Een discotheek met een discovloer!

Op de hoek van diezelfde Poelestraat zat ‘De Lorelei’. Een discotheek met meerdere verdiepingen. Geweldige muziek, supersfeertje altijd. Ik herinner me een stuk of 8 geile wijven uit Amsterdam op vrijgezellenfeest die ons Groningse hoofd helemaal gek maakten. En natuurlijk de lange trap. Onderaan deze trap was de kassa en eens terwijl ik mijn kaartje aan de kassameid aanbood rommeldebommelde een totally dronken gozer naar beneden. Ik sprong aan de kant, hij stond op, schudde met zijn hoofd en zei toen de magische woorden; “Mak eem betoal’n?”

In de Herestraat zat ‘Cachet’ (ja, ook ‘Subway’ maar daar vond ik het geen ruk aan) en daar draaide ze veel Ferry Maat’s Soulshow-muziek. Héérlijk! Beetje veel Lacoste poloshirts en kraagjes omhoog maar ach, die lui moeten ook een uitlaatklep hebben, toch? Ik vond het daar altijd wel prima toeven.

Tja, en toen werd ik twintiger, werd ik een hoerenloper en begon het stappen pas écht!
Maar daarover later meer.

We deel 1’en!

Tante Gerda

fats

🎶I found my freedom – on Blueberry Hill🎶
Wij hadden vroegah grote feesten thuis. Of eigenlijk drukbezochte feesten. Verjaardagfeesten, zijn dat. Wij waren zelf met ons zessen dus dat waren 5 verjaardagen in een jaar. En omdat mijn vader iets van 36 broers en 28 zussen had en ze ook allemaal op onze verjaardag kwamen kun je in principe dus best wel spreken van drukbezochte verjaardagsfeesten.
En zo als in de seventies gebruikelijk was ging, zodra er genoeg drank in de mens zat, het volume van de muziek omhoog en werd er luid meegeblèrt met de knijters van toen. Fats Domino met Blueberry Hill was één van die knijters die regelmatig voorbij kwam want mooi nummah.
Ik denk dat ik zo rond de 8 jaar moet zijn geweest dat ik me wat ging verdiepen in muziek en dat hield in dat ik niet alleen de melodie en het ritme belangrijk vond maar óók de teksten wekten mijn interesse.

🎶I found my freedom – on Blueberry Hill🎶
Tientallen volwassenen zag ik telkens weer inhaken bij dit nummer en ik moet een jaar of 12 zijn geweest dat ik me af ging vragen of het wel klopte wat ze zongen. Fats zal ongetwijfeld zijn vrijheid hebben gevonden op die heuvel, redeneerde ik, maar het rijmt voor geen meter.

🎶I found my freedom – on Blueberry Hill🎶
Ik denk dat ik een jaar of 14 moet zijn geweest dat ik er toch overtuigd van was dat het ‘thrill’ moest zijn want dat rijmt wél op hill. En, laten we eerlijk zijn, je kunt best een kik krijgen op een heuvel, toch? Misschien was er wel een prachtig uitzicht? Of rolde Fats er steeds vanaf? Bloeiden er schitterende bloemen? Of heeft hij misschien zijn eerste vriendinnetje daar voor het eerst gefatst?

🎶I found my freedom – on Blueberry Hill🎶
Ik denk dat ik een jaar of 16 moet zijn geweest dat ik er genoeg van had. Ik rukte de naald van de plaat en zei dat het toch echt ‘thrill’ was waar Fats over zong. Het werd doodstil in de volle kamer. Je zag mensen denken. Zou het?
Op eentje na, tante Gerda. De flinkert. Letterlijk ook. Tante Gerda was er zeker van dat het ‘freedom’ was en serveerde me af op een arrogant toontje. Ik gaf haar een bitchslap ging weer zitten maar zwoer in mezelf dat ik het zou bewijzen. “Wedden om een geeltje?”, zei ze er nog arrogant bij. Ik nam de weddenschap aan.

🎶I found my freedom – on Blueberry Hill🎶
Ik was 20 toen ik met mijn vriendinnetje in de bibliotheek liep en we tegen een map met songteksten aanliepen. Ook ‘Blueberry Hill’ zat daar tussen. GOTCHA, dacht ik!
Bij de eerstvolgende verjaardag kon ik het niet laten om tante Gerda even terecht te wijzen en haar met exhibit A om de oren te slaan. Bulder, schater -en uitlachen van de menigte in de kamer vielen haar ten deel, ze was zichtbaar pissig.
Maar eerlijk is eerlijk, ze gaf me 25 gulden, ik had de weddenschap gewonnen.

🎶I found my thrill – on Blueberry Hill🎶

Bodemlijn van deze anekdoot is; Ga niet met mij in discussie over muziek want ik Leo Blokhuis je helemaal de moeder.

We Fats Domino’en!

Knakken

knakNu ik al dik 1900 dagen alleen, verlaten en eenzaam op dees kloot rondhuppel, (start geluidsband; Aaaaaaaaaahw) merk ik dat er toch wel dingen zijn die ik mis. Natuurlijk de liefde, de erotiek en de seks. Maar ook de warmte, de geborgenheid en de ‘maatjes’ zijn.
En nu ik toch bezig ben, ik mis het thuiskomen, het knuffelen, Els en Ruud en het lachen. Soms zelfs slappe lachen.

Maar wat ik eigenlijk het meeste mis………. Of liever, waar ik eigenlijk het meeste behoefte aan heb is de lichamelijke verzorging. Ze schroomde niet om mijn prachtlijf prachtig te houden. Oorharen eruit jassen, neusharen eruit jassen, wimpers eruit jassen, mee-eters uitpulken, pukkels uitdrukken, ze draaide haar hand er niet voor om. Heerlijk vond ik dat. Ik ging dan op m’n rug liggen en zij ging dan zo op me zitten dat ik me totaal niet meer kon bewegen (lees ontsnappen) en ik me volledig over moest geven aan haar grijpgrage nagels. Man, prachtige tijd.

Maar het alleralleraller mis ik het knakken. Ik heb al duizend jaar last van m’n rug. M’n onderrug dat is. Dat zit daar ergens in de knoop ofzo. Of het komt door m’n houding, wie zal het zeggen? In elk geval doet mijn rug auw. En soms heel erg auw (start geluidsband; Aaaaaaaaaaaaahw)  
Jááááááren geleden ben ik eens naar een fysiotherapeut geweest en hij leerde me een trucje om de rug te ‘knakken’. Ik moet dan op m’n rug liggen met de benen gestrekt. Dan moet één been gebogen over het rechte been als een omgekeerde V. Een ander moet dan mijn boventors tegenhouden terwijl met het volle gewicht de omgekeerde V de tegenovergestelde richting uit wordt gedrukt. ‘krakkrakkrakkrak’ doet rughausen dan. En daarna het andere been de tegenovergestelde richting op. HEERLIJK!!!
Maar voormaligje deed het altijd zo lomp dat ik van de pijn een slappe lach van hier tot minimaal Taiwan kreeg. Hahahahahaha. Man, wat mis ik dat.

Over 130 dagen ga ik weer de vrouwenmarkt op. Wens jij nu niet zolang te wachten en ben jij genegen om bovenstaande ‘ik mis’ dingen op je te willen nemen, neem dan even contact op.
Ik denk dat we er samen wel uitkomen.

We knak’en!

Mijn eigenste olympiade

Ik schreef laatst dat ik oude foto’s had ontdekt bij moeke thuis. Deze foto’s haalden deze herinnering van lang geleden weer boven.

We waren op vakantie in Noord-Brabant, zoals Brabant toen nog heette. In een bungalow op Camping ‘De zwarte bergen’ nabij het plaatsje Luyksgestel. Geen idee meer in welk jaar het was maar voor het gemak maak ik er even 1982 van. Ik was 11 jaar oud. Ik kan me herinneren dat we in een stenen bungalow ‘woonden’ met veel bruin en een terrasje voor de deur. Aan een zandpad. En dat oma ook mee was. En volgens mij oom, tante en nicht ook. Er werd veel georganiseerd voor kinderen en gezinnen. Dagelijks was er wel iets te doen. Leuk vind ik dat. Dat een camping dingen organiseert voor hun gasten. Dat zouden meer campings moeten doen. En zo organiseerden ze ook een heuse olympiade. Tenminste, zo noem ik het. Het was eigenlijk gewoon een spelletjesmiddag maar omdat het best wel een competitie werd tussen verschillende kinderen van de camping kwalificeer ik het als een olympiade. Mijn eigenste olympiade.

Ik kwalificeerde me vrij eenvoudig en dus werd ik door pa geselecteerd om deel te nemen. (*noot van de redactie; ik weet het allemaal niet meer precies dus mocht het hier en daar wat ongeloofwaardig overkomen, ik heb mijn fantasie een beetje gebruikt)

Ik werd ingedeeld bij het groepje van rode jurk mevrouw. Dat denk ik tenminste, zij staat namelijk wel vaak op de foto’s bij ons atleten in de buurt. Hoepelslingeren was het eerste onderdeel. Ik denk de discipline precisiewerpen aan de foto te zien. Aan mijn gezichtsuitdrukking te zien was dit een makkie. IMG_1708

Hierna werd de wegwedstrijd Op een houten plaat met kleine wieltjes en te lange stokken (daar moeten ze toch eens een eenvoudiger naam voor verzinnen) verreden. Een kleine 162 km met enkele flinke puisten van gemiddeld 9% stijgingspercentage. Op de knieën. Hier deed ik toch even een jasje uit hoor! Poeh, afzien. IMG_1709

Toen mijn favoriete onderdeel: Naar een hoepel rennen en weer terug. In de volksmond beter bekend als Naar een hoepel rennen nenner lepeoh nee raan. Hier moest ik een gat kunnen slaan naar de concurrentie. Met mijn 3,8 seconden was dit inderdaad het geval. IMG_1711

Daarna het onderdeel Draadtrekken. Hier ging het shirt uit. Het was tijd om de spieren te laten rollen. En dit gaf tevens het publiek en pers de mogelijkheid wat foto’s te schieten. Een olympiade draait niet alleen om de sport maar ook zeker om de show immers. Als achterste trekker kwam het volledig op mij aan. Dit had alles te maken met de verkeerde houding, de desinteresse en simpelweg krachttekort bij mijn medespelers. Ik heb het ze inmiddels vergeven. Dit kostte me wel punten trouwens. IMG_1710

Als tweede op de ranglijst ging ik het een na laatste onderdeel in. De evenwichtshindernisbalk. Met een bekertje water op een plankje over een evenwichtsbalk lopen terwijl er van beide kanten met ballen gegooid wordt. Wat een klote spel! Hier verloor ik kostbare punten en zakte ik naar plaats vier. En ja, dat is buiten de prijzen. Gelukkig kon ik bij de return mijn achterstand goed maken en wierp ik de één na de andere tegenstander van de evenwichtshindernisbalk. IMG_1712 IMG_1729

Bij het laatste onderdeel, het lange afstand duiken, deelde ik de eerste plek met een jochie, Pietertje noemde ik ‘m. Ik weet dat nog goed want hij was een stuk jonger dan ik. Maar hij kon aardig lange afstand duiken hoor, voor een vierjarige! IMG_1716
Nou ja, om een lang verhaal……………………
Ik vond deze foto’s terug en moest denken aan deze enorm leuke dag en leuke vakantie.

 

We olympiade’en!

Roadtrip 2014

IMG_8891

Vrijdagochtend vroeg vertrok ik naar de plek waar ik altijd al eens naartoe wilde, Normandië. Om exact te zijn, naar het pittoreske plaatsje Hermanville-sur-mer. Van een beetje zelfpromotie ben ik immers niet vies. Waarom Normandië vraag je je af? Nou, ik ben erg geïnteresseerd in Wereldoorlog 2 en het schijnt dat in Normandië nogal het één en ander gebeurd is. En om mijn kennis nu enkel te toetsen aan wat leeswerk en wat films vind ik niet voldoende. Ik moet die hel van 70 jaar geleden met eigen ogen zien. Maar voor ik dit alles kon aanschouwen, moest ik zelf eerst door een hel. België. Man, wat is dat een derdehands pauperland zeg! Misschien een keer wat geld investeren in asfalt in plaats van willekeurig betonnen platen neer te kwakken? Op wie kan ik de schade aan m’n schokbrekers verhalen? Stelletje wanna be Nederlanders. Ik werd zelfs nog aangehouden even voorbij Antwerpen. Waarom ik zo hard reed? Ja duhuu, ik wil zo snel mogelijk dit Malawi van Europa uit zijn natuurlijk! Zucht, moet ze ook alles uitleggen……………… En waar was Mega Mindy?

Tegen de middag bereikte ik Le Havre. En daar trof ik hetgeen aan wat ik zo mooi aan een autotrip door Frankrijk vind. Twee gigantische bruggen achter elkaar over La Seine. Kunnen wij altijd wel flink doen over de Maas enzo maar die Seine, dat is me een plens water! Bonsjoeah zeg! De eerste brug overlapt een industriegebied en brengt je gelijk al 5,4 kilometer de hoogte in, beneden kom je bij de tolpoort (5,40) en dan de daadwerkelijke brug over de machtige rivier. Ik geloof dat de top op 7,2 km ligt en er zit ook nog een slinger in. Ik was van dit architectonisch meesterwerkje behoorlijk gecharmeerd en besloot bovenop te stoppen om wat foto’s te schieten. De 89 auto’s (al dan niet met caravan) achter me hadden er weinig begrip voor. Ik heb zelden zoveel getoeter tegelijk gehoord. Cultuurbarbaren!

Hermanville-sur-mer reed ik klokslag 15.00.00 uur binnen. Klokslag 15.00.18 uur was ik er weer uit. Ik keerde en parkeerde op het eerste de beste plein. De boel was uitgestorven. Bij een heul klein ietepieterig winkeltje stond de deur open. Ik liep naar binnen. BONSJOEAH!, riep ik op m’n vrolijkste Frans uit. Een vrouw die zeker de 90 was gepasseerd kwam vanachter aangestrompeld. “Parlévoe Grunnings?”, vroeg ik. Ze keek me vragend aan en schudde met haar hoofd. “Otèl?”, vroeg ik. Ik zag een blik van herkenning in haar ogen. Ze mompelde wat, ze wees wat, ik verstond er geen ruk van. Wellicht was ze beter te verstaan geweest als ze haar gebit in had gedaan. Plots ving ik het woordje ‘plage’ op. “Stráánd”, zei ik. “Dat is stráánd in het Grunnings” en ik schreef het voor haar op een papiertje op de toonbank. “Goed onthouden!”, zei ik. Ik bedankte haar en gaf haar een kus op haar voorhoofd.

Hotel ‘Le Canada’ was het enige hotel in het prachtplaatsje. Het arrogante mokkel achter de toog gaf aan dat er geen kamer vrij was. Tenminste, dat begreep ik. Ook zij praatte geen woord Grunnings. Ik vond het niet erg. Ik had bij binnenkomst al besloten een wedstrijdje ‘arrogant doen’ te houden en er sowieso niet te blijven. Ik heb op punten gewonnen. Ik stapte weer in mijn Franse voiture en bedacht me toen dat ik eigenlijk wel gigantisch moest piesen. Gelukkig zit er aan de D514 om de 400 meter een weggetje naar het strand en ik sloeg de eerste afslag die ik tegenkwam rechtsaf. Het was vloed, het strand was een meter of 38 lang. Er lagen mensen te zonnen, er waren kinderen aan het spelen. Ik scheurde het strand op, parkeerde mijn auto tegen de waterlijn aan en ledigde mijn blaas in de Atlantische Oceaan. Je moet alles een keer gedaan hebben, tenslotte.

Ik betrok een chambre in hotel ‘Le Beau Rivage’. Direct aan de boulevard en het strand in Luc-sur-mer. Gelegen tussen de beaches ‘Sword’ en ‘Juno’. Een meid met een prettige decolleté van de plaatselijke VVV sprak gelukkig wèl een taal die ik begreep en zij voorzag mij van de nodige informatie. Mijn expeditie kon beginnen!

Ik besloot een verkenningstocht met de auto langs de beaches te houden. De zaterdag zou ik gebruiken om gedetailleerd te werk te gaan. De D514 leidt langs de kust, langs verscheidene dorpjes en gehuchten. Op elk gewenst moment kun je een weg naar het strand inslaan. Ik reed richting de klif aan het einde van Omaha beach. Het einde van de landinsgzone, ik schat dat de gehele kustlijn van de operatie Overlord een kleine 12 kilometer betreft. Althans, dat dacht ik. Pech aan de auto onderbrak mijn verkenningstocht. De linkerkoplamp begaf het. En als ik ergens een haat aan heb, is het een defecte koplamp. Ik houd van goeduitziende, prompte koplampen (niet te verwarren met tetten) en trouwens, je zal net zien dat de gendarmerie juist mij uitkiest om eens even flink te naaien. Ik nam geen risco en kocht een setje lampen bij de Intermarché (daar hebben ze ècht alles!). Op de parkeerplaats van de supermarkt opende ik de motorkap, trok m’n shirt uit, nam uitdagend een slok uit m’n flesje cola en repareeerde ik het euvel. Makkie. Anderhalf uur later, de schemering trad inmiddels in, had ik het voor elkaar. Ik kon weer verder.

Bij ‘Batterie de Longues-sur-mer’ bij het plaatsje St-Laurent-sur-mer stapte ik uit. Een enorm veld met daarin 4 enorme bunkers was wat ik aantrof. In drie van de bunkers stonden zelfs nog de gigantische geschutwerken. Ik vond het indrukwekkend. Helemaal toen ik van boven naar beneden naar het strand keek. Met geen mogelijkheid kon ik me een voorstelling maken hoe de mannen überhaupt ooit boven waren gekomen. Ten eerste natuurlijk het grote hoogteverschil maar zeker ook de tegenstand dat geboden moest zijn. En ik bedacht me hoe de Duitsers moeten hebben gereageerd toen ze vanuit zee een overmacht aan schepen, materieel en manschappen aan zagen komen. “Wass zum fick!” Om en nabij 135.000 mannen en 20.000 voertuigen enterden op die 6e juni de stranden!

Via kleine dorpjes en smalle straatjes ben ik in de richting van mijn verblijfplaats gereden. En ik had telkens het gevoel dat er elk moment een Duitse sniper uit één van de kieren in de authentieke huizen kon gaan schieten. Onderweg kwam ik langs ‘Gold beach’ en ook hier heb ik vluchtig rondgekeken. Deze beach deed me toch minder. Onverzorgd, veel troep, vale vlaggen. En overal campers. Wilde ik een gevoelige plaat vastleggen, kwam er zo’n kneus in een camper door m’n beeld schuiven. In Port-en-Bessin-Huppain besloot ik te gaan eten en er iets van te gaan zeggen. Ik stapte enigszins ontdaan en ja, ook wel woedend een restaurant binnen en riep; “ARE YOU ALL NOT GOOD BY YOUR HEADS? Het maakte totaal geen indruk en een vriendelijke (huh?) jongeman wees me op een tafeltje. Rechts naast me zat een Engels gezin, links 2 Nederlandse jongens. Ik bestelde twee Quarterpounders en een Heineken. Nou, dat hadden ze niet. Ik nam genoegen met iets met ‘viande’ in de titel op de menukaart.

In het pikkedonker reed ik terug naar mijn hotel (haha, echt niet. Zie koplampen!), het was inmiddel tegen half 11. Tot mijn grote verbazing ontdekte ik dat de D514 langs de kust een eenrichtingsweg was. En in mijn enthousiasme van die middag was ik vergeten herkenningspunten aan de route op te slaan. En GRRRR$^^&#, ik was ook nog eens mijn plattegrond op mijn chambre vergeten. Op mijn telefoon hoefde ik ook al niet te rekenen want GEEN SERVICE what so ever. (kan iemand mij eens uitleggen hoe ik een telefoon in het buitenland werkend krijg zonder WIFI?). Nu was dit niet de eerste keer dat ik verdwaalde in Frankrijk, alhoewel ik altijd tegen voormaligje zei dat we achtervolgd werden en dat ik daarom de ‘verkeerde’ weg nam, dus ook nu bleef ik ijzig kalm. Gewoon logisch na blijven denken, de stand van de sterren in de gaten houden en gewoon simpel de borden volgen. Om kwart voor 1 liep ik mijn hotel in. “Bonsoir, monsieur Bauèr”, zei de jongen achter de bar. (Ik had me ingeschreven onder Jack Bauer, hahaha, ik vond ‘m hilarisch!).

Zaterdag stond ik er vroeg naast. De grote dag (ik noemde het gekscherend G-Day) was aangebroken. Ik bestudeerde de plattegrond aandachtig en ontdekte dat mijn eindpunt van de avond ervoor helemaal niet het eindpunt van de kust was. Na Omaha beach kwam nog Utah beach. En Omaha beach was nog een heel end langer dan ik bezocht had. Pointe du Hoc werd derhalve mijn eerste detailbezoek. Wat ik niet wist is dat Point du Hoc een cruciale rol heeft gespeeld bij ‘Operatie Overlord’. Sterker nog, hier is de complete landing begonnen. Op deze klif hadden de Duitsers hun zwaarste artillerie geposteerd. Wat ik hier zag ging mijn voorstelling te boven. Een maanlandschap met diepe kraters. Kraters van bominslagen. Afgeschoten vanaf zee door Amerikaanse marineschepen. De klif van 30 meter hoog werd beklommen en aangevallen door 225 mannen onder leiding van Kolonel James Rudder. Hevige gevechten hebben hier plaatsgevonden. En dat was te zien. Slechts 90 mannen hebben deze heldendaad overleefd. Zwaar onder de indruk heb ik het tot me genomen.

Maar natuurlijk heb ik me ook weer kapot geërgerd. Je kent me. Mensen met honden. Zucht……….. Van die kleine kluthondjes en veel te lange hondenriemen. FLIKKER OP!!!!! Man, daar word je toch niet goed van? Je neemt toch niet een hond mee naar zo een monument? Haal ik gevaarlijke toeren uit om over de rand te kijken, wikkelt zo’n kluthond zich om mijn benen! AAAARGH!!! Maar da’s nog niet alles hoor. Er is nog een overtreffende trap. Kinderen! Van die verveelde puberkinderen die mee moeten van mama en papa. Luister! Je moet naar dit deel van Normandië gaan als je besef hebt van wat daar allemaal gebeurd is. Niet om vakantie te vieren. Het is geen pretpark! Mijn bloed ging koken toen ik zelfs zo’n pestventje (juist, met een voetbalshirt van een niet nader te noemen Rotterdamse club aan) een bal zag hooghouden op het Monument! ……………………………………. Ik heb de bal, 4 pubers en 14 honden van de klif gegooid.  Oja, en ook heb ik een camper er vanaf geduwd. Stelletje respectlozen!

De zaterdagmiddag bestad ik aan de bitches…….eh, pardon, de beaches rustig en op m’n gemak te bekijken. Dat ging prima, ik probeerde zoveel mogelijk de drukte uit de weg te gaan. Tot er plotseling en helemaal uit het niets de moesson aller moessons losbrak. Oh wacht, je zit nog na te denken over bestad? Ja, ik vind dat een mooier woord dan besteedde. Dus. Het begon dus te regenen. En met regenen bedoel ik plenzen. En met plenzen bedoel ik alsof de Atlantische oceaan zichzelf optilde en zich leeg stortte boven mij. Waarom het nou precies boven mij was, wie zal het zeggen? Ik had er schoon genoeg van dus ging ik terug naar mijn hotelkamer. En ik trok daar inderdaad schone kleren aan. Ik had er immers genoeg mee. Het liep tegen 4-en, ik vond een dutje een nuttige bezigheid.

Toen ik wakker werd was het weer weer opgeklaard. En met opgeklaard bedoel ik pffffffffff, wat is het fukking warm! Omdat ik de gehele noordflank, vanaf mijn hotelraam gezien, reeds bezocht had, ging ik de zuidflank (Sword beach) aan een nadere inspectie onderwerpen. Ik reed via Hermanville-sur-mer richting de haven van Ouistreham. Onderweg passeerde ik hotel Le Canada en door het open raam van m’n auto moonde ik even hun kant op. Nu zijn havens en ondergetekende nooit een goeie combi geweest en ook nu scheelde het niks of ik had op de ferry naar Portsmouth gezeten. Over de stoep, tegen het verkeer in en mijn perfectie imitatie van een sirene hielpen me de juiste weg weer te vinden. Ook Sword beach viel in de categorie van de andere stranden. Slordig.

Met een lichte knal was de avond gevallen en het werd weer schemerig. Ik had genoeg gezien, ik had honger, ik ging terug naar het hotel.

Het was druk in het dorp. Ik verklaarde het aan de late etenstijd in deze regionen. Ik draaide de parkeerplaats van het hotel op, geen plek! JA, WAT ZULLEN WE NOU KRIJGEN ZEG! Al gauw kreeg ik in de gaten dat er opvallend veel hardlopers (van die tochtstrippen) rondhuppelden. En direct na die gedachte ging bij mij het lampje branden dat zij het hele dorp bezet hadden met hun auto’s. Het bleek dat er één of andere strandloop georganiseerd was. JA censuur DE censuur DE censuur! Ik werd woest. Ik zette mijn auto zo neer dat zeker 3 anderen er met geen mogelijkheid uit konden. Woedend banjerde ik naar het strand. Ik was voornemens om de eerste de beste Dolf Jansen keihard neer te hoeken. Ik liep voorbij de strandtent en opeens kwam er een droomvrouw mij tegemoet. Ze glimlachte. Ik bleef stokstijf staan, zij deed hetzelfde. In de hoop dat ze Grunnings verstond vroeg ik haar of ze iets wilde drinken. Ze knikte en samen liepen we de strandtent in. Ik bestelde een Heineken voor mij, zij ging voor een glas rouge. We hieven onze glazen om te proosten toen er ineens een boom van een vent binnenkwam. Hij leek me geen hardloper. Ja, misschien 3 in 1. Hij keek boos naar droomvrouw naast me en begon in het Frans tegen haar te schreeuwen. En een tel later richtte hij zijn woede op mij. Ik besloot dit niet af te wachten en zette het op een rennen. In de verte hoorde ik de vent volledig uit z’n plaat gaan.

Op het bed in m’n hotelkamer kon ik maar 1 ding bedenken; Dat komt toch alleen maar voor in Dallas? Zondag ben ik naar huis vertrokken. Ik vond het een onvergetelijke ervaring. Ik kan het aanraden mocht je geïnteresseerd in D-Day zijn.

BOE!

BOE!Ik las bij mijn goede vriend en tevens blogleermeester over zijn hachelijk avontuur in het spookhuis. Deed me denken aan één van mijn capriolen op de wereldberoemde meikermis in Mei (joh!) ergens in de late 80’s in Groningen. Ik was er met een vriend. Onze favoriete attractie was de Octopus. In de rondte, omhoog, omlaag en de kassagast opzwepen om steeds sneller te gaan. Mooi!
Maar goed, dat verveelde na een uur eigenlijk ook wel en we besloten het spookhuis in te gaan. Bij gebrek aan beter trouwens hoor want gaap – boeiuh – uitrekken – wegdutten – en had ik al gaap gezegd? En dat was ook deze keer niet anders. Een hoop ‘enge’ geluiden, wat doodskoppen, een zwerm vleermuizen vlak over onze hoofden, griezelwijven die uit de muur kwamen, we waren er niet echt van onder ingedrukt.
Tot we voorbij de derde bocht kwamen. Plots liep er iets naast ons karretje. Het bleek een gorilla te zijn, zagen we toen er wat flikkerlichten gingen branden. Waarschijnlijk iemand in een gorillapak, denk ik nu hoor. Ik heb nog nergens gelezen dat gorilla’s een spookhuis als habitat gebruiken namelijk. Vriend, een talentvolle bokser, bedacht zich niet en haalde direct uit. Gorilla ‘oefde’ en viel op de grond terwijl wij verder rolden in ons karretje. ‘Wat een mafkees joh!’, schreeuwde vriend. Ik had een slappe. “Kom, we gaan terug.”, zei hij toen de uitgang in zicht kwam.
We stapten uit het karretje en slopen het donkere hol in. We hoorden het volgende karretje aankomen en ja hoor, daar kwam gorilla weer uit een spelonk om naast het karretje te rennen. Een hoop gegil en gekrijs hoorden we. Waarschijnlijk twee meiden in het karretje. En dat bleek te kloppen toen ze ons voorbij rolden.
Gorilla zagen we teruglopen naar zijn verstopplek. Dit was onze kans. Als twee losgeslagen psychopaten renden we schreeuwend op ‘m af. Gorilla keek verschrikt om en zette het op een lopen.
Nou, en zo hebben we hem via de ingang naar buiten gejaagd.
WHOEHAHAHAHAHAHAHA!

Oh man, die kwajongensstreken van vroeger, ik mis dat.

We BOE’en!

Vroeger

img_1554Vroeger. Toen ik al kekke overhemden droeg. In de meest modieuze kleuren. En ik de flappen toen al over de V-hals had.
Vroeger. Toen ik mijn neus nog niet vier keer gebroken had. En sproetjes welig mijn gezicht sierden.
Vroeger. Toen ik al aardig zwoel in de camera kon kijken. En ik al een alleraardigst charmante glimlach tevoorschijn kon toveren.
Vroeger. Toen kapper Smit (of was het toen al de buurman?) mij een coup ‘Valhelm’ aanmat. En ik blijkbaar flaporen had?
Ik denk dat deze foto ergens rond mijn achtste jaar moet zijn gemaakt en ja lieve lezer, dat was nog in de seventies.

img_1553Vroeger. Toen Nike T-shirts tha bomb waren. En ik een hele coole grijze met blauw logo op de borst had.
Vroeger. Toen de sproetjes op en rond mijn neus sproeten werden. En ik al minimaal één keer mijn neus gebroken had.
Vroeger. Toen zwoel kijken een handelsmerk van me was geworden. En ik de alleraardigste glimlach tandenloos introduceerde.
Vroeger. Toen gel nog niet bestond bij ons thuis. En dat mijn (eventuele) flaporen al redelijk ingedaald waren.
Op deze foto ben ik een jaar of 11, misschien 12.

img_1564Vroeger. Toen de mat zijn intrede deed. En ik golvend haar bleek te hebben.
Vroeger. Toen mijn blonde haren donkerder en donkerder werden.
Vroeger. Toen de muren in onze woonkamer nog van hout waren.
Vroeger. Toen blokjesshirts toen al mijn favoriet waren.
Vroeger. Toen ik al vrij snel een zomerse teint had.
Hier moet ik zo rond de 14/15 zijn. Mijn neus was voor de zoveelste keer gebroken geweest, het voetballen/trainen kwam me diezelfde neus uit en ik stopte per direct met keepen. Ik ontdekte de vrolijke kant van het leven (op de totale foto staat er een glas Blue Curaçao voor m’n neus).

Ik dacht altijd dat er weinig foto’s van mij in mijn jeugd waren. Tot moeke deze week zei dat ze een oude doos heeft. Nee, dat is niet waar, dat schreef ik voor de lollig….. hahahahaha.
Ze heeft 2 laatjes vol foto’s van vroeger. En daar ben ik eens even ingedoken. Mooi hoe herinneringen boven komen! Herinneringen waar ik zonder die foto’s nooit meer aan gedacht zou hebben waarschijnlijk.
Ik mag de stapel foto’s meenemen van haar. En daar ben ik blij om. Zo kan ik jou, lieve lezer, ook eens iets vertellen over mijn vroeger. Hoe leuk is dat!?

We vroeger’en!

BudSpenceren

Bud Spencer

Pa nam mij wel eens mee naar de bioscoop, als er weer een ‘4 vuisten’ film draaide. Het moet begin jaren 80 zijn geweest. Ik als jochie vond het geweldig als Bud Spencer en Terrence Hill weer eens een stel (elke film dezelfde!) boeven tot pulp mepten. Terrence was de handige, snelle knokker, Bud bleef vaak heel lang sloom uit zijn ogen kijken om dan met de ultieme bitchslap of hoofdstomp de uitdagende bad guy de tent door te slaan waarna het 4 vuistenfeest begon. Slappe lach bij ons dan. En die mepgeluiden erbij! *DSSSS* Schitterend. Bud Spencer is gisteren op 86-jarige leeftijd overleden. R.I.P. ouwe reus.

Ik heb een tijd terug onderstaand fragment aan de jongens laten zien en sindsdien budspenceren wij erop los. *Budspenceren: een vuistslag en/of bitchslap vergezeld met een mepgeluid *DSSSS* welke tot op maximaal een centimeter van het gezicht of ander lichaamsdeel geplaatst wordt.
Als ze een beetje vervelend of wat lawaaierig zijn, sta ik langzaam op, loop naar ze toe en geef ze allebei een budspencer. *DSSSS* Ze hoeven er trouwens niet eens vervelend of lawaaierig voor te zijn, regelmatig budspencer ik ze uit het niets. *DSSSS* Lollig is dat! En ze doen het ook bij mij. ‘Papa, kijk eens!’ *DSSSS*

Dat geeft wel eens hilarische situaties. Ik haalde ze tussen de middag van school, het vriendinnetje van Sam was ook mee. Dikke pret in de auto natuurlijk. We stonden voor het verkeerslicht, ik deed de muziek wat harder en zong keihard mee. Alle drie schreeuwden ze dat de muziek zachter moest. Ik zuchtte en budspencerde eerst Teun, die voorin zat. *DSSS* Daarna in één beweging de twee achterin. *DSSSS DSSSS* In de binnenspiegel zag ik de vrouw achter ons verschrikt kijken. Toen ze even later de mogelijkheid had ons in te halen, bleef ze even naast ons rijden en keek mij streng aan. Ik keek glimlachend terug en met m’n linkervuist door het open raam budspencerde ik haar ook. *DSSS* Wij lachen! Hahahahaha.

Of die ene keer op het schoolplein. Ze kwamen op me afgerend en ik gaf ze allebei een flinke budspencer. Juf met grote ogen. Wij lachen! Hahahahahaha.

Ik haal ze straks weer van school. Ik zal ze vertellen dat één van mijn jeugdhelden overleden is.

 

We BudSpencer’en!

Groninger

MG

Mag ik je voorstellen, toekomstig topcoach; Marcel Groninger.

Marcel en ik gaan een long way back. Ik geloof dat het in de D’tjes was dat hij bij mij in het team kwam. Een lang, houterig ventje. Van de andere kant van de stad. Beetje vreemde eend in de bijt in het team van vooral buurtjochies. Maar voetballen kon ie! Hij bleek de ontbrekende link te zijn in het te vormen superteam van trainer Jan M. Marcel was de onbetwiste spits. Hij scoorde aan de lopende band en zorgde er mede voor dat ik als keeper in wezen nooit een drol te doen had. Ik kan me een seizoen herinneren van 105 voor en maar 5 tegen.

In de B’ers ging ik van voetbal af, Marcel bleef. Ik ben hem daarna een tijdje uit het oog verloren. Tot ik hem eens vanaf de zijlijn bij een toernooi voor 1e elftallen als een baas op het middenveld zag heersen. Een grote, stevige, irritante vent waar de arrogantie vanaf droop. Mooie voetballer met een geweldige trap. Een plaag voor tegenstanders.

Mijn leven ging verder in een ander deel van Nederland en van Marcel hoorde, zag of vernam ik weinig. Af en toe was m’n moeder hem tegengekomen en kreeg ik de groeten maar daar hield het wel mee op. Ik had geen idee wat hij voor werk deed maar ik stond er in elk geval niet van te kijken dat hij voor het trainersvak had gekozen.
Met Be Quick werd hij in 2013 kampioen van de Hoofdklasse C. Een enorme prestatie. Ik vond zijn telefoonnummer op de website van de club en ik stuurde hem een felicitatie sms. Ik kreeg zowaar antwoord terug. 
In ditzelfde jaar werd Marcel zelfs verkozen tot beste amateurtrainer van Nederland. Ik zie hem daar nog staan naast Frank de Boer en Louis van Gaal. Ik had er een trots gevoel bij, dat zal ik eerlijk zeggen.

Marcel werd trainer van HHC Hardenberg, een topklasse club. En ook hier was hij redelijk succesvol met als hoogtepunt het bereiken van de kwartfinale van het bekertoernooi 2015/2016 door winst op eredivisionist NEC. Na 3 seizoenen heeft hij HHC Hardenberg verlaten om komend seizoen assistent-trainer te worden van Ernest Faber bij FC Groningen. En dan hoef ik niet uit te leggen dat het nog een kwestie van tijd is voordat hij hoofdtrainer van een eredivisionist is. En daarna een Europese topclub, daar ben ik van overtuigd.

Tja, en dan heeft hij natuurlijk een assistent nodig. En laat ik mijzelf daar nou uitermate geschikt voor vinden. Natuurlijk heeft Marcel weet van mijn trainerscarrière. Natuurlijk weet Marcel dat ik mijn team van 0 naar een kampioenschap geloodst heb. Natuurlijk weet Marcel dat ik op mijn hoogtepunt ben gestopt. En natuurlijk weet Marcel dat ik een enorm tactisch brein ben. Ik ben tenslotte niet voor niets tegenwoordig de Johan Cruijff onder de voetbalkijkers. Ik kijk 5 stappen vooruit. Natuurlijk weet hij dit alles.

Nu hoef ik niet gelijk bij de eerste de beste topclub als assistent aan de slag hoor maar Marcel, wanneer je bondscoach wordt, je hebt m’n nummer!

We topcoach’en!

Hou gewoon je bek!

Sssst

Ik las dat er weer eens wat ophef in ophefland was. Deze keer over 4 mei, Dodenherdenking. Een droevig ding wilde er niet aan meedoen omdat…….. Ik heb het niet eens gelezen. Wat een sneuheid.

Ik heb gelukkig de oorlog niet meegemaakt. Maar ik kan wel zeggen dat ik er erg bij betrokken ben. Het heeft mijn volledige interesse, ik ken een Engelse veteraan persoonlijk, ik zag veel documentaires, ik las veel materiaal, ik ben op meerdere herdenkingsplaatsen geweest en ik ben kortgeleden bij de HEL OP AARDE geweest. Zodra je dit alles in je achterhoofd hebt, denk je wel twee keer na alvorens je zoiets stompzinnigs openbaar maakt. Het zal de leeftijd zijn, zullen we maar zeggen.
Maar heeft de leeftijd er überhaupt iets mee te maken, vraag ik me dan af? Ik vertel mijn jongens zo nu en dan over de oorlog, over de grootste schurk aller tijden en over het belang van een Dodenherdenking. Het hoort bij de opvoeding, is mijn mening.
Miljoenen mensen zijn gestorven tijdens die gruwelijke jaren. Geen joden, geen moslims, geen christenen, geen moffen, geen nazi’s maar mensen zijn gestorven. En sommigen op de meest brute wijze denkbaar. Dáár staan we 2 minuten voor stil.
Evenals vorig jaar zat ik nu weer in de auto. Ik stond voor het verkeerslicht. Op het moment dat ie op groen sprong, bleef ik staan. De auto’s achter me deden hetzelfde. Eensgezind. Respect. Geen boze blik of claxon. Zoals het hoort.

Wat jij doet tijdens de 2 minuten stilte is helemaal aan jou.
Maar als je ook maar een greintje fatsoen in je donder hebt hou je gewoon even twee minuten je bek en sta je stil bij de verschrikkelijkheden van toen.

Mijn eerste hoogtepunt

nationale-nederlanden-donar-1981-1982Ik had mijn allereerste hoogtepunt in 1982. Om exact te zijn op zaterdag 10 april 1982.

Addy was vroeger mijn buurjongen van een paar huizen verderop. Hij was (is) ouder dan ik, ik was toen 11 en hij was toen 18 (handig, internet!). Ik speelde vaak met hem op het schoolplein. Voetballen en basketballen. Ik was zijn vriend, hij was een vriend van de familie.
Op die bewuste zaterdag kwam hij tegen het einde van de middag bij ons aan de deur en vroeg hij mij of ik mee wilde naar Donar. Ik had geen idee wat dat was maar mijn ouders vonden het goed. Samen liepen we naar De Evenementenhal en gingen linksboven in de hoek van de tribune staan. Zitten kon niet want de hal was afgeladen.
Het bleek om de kampioenswedstrijd van de Groningse basketbalclub Donar te gaan.
Nationale Nederlanden Donar tegen Nashua Den Bosch.
Ik had dit (of zelfs zoiets) nog nooit meegemaakt en mensen, WAT VOND IK HET GEWELDIG! Met recht het allereerste hoogtepunt van m’n leven.
Natuurlijk hielp de winst en daarmee het allereerste Groningse basketbal kampioenschap ook maar de sfeer an sich, dat maakte een enorme indruk op het jonge ventje naast Addy. Het team onder leiding van Maarten van Gent met spelers als Appie van de Ark, Martin de Vries, Al Faber, Frank Ardon, John Franken en de Amerikanen Jimmy Moore (dunkkoning!) en David Lawrence zetten sportief Groningen op de kaart.

Ik moet me sterk vergissen maar het kan niet anders dan dat ik toen op die dag verknocht werd aan het basketballen. Niet dat ik zelf ging spelen (ik had wèl talent maar vooral bij het schoolbasketballen) maar het basketbalwereldje zoog me naar binnen.

Moses Malone

Ineens viel me op dat sportwinkels vol hingen met posters van iconische NBA-spelers zoals Larry Bird, Julius Erving (Dr. J) en Moses Malone. Dit had natuurlijk veel te maken met de opmars van Nike in Nederland. Zij spiceden de sportzaken aardig op, eerlijk is eerlijk. En hoewel ik erg weg was van hun posters en billboards was Nike toch niet mijn merk. Ik moest en zou de basketbalschoenen van Adidas hebben. Want die vond ik mooi. Maar dan wel de ‘low’ versie.adidas-originals-top-ten-low-shoes-enl-shoes-1586654115Toen ik zelf wat geld verdiende heb ik ze uiteindelijk ook gekocht en het zijn nog steeds mijn favorietste schoenen aller tijden. Als iemand weet waar ze in Nederland te koop zijn, graag een reactie. Ik wil ze!

Ik ben al tijden niet meer geweest maar met grote regelmaat bezocht ik met een heel stel vrienden voorheen de wedstrijden van Donar. Wij waren eigenlijk het sfeerteam in de hoek van de houten tribune. Bij ons was het lachen, gieren en aanmoedigen. Als hij er was kwam zelfs Dè Mart bij ons staan. Need I say more?

Volgend week zaterdag speelt Donar in Groningen een belangrijke play-offwedstrijd. Misschien dat ik Sam eens meeneem naar zo’n evenement.
Het wordt wel tijd voor zijn eerste hoogtepunt, me dunkt.

We hoogtepunt’en!

I would die 4 U

Prince+I+Would+Die+4+U

Nikki was een klasgenootje van me. Ze was een beetje een aparte. Kortgeschoren haar, krakerskleren, beide oren vol oorringen. Zij was het die mij deed kennismaken met de muziek van Prince. Ze hield een spreekbeurt over het album ‘Purple rain’, waarschijnlijk omdat ‘Darling Nikki’ erop staat?  Het heeft indruk op me gemaakt want ik weet het 32 jaar later nog steeds. Purple rain (het nummer) was wel een sensatie, kan ik me herinneren. Tenminste de complete versie, niet de radio edit.

In die tijd was er één keer in de maand een disco in ons buurthuis. Dat was een happening. Daar kwam iedereen. Mijn toenmalige vriendinnetje was een groot Prince fan. En dansen dat ze kon!
‘I would die for you’ was haar favoriet. En ik was als haar hormonale pubervriendje altijd dolgelukkig als de dj dat nummer draaide. Ze ging dan volledig los op de dansvloer en deed ze de bij dat nummer horende tekens.
I would: vinger op haar borst
die: vinger op haar slaap
for you: wijzend naar mij.
Vol trots en met een enorme glimlach van oor tot oor keek in dan altijd flink om me heen.
Mooie tijd was dat.

En nog steeds als ik ‘I would die for you’ hoor, moet ik aan haar denken.

Prince, een groot artiest. #RIP

ps. Ik vind ‘Gold’ zijn beste nummer.

 

 

Overhemden

overhemdenSsssssst! Luister eens! ……………………………..
Hoor je dat? Dat zijn rasse schreden. De rasse schreden van mijn verjaardag die naderen. Nog effetjes, lieve lezer!

De borstel boven dit stuk verraadt het al een beetje, dees anekdoot gaat overhemden (*padoem tssjj – woordgrapalert!*).
Ik heb een beetje een overhemdfetisj. Of fetisj wil ik het eigenlijk niet noemen. Ik loop gewoon graag in een overhemd. Trouwens, ik sta, zit of lig ook graag in overhemd hoor. Niet dat je denkt dat ik de hele dag loop.
Over het algemeen draag ik 99,93% van de tijd een overhemd. De overige 00,07% blootgetorst om het plaatje compleet te maken. En dat laatste is vaak zomers.
Ik vind dat netjes staan (of zitten of liggen, je snapt wat ik bedoel). En om het dan een klein beetje over fetisj te hebben, het liefst heb ik de overhemden een beetje apart. Van die overhemden die een man met lef draagt, zeg maar. Ruitjes, blokjes, streepjes, bloemetjes, bijtjes, knuffelbeertjes, gnoes, het maakt mij niet uit. Ik heb ooit eentje gehad met een sinaasappelmotief. Schitterend ding!
En de kleur mag wat mij betreft ook zo onverwachts en opvallend mogelijk. Ja, lieve lezer, stiekem ben ik toch wel een overhemdfetisjist.

Maar dan wel een spijkerbroek eronder hè! Het moet wèl casual zijn. Een excentriek overhemd staat natuurlijk niet als onderdeel van een pak. Nu ben ik ook geen pakkenman. Sterker nog, geen enkele man is een pakkenman. Ja, voor z’n werk. Maar zodra ie thuis is, is het eerste wat hij in een hoek mikt zijn pak en slipt hij in something more comfortabelers. (Vrouwen die denken dat mannen 24/7 in pak lopen (ik ken er ècht eentje, whoehahahaha), droom mooi verder. Die bestaan niet.)
Nee, een pak wil ik nog wel eens dragen bij speciale gelegenheden. Geen haar onder mijn oksel die eraan denkt een pak in mijn vrije tijd te dragen. Ben geen droomman. Oh wacht.

Maar goed, mijn verjaardag dus. Ik begrijp dat jij hoofdbrekens hebt over een cadeau pour moi.
Nou, lieve lezer, doe mij een mooi, excentriek overhemd cadeau, zou ik zeggen. Boven enkele voorbeelden.
Je kunt mij niet blijer maken!

We overhemd’en!

Duiding

Dominicaanse republiekIk ben er eindelijk achter wat er aan mij schort. Wat er mis met me is. Waarin ik mezelf moet verbeteren. Het heeft me wat slapeloze nachten en een flink aantal denkwerksessies gekost maar, lieve lezer, ik kan EUREKA! roepen. Ik heb ‘t!
Mijn dieplollige prijsvagen op dees jolijtsijt slaan niet aan omdat ik nooit de antwoorden vermeld. Duhuu. En daar ga ik nu verandering in brengen.

Bij de laatste prijsvaag die ik hier plaatste stelde ik 1 vraag met 2 antwoordmogelijkheden.
WAAROM IS DE NIEUWSTE EDITIE VAN WIDM SPECIAAL VOOR MIJ?
Nou, lieve lezer, hier volgen de antwoorden dan:
1. Er speelt een deelnemer mee met de achternaam Schollaardt. En laat die achternaam nou ook voorkomen in mijn familie!
2. De serie speelt zich af op de Dominicaanse Republiek. En laat ik daar nou ook geweest zijn!
Wolla, de 2 antwoorden!

Dominicaanse Republiek, we (voormaligje en ik) vierden onze vakantie daar in 2000. Mooi land! Ik weet er niet meer zo gek veel van en dat wat ik nog wel weet ga ik nu opschrijven. We kwamen in de stromende regen aan bij ons verblijf in Sosua. En met stromende regen bedoel ik STRO-MEN-DE regen. Goeiendag, nog nooit zoveel regen gezien. Ik weet nog dat ik dacht ‘ben je in het midden van het paradijs, krijg je dit’. We hadden een hutje achter op het terrein. Zo eentje met rieten dak. Langs een pad omlaag met trapstenen kwamen we bij de bar en het restaurant. “Pas op, een slang!”, schreeuwde ze eens uit. Ik sprong 36 meter de lucht in, bleek het een tuinslang te zijn……………………… Je moet weten, ik schijt boekdelen voor slangen. Flauwe grap van haar!
Achter de bar werkte Patrick. Tenminste, zo noemde ik hem. Hij leek op Kluivert. We werden vrienden. En we hebben hem en zijn vriendin een avondje mee uit genomen. Hier maakte ik kennis met Que si, que no en ik merenquede m’n kont eraf. Wat een lekker nummer! Die moest ik hebben. Bleek het Nederlands te zijn! En het stond al 88 weken op 1 in de top 40…………….. Toen luisterde ik al geen radio meer.
Het laatste wat ik me herinner is de Amerikaanse zanger in het restaurant. Uit Chicago kwam ie. Zo’n gast met een elektrische gitaar en een microfoon. Ik vond hem goed, deed me denken aan George Benson. Hij vertelde dat hij geld bij elkaar speelde om rond te komen. Hij had al zijn geld in het maken van een cd gestoken maar dat de verkoop ervan erg tegenviel. Ik had met hem te doen, ik kocht zijn cd. De kwaliteit was beroerd, heb net even in de collectie gekeken en ik heb ‘m niet eens meer.
Oja, en natuurlijk hebben we het Bounty-eiland (Isla Saona) bezocht maar waar ik ook keek, nergens een Bounty te krijgen hoor! Laat je niets wijsmaken!

De foto is van het uitzicht vanuit ons verblijf. Zelf gemaakt en hij hangt nog steeds bij mij op de wc. Maar deze informatie kun je vergeten. Ik bedoel, hoe groot is de kans dat jij, lieve lezer, ooit op mijn wc je boodschap komt doen?
Nou, dat was het wel. Zal ik er voor de vorm nog een prijsvaag tegenaan gooien?

WELKE WERELDBEROEMDE ZANGER IS IN 1998 VERONGELUKT OP DE DOMINICAANSE REPUBLIEK?

We antwoord’en!

Baalmoment

DenkerWat ik heb opgestoken van de cognitieve therapie is dat ik flink ben gaan nadenken (En vooral praten! Dat is al heel wat voor mij!) over de baalmomenten in mijn leven. Ja, ik noem het baalmomenten. Trauma’s vind ik zo zwaar klinken.
Vanmiddag deed ik weer een wandelingetje en ik kwam voorbij nòg een baalmomentje van me. Eentje die ik nog niet had opgesomd. Weliswaar een kleintje maar ik besefte me dat ik er toen wel verschrikkelijk van baalde.

Voormaligje en ik stonden ingeschreven voor een woning in ons huidige deurp. We wilden er dolgraag naartoe verhuizen. Bijna wekelijks reageerden we en telkens kwamen we dichterbij. Een rijtjeswoning in de nieuwbouwwijk werd op een gegeven moment aangeboden. “Wow, een splinternieuw huis!”, dacht ik. We reageerden en al gauw kregen we bericht dat we als 2e op de wachtlijst stonden. De lui die als eerste een ja of nee konden uitbrengen hadden tot die vrijdag 16.15 uur de tijd om de knoop door te hakken. Ongeduldig als ik kan zijn belde ik die vrijdag om 16 uur naar de woningstichting. Er was nog geen reactie van de 1e plek maar “ze hebben nog tot 16.15 uur”. In gedachten richtte ik ons nieuwe huis al in.
Klokslag 16.16 uur belde ik weer naar de woningstichting. In gesprek. Om 5 voor half 5 kreeg ik ze te pakken. En? En ?
……………………………………
Ze hadden om 16.10 uur gebeld en aangegeven dat ze het huis namen.
^@#$$^%$%^%$&&^*%&$** en ik mikte de telefoon in de hoek.

Enkele weken later kregen we alsnog een woning in ons zo geliefde deurp en na een flinke verbouwing heb ik daar best prettig gewoond. Maar mèn, wat had ik graag in dat nieuwbouwhuis willen wonen.

We baalmoment’en!

De ballen!

  
Als ik het me goed herinner ben ik in m’n 44,10 jaar maar 3x zwaar getroffen door lichamelijk ongemak. En de mannelijke lezers weten waar ik het over heb als ik ZWAAR getroffen zeg. De testikels. De testi’s. De kroonjuwelen. De ballen. Man, wat doet dat pijn! Voor de vrouwelijke lezer zal ik de pijngradatie even schetsen: doe mij maar liever de geboorte van een elfling, in één keer dan een tik tegen de ballen. 

De eerste maal was het direct 6x raak. Het was ergens begin van mijn hoogtijdagen in Groningen. De laffe gast waarmee ik vocht trapte me 6 keer op de gevoelige plaats nadat ik over de stoeprand was gestruikeld en op de grond lag. Het heeft me drie weken gekost om van deze aanval (en slechte dekking van mij natuurlijk!) te herstellen………

De tweede maal dat ik even out ging was tijdens een voetbalwedstrijd. In het bierelftal waarin ik speelde was ik die dag de keeper. Het was tegen het gezelligheidsteam van mijn zwager. Onze linksback werd op snelheid gepasseerd en hun buitenspeler kwam alleen op mij af. Ik kwam uit en gleed horizontaal op de bal af. (Want zo hoort dat, keepers van tegenwoordig! Niet met de benen naar de bal, het lichaam moet overdwars!) De buitenspeler schoot hard en gericht. Vol in mijn zak………..

De laatste keer was gisteren. Ik speelde ‘gevangenisje’ met Teun. Ik klem hem dan vast en hij ontsnapt want hij is de sterkste boef ter wereld. Ditmaal lag ik op de bank en had ik hem met een beenklem gevangen. En hoe hij het ook probeerde, hij kwam maar niet los. Ook logisch want dit was de sterkste gevangenis ter wereld. Sam zag het allemaal aan vanuit zijn stoel en besloot te helpen. Hij legde zijn tablet aan de kant en riep;” IK KOM JE HELPEN, TEUN!” Hij ging voor de bank staan, hief zijn vuist omhoog en met één slag vol op den scrotum brak hij de sterkste gevangenis ter wereld open……….

Ik ben een kwartier knielend en puffend op bed gaan liggen. Zo onder de de douche maar even zien of ze nog werken.

We bal’ en!

Zorgen

  
Ik ben opgegroeid tijdens de Koude Oorlog. En vanzelfsprekend kreeg ik er in mijn jongste jaren weinig tot niets van mee. Ik leefde onbezorgd en groeide in alle rust op. Wèl herinner ik me de eerste keer dat ik met de gespannen sfeer in de wereld te maken kreeg. We waren op vakantie, ik moet een jaar of 10 geweest zijn. We waren op vakantie in Oostenrijk, in het plaatsje Hirschenschlag. Dit ligt tegen de Tsjechische grens aan. Toen nog het communistische Tsjecho-Slowakije. We maakten een rondwandeling en de eigenaar van het hotel gebood ons een witte zakdoek mee te nemen en ermee te zwaaien zodra we in het bos kwamen. Russische sluipschutters lagen enkele tientallen meters verscholen langs de grens die door het bos liep, zo werd ons verteld. Ik vond dat spannend.

Hierna kreeg ik natuurlijk in het leger te maken met ‘de vijand’. En werden we klaargstoomd om de Russische inval, die elk moment kon plaatsvinden, tegen te houden. Ik vond dat al wat minder spannend, ik had immers inmiddels het besef van kernwapens aan beide zijden dus een grondoorlog leek mij een beetje tè ambitieus van de legerleiding.

Mijn jongens groeien onbezorgd en in alle rust op. Zij hebben nog totaal niet het besef dat ik wèl heb. Ik maak me ontzettend veel zorgen over de huidige tijd en de gespannen sfeer in de wereld. Worden we weer een oorlog ingezogen? Weer een oorlog tussen Oost en West nu Turkije een Russisch vliegtuig heeft neergehaald? En wij, het Westen, Turkije hierin openlijk steunen? Of staan we aan de vooravond van een burgeroorlog tussen blank en zwart? Of is het nóg erger? Dat we niet meer veilig over straat kunnen omdat een stel religestoorden op elk moment en op elke plek dood en verderf kunnen zaaien?

Ik wil dat niet. Ik wil dat niet, politiek leiders! Hebben jullie enig idee hoe jullie met mensenlevens spelen? Onschuldige mensenlevens!

Houd op met weglachen, borstkloppen en egotrippen en zeg de mensen dat ze zich geen zorgen hoeven maken. Zeg onze kinderen, mijn kinderen!, dat ze in een veilige wereld op zullen groeien. Want ik krijg het niet over mijn hart om ze voor te liegen.

Fame

  
Ik was deze week weer eens met m’n muziek bezig. In de iTunes maakte ik onderscheid tussen slowmuziek en lovesongs. Ja, ik was in zo’n bui. En ik kwam één van de meest lieve nummers ever tegen. Het deed me denken aan vroeger.

Ik keek naar Fame. Geweldige serie vond ik het (er waren meer liefhebbers trouwens, het was een wereldwijde hitserie). Geen idee waar het over ging. Ja, over een dansschool. Maar verder kom ik niet. Leroy, die ken ik nog. De donkere sterdanser. Met z’n enorme bobbel in z’n legging. En die lerares, leuk ding! Maar een soort van verhaallijn? Werkelijk geen idee. Ik geloof ook niet dat ik nu behoefte heb om de serie terug te moeten zien. Volgens mij ben ik daar tegenwoordig te weinig gay voor. Maar toen? Man, ik kroop in de tv! Ik was een jaar of 10/11, toen kropen we nog in tv’s, lieve (jeugdige) lezer.

Maar er is één scène die ik me nog heel duidelijk voor de geest kan halen. Één scène die zó zielig was dat ik me niet voor kan stellen dat ik het droog hield. Kom op zeg, ik zag deze week de scène terug en de tranen biggelden over m’n wangen. Dus, dan weet je het wel. Het ging over het afscheid van een oude man van wie ik geen idee heb welke rol hij nou precies speelde. Hij zat op een stoel in het midden van een ruimte en de complete cast zong voor hem. TRA-NEN-TREK-KEND mooi. 

Ach, kijk en beoordeel zelf maar. Ik zal een doos tissues voor je klaarzetten.

Starmaker

Ik, de vrouwenmishandelaar

VrouwenmishandelaarJe kunt het tegenwoordig haast niet meer voorstellen maar vroeger stond ik in stáád bekend als vrouwenmishandelaar. Ik! De liefste, vriendelijkste, gezelligste, leukste vent die jij kent als vrouwenmishandelaar! Geloof je toch niet?
En toch is het zo. Er lopen op deze kloot zeker 4 volwassen vrouwen rond met een brandmerk van mij. En dan is ‘t brandmerk een litteken. Tja, je bent met mij (geweest), dan zal je me niet vergeten ook!

M’n eerste dinnetje zum bleistift, die heb ik een gat in d’r kop gegooid. Ik kon vroeger heel ver gooien. En vroeger is tot ik m’n schouder vermorzelde in het leger maar dat verhaal staat hier wel ergens op de site. Zoek het maar ff op mocht je daar trek in hebben. Wij woonden in een rijtjeshuis met een voor -en achtertuin. De voortuin lag voor en de achtertuin lag achter het huis. En dat is volgens mij vaak zo bij voor -en achtertuinen. Ik had die dag net een honkbalbal op de kop getikt. Zo’n echte harde, mooi ding. Dinnetje, uit privacyoverwegingen noem ik geen namen, geloofde niks van mijn stoere gooipraat en daagde me uit. Zij ging in de achtertuin staan, ik bleef voor. Ik wierp over het dak. Heel even later hoorde ik een gil gevolgd door een vreselijk huilen. Omdat ze tegen de zon in keek, zag ze de bal te laat aankomen. PATS, op haar voorhoofd. En bloeden jonguh!
Dus.

Het 2e scharreltje zat bij me achterop de fiets. En dan op zo’n typische vrouwenmanier. Met beide benen aan 1 kant. Ik vind dat niet handig. Maar aan de andere kant, er zijn weinig vrouwen met scrota. We fietsten naar haar huis, het laatste stukje over de stoep. M’n bedoeling was goed, de uitvoering eigenlijk ook. En als je gewoon zoals mannen zitten, met aan beide kanten van de fiets een been, dan is het geen probleem als je tussen 2 betonpaaltjes door moet. Nu ging het dus mis. PATS, tegen haar knie. En bloeden jonguh!
Duss.

Bij het 3e meiske gebeurde precies hetzelfde als bij de 2e alleen reden we toen naar mijn huis. Oja, en het was de andere knie. Bloeden jonguh!
Dusss.

De mishandeling van m’n vierde slachtoffer is het meest hilarisch van allemaal. En de manier waarop was ook zo doordacht. Ik hielp haar met het aanleggen van het tuinpad. Haar vriend was werken (ssssst, we hadden een affaire, niet verder vertellen!) en om het haar alleen te laten doen ging me te ver. Vriend had een grote bult grindstenen voor de deur laten bezorgen, wij zouden het pad ermee vullen. Tussen de vrijpartijen regenbuien door ging het best redelijk, moet ik zeggen. Zij vulde het pad met de dikke grindstenen, ik bracht haar telkens een kruiwagen vol. Terwijl ik weer eens m’n bi –en triceps tentoon spreidde met een volle kruiwagen, stapte ik op zo’n steentje. Ik verloor m’n evenwicht en om mezelf te redden kieperde ik de kruiwagen om. Opgefokt als ik in die tijd was, begon ik te vloeken en te schelden. Ik schopte ’t schuldige steentje met een rotschop weg. Direct gevolgd door een gil en een enorme huilbui. PATS, net boven haar rechterwenkbrauw kwam ie. En bloeden jonguh!
Dussss.

Tegenwoordig ben ik niet meer zo opvliegerig en verwond ik weinig vrouwen. Volgens mij heb ik de afgelopen 30 jaar nooit meer een vrouwmens mishandeld. Ik hoef ook niet meer zo nodig herinnerd te worden, daar heb ik inmiddels andere trucjes voor.
Hoe het tegenwoordig met de 4 bovenstaande slachtoffers gaat, geen idee. Contact volledig verloren.
Maar ik weet wel dat ze hun (klein)kinderen ooit zullen vertellen over die fantastische vent die hun dat litteken heeft bezorgd.
Kan me niet voorstellen dat ze dat niet doen.

We brandmerk’en!

Terugwegski

12033506_1038492862850924_126125014_nTegen half achten liepen we ons hotel weer binnen. We waren vanzelfsprekend behoorlijk aangeslagen van hetgeen we ervaren hadden, we hadden honger en vooral dorst. Of eigenlijk hadden we pure lust voor bier. Veel bier. Deze dag moest beneveld afgesloten worden.
Achter de receptie had het jongski plaatsgemaakt voor een, voor Poolse begrippen in elk geval, alleraardigst meiski. Ze zei zo lief ‘hallo’ terug dat ik mijn ‘halloooo’ nogmaals herhaalde en ik toverde mijn woest aantrekkelijkste glimlach tevoorschijn. Terwijl ik op onze kamer mijn oude lijf prepareerde voor ongetwijfeld een wilde afsluiting van de dag, ging mat ondertussen naar de bar om bier te scoren.
De bar was gesloten…………….. Het hele weekend…………….Watdefukski!
Toch had mat het voor elkaar gekregen door het meiski lief aan te kijken zij 2 halve liters Tyskie (goed binnen te houden!!) had geregeld. Naast het hotel zat een hotel/restaurant en het zag er uit als een tent waar vlees de hoofdmoot is. Dit leek ons de uitgelezen tent om voedsel te nuttigen. Ook hier stond een aller aantrekkelijkst, zij het jong, meiske achter de bar. Ook met haar legden wij, adonissen als we zijn, eenvoudig contact. Ook het feit dat wij de enige klanten in het enorme restaurant waren zal ongetwijfeld mee hebben gespeeld, bedenk ik me nu.
We besloten ons hier dan maar vol te gieten maar om 21 uur vond de baas het blijkbaar welletjes en verzocht ons de zaak te verlaten. Ik rekende wederom geen drol af en we liepen terug naar ons hotel.
Voor 16 Zloty’s per 2 halve liters (4 Euro!) was receptiemeiske best bereid onze glazen zo nu en dan vol te gooien en zo vulden we onze avond met napraten, elk woord met ski eindigen en natuurlijk gute fahrten.

We wilden op tijd vertrekken, de wekker hadden we gezet op 06.15 uur. Om 06.13 uur zat ik rechtop in bed, het brandalarm ging af. Brandweer met 3 wagens voor de deur. Goeiendagski!!!
Met coupe slaap, een droge muil en een stel flinke wallen liep ik naar de receptie. Het arme receptiemeiske was helemaal in paniek. Ik stelde haar gerust en nodigde haar uit met mij op het terras een sigaartje te gaan roken. Ze verkoos de brandweer te woord te staan en te begeleiden. Nou, DAN NIET!!
We namen weer een stevig ontbijt en zaten om 9 uur in de auto. Op weg naar huis. Op weg naar de vrouwen (oh wacht) en kinderen.
Het stuk Polen liep gesmeerd. De ETA was 17.23 uur, we hadden er zin aan. Maar eenmaal in Duitsland verdween die zin als sneeuw voor de zon. De baustelles, de strassen schäden, de 4 staus van elk een uur en het ontzettende strontweer beperkten onze snelheid flink. Tegen 22 uur kwamen we afgepeigerd bij mat thuis aan. Ik was rond kwart voor elf thuis.

Het was een onvergetelijke roadtrip. Ik ben ontzettend blij dat ik ‘m gemaakt heb. Het is een enorme verrijking van mijn leven om de waanzin en verschrikkelijkheden van (nog maar!) 70 jaar geleden van ‘dichtbij te hebben meegemaakt’.

Bedankt mat! Je was de juiste roadtrippartner!
Volgend jaar Hiroshima!

 

Crimineel

eight_col_xlarge_DSC00391Ken je deze gast? Dit sujet? Deze lillekert? Dit is Philip Rudzevecuis. Een Australische crimineel. Een lowlife. Je kunt het aan zijn porem wel zien. Heb je niets aan, zo eentje. Opsluiten, wegwezen en nooit weer naar omkijken. Dit soort lui zijn hulpeloos verloren. Daar moeten we geen energie in steken. Daar moeten we geen geld in stoppen. Daar zijn we beter af zonder dat dit soort figuren ademhalen.

MAAR HO HO! WACHT EENS EVEN! STOP DE PERS! HOUD JE PAARDEN!
Als we de vooroordelen even weglaten, wie zien we daar dan? Phil Rudd! De übercoolste drummer evah en mijn ultieme drumvoorbeeld. Ja lieve lezer, dit is de man die verantwoordelijk is (nou ja, een flink gedeelte dan) voor de sound van de beste nog levende rockband (nou ja, één van dan. Metallica doet ook aardig mee.) ter wereld; AC/DC.
Phil is een rechttoe rechtaan drummer. Geen moeilijke solo’s, niet 4 miljoen keer op de snare meppen en maar hopen dat je in het ritme blijft. Nee, gewoon padoem padoem tssjj – padoem padoem tssjj. Zoals het hoort, zou ik bijna zeggen. En dan heeft hij de snare ietsjes verzwaard waardoor je het typische rauwe AC/DC-geluid krijgt. (Nick Mason is trouwens ook zo’n relaxte drummer, maar dat terzijde.)
Deze ‘crimineel’ zorgt er telkens voor dat als Back in black (beste intro evah!) in mijn auto voorbij komt, ik volledig losga. Dat ik dik 4 minuten met m’n knieën stuur en dat ik het dashboard, het raam, de versnellingspook en de bijrijdersstoel gebruik om op te drummen.
Oh, wacht ‘s. Dat verklaart waarschijnlijk waarom ik zo af en toe iemand op de motorkap heb liggen. Hmmm, aandachtspuntje.

Ik heb vroeger een blauwe maandag (maar het kan ook een donderdag zijn geweest hoor, pin me daar niet op vast.) een drumlesje gehad. Spijt van dat ik het niet doorgezet heb. Als ik dan al een muzikant moet zijn, dan een drummer (of een zanger, ik schijn de karaokekoning te zijn). De drummer is toch het middelpunt van een band. Tenminste, ik heb nog nooit een drumstel links in de coulissen zien staan. En de drummer is hoofdverantwoordelijk voor het ritme. En als er iemand graag in het middelpunt staat en óók nog gevoel voor ritme heeft………………….Kijk maar eens in het woordenboek bij ‘staat graag in middelpunt en heeft ritme’. Je ziet mijn foto daar staan.
Dus.

Tegenwoordig drum ik alleen nog in de auto en thuis. Ik leg dan strategisch kussens om me heen op de bank en op tafel en dan ga ik lekker een potje drummen. Ziet er verschrikkelijk debiel uit maar hé, niemand kan mij zien. En trouwens, ik geef er toch nul fucks om. Het is een beetje mijn hobby. Ik had ook trompettist kunnen zijn maar hoe debiel denk je dat een beetje blazen op een kussen er uitziet?

Phil Rudd. De man werd verdacht van het inhuren van een huurmoordenaar. Tsssss. En er is bij hem een grammetje of wat Marihuana gevonden. HAHAHAHA. Houtensop man! Gaas boeven vangen!
Laat Phil lekker met rust. Laat hem gewoon doen waar hij goed in is, kontschoppend drummen!

Oh, lees net dat hij uit AC/DC is gezet.
Iemand een idee waar ik mijn sollicitatiebrief naartoe moet sturen?

Doe maar Dicht maar

 In 1986 stelde mijn lerares Nederlands voor als klas mee te doen aan ‘Doe maar Dicht maar’. Een landelijke gedichtenwedstrijd voor scholieren. Ik frommelde een licht erotisch raapsel over een tandenborstel in elkaar, juf zei dat ik ‘toch ’s een keer normaal moest doen’ en dat ze weigerde dit gedicht in te sturen. Ik hield voet bij stuk en zei haar dat dit mijn gedicht zou zijn. “Dit komt nooit door de jury”, zei ze.
Groot was mijn (en nog meer háár) verbazing dat ik enkele weken later uitgenodigd werd voor de Noord-Nederlandse finale in de Stadsschouwburg van Groningen.
Met mijn ouders ging ik die avond naar de schouwburg. Mijn ouders namen plaats in de zaal, ik werd verzocht me backstage te melden. Er waren 16 kinderen uitverkozen. We werden in tweetallen gedeeld, samen zouden we het podium op geroepen worden. Na de hele uitleg en rondleiding namen ook wij plaats in de zaal.
Het geheel werd gepresenteerd door Maarten Spanjer. Die kende ik wel van tv. Leuke man. Achter de piano zat een oude man. Geen idee wie het was.
Per tweetallen werden de winnaars het podium opgeroepen door Maarten, ze lazen hun gedichten voor, kregen applaus en hierna speelde de oude man op de piano een liedje. Zo kabbelde de avond rustig voort. Ik vond het wel mooi.
Het overgebleven tweetal was ik met mijn ‘maatje’. De oude man was klaar met zijn liedje, Maarten pakte de microfoon en riep alleen maatje op het podium. Huh??? Ik zat verbluft voor me uit te kijken. Zouden ze mij vergeten zijn? Ik begon te twijfelen. Nadat ‘maatje’ zijn gedicht had voorgedragen en weer naast me ging zitten hoorde ik Maarten mijn naam noemen. Hij vond mijn gedicht persoonlijk het beste gedicht en wilde mij alleen in de spotlights zetten.
Daar stond ik op het podium te shaken en te zweten een grote, donkere zaal in te staren. Met bibberende stem las ik mijn gedicht voor. Ik vond het doodeng. Het publiek lachte en klapte hard na de laatste zin. Ik werd iets meer ontspannen.
Maarten gaf me een hand, schreef iets bij mijn gedicht en gaf me een prijs (geen idee meer wat het was). De oude man kwam van achter zijn piano vandaan en ook hij gaf mij een hand en een schouderklopje. “Goed gedaan, jongen”, zei hij.
Alle 16 winnaars namen afscheid van het publiek en vol adrenaline zocht ik mijn ouders op in de foyer.

En die oude man? Dat was Heinz Polzer.
Drs. P.
Dat hij maar zacht mag rusten.

Ballenjongen

BallenjongenSam vindt korfballen leuk. Begreep ik van voormaligje.
……………*lange en diepe stilte*………………

Tja, wat vind ik daar nou weer van? Zal ik jullie vooroordelers over mij eens even flink op het verkeerde been zetten?
Ik vind het een slimme zet van hem. Het is immers de snelste manier om wereldkampioen te worden. (ja, denk daar maar eens over na). En ik kijk er ook helemaal niet van op. Hij is een ballenjongen én hij komt uit een korfbalfamilie. Mijn ouders korfbalden vroeger. Mijn zussen korfbalden vroeger. En, geloof het of niet, ik was zelf ook geen onverdienstelijke korfballer. Ik had trouwens de ‘met de hand’ balsporten wel aardig onder de duim. Ik kon redelijk basketballen. Ik kon goed handballen (kampioen scholenhandbal!). En ik kon dus goed korfballen (kampioen scholenkorfbal!).
Het was niet mijn sport, ik zat op voetbal. Maar zo af en toe speelde ik met het korfbalteam van mijn jongste zus mee omdat ze iemand tekort kwamen. En dat af en toe werd vaker en vaker. Ik werd dan gevraagd voor een ander team en ook dat deed ik met alle liefde. Maar dat kon ook te maken hebben met die bloedmooie leidster waar ik als jochie van 12 smoorverliefd op was.
Ik was snel, ik was behendig, ik kon ver gooien en ik had een trukendoos. Zo passte ik met grote regelmaat een balletje achter m’n rug om naar m’n medespelers om daarna bij mij tegenstander weg te lopen, de bal terug te ontvangen en te scoren. Met zo’n gay doorloopbal!
Ja, lieve lezer, ze hadden mij bij Nic. er maar al te graag bij gehad. Maar ja, ik had voor voetbal gekozen en 2 sporten zou iets teveel van het goede worden, vonden mijn ouders.

Dus zoonlief vindt korfbal leuk. Ik moedig het alleen maar aan. Ik denk dat hij namelijk net zo’n geweldige ballenjongen als ik kan worden. Woensdag mag hij een proeftraining draaien.
Ben allang blij dat hij niet voor een mietjessport als laten we zeggen Formule 1 heeft gekozen zeg!

We doorloopballen!

Helden

21_A_LintjeIk zag het filmpje van de 3 mannen die een vrouw uit een zinkende auto in de Duivendrechtse vaart haalden. Ik was er van onder ingedrukt. Je moet het maar doen, zonder nadenken het onbekende tegemoet springen in de hoop het leven van een ander te redden. RESPECT! Geef die lui een lintje!
Het deed me denken aan een verhaal van óók een held.
Een aantal jaren geleden woonde ik een concert bij in de voor mij minst favoriete provincie. Na het fantastische concert dook ik met mijn gastvrienden en hun vrienden de kroeg in. M’n gastvriendin ging tactisch recht tegenover me zitten, zij is Nederlandse. Haar man zat naast haar, daarnaast Wupke (*fictieve naam*) en naast mij nam Tjibbe (*fictieve naam*) plaats op de kruk. Tjibbe, een vent van 3 meter hoog en 1,71 meter breed. Handen als vorkheftrucks en een ruige kop waar je een honkbalknuppel op kapot kunt slaan.
Van beroep was hij Wegenwachter. Hij vertelde dat hij op een koude winterochtend naast een flauwe bocht een auto op de kop in een vaart zag liggen. Hij bedacht zich geen moment, zette zijn WWW (WegenWachtWagen) aan de kant en sprong met gevaar voor eigen leven het onbekende tegemoet. In de hoop het leven van een ander te redden.
Wat gelukt is. RESPECT! Geef die man een lintje!

Maar het kan ook zijn dat hij verteld heeft dat hij de stempel bij Bartlehiem was vergeten en dat hij daarom niet vermeld staat in de analen. Of dat zijn heit en beppe al 17 jaar een buitenechtelijke erotische relatie hebben. Of dat hij zijn kameleon ‘Boot’ genoemd heeft. Of dat hij het record fierljep inbrengen heeft verbeterd.  
Ik bedoel, zo goed is mijn Fries nou ook weer niet. 

Realistisch beeld

10968032_919346971432181_1047198451_nIk dut beroerd de laatste tijd. Of de laatste tijd? Het laatste half jaar eigenlijk. Kon ik voorheen nog wel eens compleet van de wereld een paar uur op de bank dutten, tegenwoordig houdt het met 3 kwartier, soms een uurtje wel op.
Sinds ongeveer een half jaar speelt mijn vader veelal een hoofdrol in mijn gedachten als ik lig te dutten. En dat zijn hele realistische beelden. Over best wel actuele zaken. Ik schrik dan wakker omdat het rationeel gezien gewoon niet mogelijk is. Maar de eerste paar seconden na het wakker schrikken ben ik wel even in de war. Mijn hart gaat dan als een dolle tekeer en ik moet me even flink oriënteren.
Zoals met zoveel dingen heb ik ook hier mee leren leven maar sinds afgelopen week is het weer raak. Met dit verschil dat mijn oma er nu bij is gekomen. En ook weer hele realistische beelden. Mijn jongens zitten zelfs bij haar op schoot!

Oma Antje overleed in december 2001. Schat van een mens. Ik heb ontzettend veel herinneringen aan haar maar mijn dierbaarste is dat elke vrijdag als ze bij ons was, ik na schooltijd met m’n hoofd op haar schoot ging liggen, dat ze dan mijn handen pakte en mijn nagelriemen met haar duimnagel heel zachtjes los duwde. Dat gaf me altijd een fijn en veilig gevoel. Kan niet precies uitleggen waarom trouwens maar daar denk ik altijd aan als ik aan mijn oma denk.
Toen ze overleed woonde ik al een jaar of 6 ‘ver weg’. In tegenstelling tot mijn familie heb ik geen afscheid van haar kunnen nemen. Als ik het me goed herinner waren ze er toen oma haar laatste adem uitblies.
Ik kwam een paar uur later. Net als bij m’n vader.

Soms wil ik even terug in de tijd.
Gewoon om ze nog even te kunnen knuffelen.

Bloedgeel

10965417_918772058156339_1360773676_nDe borstel (lollige en standaard vervanging voor titel voor m’n nieuwe lezers) van dees anekdoot heb ik gejat van Opel. Ze hadden bij de introductie van de Opel Calibra een advertentie staan in mijn toen favoriete leesblad, Playboy. Een compleet zwarte achtergrond en een knalgele Calibra op de voorgrond. “Bloedgeel” stond erbij. Ik vond dat gaaf. Ik had de advertentie jarenlang ingelijst op mijn kamer hangen.

Jáááááááren voor Dries in z’n gele zwembroek te zien was had ik dat al gebeentheredonethat. Vanzelfsprekend zou ik haast zeggen want ik doe heul veul dingen als eerste waar anderen dan mee aan de haal gaan. Het moet zo rond 1987/1988 zijn geweest dat ik stage liep bij Perry Sports op de Vismàààak in mien stààd. Ik was verantwoordelijk voor de aanvulling der artikelen en vertoefde derhalve veel in het magazijn. Daar zag ik een knalgele Speedo zwembroek liggen en ik was op slag verliefd. Ik trok de juiste maat aan en kwam er thuis achter dat ik ‘m helemaal vergeten was weer uit te doen……………. Echt hoor!
Ik heb er ontzettend veel plezier van gehad. In het zwembad was ik met mijn poepiebruine en tropical ge-oilde lijf een sightseeing.
Mooie tijden.

Om onverklaarbare redenen ben ik de zwembroek ergens halverwege 1998 kwijtgeraakt en ik heb er even om moeten janken. Maar na 3 weken raapte ik mezelf weer bijelkaar en groeide verder. Je moet niet te lang stilstaan bij het verleden immers. Hierna heb ik nog een tijd een knalgroene zwembroek gehad en daarna kocht voormaligje een donkerblauwe maar beiden kwamen ze toch nooit in de buurt van mijn ozo geliefde gele Speedo. Maar sentimenten gelden niet in de genitaliënmode dus zette ik me eroverheen.
Tot gisteravond! Ik kreeg een prachtige gele zwembroek voor mijn verjaardag!!! Ik schoot compleet vol!
Goed, het is dan wel geen Speedo, het is een boxermodel, maar mèn wat ben ik er blij mee! Kan niet wachten om er mee langs de Hollandse costa’s te paraderen.

Het enige minpuntje is dat hij wel een maatje groter mag.
Het krijgen van een laf stijfje is nu fysiek volkomen onmogelijk.

We zwembroeken!

Ik haat alles aan jou

MoppersmurfIn mijn roerige jaren kreeg ik geheel toevallig een vriendin. Ze pakte mij een keer spontaan op de bakkes en ik werd verliefd. (Ja, lieve leester, zo makkelijk kan het met mij gaan.)
Ik genoot van onze tijd samen, ik genoot van onze tijd met vrienden samen, eigenlijk genoot ik over het algemeen wel. Maar zoals je in de eerste zin hebt gelezen viel dit genieten in mijn roerige jaren. Of eigenlijk aan het begin van mijn roerige jaren (de roerigste kwamen jaren later. Daarover wellicht een andere keer meer. *Von Cliffhangerhausen!!!!!*).
Hoe zal ik mijn roerige jaren eens omschrijven? Laat ik het zo zeggen dat ik er niet in spuugde en dat ik geen fuk gaf. Weekendlijks was het raak. En vaak zomers wel vaker. De wereld als een doedelzak en rare dingen doen. Geen criminele rare dingen trouwens hoor. Gewoon gekke rare dingen. Die om te lachen zijn. Maar als ik eraan terugdenk, had het voor hetzelfde geld verkeerd af kunnen lopen.
Mijn vriendin, die enkele jaren volwassener was, vond het in het begin ook lollig maar na een half jaar wilde ze toch wel dat het iets serieuzer werd. Tja, daar was ik ook wel klaar voor.

Dacht ik.
Het roerige leven had mij in de houdgreep en ik werd er steeds verder in gezogen. Ik vond gezelligheid, lol, lachen, jolijt en heul veul alcohol belangrijker dan een avondje thuis zitten. Met enige regelmaat werd ik naast haar wakker en geen idee wat ik die avond en nacht ervoor allemaal had uitgevreten.
Ze was er op een bepaald moment helemaal klaar mee en ze dumpte me…………………………….
WAT? MIJ DUMPEN? #$##@$%%$$((*&^%😡😡😡😡
Ik ging rare dingen doen. Dingen die ik achteraf niet had moeten doen. Verdiende ze niet. Ik heb daar spijt van. MeaCulpa.
Ik heb er van geleerd. Tenminste, ik vind dat ik 20 jaar later verstandig met de ‘scheiding’ om ben gegaan.
Vanzelfsprekend was m’n vriendin not amused met mijn gedrag. En dan is not amused een understatement. Ze kreeg een hekel aan me. En dan ook zo’n hekel dat ze me eens over de motorkap wilde jagen. Diepe haat!
En nu ik erover nadenk, heb ik er nog begrip voor ook. Wat een eikel kon (kan?) ik soms zijn!

Precies in dat jaar bracht Ugly kid Joe zijn geweldige eerste single uit.
Ik moet me sterk vergissen hoor maar volgens mij heeft mijn toenmalige vriendin de tekst geschreven……..

Foto

2015/01/img_5513.jpg

Dit is wat mij betreft de belangrijkste foto ooit gemaakt. De 11 overgebleven leden van Easy Company ontspannen zittend op het schitterende terras van ‘Het Adelaarsnest’; De villa van de grootste schurk uit de geschiedenis.
Deze villa, op 1834 meter hoogte, werd hem geschonken voor zijn 50e verjaardag door de NSDAP. Omdat hij leed aan claustrofobie en hoogtevrees heeft hij dit huis niet al te vaak bewoond.
Toch vind ik de verovering op deze villa hèt symbool van het einde van WO2.

De lange en vooral zware reis ernaartoe kan ik me met geen mogelijkheid voorstellen. En eigenlijk niemand die er niet bij is geweest. Een dik half jaar hebben deze mannen dag in dag uit moeten vechten voor hun leven en voor de vrijheid. Onze vrijheid. Onder leiding van Captain Richard (Dick) Winters (2e van rechts op de foto) droegen de mannen bij aan onder andere operatie Overlord en operatie Market Garden, de slag om de Ardennen en de slag om Bastenaken. En dat kunnen we rustig het zwaardere oorlogswerk noemen.
Om uiteindelijk te eindigen bovenop de Kehlstein in Zuid-Beieren waar deze foto is geschoten.

Ontzettend veel en ongelooflijk diep respect voor deze, alle inmiddels overleden, mannen.
Deze schitterende foto is hun nalatenschap.
Proost jongens!

Slowen

SlowdanceIk zag laatst onder dwang (laat dat duidelijk zijn!) zo’n danscontestprogramma. Geen idee hoe het heet maar wat mij betreft mogen ze het ‘So you think you can dance like an epileptic mongol’ noemen. Man man man (*schudt driftig met hoofd*), daar word je toch nerveus van? Al die achterlijke bewegingen met die armen, benen, voeten en hoofden. Of nerveus? AGRESSIEF!! Dat word ik er van. Begrijp nu waarom uitgaan tegenwoordig een stuk minder leuk is dan vroegah.

Waar is de tijd gebleven dat je een lekkah meidje op het oog had, een lekkah nummah op een bierviltje schreef en dat viltje lekkah nonchalant naar de DJ slingerde? Ik vraag me dat dagelijks af.
Natuurlijk was het zaak om dit op het juiste moment te doen. Ongeveer exact 53 minuten vòòr sluitingstijd, dat was perfect. Het had totaal geen zin, het was zelfs ongepast, om bij binnenkomst al gelijk met bierviltjes in de rondte te gaan frisbeeën. Je moet de DJ ook de kans geven de zaal in de juiste mood te krijgen immers. Nee, ongeveer exact 53 minuten vòòr sluitingstijd, dat was het moment van toeslaan. De discoknijters waren geweest, de lichaamsbeweging was achter de rug, het zweet kleefde de kleding strak tegen het lijf. Tijd om nader tot elkaar te komen. Om lijfelijk contact te maken. Om je harde gevoelens te tonen (oink oink). SLOWEN!
Het mag geen verrassing heten dat ik een slowmaster was in mijn jonge jaren. Anders zou ik er hier niet over beginnen natuurlijk. Zou wat zijn zeg, dat ik een beetje over iemand anders zou anekdoten dan over mijzelf. Op mijn weblog. Pfff, het idee alleen al!

Ik had een vast nummer die ik naar de DJ slingerde; Betty Wright – Tonight is the night. En dan de lange versie. Héérlijk nummer. Zodra het intro klonk, stak ik mijn hand uit naar die avonds gelukkige. Mijn handen om haar middel, haar armen over mijn schouders, haar handen in mijn achterhaar. Onze hoofden langs elkaar. Perfecte slowhouding.
Langzaam ritmisch bewegen op de maat, op een oppervlakte van een maximaal 46 cm, tergend langzaam rond draaien. Af en toe wat liefs fluisteren in haar oor; “wat ruik je lekker”, “wat heb je een lekker lichaam”, “kun je koken?”
Als dan het nummer na een kleine 3 minuten écht begint, het lichaam iets meer op het ritme bewegen, het rond draaien ietsjepietsje sneller. Eventueel licht tand-oorlel of lip-nek contact.

‘Nou, ben je dan een slowmaster, Manus?’, hoor ik je vragen. Nee, natuurlijk niet. Elke Jan Lul kan dit. Ik onderscheidde mij na een minuut of 7, als de drummer van zich laat horen. Even op die maat m’n onderlichaam teasend aan het werk zetten, zijwaarts maar vooral voorwaarts. En als dan het nummer na dik 7.30 minuten helemaal los gaat, achter haar gaan staan met 1 hand op haar buik, de andere hand als op bovenstaande foto en mijn hoofd in haar nek. En haar meevoeren op het opzwepende ritme…………………….
Dus.
Na afloop van het lied gaf ik haar standaard een kus op haar voorhoofd en een knipoog, bracht haar terug naar haar plek bij haar vriendinnen en nam ik aan de bar de afwachtende houding aan.
Om uiteindelijk de rest van de nacht door haar compleet genegeerd te worden.

Dàt, lieve lezer, is dansen zoals dansen ooit bedoeld is.
Vanavond maar eens zien of het nog steeds zo werkt.

We slowen!