Jazeker, lieve lezer, jouw geliefde bedenker, producer en presentator van dees jolijtsijt verjaart vandaag.
Van harte flapstaart met mij.
Jazeker, lieve lezer, jouw geliefde bedenker, producer en presentator van dees jolijtsijt verjaart vandaag.
Van harte flapstaart met mij.
Als ik zeg “IJL BIE BAK” dan weet jij precies wat ik bedoel toch? En dan weet je precies wie ik bedoel. Toch?
Juist. Dat zeg ik altijd als ik op m’n werk even wegga om een sigaartje te roken.
Maar natuurlijk weet je ook wie ik bedoel met “I have a dream” (Voor de nono’s die hier lezen: Die is van Martin Luther King). En met “Ich bin ein Berliner”. En wat dacht je van “Yippee-ki-yay, motherfucker”. En één van de beste ooit; “Ik heb een banaan in m’n oor”.
Je begrijpt waar ik naartoe wil. Toch?
Juist, naar beroemde oneliners. Zo’n zinnetje waarvan je direct weet wie het zei, wat er bedoelt wordt en/of waar je was toen je ‘m voor het voor het eerst hoorde.
“Wat doet u nu, buurman?” zei laatst m’n goeie vriend annex persoonlijke chef-kok zomaar uit het blauwe. Ik weet niet meer waar we het over hadden maar het was ongetwijfeld een onzingesprek. We hebben namelijk geen andere gesprekken. Ik wist direct waar het over ging en we vroegen ons gezamenlijk af wie toch die ene vent was. Het zinnetje werd uitgesproken door Tatjana in de Flodderfilm uit 1986.
Zucht, Tatjana. Was er een fijnere vrouw op de wereld voor een 15-jarige puber? Man, ik heb met regelmaat nat over haar gedroomd toentertijd.
Tatjana. In 1986. Ze was toen 23 jaar. Met haar gebrekkige Nederlands (oh wacht, nog steeds). Wat maakte het uit dat ze niet kon acteren? Of zingen? Ze was een uitermate prettige verschijning. En dat was voor een hormonaaltje als ik genoeg. Toen had je nog het idee dat je ook zonder miljoenen op de bank een kans bij haar had. Zucht. Kwijl. Druip. Smacht.
Maar ik dwaal af. Het ging dus over dat ene zinnetje. En over die buurman. Hij mocht van regisseur Dick Maas Tatjana van achteren bij haar units pakken terwijl ze voorover gebogen op de motorkap van een Citroën leunde. Whoehoooooeeee, oh sorry.
Ik weet nu dus wie dat is. Heb het even geGoogled. En nu ik dees anekdoot zo teruglees denk ik, mèn wat een onzinstukje over Bert André (1941 – 2008).
De lucky bastard.
Broertjes zijn lollig. Tenminste, als je het onderling vechten, schelden en overige competitieve zaken even achterwege laat.
Ik kreeg vanochtend een paar gesproken whapps van m’n jongens. De laatste klonk als volgt; “Teuheun, waarom praat je me steeds na?” ……..…….(stilte)….………. ”Sahaaam, wlom plaat je stees manana.”
Ik vind dat lollig. Die komen er wel, die twee.
Ik ben ook een broertje. Ik ben de oudste. En net, vlak voor één van m’n spaarzame dutjes, moest ik aan een lollig voorgeval van vroegere tijden denken. Ik slappelachte weer eens zoals ik vaker doe in m’n eentje. Man man man, lollig met een grote L.
Het was net na een interne verhuizing. Ik kreeg een kamer op zolder, broertje bleef alleen achter op ‘onze’ slaapkamer. We kregen beiden nieuwe bedden en nieuwe kasten. Verder mochten wij onze kamers zelf inrichten. Het apart zijn ging een tijdje goed maar een kleine 10 jaar gestapelbedden veeg je niet zomaar uit. We trokken zo nu en dan naar elkaar toe.
Zo ook deze keer. Op zijn kamer gingen we een kussengevecht doen. Ik nam mijn kussen van boven mee. Vanzelfsprekend was ik sterker, we schelen immers 4 jaar, dus we moesten iets verzinnen zodat het gevecht eerlijker zou zijn. We spraken af dat we om de beurt een mep mochten geven en dat de ander niet mocht bukken of afweren. Prima.
Broertje nam een aanloop en mepte me vol tegen de rechterkant van m’n hoofd.
Lachen!!!!
Nu was het mijn beurt. Wat hij niet wist is dat ik zo’n lomp, zwaar kussen had. Ik nam niet eens de moeite voor een aanloop. Ik beukte hem zo hard dat hij door de kamer vloog, tegen de kastdeur aan, door de kastdeur heen en de hele kast in elkaar donderde met alle kleren boven op hem.
LACHEN!!!!!!!!!
We gierden het uit. Schaterlachen. Bulderlachen. Tranen met tuiten.
Tot pa boven kwam…………………………………………… Het laat zich raden wat pa hiervan vond.
Zaterdagavond komen mijn jongens weer thuis van vakantie.
Mogen ze bij mij weer op 1 kamer in een stapelbed slapen.
Zo’n vakantie als deze zet een mens toch wel aan het denken. En laat ik nou tóch een mens zijn! Ik heb ruim de tijd gehad en ook genomen om mijn zonden eens te overdenken. En ik ben tot een opvallende conclusie gekomen.
In al mijn onschuld in al mijn onwetendheid Niet bewust heb ik in de loop der jaren mensen pijn gedaan, beschadigd, genegeerd, tot wanhoop gedreven, getraumatiseerd, aan hun lot overgelaten en over de rooie geholpen. Ik heb in zeer korte tijd op diverse pikken en nóg veel meer tepels getrapt.
Het begon met Hyves, later m’n weblog en de laatste tijd via de Twitters en Facebooks. Ja precies, het zijn allemaal sociale mediadingetjes. In real life ben ik een toffe peer maar zodra ik vanachter het toetsenbord los kon gaan, ging ik ook heulemaal.
En daar heb ik spijt van. Het kan zo niet langer. Kom op zeg. Ik ben 42. En een half op de kop af vandaag!
En dus heb ik besloten een rondje goedmaaksex te doen. Er is tenslotte al genoeg shit in de wereld.
Voel jij je op enige manier gepijnigd, beschadigd, genegeerd, tot wanhoop gedreven, getraumatiseerd, aan je lot overgelaten of over de rooie geholpen door mijn toedoen, geef me dan ff een seintje.
Nee wacht, voel jij totaal geen behoefte om met mij te goedmaaksexen, reageer dan gewoon even.
De kans op reacties is dan groter. Me dunkt.
Er is een tijd geweest dat ik dat Google maar vond zuigen. Zuigle noemde ik het toen gekscherend. Het was in de tijd dat ik het razend populair online plaatjesraadspelletje ‘Wiesdanou?’ organiseerde op dees jolijtsijt. Maar eerlijk is eerlijk, Google heeft ook zo z’n goede kanten. Sterker nog, ik voorspel dat Google nog wel eens heel groot kan gaan worden!
Ik zat vanochtend een beetje rond te zappen in de statistieken van m’n weblog. Ik ontdekte dat ik 13326 views heb gehad (zucht, in m’n beginjaren had ik dat aantal in een week), dat ik 450 reacties heb mogen ontvangen (zucht, in m’n beginjaren had ik dat onder 1 anekdoot) en dat 13 september 2011 de drukste dag op m’n sijt was met 112 views (zucht, 112 viewers die handenwrijvend gniffelden en genoten van mijn scheidingsperikelen). Maurice (99) en Eva (46) zijn m’n trouwste reaganten en da’s ook niet zo gek. Zij zijn nog van toen het wèl lachen was op dees jolijtsijt.
Alleen Zuid-Amerika, Afrika en Australië zijn de continenten die mij nog niet ontdekt hebben. KUTLUI!

Maar terug naar Google. Je kunt info, plaatjes en weet ik veel wat nog meer vinden via Google (ja, ik denk, ik leg het concept van Google maar ff uit.)
En met enige regelmaat (430 keer afgelopen jaar) stuurt Google je naar mijn weblog. Dat doet me vanzelfsprekend deugd. Ik durf het zelfs tepelstijvend te noemen. Ik maak tenslotte niet voor niets veel van de bijgevoegde plaatjes zelf.
Op onderstaande 11 foto’s (of links of rechts, ik weet nooit waar dat WordPress ze neer flikkert) staat een overzicht van de zoektermen die men gebruikt om op mijn weblog te komen. Met jouw goedvinden, wandel ik er even doorheen. Want hoe sommigen op mijn sijt terechtkomen, al pijp je een paard.
Foto 1: M’n bier achtergrond, 64, niet storen en herhaling-plaatjes zijn een groot succes, zoals je ziet. Maar kijk ’s verder dan.
Man onder poep – Blubberbuik wegwerken.
Volgens mij gaat dat eerste over dat ik toen undercover ging als hoop stront om hondenuitlaters –en niet de poepopruimers te betrappen. Die is dus te verklaren. Het verhaal bij blubberbuik wegwerken is mij een compleet raadsel.
Foto 2: Monkey lasbril – Gaten in je haardos – Motse kletse kopen.
Wat is een monkey lasbril en waar is dat te lezen? En wat is een Motse kletse? Gaten in je haardos moet haast wel gaan over toen ik een tijgerbalsempleister van m’n nekhaar roste. Zou het anders niet weten.
Foto 3: Spetter tetten – Stront op een bord – Lichte hazenlip – Egels poep.
Ik vermoed dat zoeker bij spetter tetten een komma is vergeten. En anders heb ik er een heul pornobeeld bij. Stront op een bord…………tja, ieder z’n fetisj zal ik maar zeggen. Maar hoe deze zoekterm bij mij uitkomt, ???. Lichte hazenlip gaat over die galbak van een Jan-Jaap van de Wal, denk ik. En egels poep, zie stront op een bord.
Foto 4: Slappe grappen.
Die weet ik ook niet maar ik vind ‘m lollig dus die ga ik vanaf nu gebruiken!
Foto 5: Stront tenen – Stront van een potvis – Adamsappel nekklem.
Bah, het lijkt er sterk op dat ik nogal eens over poep, stront en andere uitwerpselen schrijf. De adamsappel nekklem is mij totaal vreemd en als ik erover nadenk wil ik dit ook helemaal niet weten.
Foto 6: Einstein swaffelen – Bloote vrouwen poep – Ingevallen oogkassen opvullen.
Tja, wat moet ik hier nu weer van zeggen? Ik denk dat je behoorlijk ziek bent als je vandaag de dag Einstein wilt swaffelen. Blote vrouwen begrijp ik maar waarom toch steeds dat poep erbij? En welke anekdoot met ingevallen oogkassen opvullen te maken heeft moet haast wel gaan over hoe zombie ik ben na een stel nachtdiensten. Laten we dat maar hopen. Ik zal het ongetwijfeld ooit gebruikt hebben.
Foto 7: Homo heb seks in een panty – Hoofd onder stront.
De zoeker zocht vast naar een filmpje waarin een homo seks heeft terwijl hij een panty aan heeft. Ik distantieer mij hier volledig van. Kom op zeg. Iedereen weet toch dat je de panty uit moet doen alvorens aan het edele liefdesspel te beginnen? Hoofd onder stront = fetisj.
Foto 8: Meeluisterseex.
Dit gaat 100% zeker over de buurvrouw die ik had toen ik op een kamertje woonde. Ze gilde altijd het hele alfabet bij elkaar. In dat in 13 verschillende talen! Maar dat ik daar ooit over geschreven heb? Volgens mij niet.
Foto 9: Strak vastgebonden voor seks – Man in wurggreep bij vrouw sm – Katja Schuurman vastgebonden scouting.
Dit is het kopje ruige seks. En daar begrijp ik dus helemaal niks van. Een tedere minnaar dan moi bestaat nie! En dat Katja bij de scouting vastgebonden zit………..oe geil!
Foto 10: Dokter poep – Zaadlozing op je overhemd – Dooie oorbel – Buitensex A12 – 3 maart imen sterft in heule.
De eerste 2 geloof ik nu wel. Dooie oorbel dan? Degene die aan kan wijzen waar ik ooit over dooie oorbellen heb geschreven krijgt een zakje lichaamshaar naar keuze. Ik rijd regelmatig over de A12, zal toch eens beter opletten. En hallo politie! Leest u even mee. Op 3 maart is een zekere Imen doodgegaan in het plaatsje Heule. Ofzoiets. Ik heb er in elk geval niets nada noppes mee te maken.
Foto 11: Grijs grofgebekt mormel – Kleine kinderen van 4 jaar wit poep – Dikke negerinnensex – Tot fuking.
Het eerste heb ik zeker weten ooit gebezigd, kan alleen niet zeggen wanneer. Dat zoonlief ooit witte poep heeft gescheten is onmogelijk. Tis toch geen duif? Ik heb dat dus ook nooit geschreven. Dikke negerinnensex moet gaan over mijn allereerste keer. Maar ze was helemaal niet dik! Sterker nog, ze had een prachtlichaam. En als laatste tot fuking. Wat moet ik daar in hemelsnaam bij voorstellen? Duitse necrofilie? Engelse kikkersex? Geen idee. En eigenlijk wil ik het weer niet weten.
Zo zie je maar weer, lieve lezer, met een velerlei aan zoektermen kom je op mijn weblog terecht.
En als ik veel van die zoektermen nalees, wordt het voor mij tijd om eindelijk eens wat minder over poep, stront, tetten en seks te gaan schrijven. Ik ben tenslotte geen puber meer.
Me dunkt.
Mij wordt vaak verweten dat ik nooit tijd heb. Voor zum bleistift sociale omgangsvormen. En dat klopt als een vingerende zweer. Ik heb inderdaad niet vaak zin tijd om me op sociaal vlak te presenteren. Ten eerste ben ik veel onregelmatig aan het werk. En da’s niet onbelangrijk in dees onzekere tijd. Werk hebben dat is. Me dunkt. Dan heb ik natuurlijk nog 2 jongens die ik groot moet brengen. Ze volledig klaarmaken voor de grote boze wereld. Want ze krijgen nog wat voor hun kiezen hoor! Ik poep je niet! En als laatste spendeer ik m’n overige vrije tijd voornamelijk aan m’n relatie. Mijn innige relatie met m’n bank.
En ja, dan houd ik weinig tijd over voor sociaal gedoe. Zoals je ziet.
Nu moet ik ook zeggen dat ik weinig geprikkeld word om me op sociaal vlak te begeven hoor. Door jou ja! Jij, lezer. Jij laat me ook links liggen. Ontken het maar niet.
Ik geloof dat half Nederland m’n telefoonnummer heeft of me volgt via de sociale Twitters en Facebooks (is er al weer iets nieuws trouwens?) dus dat je niet weet hoe eenzaam ik me soms voel of ik tijd voor een sociaal samenzijn heb, is iets met vlieger en opgaan.
Maar lieve lezer, daar kan verandering in komen.
IK HEB VAKANTIE!!!!
En wel helemaal tot 26 augustus. En aangezien ik totaal geen ingrijpende grote plannen heb, heb ik besloten om jou, lieve lezer, tegemoet te komen.
Ik laat me de komende 3 weken hoereren. Per opbod. Is niet dat een geweldig plan?
Het idee is simpel. Wil jij een middag/avond (of beide) een middag/avond (of beide) jolijt om te lachen hebben, breng dan bij de reacties een bod uit. De hoogste bied(st)er mag zich de gelukkige winnaar noemen van een middag/avond (of beide) met mij. Ja, je leest het goed.
EEN HELE MIDDAG/AVOND (OF BEIDE) MET MIJ!! Hermanus. Manus. SuperAnus. De meest begeerde vrijgezel van Gelderland. Lolbroek. Fijne gesprekspartner.
Ik neem nu ff een afwachtende houding aan en lees het allemaal wel.
Succes allen.
(Noot van de redactie: Om niet elke trol, onverlaat of sufdoos de mogelijkheid te geven te reageren stel ik natuurlijk wel een bieddrempel in. Kom op zeg. Ik ben de Mediamarkt niet. Biedingen beginnen bij 0,40 eurocent.)
Wellicht tot snel!
(ps. wie weet waar bovenstaande foto is genomen, gaat direct door naar de 2e biedronde)
Dat je iemand van het andere geslacht kent via een sociaal medium. Dat je erg leuk contact hebt met diegene. Dat ze je een erg lollige vent vindt. Dat je whappnummers uitwisselt. Dat het leuke contact op een sociaal medium overgaat op de whapp. Dat je elkaar op een gegeven moment telefonisch spreekt. Dat het erg leuke en lange gesprekken zijn. Dat je na een tijdje afspreekt om elkaar in het eggie te ontmoeten. Dat je dus een date hebt.
Dat je bij het ontmoeten denkt ‘Zo! Dat ziet er goed uit’. Dat je nog even wacht met een definitieve mening vormen tot je een uurtje verder bent. Dat je na dat uurtje die definitieve mening hebt gevormd. Dat het wel snor zit. Dat ze om jouw 1952 en poep- en piesgrappen giechelt. Dat je alles op humorgebied uit de kast haalt. Dat ze een aanstekelijke slappe lach heeft.
Dat ze af en toe even je hand aanraakt. Dat ze je soms indringend in je ogen kijkt. Dat je glimlachend terugkijkt. Dat het oudere vrouwtje aan het tafeltje naast je zegt dat jullie een leuk stelletje zijn. Dat ze bij het opstaan je hand vastpakt. Dat je een flinke fooi geeft vanwege de perfecte bediening. Dat je, terwijl je naar de auto loopt, je hand nonchalant in je broekzak steekt. Dat ze je arm pakt. Dat de tijd is gekomen om afscheid van elkaar te nemen. Dat wangzoenen overgaat in sensueel kussen. Dat je een gevoel hebt die je al lang niet meer gevoeld hebt.
Dat als je thuis komt je een whappje hebt met een lief berichtje. Dat je de volgende ochtend gelukzalig wakker wordt. Dat ze je helemaal begrijpt. Dat je best een onregelmatig leven leidt. Dat ze dus niet dwangneurotische whappjes stuurt. Dat je elkaar regelmatig belt. Dat je elkaar zo nu en dan ziet.
Dat je verliefd bent.
Nou, dat heb ik dus nooit.
Weet je nog dat ik 2 weken geleden terminale door-m’n-rug, terminale griep en ook terminale oorontsteking had? Nou, daar was niets van waar. Allemaal leugens. Nonsens. Stierenpoep. Neem je grootje in het ootje. Niks van dat alles.
Ik was een paar dagen naar Parijs.
Zal het uitleggen.
Een tijdje terug ontmoette ik een meid via het welbekende internet. Leuk ding, leuk koppie, leuk lijf, leuke leeftijd en pas gescheiden. Het klikte tussen ons. Avonden en nachten lang kletsten we online. Het moment dat we elkaar zouden ontmoeten kon natuurlijk niet uitblijven. We wisten beiden dat het goed zat tussen ons en we spraken af te zonder na te denken.
En dat hadden we beter wel kunnen doen. Ik moest namelijk 3 nachtdiensten werken en zij zat die week in Parijs.
Het was geen probleem. Ik meldde me gewoon ziek en ik zou naar Parijs komen. Bijkomend voordeel was dat ik juist dát opvolgende weekend vrij had genomen. Ik had zeeën van tijd. Ik meldde me dus voor de 3 nachtdiensten ziek. Ik had schijt. M’n werkgever trapte er met beide voeten in!
Woensdagmiddag toog ik dus naar het Franse plaatsje en tegen de avond arriveerde ik bij het restaurantje dat ik besproken had. Ik ben niet zo heel bekend in Parijs en ik had een restaurantje opgezocht op een plek die me wel bekend voor kwam. Nou, ik kan melden dat z’n wegrestaurantje langs de Périphérique toch minder romantisch is als ik dacht. En ook het motelletje was niet je van het.
Denk dat ik de enige manspersoon was die daadwerkelijk af en toe douchte, z’n eigen piemol kon zien zonder spiegel en geen vrachtwagenchauffeur was.
Maar wie gaf een neuk, wij hadden een prachtige paar dagen samen! Heerlijke seks. Heerlijk van elkaar genieten. Heerlijke liefde op het eerste gezicht. En dan natuurlijk in vice versade volgorde.
En zo, lieve lezer, kan ik dus met trots melden dat ik inmiddels van de vrijgezellenmarkt af ben en dat ik inmiddels weer samenwoon.
We hebben het fantastisch samen. Heerlijke seks, heerlijke gesprekken, heerlijke lol, heerlijke alles. HEERLIJK OM WEER VERLIEFD TE ZIJN! Kan het wel van de daken schreeuwen.
Ik ben alleen nog niet zo te spreken over haar huishoudelijke kwaliteiten.
Maar ik denk dat Sylvie en ik daar ook wel uit komen.
Ik stond gisteren netjes voor het stoplicht naar de oprit richting de snelweg te wachten toen links naast me een Audi A3 kwam staan. Ik zuchtte flauw en diep en dacht ‘weer zo’n flinkerd’. Iedereen moet toch inmiddels weten dat deze oprit na een meter of 50 eenbaans wordt en dat invoegen lastig is? Ik drukte m’n zonnebril strak tegen m’n voorhoofd en draaide m’n hoofd in slow motion naar links, klaar om flinkerd eens goed aan te zuchten.
Eva Mendes zat erin!!!! (natuurlijk niet echt maar om het verhaal een beetje geloofwaardig te maken, hou ik het maar even zo). Ze keek opzij en glimlachte naar me. M’n wenkbrauwen stegen boven m’n zonnebril uit. Ik likte sensueel m’n lippen en streelde zachtjes m’n stuur met m’n linkerwijsvinger. Met m’n rechterhand pakte ik ferm de versnellingspook beet.
Groen!
Ik zette m’n dikke V10 aan het werk en stoof de bocht door. Eva kwam naast me rijden, de versmalling kwam dichter en dichter bij. Ik was vanzelfsprekend niet van plan haar voor me langs te laten (kom op zeg, ik ben de man in dezen!). Onze auto’s maakten licht contact. Ik genoot, zij bleef glimlachen. Ze ging in de ankers en ging achter me rijden de oprit af.
Zodra de doorgetrokken streep niet meer doorgetrokken was, knalde ze mij voorbij. Ik voegde ook de snelweg op. Ze sneed me af en ging pal voor me rijden.
Ze slingerde uitdagend met de achterkant van de A3 heen en weer. Dit was voor mij het sein om de machokaart te trekken. Ik vloog haar links voorbij, trok m’n voiture door naar 162, slingerde m’n stuur 180 graden, jamde de handrem en ging achteruit voor haar rijden.
Onze grillen maakten contact. Innig contact, kan ik wel zeggen. De kentekenplaten krulden om elkaar heen.
Zo reden we ettelijke kilometers, intens genoten onze voertuigen van elkaar.
Ter hoogte van het tankstation gooide ik m’n bak weer in de slinger en kwam ik in één keer achter haar te rijden. Middels een knopje opende ze de kofferbak van haar Audi. Hmmm, gromde ik binnenkeels. Ik stootte zacht tegen haar bumper aan. Ze hield even haar gas los, ik stootte nogmaals. Deze keer iets harder. Ze deed haar alarmlichten even aan.
Ik opende m’n raam, klom eruit, ging op de motorkap liggen en opende met m’n linkerhand mijn motorkap (ik heb immers geen knopje en met rechts moest ik natuurlijk blijven sturen. Duh!). Ik klom terug in m’n Peutje.
Weer botste ik zachtjes tegen haar bumper. En weer. En weer. Steeds harder en harder beroerde ik haar achterkant. De trekhaak van de Audi kwam langzaam tevoorschijn (echt cool, al die automatische snufjes op nieuwe auto’s!).
Mijn radiator raakte verhit. Oververhit zelfs. Hij stond op knappen.
Vlak voor mijn afslag scheurde hij inderdaad. Het water spoot er met enorme kracht uit.
Ik nam de afslag en voor het verkeerslicht stapte ik uit en deed de motorkap dicht. Ik parkeerde m’n auto bij m’n werk.
Ik vertelde het hele verhaal aan m’n collega.
Hij geloofde er geen ruk van.
Ja, je leest het goed. Ik kap met de sociale mediaas.
*schok gaat door sociale mediaasland*
Even een bijkoommomentje…………………………………………….
……………………………………………………………………………………….
……………………………………………………………………………………….
Nou, klim weer op die stoel / bank, regulier je ademhaling weer, druk je hart terug uit je keel en luister.
IK ZEG LUISTER!!! *bitchslap*
Ik kan het momenteel slecht handlen. Ik moet me de komende tijd focussen op het grotere goed.
Whatsapp dan Manus?, vraag je je af.
Ik zal het uitleggen.
M’n werkgever, Het Agentschap, wil dat ik onder normale deep undercover ga. In vakjargon beter bekend als Deepst Undercover.
Waarschijnlijk heb je dit wel gelezen. En dat dient gestopt te worden. En wel heul snel!
‘Kom niet aan onze topcriminelen want ze zijn misschien wel fout maar zijn wel onze fout ja!’ heet de operatie. En misschien moeten we daar nog even een andere naam catchy voor verzinnen.
En nee, het is geen klus voor SuperAnus. Er moet geen bloed vergoten worden, is van mij geeist.
Het Agentschap wil de daders levend pakken. Dit omdat er bij de plantsoendiensten een enorm tekort aan goed personeel is. Maar ook omdat onze gevangenissen bomvol met belastingontduikers zitten. De keihardste jongens, zeg maar.
Maar dat begrijp je zelf ook wel natuurlijk.
Ik ga me dus de komende maanden bezighouden met infiltreren in de Marokkaanse Topcriminelenonderwereld.
Ik ga me de komende weken volledig bezighouden met het in m’n rol groeien. Ik zal de komende weken omgeturnd worden tot Egyptische homofiele internationale wapenhandelaar, Assikye Anusosie. Een regelrechte keiharde topcrimineel en tevens bad ass motherfucker.
Letterlijk trouwens. Mijn 14 zussen zijn ook mijn dochters.
As we speak zijn we mijn achtergrond zo te wijzigen tot net boven VMBO-denkniveau. Die Marokkaanse topcriminelen zijn natuurlijk ook niet gek, die zullen me wel helemaal doorlichten.
En we moeten nog een imperial op mijn gehuurde Ford Transit lassen. Maar daarna gaan we over tot actie.
Dus lieve sociale mediaasvriendjes en dinnetjes, jullie moeten het de komende tijd even zonder me doen.
Ik zou zeggen, TATA
XXX
Ik zou vandaag gaan trouwen. Met een droomvrouw. Nou ja, droomvrouw? Ze zei een keer iets over dat een biertje er altijd in gaat en dat is natuurlijk voor mij de uitgelezen reden voor een dikke amen en een huwelijksaanzoek. Ze zei onmiddelijk ‘Ja’ en we spraken af vandaag te trouwen. Want gratis.
Ik had m’n tuinman gevraagd me een beetje op tijd te wekken, ik wilde immers niet te laat aankomen op het stadhuis.
Tegen half twee liep ik sharp dressed – kek overhempie, spijkerbroek en gympies – het stadhuis binnen. Ze was er nog niet.
Ik ging buiten op haar wachten.
Het was frisjes buiten toen ik aan m’n sigaartje trok. Ik begon een beetje luchtgitaar te spelen met de harde tepels onder m’n kek overhempie.
Er werd zowaar geld naar me toe gegooid! Lucratieve bizniz, dat straatmuzikanten, dacht ik. Goed, ik moest het af en toe terugkoppen maar geld is geld. Denk dat ik er 3 kwartier gestaan heb, droomvrouw was er nog steeds niet.
Ik besloot met het verzamelde geld een huwelijkskado voor haar te kopen. Een stel mooie, stevige bruine lederen laarzen. Wat zou ze blij zijn!
Het werd later en later. M’n sigaartjes slonken. Het werd frisser en frisser.
Tegen half 6 kreeg ik een bericht van haar. Ze zat in de trainingsbroek op de bank…………………………. WAT?? Ik sommeerde haar op te schieten.
M’n laatste sigaartje rookte ik bibberend op. Ik had een blauwe kop van de kou en ook m’n hoofd zag er ijskoud uit.
De burgemeester draaide klokslag 18 uur de deur van het stadhuis op slot. Hij zag me staan.
Hij kwam naar me toe, ik vertelde m’n verhaal. Hij legde z’n hand op m’n schouder en zei;
“Jongeman, ’t weer en de vraauw’n binn’n nait te vertraauw’n”.
Ik moest ‘m gelijk geven.
Ik ga nu van verdriet 5 flesjes bier opzuipen.
Ken je de story van Jimmy Hoffa? Niet? Wiki het maar ff dan. Ga het niet uitleggen hoor. Als jij totaal geen interesse toont in de boeiende geschiedenis, ga ik geen moeite doen het je uit te leggen. Kom op zeg.
De beste man verdween op 30 juli 1975 spoorloos en is dat vandaag de dag nog immer.
Hieronder het laatste fragment van de film (met een briljante Nicholson!)
Huh? Lastig? Irritant? Grote muil? Dat brengt me op een idee.
Kunnen we niet vanaf nu SIE EI EETJE spelen met al die lastige, irritante, grote muil hebbende kloodtzakjes? Je weet wel. Die flinkerts die grensrechters doodschoppen. Die bejaarden het ziekenhuis in beuken. Die tienermeisjes gebroken benen trappen. Die juweliers een dwarslaesie bezorgen. Die voetgangers op het zebrapad doodrijden.
Nou hoeven ze voor mij niet direct omgelegd te worden hoor. Dat is zelfs mij een beetje gortig. Nee, we beginnen met waarschuwen.
Ik heb het ongeveer zo in m’n hoofd:
We monitoren en observeren de lastgevende groepen. In de briefing pikken we eentje uit een lastgevende groep. In principe zal dit de aanvoeder van de lastgevende groep zijn, die ene met de grootste bek. In een geblindeerde wagen pikken we ’s avonds deze geluksvogel van de straat.
Met een doek over z’n hoofd zetten we hem op de achterbank. We rijden zeker een uur van de oppikplaats. De gehele rit Volendamse muziek op standje 10 (oef, da’s al een straf!). In een niet nader te noemen bos stappen we uit. We lopen gezamelijk een dikke kilometer het bos in. Bij een willekeurige boom laten we de lefgozer knielen en met zijn handen achter zijn rug binden we hem vast met een tiewrap om de boom (niet te strak, hij moet wel los kunnen komen!!).
We stoken een kampvuurtje, nemen de ukelele ter hand en gaan rituele kampvuurliederen zingen. Hierna verdwijnen we en laten we grootmuil alleen, geblinddoekt en lafjes vastgebonden achter. Hij mag proberen zelf weer thuis te komen.
Een nachtje in het grote, donkere, boze bos zal hem leren.
Vanwege de winterse temperaturen mag hij z’n bontkraagjas aanhouden.
Zo menselijk zijn we dan ook weer.
Zoals je weet ben ik een uitvinder. Nee, dat is niet het juiste woord. Ik ben een conceptbedenker. Ja, da’s beter.
Ik bedenk met grote regelmaat een concept, gooi het lafjes de samenleving in en al gauw wordt door anderen het concept uitgewerkt tot een succes.
Ik ben daar best trots op. Echter ben ik totaal niet uit op de credits. Zo steek ik niet in elkaar. Ik hoef geen veer in de strakgevormde bips. Ik hoef geen klop op de breedgetorsde schouder. Ik hoef geen compliment aan mijn geheimgehouden adres.
Een paar jaren geleden schreef ik in het geniep een woest erografische tekst naar een vriendin. Ze vertelde me dat ze na het lezen ervan met rooie oortjes zat. En ook dat er tintelende gevoelens in de onderbuik en tetstreek waar te nemen waren. Ik keek er niet van op. Dat was immers de bedoeling van mijn erografische schrijven.
Hoe het heeft kunnen gebeuren is me een raadsel maar duidelijk is wel dat mijn woest erografische tekst de overkant van de Noordzee bereikt heeft. En dat een autrice aldaar gedacht moet hebben dat gewoon ronduit erografisch opschrijven wat je denkt misschien wel verkoopt. “Around out erographic upwriten what you think”.
Met als gevolg het boek dat inmiddels elke vrouw wel gelezen heeft.
En zo, lieve vrouwtjes, hebben jullie het aan mij te danken dat jullie tegenwoordig zonder enige vorm van gene woest erografische teksten het WereldWijdeWeb op kunnen slingeren. Mannen met rooie oortjes achter de computer achterlatend.
Graag gedaan.
(persoonlijk bedanken kan uitsluitend op afspraak)
Ik parkeerde de auto links van de ingang van ons pas ontdekte geheime bos. Ik deed mijn gordel los en drukte tegelijk die van Sam ook open. Ik kwakte mijn portier op mijn meest elegante manier dicht toen er 20 meter achter ons een Fiat Punto parkeerde. Er stapte een uiterst interessant project uit. Terwijl ik achter mijn auto langsliep maakten spet en ik oogcontact. ‘Die ga ik zo maar ’s even aanspreken’, dacht ik en ik draaide m’n strak gespijkerbroekte bips haar kant op.
Sam stond inmiddels naast de auto, ik koppelde Teun los uit zijn stoeltje en zette hem naast zijn broer.
Vlam opende haar kofferbak en eruit sprongen een stuk of 36 overenthousiaste honden, type logge Denen. Als maniakken renden ze op mijn 2 spruiten af. Sam stond verstijfd, Teun begon te gillen. Ik vond het een uitgelezen mogelijkheid om haar aan te spreken.
Met m’n meest zwoele stem zei ik: “Hou die honden ’s bij je!”
“Ze doen niks hoor”, riep ze in alle onschuld. Ah, contact dacht ik.
“Daar heb ik toch geen boodschap aan, je ziet toch dat ik 2 kleine kinderen bij me heb, stomme muts?”, zei ik met m’n beste Barry Whitestem.
“Nou, het is hier een losloopgebied dus mijn honden hoeven niet aangelijnd, mafkees!”, reageerde ze gevat.
“Hoe kom je daar nou bij man, achterlijk paard! In een bos moeten honden aangelijnd. Als 1 van die honden ook maar hapt naar m’n jongens, sla ik ‘m dood”, fluisterde ik woest erotisch van afstand in haar oor en ik liet m’n borstspier onder m’n shirt van links naar rechts heen en weer rollen. Ik zag dat ze vatbaar was voor m’n machogedrag.
“Je moet je smoel houden en anders bel je de politie maar, eikel.”, zwoelde ze weer terug.
“Je moet zelf je platte bek houden, bitch. Anders bitchslap ik je met één van die honden om je oren!”, zei ik terwijl ik met m’n lippen een zoenbeweging maakte.
Ik pakte Sam en Teun bij de hand en liep richting het pad links. Droomvrouw ging met haar kudde de andere kant op. We zijn elkaar niet meer tegengekomen.
En nu loop ik al een week te mijmeren.
Zou zij ook die vurige passie hebben gevoeld?
Zoals je wellicht weet heb ik m’n dienstplicht voor een gedeelte in het pittoreske Oirschot vervuld. Oirschot, een gat tussen Moergestel en Best in het Brabantse land. Mooie tijd wasda.
Als Gronings jochie helemaal naar de andere kant van het land, het was een groot avontuur.
Onze batterij bestond uit een mengelmoes van Holland’s Finest. Werkelijk overal kwamen we vandaan.
Tussen de opleiding, de oefeningen en trainingen door waren wij graag geziene gasten in het Eindhovense nachtleven.
Menig avond konden wij bij de vrouwtjes die zachte G spotten, zij waren gewillig slachtoffer voor het verse bloed in hun stad.
Tijdens één van deze uitbundige stapavonden maakte ik kennis met een man die mijn leven compleet zou veranderen. Zijn naam is Jo en iedereen noemde hem ook zo.
De man is tegenwoordig dik in de 60, toen moest hij dus ergens in de 40 zijn geweest.
Ik stond in een kroeg lafjes tegen de bar aan te hangen toen hij me aansprak. Ik was een uitverkorene, zei hij. Hij had een heel verhaal. Ik had het na 3 minuten al wel gezien. “Laat me met rust man!”, dacht ik. Nadat hij z’n verhaal had gedaan, stak hij een kaartje in m’n borstzak. Ik schonk er geen aandacht aan, ik spotte weer een zachte G.
Ik denk dat het een maandje of 2 later was toen ik het kaartje in m’n borstzak vond. Het was een wit kaartje met alleen een adres erop.
Ik wilde ‘m weggooien maar iets hield me tegen. Het moet nieuwsgierigheid zijn geweest, denk ik nu. Hoezo de uitverkorene?
De dag erna ben ik naar het bestreffende adres gegaan. Hij begroette me alsof hij me die avond ervoor had ontmoet. “Houdoe Hermanus, ik verwachtte je al.”
We gingen geknield op de grond zitten. Hij schonk een kopje thee in. Hij begon te vertellen. Ik had een gave. Ik had de uitstraling. Ik had het lichaam. Ik had de kracht. Ik had de killskills. Ik had eigenlijk alles wat nodig was. Door de rustige en kalme toon waarop hij sprak raakte in een soort trance. Ik luisterde zoals ik nooit geluisterd had. Ik ben 3 uur bij hem gebleven, ik zou de volgende dag terugkomen. Dan zouden we beginnen.
De overige 4 maanden was ik elk vrij moment bij Jo. Hij trainde me. Hij leerde me. Hij onderwees me. Hij prikkelde me. Hij pijnigde me. Hij liet me afzien. En af en toe brak hij me. Loodzware maanden waren het.
Maar toen ik naar Seedorf verscheept werd, was ik er klaar voor. Jo’s opleiding was klaar.
SuperAnus was geboren.
Sjonge, wat ben ik die man dankbaar voor alles wat hij mij geleerd heeft. Ik zal ‘m nooit vergeten.
En om hem te eren (en natuurlijk ook om te laten zien dat het mij niet is aan komen waaien) wil ik je laten kennis maken met de man die mijn leven zo beïnvloed heeft:
Jo, mijn sensei.
Zoals je weet bestaat een groot gedeelte van mijn leven uit gevaar. Uit dreiging. Uit rampspoed. Uit kwaad. Uit gevaar maar dat had ik al als eerste genoemd dus deze zin kun je met een gerust hart overslaan. Haha, te laat!
Ik ben daarom een behoedzaam tiep. Ik zal nooit en te nimmer voor een verrassing komen te staan. Ik check alles tot in den treure. En ik zie ook alles. En als me dat niet lukt, dan ga ik zorgen dat ik alles kan zien.
Ik kom zum bleistift zojuist thuis van een avonddienst en vòòr ik m’n penthuis binnenkwam had ik al een heul draaiboek afgespeeld.
Ik kan natuurlijk niet de details prijsgeven maar het heeft te maken met rookbommetjes, dubbele flikflax, een spagaat, koprollen en tomatenketchup. Niets laat ik aan het toeval over.
Niet alleen voor mezelf ben ik een hoeder hoor, ook voor m’n naasten. Natuurlijk ten eerstens m’n kinderen. Zij groeien op de meest veilige manier op als ze bij mij zijn. Geen haar wordt er gekrenkt, geen vinger wordt er naar ze uitgestoken, geen scheet zit dwars zonder dat ik het in de gaten heb! Niet op mijn horloge!! (voor diegene die deze onwijs jolige Engelse vertaling niet begrijpt, het is Not on my watch).
Maar ook jij, lieve lezer. Ook jij zal ik natuurlijk altijd behoeden voor gevaar, kwaad, dreiging, rampspoed en gevaar.
Neem daarom de volgende boodschap goed in je op. Lees het hardop voor zodat anderen om je heen het ook mee krijgen. Zeg het tegen familie, vrienden en fruit, ook maar je kennissenkring. Zorg dat telefoonlijnen oververhit raken. Maak het met 1 tweet world wide trending.
…………………… Komt tie:
PAS OP VOOR ALEXANDER PECHTOLD!
Meer zeg ik niet. Alleen PAS OP VOOR ALEXANDER PECHTOLD!
Trust me.
I know what I’m doing.
Vanzelfsprekend moesten we ook weer retour. (De geoefende kijker ziet dat het plaatje geflipt is. Ik ben me d’r een hoor!).
We liepen naar station RAI en op de borden in de vertrekhal aangekomen zag ik dus nergens onze eindbestemming staan. Ik deed m’n goedgemuts, die ik op de beurs de hele tijd had gedragen, af en flikkerde ‘m naar de eerste de beste zwerver die ik zag.
In het midden van de hal stonden 2 NS-medewerksters. Eentje zag er uit alsof ze asjeblieft in het Blijf-van-m’n-lijfhuis mocht wonen. De andere was een dikke sma waarbij het leek alsof ze het uniform hadden gebodypaint. Twee gedrochten maar ik deed toch m’n lieve schoenen uit en stapte op ze af.
“We moeten naar Ede-Wageningen”, zei ik.
Dikke sma draaide zich om (duurde ff uiteraard) en antwoordde heel gevat; “Da’s mooi”.
Dooie lijkcollega van d’r moest er om lachen. PETS! PETS!
Lelijke monsters. Met je stomme rode petjes!
In een redelijk volle coupe ging ik uitgebreid op 2 stoelen zitten en nam ik Sam op schoot. “Gezellig hier zeg”, zei Sam. De mensen om ons heen, en die leuke meid schuin tegenover ons in het bijzonder, moesten er om lachen.
We zaten in een stoptrein en nu begrijp ik waarom ze die zo noemen. We hebben elk station tussen Amsterdam en Utrecht gezien.
Dat werkt toch niet man, dat kun je net zo goed gaan fietsen, NS!
Maar een voordeel van overal in de middel of nowèr stoppen is dat er steeds mensen uit en instappen. En iedereen van de RAI-coupe stapte ook daadwerkelijk uit. Behalve leuke schuin tegenover ons meid.
Ergens halverwege kwam een meid direct tegenover ons zitten. Op de stoel naast haar kwakte ze 3 grote tassen neer, propte oordopjes in en ging met een uitgestreken muil recht voor zich uit staren.
En recht voor haar uit zaten wij toevalligerwijs vrolijk te wezen. En als ik ergens niet tegen kan, is dat iemand met een chagrijnige smoel naar m’n zoon kijkt. Ik tilde Sam van m’n schoot, zette ‘m naast me neer, leunde voorover en ……………
Ik bedacht me dat een flinke pets misschien een verkeerde indruk op leuke schuin tegenover ons meid zou hebben. Sam begreep me. Hij ging staan en slapte ’t stuk chagrijn vol in d’r smoel. That’s my boy!
Bij weer een kein stationnetje waar we stopten stapte een sujet in. Een jonge vent die de les persoonlijke hygiëne volledig aan zich voorbij heeft laten gaan. En natuurlijk moest hij zitten op de stoel met tassen, naast de inmiddels wat vrolijk kijkende chagrijn. Hij had een bakkie patat en nam dat uiterst onsmakelijk tot zich.
We stopten weer verder en terwijl de machinist de boemel pittig doortrok naar z’n 2 zei Sam dat ie moest plassen. Ik petste sujet en zei dat hij onze plaatsen vrij moest houden. Sam en ik gingen op zoek naar de wc in de trein. Veertien wagons verder zat er eindelijk één! Dat werkt toch ook niet, NS!
In Bussum-Zuid stapte leuke schuin tegenover ons meid uit. Ze glimlachte naar ons. Ik glimlachte terug, Sam gaf haar een knipoog. Hij had het vermoeden dat ze ons stiekem had gefilmd met haar telefoon. Ik deelde die mening.
Na 17 uur boemelen kwamen we aan in Ede.
We hadden een geweldige dag gehad.
(morgen op het werk maar ’s even de satellieten boven Bussum-Zuid plaatsen)
NS maar nooit weer.
Vat je ‘m? NS? Normaal zeg je ‘eens maar nooit weer’ maar omdat deze anekdoot over de NS gaat, maak ik er NS van. Omdat je dat ook vaak zegt als je ‘eens’ bedoelt.
Man man man, Von Woordspelinghausen ben ik toch ook.
Het zal je niet ontgaan zijn, ik ben afgelopen vrijdag weer eens met de trein geweest. Met zoonlief Sam naar de RAI alwaar de Bedrijsauto(lees vrachtwagen)beurs plaatsvond. En vrachtwagens zijn woooooooooooh, het coolst!
Ik had logischerwijs met de auto kunnen gaan maar Sam heeft nog niet de gruwelijke hekel aan treinen zoals ik dat wel heb. Heeft alles te maken met mijn deportaties naar het oosten tijdens mijn legertijd in 1990. Lang verhaal.
Vrijdagmiddag kwart over 12 stapten Sam en ik het station van Ede binnen. Waarom het Ede-Wageningen heet, is mij werkelijk een raadsel. Slaat helemaal nergeNS (ha! weer één) op. Stel, je komt uit Flubberkutterveen en je wilt naar Wageningen. Je stapt uit op station Ede-Wageningen en je wilt al wandelend naar Wageningen want je denkt vlakbij. Ik zou dan dikke kleren aan doen want het is iets met een koude en kermis. Ik denk dat het een wandeling van 18 kilometer is.
Wie Ede-Wageningen verzonnen heeft, spoort voor geen meter en is geografisch een nono. Vrouw wellicht?
“Wij willen naar de RAI.”, zei ik uiterst vriendelijk tegen de kaartjesverkoopmevrouw.
“Hij is al vier?”, vroeg ze en ze wees naar Sam.
“Hoezo?”, antwoordde ik en een hele flauwe irritatie kwam opborrelen.
“Omdat hij dan een kaartje moet hebben omdat hij al 4 jaar is maar hij onder begeleiding van u is.” “Was hij nou zonder begeleiding of nog 3 jaar, had hij gratis kunnen reizen.”, zei ze met een stalen gezicht.
Ik ademde diep tot 10 en zei tegen Sam dat hij even op een van de aanwezige stoelen in de hal moest gaan zitten. “Kijk maar even die kant op, papa gaat even wat regelen.”, zei ik.
Een minuut of 2 later pakte ik hem bij z’n handje en liepen we naar spoor 4.
“Wat ging je doen, papa?”, vroeg hij.
“Ik heb die mevrouw even gepetst.”, zei ik.
“Wat is gepetst dan?”
“Dat is iemand met de vlakke hand hard tegen de wang slaan”, legde ik uit.
“Oh, bitchslappen.” zei ie.
“Ja jongen, bitchslappen.”
Behalve een geërgerd kijkende en continu zuchtende vrouw zaten we alleen in een coupe. Ik vroeg haar of ze zich misschien stoorde aan mijn behoorlijk opgewonden zoon en gaf haar een pets. Ze wees naar de 1 aan de wand van de coupe. Het bleek dat Sam en ik in een eerste klascoupe zaten. En daar moet je waarschijnlijk stil zijn? Wij hadden daar poep aan.
Is trouwens ook zo’n onzin van de NS, eerste en tweede klas. Waarom niet blank en zwart? Mannen en vrouwen? Aantrekkelijk en gedrocht?
We reden de hoofdstad binnen en tot mijn ontsteltenis zag ik station RAI door het raam voorbij glijden. We stopten een station later. M’n neusharen gingen overeind staan.
Beneden in de hal van het station stapten we op een NS-medewerker af. Grote kerel, jaar of 50. Ik vroeg hem hoe we bij de RAI kwamen. Met zo’n overdreven gemaakt accent wees hij ons de weg naar de metro. “Ritje van 4 minuten”, zei hij erbij.
De weg naar de metro werd geblokkeerd door glazen poortjes. Ze openden niet. Grrrrrrrrrrrr. Ik keek NS in het rond, overal glazen poortjes. We konden geen kant op, we zaten gevangen!! “Je mot wel een kaartje kopuh”, blèrde de NS-medewerker me toe. Hij had een ‘daar heb je weer zo’n provinciaal-lachje’ op z’n smoel. Ik liep naar ‘m toe en sloeg z’n adamsappel naar binnen. Sommige lui moet je iets harder aanpakken, zeg ik altijd.
Snel deed ik m’n gevechtstenue aan, een man als ik laat zich niet zomaar gevangen nemen!
De glazen poortjes naar het perron trapte ik met een goedgeplaatste low-kick aan diggelen. Onze trein stond er nog. Ik trok Sam mee de cabine binnen. Ik petste de machinist en zei dat hij onmiddellijk in z’n achteruit moest. Om hem duidelijk te maken dat ik geen geintje maakte, petste ik ‘m nogmaals. Deze keer op z’n andere wang. “Dat kan niet”, zei hij. “Dan krijgen we problemen met de seinen”.
PETS! Ik had daar geen boodschap aan. In volle vaart knalden we achteruit, een station terug. Kom op zeg, beetje klantvriendelijkheid is er tegenwwoordig niet meer bij bij de NS. Schijnt trouwens dat die seinen de dag erna inderdaad behoorlijk wat problemen hebben gegeven.
Na anderhalf uur waren we op plaats bestemming.
Zoals elke actieheld heb ook ik een aartsvijand nummero 1 (uno voor de Italiaanse lezers), Ernst Stavro Blowtveel. Niemand weet precies hoe hij eruit ziet. De enige beelden van hem zijn van zijn handen die een witte zak wiet aaien. De man is al jaren een doorn in het oog van ‘De organisatie’ en andersom is dat niet anders. Het mag dan ook niet als een verrassing komen dat hij al jaren de ene na de andere uitschakelpoging op mij doet.
Vandaag was weer zo’n dag. Toen ik vanochtend de gordijnen opentrok, zag ik ‘m al in de lucht hangen, m’n waarschuwingslicht. Het knipperde in morse P-A-S-O-P-V-A-N-D-A-A-G. Ik wist dat ik op m’n hoede moest zijn. Voor alle zekerheid deed ik m’n SuperAnuspak onder m’n tenue aan. Dit was een praktische gedachte, er zijn in een een straal van 1000 km rondom mijn werk geen telefooncellen waar ik even snel naartoe kan zoeven om me in een flits om te kleden. En trouwens, het zou alleen maar argwaan opwekken bij m’n collega’s als ik ineens 13 seconden weg zou zijn.
Tegen 10 over 9 stond X voor het gepantserde glas voor me. X is een bekende niet nader te noemen beroepsgroeper. Hij vroeg of ik even de stekker van de stofzuiger in het stopcontact wilde steken en legde de stekker in de schuiflade. M’n tepelsensoren vibreerden, er was iets aan de hand. Ik keek X strak in de ogen en scande zijn hersenen. Ik zag een flard van een stel handen een witte zak wiet aaien. X glimlachte flauwtjes en knikte alsof hij wilde zeggen ‘zteek de ztekker er maar in’.
Ik pakte de stekker en zag dat er een, niet voor een gewoon menselijk oog zichtbaar, sneetje in zat. Dodelijk zodra er electrotechnisch contact mee gemaakt zou worden. Met een ruk rukte ik het snoer door de schuiflade, pakte de stekker net achter z’n kop beet en legde ‘m in een wurgreep en tevens nekklem. Ik voelde de stekker naar adem happen. In een fractie pakte ik een aardappelschilmesje (standaarduitrusting) uit m’n laars en sneed de kop van de stekker af.
Dreiging opgelost.
X maakte zich uit de voeten, verdween als de bliksem en zette het op een lopen.
Ik heb ‘m laten gaan. Het leek me beter hem te laten leven zodat hij Blowtveel kan vertellen dat weer een poging mislukt is.
Ik heb ook niets tegen m’n collega’s over deze aanslag verteld.
Dit soort black opps-acties gaat hun pet toch te boven.
Ik kwam gisteravond thuis na weer een wereldreddende dienst te hebben gedraaid en merkte dat m’n zwaar beveiligde onderdeur op een kier stond. Vanzelfsprekend sprongen m’n sensoren direct in het rood, de alarmbellen aan m’n klokkenspel gingen rinkelen en in de hemel verscheen het, mijn, waarschuwingslicht.
Ik zoefde naar een telefooncel. In een flits kleedde ik me om, dit was overduidelijk een klus voor SuperAnus.
Langs de westzijde van de flat klom ik behendig van balkon naar balkon. Met een wulpse worp slingerde ik m’n web om een stevig iets, ik wist niet wat het was maar dat weten andere actiehelden ook nooit, en gebruikte datzelfde web als touw om mij op het dak te lianen. Ik landde geluidloos tussen 2 schoorstenen.
Ik keek vluchtig om me heen en bedacht al snel dat ik werkelijk geen idee had waarom ik in godsnaam op het dak geklommen was. Plaats delict was immers beneden in de hal.
Eenmaal beneden weer aangekomen opende ik voorzichtig de deur. De verlichting sprong aan. Vastberaden wierp ik 2 rookbommen (type Moods filter) naar binnen onmiddellijk gevolgd door een luid schreeuwende ik; “SUPERANUS. PLAATS JE HANDEN WAAR IK ZE KAN ZIEN!”
Er was niemand in de hal. Sterker nog, er was niets uit het ordinaire. Tenminste, voor een leek leek het zo te zijn. Mijn oog viel op mijn wandelwagen die midden in de hal stond. Ik raapte ‘m weer op en vroeg me hardop af waarom mijn wandelwagen midden in de hal stond. Ik zei; “Waarom staat mijn wandelwagen midden in de hal?”
Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan, vroeg ik me weer hardop af. “Het ding hoort toch gewoon in m’n schuur te staan?”, zei ik.
M’n schuurdeur, die nooit op slot zit want veilige buurt, was dicht. En ik wist zeker dat ik de wandelwagen afgelopen zondag binnen in de schuur had gezet. Ben er namelijk zuinig op. Het ding heb ik middels keiharde onderhandelingwaterboardingstechnieken via MP voor 50 euro gekocht.
Ik weet ’t nog goed, ze vroeg er 51 euro voor. Ja daag, dacht ik toen, ik ben ook niet van gisteren. Keihard kan ik zijn!
Ik vond het maar een vreemd zaakje. Er zat ook een behoorlijk luchtje aan. Maar dat kon ook komen doordat ik even daarvoor een windje liet ontglippen.
Ik schraapte DNA van de wandelwagen af, zette het ding waar ie hoort en ben naar boven gegaan.
Ik wilde de DNA in m’n databank doen maar het blijkt dat ik een 3-zits heb. KLUT, heb ik weer.
Ik trok een *plop* los en ben even later in rust gevallen.
Vanochtend ontwaakte ik met een grote Anus op m’n borst.
Was vergeten me weer om te kleden.
Ik las laatst ergens dat als je minstens 30.000 euro per jaar vangt, je tot de 5% rijkste mensen van de wereld behoort.
Nou, mooi dan! Dan ga ik me vanaf heden ook zo gedragen.
Fuk die 95%. Stelletje kansloze sloebers. Up yours. Lekker puh.
Bevalt me eigenlijk wel, zo’n rijk leventje. Ik heb eigenlijk alles wat ik me maar kan wensen. Alleen nog een stel tetten een droomvrouw waar ik dagelijks mee kan rollebollen en ik ben helemaal happy.
Ik heb nu een tuinman in dienst. Een glazenwasser. Een schoonmaker. Een boodschappenbezorgmeneer. Een etenbezorgknaap. En een heuse huishoudster.
Mèn, ik voel me net Hugh Hefner!
Ja, behalve dan een kast van een huis.
En een enorm landgoed.
En 100 miljoentriljard tetten om me heen.
En zo’n kinky badjas.
En ik ben natuurlijk een heul stuk jonger.
En, oja, ik drink die Bavariameuk niet.
Maar verder ben ik net Hef jonguh!
Man man man, wat mag ik toch ook m’n kolenschoppen stijf dichtknijpen met zo’n hechte vriendengroep als ik heb. Echt, ik ben dolgelukkig met ze. Stuk voor stuk zijn het prachtwezens en mogen ze zeker rekenen op een vermelding in m’n testament.
In de moeilijke tijd waarin ik momenteel leef, zijn ze er voor mij. Ze slepen me op neemtouw op de momenten dat ik er even helemaal doorheen zit. Dag of nacht, immer staan ze voor me klaar.
Het is dat ik geen tranen ken anders liet ik ze nu over m’n wangetjes biggelen.
Nu ook weer. Spontaan word ik door ze uitgenodigd om bij ze te komen eten. Vandaag. En volgende week donderdag. Man, dat is toch prachtig? Dat zijn toch initiatieven waar je u tegen zegt?
Dat mensen zo van mijn bezoek kunnen genieten, geweldig!
Ik weet niet wat het met jou doet maar mij doet dat meer dan goed.
(of zouden ze zich toch zorgen maken om mijn Neanderthalische eetgedrag en ernstige tekort aan gezonde vitaminen?)
Ik heb gisteren een account aangemaakt op dating2000.nl, wilde wel eens zien hoe het nou eigenlijk werkt in de hopelozenwereld.
Ik moest allemaal vragen beantwoorden en, zoals je dat van mij gewend bent, heb ik dat naar alle eerlijkheid gedaan. Niet alleen vragen over mezelf maar ook over het type waarnaar ik zoek ben. “Om DE juiste match voor u te vinden”. Ja, sure.
Na de waslijst aan vragen kreeg ik de mogelijkheid een advertentie te plaatsen. Met bovenstaande foto heb ik dit er van gebakken:
Hallo vrouwtjes,
ik ben een lompe veertiger met een grote bek en een zeer duidelijke mening maar wèl met het hart op de juiste plek. Ik rook sigaren en drink op alcoholgebied uitsluitend bier. Ik barst van de humor en loop graag op slippers (zie foto).
Ik ben in het bezit van een appartement, een oude auto en heb twee schatten van zoons (1 en 4 jaar). Ik werk in de beveiliging en heb discipline hoog in het vaandel staan. Ik heb een hekel aan geweld maar ga het zeker niet uit de weg. Ik houd van rust aan de kop en moet absoluut geen (vrouwen)gemekker hebben. Ik heb ontzettend veel interesses maar de meeste daarvan boeien me vrij weinig.
Ik ben een 100% zomermens en ben in winterse tijden meestal niet te genieten.
Ik zoek een partner omdat ik er schijtziek van ben om het huishouden in m’n eentje te doen.
Ik heb niet echt voorkeuren voor haarkleur, ogenkleur en huidskleur maar je moet er wel verzorgd uitzien. Je moet tussen de 32 en 37 zijn en je moet wel tetten hebben, ben een borstenman.
Stuur je mail naar bla bla bla en wie weet krijg je wel een berichtje terug.
Lieve groetjes,
Man alone.
Ik kreeg vandaag een mail van dating2000.nl, ze plaatsen de advertentie niet.
Ze vinden ‘m te lang.
NAH ZEG!
………………………………….. Zucht.
Kan ik een beetje gaan schrappen. Wat moet er volgens jou allemaal uit?
Ik heb vanzelfsprekend 2 onderburen, dat is over het algemeen vaak zo als je 3 hoog woont namelijk. Direct onder me woont momenteel nog de verkoper (hierna M te noemen) van mijn penthuis met zijn nieuwe vriendin. Ik noem ze m’n onderburen. Helemaal onderaan woont een echtpaar van dik in de 287 jaar. Dit zijn m’n ondersteburen. De vrouw is nog redelijk bij positieven, de man daarentegen kan elk moment z’n laatste scheet laten. Hij heeft de lichamelijke vorm van bovenstaande wandelstok, schuifelt meer dan dat hij stappen zet, praat en ademt heul moeilijk en hij heeft me al 3 keer verteld dat hij ziek is. Joh!
Vorige week sprak hij mij voor de 2e keer aan over de vuilniscontainers.
De eerste keer begon hij tegen me te zwetsen en was hij in de veronderstelling dat hij tegen M sprak en hij over ‘de nieuwe’ (ik dus) begon. Ik legde m’n duim op en m’n wijsvinger onder z’n kin en duwde zijn hoofd omhoog. Hij deed hem zichtbaar pijn. “Kijk ’s goed oudje, ik bèn de nieuwe”, zei ik.
Afgelopen vrijdag liep ik hem weer tegen het lijf. Letterlijk. Ik droeg een doos van 149 kilo naar binnen en meneer stond een beetje zinloos in de benedenhal naar adem te happen. Hij deed me denken aan Jo, m’n oude buurman in Groningen. Die zat aan de zuurstof en toen hij ’s een keer bij ons tuinhek de krant kwam brengen, vroeg ik of hij een luchie kwam scheppen. Broer en ik noemen hem sindsdien OxyJoe. Hilarisch.
“Of het duidelijk was over de containers”, vroeg ie. Met een verveelde zucht trapte ik achteloos de deur achter me dicht. “Oudje”, zei ik, “als ik wat afspreek, dan doe ik het”.
“En ga nu ’s als de sodemieter aan de kant”. Ik banjerde door.
Vanavond was het weer ‘container aan de weg zet avond’. Dat is elke maandag om de 2 weken, dat kan ik makkelijk onthouden. Ik had vandaag een pittige vroege dienst gehad en tel daar bij op een heerlijk edoch vermoeiend weekend met beide zoonlieven, m’n middagdutje werd er dus één van dik 3 uur. Ben tenslotte ook geen 39 meer.
M’n penthuis had dringend behoefte aan een schoonmaakbeurt, ik besloot dat vanavond te doen. Dat mot tenslotte ook gebeuren nu er hier geen vrouwmens rondloopt om dat te doen.
Tegen half 9 was ik klaar, ik trok een pils los. Deze ff leeghikken en dan die containers maar even aan de weg zetten, dacht ik. Tijdens het leeghikken besefte ik me ineens dat oudje waarschijnlijk al sinds een uur of 6 voor het raam staat te gluren of onze containers al buiten staan. Ik kreeg lol. Ik zag een ongeduldige, rood aanlopende bejaarde voor me.
En ik kreeg gelijk. Tegen 10 over 9 hoorde ik beneden een deur open gaan. Heel zacht deed ik mijn deur open, ik hoorde oudje de trap op strompelen. Ik wachtte tot hij onderaan ‘mijn’ trap (15 treden verder dan zijn voordeur!) stond en uit stond te puffen.
Vrolijk fluitend huppelde ik de trap af. “Goedenavond oudje”, zei ik vriendelijk.
Tussen de zware ademhalingen door begreep ik dat hij vroeg of ik de containers ging doen. “Jazeker”, zei ik en ik huppelde vrolijk fluitend verder. “Ja, want ik wil wel naar bed, ik ben namelijk ziek, weet u”, kreunde hij.
Ik deed of ik ‘m niet hoorde, ik had geen tijd voor z’n gejammer.
Ik moest de containers buiten zetten.
Ja hoor, bingo. De 2e keer in m’n leven!!!
De eerste keer was in 1990. Weet het nog als de dag van 21 jaar geleden. We waren op oefening ergens in het Duitse Reich, of eigenlijk ZE waren op oefening, ik had weer eens een of ander excuus verzonnen om niet aan die onzin mee te hoeven doen.
Een hele week bikkelen door weer en door wind, door modder en door bossen. En door temperaturen onder 0 waar zelfs bacteriën van denken ‘du kannst mich die buckel hinunten rutschen’. Laat ik dat niet vergeten.
Dè reden voor mijn excuus. Kom op zeg, ik ga toch niet met -87 over de grond liggen rollen voor de lol?
Ter afsluiting van “de goede oefenweek” kregen we donderdagavond een BBQ aangeboden. Een batterij jonge mannen die, na 4 dagen afzien, losgelaten werden op vlees en bier. Je hebt een beeld, neem ik aan.
Bla bla, lang verhaal, niet al te interessant om te vermelden.
Vrijdag, vertrekdag. We mochten uitslapen. Of we? Ze mochten uitslapen, ik werd om 8 uur uit m’n nest gehaald.
De kapitein had voor mij de schone taak gereserveerd om de toiletten schoon te maken……………………………………………………..
(*pingpongping* noot van de redactie; heeft u zojuist gegeten of heeft u een zwakke maag, is het raadzaam niet verder te lezen. Einde bericht *pongpingpong*)
Met een waterdicht overall, gasmasker en een brandslang is het me uiteindelijk gelukt. De kots lag werkelijk overal, op de grond, op de muren, op de deuren, in de wastafels, je kon het zo gek niet bedenken of er lag kots op. Er lagen brokken vlees van 7 à 8 cm in omtrek tussen de gele kotsplassen. De voorheen witte toiletdeuren en wasbakken waren vaal bruin met hier en daar diep geel en in menig pot zwommen strengeltjes bloed.
GATVERDAMME!! Zelden zoiets goors meegemaakt. Ik heb me er doorheen geworsteld en liet mij natuurlijk niet kenne tijdens het hoongelach van m’n broeders.
Vandaag, vlak voor zessen.
Ik zat met beide zoonlieven op de bank. Of eigenlijk, ik zat op de bank, Sam lag op de bank en Teun stond voor de bank. Gezellig te spelen, te kletsen en te lachen. Volkomen uit het niets kwakte Sam zijn maaginhoud op zijn kleren, op mijn kleren, op de bank, op de grond en op de tafel. Typisch geval van grote mannenkots, zeg maar. In een flits zette ik Teun in de box en tilde ik Sam naar de wc. We haalden de openstaande wc-deur.
Helemaal roerloos stond Sam erbij. Ik knipte zijn shirt open en deed ‘m langzaam achterlangs uit. Want als ik iets vies vind, is het wel kots in je haar.
In de douche kleedde ik ‘m uit en zette hem onder de lekkere warme stralen.
Uit gewoonte sms’te ik voormaligje dat ze op moest schieten. Teun was overstuur. Het aarme jong was natuurlijk geschrokken.
Terwijl Sam onder de douche stond en Teun in de box stond te krijsen, begon ik met de schoonmaak………………………………….
Ik heb 34 handdoeken gebruikt maar het huis glom weer als een keutel in de maneschijn.
Tegen kwart over 6 kwam voormaligje thuis, ze had mijn sms niet gezien. En als ik niks had gezegd, had ze het waarschijnlijk ook nooit geweten.
Nee joh, ik ben er helemaal klaar voor om op mezelf te gaan.
(*pingpongping*; noot van de redactie aan mezelf: Misschien is een broodje shoarma na de speelzaal toch niet een goed idee voor zo’n klein ventje. Einde bericht. *pongpingpong*)
Ik heb dit weekend even kunnen proefdraaien. Voormaligje ging met de jongens logeren bij zwagert (ik blijf ‘m gewoon zo noemen) en cleansis (en haar ook). Vrijdagmiddag flashbackte ik terug naar tussen de 15 en 20 jaar terug, toen ik ook een vrije jongen was.
En ik kan melden, het is me prima bevallen. Goed, het is natuurlijk wel vreemd dat je in een leeg en vooral ontzettend rustig huis thuiskomt maar over het algemeen beviel het me prima. Ik kan uitstekend alleen zijn heb ik gemerkt. Ik wist dat natuurlijk al langer maar voor dees anekdoot klinkt het beter. Moeten we vaker doen (ha!).
Krijg net een sms dat ze er rond 1 uur weer zijn.
Zal ’s even als een gek alle bierflessen, patatbakken, shoarmazakken, pizzadozen, volle asbakken, Playboys, rondslingerende strings en overige kledingstukken opruimen. En laat ik vooral ook een sopje over de berg op het aanrecht halen zeg!
Gisteren ben ik weer eens een keer met m’n alltime drinkmaat bier wezen happen op hoog nivo. Ik hap wel vaker bier weg maar met m’n drinkmaat is het op hoog nivo. Kan dat niet uitleggen.
Een man van de wereld heeft bier happen zo nu en dan en tevens af en toe nodig. Plaats delict deze keer; Harderwijk.
Ik was rond kwart voor 8 bij hem en zijn plan was om die 10 kilometer naar het bier per fiets af te leggen. Nu draai ik daar natuurlijk m’n hand niet voor om gezien dat ik tegenwoordig flink wat kilometers in m’n afgetrainde benen heb. En zodoende zaten wij even later op 2 kinderzitjesfietsen en al gauw werd de vergelijking met 2 homo’s met geadopteerde kinderkes gemaakt. We hadden er jolijt om.
Een kleine 35 minuten later werd Cafe ‘De Boterlap’ de crimescene en snel werd duidelijk dat veel vrouwvolk mijn aankodiging op Twittah had gelezen. En hoewel ze stuk voor stuk hun stinkende best deden mij geen blik waardig te gunnen, liet ik ze allemaal links liggen. Kom op zeg, ik wilde alleen ff wat bier happen.
De bestellingopnemer met z’n apparaatje had al redelijk snel ons tempo van glaswisseling in de gaten, we hadden het goed naar ons zin.
Op het terras naast ons propte een redelijk forse vent een redelijk fors broodje hamburger naar binnen en het deed me denken aan een anekdoot uit de oude doos. Ik vertelde ‘m aan drinkmaat.
Op een niet nader te noemen BBQ/Bierfeest kwam ik eens aan een tafel te staan met wat mensen die ik niet kende maar het was wel lachen dus wat de fok. Op een gegeven moment zegt één van de onbekenden “Ik zal me trouwens even voorstellen, ik ben Dick”. Ik schud hem de hand en zeg “Och, dat valt wel mee hoor, moet je die vrouw daar zien” en wijs naar een forse vrouw. Whoehahahahaha, iedereen kletste dij.
Zegt hij “Da’s m’n vrouw”. Whoehahahahahaha, iedereen kletste nog harder dij.
Tegen elven namen we zitting bij de ingang van het cafe want wat muziek aan den harses vinden wij persoonlijk wel van het prettige. Maar dan wel goeie muziek natuurlijk. Niet die bagger wat aan stond. De bestellingopnemer had nog wel iets uit mijn tijd. Uit het beste muziekjaar ooit zelfs. Bij het geluid van de kerstklokken werd ik al onpasselijk. Hij had ‘Last Christmas’ opgezet en laat dat nou het grootste klutlied ooit zijn! Samen met het gehele oeuvre van Celine Dion trouwens. En dat van Anouk ook!
Het druktemakertje die een lel tegen de bel en heel flink gèèn rondje gaf, serveerden wij af met een Chocomelletje. Hij droop af en wij hadden liever gezien dat vriendje nogdrukkerder zijn voorbeeld zou volgen maar om een mij niet bekende reden bleef hij hangen aan onze tafel. Het manneke werkte mij behoorlijk op de zenuwen en ik stond op het punt ‘m te bitchslappen maar ik besefte me dat het geen 20 jaar geleden meer is.
Tegen middernacht had ik de pens en drinkmaat de pokkel vol en fietsten we huiswaarts. Om 11 over 1 waggelden we de tuin in.
Het was weer een hilarische avond geweest.
Tijdens een crème intrekmomentje werd mij compleet out of the blue gevraagd; “Zeg Manus, wil jij misschien een column schrijven voor onze nieuwe website?”
Ik James Bondde m’n wenkbrauwen; “Hoe weet jij dat ik een veelgevraagd columnist ben?”
Bla bla, lang verhaal maar waar het op neer komt is dat ik zei dat ik het wilde doen maar dat ik wèl een aparte stijl heb. Ah joh, da’s geen probleem, hoorde ik haar zeggen.
Ik heb ‘m op 29 augustus ingezonden.
Grote paniek! Mensen werden van vakantie teruggeroepen, alle verloven werden ingetrokken, vergadering volgde op vergadering. De dames op de werkvloer konden ‘m wel pruimen, de directie boven een stuk minder. Het was de talk of de kliniek.
Het boeiede me niet zoveel. Als ze ‘m niet willen plaatsen, plaatsen ze ‘m toch niet. De factuur stuur ik sowieso.
Afgelopen vrijdag kreeg ik bericht terug. Met enkele aanpassingen wilden ze ‘m dolgraag plaatsen.
Had ik al gezegd dat er bijna een maand over vergaderd is?
Lees en huiver:
L’original :
Huidetters
Een intieme date met dokter Rönnau in mei van dit jaar is met stip de top drie van ‘briljantste dingen die
ik ooit eens in mijn leven gedaan moet hebben’ binnen gekomen. Had ik het maar veel eerder gedaan, had ik haar maar veel eerder ontmoet.
En intiem was het zeker. Zoveel vrouwen zien mij immers niet naakt. En waarom briljant? Zij was
het die me naar “De Padbergkliniek” verwees.
Al jaren en jaren had ik er last van en na een keelontsteking rees het de pan uit, Psoriasis. Of zoals ik het noem ‘Huidetters’.
Man, wat kan je er gestresst van raken. En laat dat nou net niet moeten. Schijnt dat stress een enorme
factor op de ontwikkeling van die huidetters heeft.
Eigenlijk is Psoriasis dus een vicieuze ziekte. Haha, dat heb ik een huidexpert nog nooit horen zeggen! Ik leg er gelijk even ©opyright op.
Maar goed, vooral op m’n scheenbenen en rond m’n middel waren het meer etters dan huid. Van die hardnekkige grove plekken die erg opvielen. In het zwembad zag je eerst 5 minuten huidetters en daarna kwam ik pas binnen. Zo erg was het. Tel daarbij 1483 keelontstekingvlekjes (heb ze geteld) en je begrijpt hoe blij ik was dat ik naar de kliniek kon. Ik schaamde me er zelfs
een beetje voor.
M’n vakantie in het zonnige Zeeland hielp onvoldoende of eigenlijk niet en om nou de rest van de zomer met
panty’s onder de korte broek te lopen, ging me te ver. Is ook een hoop gedoe.
Vind maar eens een bijpassende broek op die bruine panty’s. Trouwens, die dingen staan mij ook helemaal niet.
Begin juli deed ik de stoute schoenen aan en belde ik Esther (die ik tegenwoordig trouwens opperbep mag noemen). Ik was van harte welkom!
Onzeker als ik was stapte ik 20 juli met m’n Heinekentas en knikkende knieën binnen. “Kom maar op met dieterminatie van die huidetters”, schreeuwde ik in gedachten door de wachtruimte.
En zo geschiedde.
Ik heb nu 16 behandelingen
achter de rug en van de psoriasis is alleen nog de asis over. Ik ben nu zo zelfverzekerd dat ik gerust met de badjes lafjes over de benen gespreid bij de dames ga zitten een krantje lezen terwijl ik ‘in de crème’ zit. Of gewoon lekker mee beppen. Want dat kunnen de dames hoor!
Nee, ik kan niet anders zeggen dat ik meer dan uitermate tevreden over de behandeling ben. En het is er
reuze gezellig, dat mag een echte vent anno 2011 heus wel zeggen, vind ik.
Zie er een beetje tegen op om binnenkort alweer afscheid te moeten nemen. Ik zou er bijna gestresst van raken!
Valt best wel mee toch?
De aangepaste versie :
Huidetters
Een intieme date met de dermatoloog in mei van dit jaar is met stip de top drie van ‘briljantste dingen die ik ooit eens in mijn leven gedaan moet hebben’ binnen gekomen. Had ik het maar veel eerder gedaan, had ik haar maar veel eerder ontmoet.
En intiem was het zeker. Zoveel vrouwen zien mij immers niet naakt.
En waarom briljant? Zij was het die me naar “De Padbergkliniek” verwees. Al jaren en jaren had ik er last van en na een keelontsteking rees het de pan uit,
Psoriasis. Of zoals ik het noem ‘Huidetters’. Man, wat kan je er gestresst van raken. En laat dat nou net niet moeten. Schijnt dat stress een enorme factor op de ontwikkeling van die huidetters heeft.
Eigenlijk is Psoriasis dus een vicieuze ziekte. Haha, dat heb ik een huidexpert nog nooit horen zeggen! Ik leg er gelijk even ©opyright op.
Maar goed, vooral op m’n scheenbenen en rond m’n middel waren het meer etters dan huid. Van die hardnekkige grove plekken die erg opvielen.
In het zwembad zag je eerst 5 minuten huidetters en daarna kwam ik pas binnen.
Zo erg was het. Tel daarbij 1483 keelontstekingvlekjes (heb ze geteld) en je begrijpt hoe blij ik was dat ik naar de kliniek kon. Ik schaamde me er zelfs een beetje voor.
M’n vakantie in het zonnige Zeeland hielp onvoldoende of eigenlijk niet en om nou de rest van de zomer met
panty’s onder de korte broek te lopen, ging me te ver. Is ook een hoop gedoe.
Vind maar eens een bijpassende broek op die bruine panty’s. Trouwens, die dingen staan mij ook helemaal niet.
Begin juli deed ik de stoute schoenen aan en belde ik Esther (die ik tegenwoordig trouwens opperklep mag noemen). Ik was van harte welkom!
Onzeker als ik was stapte ik 20 juli met m’n Heinekentas en knikkende knieën binnen. “Kom maar op met die
terminatie van die huidetters”, schreeuwde ik in gedachten door de wachtruimte.
En zo geschiedde.
Ik heb nu 16 behandelingen achter de rug en van de psoriasis is alleen nog de asis over. Ik ben nu zo
zelfverzekerd dat ik gerust met de badjes losjes over de benen gespreid bij de dames ga zitten een krantje lezen terwijl ik ‘in
de crème’ zit. Of gewoon lekker mee ‘kleppen’’. Want dat kunnen de dames hoor!
Nee, ik kan niet anders zeggen dat ik meer dan uitermate tevreden over de behandeling ben. En het is er
reuze gezellig, dat mag een echte vent anno 2011 heus wel zeggen, vind ik.
Zie er een beetje tegen op om binnenkort alweer afscheid te moeten nemen.
Ik zou er bijna gestresst van raken!
Zoek de verschillen!
Nee, ik vind het volkomen normaal dat je hier een maand over moet lullen.